Posts tonen met het label Aristoteles. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Aristoteles. Alle posts tonen

donderdag 17 september 2015

17-09; Boek IV.6.4 - IV.6.9

[4] Om het weer eens te benadrukken, de sleutelmacht is de prediking van het Evangelie die sommige door bekering het koninkrijk der hemelen binnenbrengt. Lastig is het ook dat de paus volhoudt dat dit alleen tegen Petrus gezegd wordt. Zo gaat de leer verder mank. Even later in het Bijbelboek worden alle apostelen bevolen het Evangelie te prediken. Johannes Eck zegt dan dat het voorrecht van Petrus zit dat hij iets krijgt wat de apostelen allemaal gemeenschappelijk heeft gekregen. Maar Augustinus en Cyprianus benadrukken dat de sleutelmacht de eenheid van de Kerk uitdrukt.

[5] Maar het primaatschap van de paus als opvolger zit erin dat Christus op de rots/petrus de gemeente zal bouwen(Matth. 16:18). Maar Christus zegt hier tegen Petrus niets anders dan wat Petrus en Paulus over alle gelovigen zeggen. Christus is de hoeksteen en daarop worden we als gelovigen als stenen gebouwd  als een tempel. Petrus mag dan eervol als eerste genoemd worden, maar er volgt niet uit dat hij macht over andere christenen krijgt. We zien in de Bijbel dat Petrus een zekere eer had en vaker het woord had, maar geen macht.

[6] De weerlegging over het woordspel tussen petra(rots) en Petrus hoeft niet weerlegd of besproken te worden, zelfs als kerkvaders(Leo I) daarmee aankomen. Het gaat duidelijk tegen de Schrift in. Petrus belijdt namens allen dat Christus de Zoon van God is. Die belijdenis is dan ook de rots waarop gebouwd wordt. Het gaat niet zozeer om het gezag van de kerkvaders voor Calvijn, dat behandelen zou de kwestie alleen maar onnodig vermoeiend maken.

[7] Op basis van andere Bijbelse gegevens is te zien dat Petrus weliswaar soms de voorzitter van de groep lijkt, maar dat hij andere apostelen hun mening laat uitspreken, de beslissing aan hen laat en zich daarnaar voegt. In zijn brief presenteert Petrus zich als gelijke. Hij verdedigt zijn handelen, volgt andermans bevelen op. Ook de eerste twee hoofdstukken van Galaten laten zien dat Paulus in alles gelijk is aan Petrus.

[8] Maar zelfs al zou Calvijn meegaan met de verdedigers, dan is er geen reden om van een bijzondere gebeurtenis een algemene en eeuwige regel te maken omdat de zaken wat het betreft verschillend zijn, 1 leider van 12 is iets anders dan 1 de leider van duizenden. Het is logisch dat er in een groep mensen een soort leider een voorzitter optreedt. Maar hieruit volgt niet dat iemand de macht over de hele wereld moet krijgen. Niemand kan die als enkeling regeren. Het voorbeeld van de bijen die een leider hebben accepteert Calvijn maar vindt hij niet van toepassing omdat er een koning(in)bij per korf is en deze wordt niet gekozen in een verzameling van alle bijen. Ook kunnen geen voorbeelden uit de Griekse wijsheid gehaald worden, die beweren alleen dat een rijk geen twee koningen verdraagt.

[9] Maar dan nog volgt daar niet uit dat als de hele wereld door een man geregeerd zou kunnen worden, dit ook moet gelden voor de kerk. Christus is het Hoofd en in Hem zijn we verzameld volgens de door Hem ingestelde orde. Alleen Christus mag de titel Hoofd hebben(Ef. 4:15). En een verzonnen ministerieel hoofd is niet geboden door Christus Zelf. NErgens is te lezen dat Christus een plaatsvervanger heeft aangesteld.

Morgen lezen we boek IV. 6.10 - IV.6.16

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

donderdag 2 juli 2015

02-07;Boek III.14.12 - III.14.18

De laatste lezing van deze week, het Amerikaanse rooster houdt ergens deze week blijkbaar Independence Day(Ik moet altijd denken aan die film over de buitenlandse invasie).

In dit gedeelte gaat Calvijn in discussie met de scholastici. [12] Hun uitvlucht is dat hun werken niet genoeg intrinsieke waarde hebben. Deze werken worden desondanks aanvaard uit genade, bovendien kunnen de verdere zonden altijd gecompenseerd worden met werken die boven de Wet uitgaan. Maar die aanvaarding uit genade is volgens Calvijn niets anders dan de genadige goedheid waarmee God ons in Christus omhelst en ons daarin voor heilig, rein en onschuldig houdt. door het geloof hebben we blijvende vergeving van zonde.

[13] God heeft een belofte en een vloek aan de Wet gehangen, en daarmee een partiële gerechtigheid uitgesloten. De onderhouding zou leven geven en een overtreding is de hele Wet overtreden. Ook maakt God duidelijk dat er geen gerechtigheid op grond van werken bestaat buiten de volmaakte onderhouding van Zijn Wet. De werken boven de Wet kunnen gewoonweg niet bestaan. De scholastici beseffen niet hoe diep de zonde zit. Vijanden van god kunnen Hem niets geven wat Hij kan en wil accepteren, en ieder die Hij de zonden toerekent is Zijn vijand.

[14] Op basis van Lukas 17:10 moeten we niet denken dat we God geen gunst bewijzen door te doen wat we moeten doen, maar dat we doen wat we behoren te doen. Zelfs al zouden dit alle goede werken van de hele mensheid samen zijn. We kunnen ons er niet op beroemen er een schepje boven op te doen, de dienst aan God kent geen 'mag-het-een-onsje-meer-zijn. Er kan ook niets verzonnen worden wat niet in de Wet te vinden is, dus roemen op eigen wil is zinloos.

[15] Sommige mensen bewijzen bovenstaand punt met Paulus' afstand nemen tot zijn recht, maar vergeten dat dit gebeurde om de zwakken geen aanstoot te geven(1 Kor. 9). In die zin deed Paulus niets verdienstelijks, maar wat nodig was en wat hij schuldig was te doen. Ook wat werken boven de Wet zouden zijn is wat God niet heeft bevolen, niet goedkeurt en ook niet aanvaarden zal. De OT-profeten hebben het vaker over dit soort werken.

[16] Dus geen vertrouwen stellen in werken en ook niet lopen te pochen met werken. Ons werk stinkt en het is alleen om Christus' wil dat ze aanvaard worden. Ook Job wil niet tegen Gods rechtvaardigheid ruziën, maar ziet ook zijn rechtvaardigheid voor God geen standhouden.

[17] Ook de aristoteliaanse causaliteitsleer(https://nl.wikipedia.org/wiki/Aristoteles#Kosmologie_.2F_ontologie, derde meest linkse bullet) van de filosofen laat voor de mens geen bijdrage van de mens zien. De werkoorzaak(causa efficiens)
van het eeuwig leven is de barmhartigheid en liefde van God, de materiële oorzaak(causa materialis) is Christus en Zijn gehoorzaamheid, de formele oorzaak(causa formalis) is het geloof. Deze zijn terug te vinden in Johannes 3:16. De doeloorzaak(causa finalis) is volgens Paulus de betoning van Gods gerechtigheid en de lof op Gods goedheid. Er zit nog een rits van de vier oorzaken in Rom. 3:24-26. We zien dus dat de zaligheid tot in de kleinste details buiten ons ligt.

[18] Desondanks kunnen de heiligen wel spreken over  hun onschuld en zuiverheid. Dit kan in vergelijking van hun goede zaak met de slechte zaak van de goddelozen. Of door niet te vergelijken, maar de reinheid van het geweten tot troost e vertrouwen aangrijpen. Dit is niet rusten in werken, maar zien op Gods goedheid, niet alleen als begin van hun zaligheid, maar ook als de vervulling daarvan. Calvijn is er niet op tegen om de tekenen van God in het leven te gebruiken als ondersteuning van het geloof.

Volgende week lezen we boek III.14.19 - III.15.3

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com