[20] Over de zalving/laatste oliesel, we hebben geen Sacrament daarin zoals we wel Sacramenten hebben die door God zijn ingesteld en aan ons verbonden zijn. Anders zou de besnijdenis ook een Sacrament van de Kerk zijn. Maar de zalving was dan als handeling meegegeven aan de apostelen. Nu kan feitelijk iedere olie de kracht van de Heilige Geest zijn. Maar dit kan dus niet, vanwege de definitie van Sacramenten die Calvijn hanteert.
[21] Maar goed zelfs als Jacobus dit wel als Sacrament bedoelde, zitten de roomsen er nog naast omdat ze de zalving pas toedienen als de zieke halfdood is, tot op het uiterste van de ziekte. Ook zou het dan door ouderlingen en niet door de priesters toegepast mogen worden nadat de bisschop er allemaal rituelen mee heft uitgespookt. Jakobus zegt dat de gebeden verhoord zullen worden als de zieke door ouderlingen gezalfd wordt. Maar ook de geschiedenis laat andere zaken zien, Van Innocentius, de paus ten tijde van Augustinus, mochten alle christenen in geval van nood zichzelf of een andere gelovige zalven.
[22]Over de wijdingen wordt het was lastiger. Dit is één rooms Sacrament met 7 onderverdelingen of kleine sacramentjes. Deurwachters, lezers, exorcisten, acolieten, onderdiakenen, diakenen en priesters. Dit vaak op basis van de zevenvoudige gaven van de Geest in Jes. 11:2(in het Latijn zijn dit er zeven terwijl de letterlijke tekst 6 gaven kent). Ook is het maar net welke schrijver je pakt of het er 7 of negen zijn en of tonsuur en bisschop er wel of niet bij horen. Dat gebeurt er dus als je los van het Woord gaat redeneren.
[23] Ook hebben de roomsen zeer speculatief alle ordeningen aangewezen in het leven van Jezus, zodat Hij alle ambten ook Zelf had. Calvijn vindt dit te onbenullig om te weerleggen.
[24] Desondanks worden deze ambten weer gedelegeerd aan armen en kinderen. Eigenlijk doet zo'n iemand alles tot het moment dat hij de titel zelf krijgt. Ook zegt Calvijn dat de exorcisten zelf vaker bezeten zijn dan geesten uitdrijven. Alles over de zevenvoudige ambten is uiteindelijk kletspraat.
[25] Ook de wijdingsceremonie kan Calvijn niet bekoren, vooral de tonsuur, het scheren van de schedel. Het moet een kroon zijn als symbool van het koninklijk priesterlijk geslacht van 1 Petr. 2:9. Of het kan nog zoveel andere symbolische betekenissen hebben. Alsof het voorhangsel niet is gescheurd. Calvijn zou liever hebben dat ze uitvoerden dan symbolen bedachten.
Morgen lezen we boek IV.19.26 - IV.19.32
Posts tonen met het label ordening. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ordening. Alle posts tonen
woensdag 9 december 2015
dinsdag 8 september 2015
08-09; Boek IV.3.16 - IV.4.4
[16] En hoe bevestigen we een ambtsdrager? Met handoplegging, zoals de apostelen dat deden. Waarschijnlijk een uitvloeisel van een gewoonte van de Hebreeën en gebruikten de apostelen die om aan te geven dat ze de onder handen genomen ambtsdrager aan God opdroegen. Dit gebruik mag weer opnieuw ingevoerd worden als betekenis symbool, niet als iets bijgelovigs.
[1] Hoe was de kerkregering geregeld voor het pausdom? In de vroege kerk hadden de bisschoppen veel regelingen ingezet die schijnbaar tegen de Schrift ingingen, maar toch stevig door de Bijbel genormeerd was. Bij Hieronymus kom je vijf geledingen in de Kerk tegen, bisschoppen(opzieners), presbyters(ouderlingen of priesters), diakenen, gelovigen en doopleerlingen. Meer geestelijkheid of clerus en monniken kent hij geen plaats toe.
[2] De leerambten was dus de presbyter die uit hun midden per stad een bisschop kozen. Desondanks was de bisschop niet de baas over de priesters, hij was iemand die leiding gaf aan alles wat gebeurde met adviezen, raad en het peilen van meningen. De bisschop is een menselijk besluit om tweedracht in de gemeente te voorkomen. Presbyters moeten weten dat ze ondergeschikt aan de leiding zijn, bisschoppen moeten weten dat ze uit gewoonte boen de presbyters staan. Het is wel een oude gewoonte. Iedere stad had dus een groep presbyters, dus herders en leraren, die de taak die Paulus aan opzieners geeft, op zich te nemen. De bisschop stond er in zekere zin wel boven, maar moest zich toch voegen naar het besluit van deze vergadering. Er waren ook nog landbisschoppen, chorepiscopi, aangesteld als hulp in een groot gebied. Deze vertegenwoordigde de bisschop in minder belangrijke taken.
[3] Presbyters en bisschoppen moesten zich in ieder geval wijden aan de bediening van het Woord en de Sacramenten. Alleen in Alexandrië was een uitzondering omdat Arius daar de kerk in beroering had gebracht. In ieder geval werd van alle ambtsdragers door alle eeuwen heen verlangd dat ze hun taken uitvoerden. Ook in de tijd van Gregorius de Eerste was een niet prekende bisschop niet de bedoeling.
[4] Aartsbisschoppen en patriarchen, weer twee tredes boven de bisschop, werden op het concilie van Nicea ingesteld voor de handhaving van de tucht. Dit had echter beperkt praktisch nut. Zo werd er een hierarchie gekweekt, een woord waar Calvijn niet dol op is. Plus dat het meer is dan de Bijbel leert en meer dan de oude bisschoppen aan wilden.
Morgen lezen we boek IV.4.5 - IV.4.10
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[1] Hoe was de kerkregering geregeld voor het pausdom? In de vroege kerk hadden de bisschoppen veel regelingen ingezet die schijnbaar tegen de Schrift ingingen, maar toch stevig door de Bijbel genormeerd was. Bij Hieronymus kom je vijf geledingen in de Kerk tegen, bisschoppen(opzieners), presbyters(ouderlingen of priesters), diakenen, gelovigen en doopleerlingen. Meer geestelijkheid of clerus en monniken kent hij geen plaats toe.
[2] De leerambten was dus de presbyter die uit hun midden per stad een bisschop kozen. Desondanks was de bisschop niet de baas over de priesters, hij was iemand die leiding gaf aan alles wat gebeurde met adviezen, raad en het peilen van meningen. De bisschop is een menselijk besluit om tweedracht in de gemeente te voorkomen. Presbyters moeten weten dat ze ondergeschikt aan de leiding zijn, bisschoppen moeten weten dat ze uit gewoonte boen de presbyters staan. Het is wel een oude gewoonte. Iedere stad had dus een groep presbyters, dus herders en leraren, die de taak die Paulus aan opzieners geeft, op zich te nemen. De bisschop stond er in zekere zin wel boven, maar moest zich toch voegen naar het besluit van deze vergadering. Er waren ook nog landbisschoppen, chorepiscopi, aangesteld als hulp in een groot gebied. Deze vertegenwoordigde de bisschop in minder belangrijke taken.
[3] Presbyters en bisschoppen moesten zich in ieder geval wijden aan de bediening van het Woord en de Sacramenten. Alleen in Alexandrië was een uitzondering omdat Arius daar de kerk in beroering had gebracht. In ieder geval werd van alle ambtsdragers door alle eeuwen heen verlangd dat ze hun taken uitvoerden. Ook in de tijd van Gregorius de Eerste was een niet prekende bisschop niet de bedoeling.
[4] Aartsbisschoppen en patriarchen, weer twee tredes boven de bisschop, werden op het concilie van Nicea ingesteld voor de handhaving van de tucht. Dit had echter beperkt praktisch nut. Zo werd er een hierarchie gekweekt, een woord waar Calvijn niet dol op is. Plus dat het meer is dan de Bijbel leert en meer dan de oude bisschoppen aan wilden.
Morgen lezen we boek IV.4.5 - IV.4.10
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
maandag 6 april 2015
06-04; Boek II.8.33 - II.8.38
Zalig Pasen iedereen!
Over het vierde gebod, waarom vieren we de zondag eigenlijk?
Er zijn dus in de tijd van Calvijn vooral dopersen geweest die het onderhouden van bepaalde dagen vonden horen bij het Jodendom. Ook met een beroep op Paulus. Maar Paulus schaft niet alle onderhoudingen van dagen af, alleen diegene die als een ceremonie vasthouden aan een voorafschaduwing waardoor de heerlijkheid van Christus wordt verduisterd. Die dagen die waren ingesteld om te wijzen naar Christus. Wie deze onderhoudt doet feitelijk alsof Christus nog niet is gekomen. Paulus keert zich niet tegen dagen die kerkelijk doel dienen.
De zondag markeert dus het verschil tussen de Joden en christenen. Voor christenen is er ook niks bijzonder aan de zevende dag. Het kan iedere willekeurige dag zijn, als er maar een dag wordt gekozen waarop mensen Gods werken overdenken, rusten van onze werken en onze ondergeschikten wat ademruimte kiezen. Dit betekent niet dat de sabbat alleen verplaatst moet worden om de Joden dwars te zitten en deze dag bijzonderder is dan de overige zes dagen. Een christelijke sabbat is volgens Calvijn een willekeurige dag en een middel om de heilige bijeenkomsten in stand te houden. Niets meer, niet minder.
Vijfde gebod; ouders eren,
Als God een orde van 'verhevenheid' instelt hecht Hij er veel waarde aan als deze ook door ons als zodanig wordt erkend. Eer is niet alleen eerbied, maar ook beloning. Dit gebod is zo tegennatuurlijk dat het ons gemoed vermurwt en ons went aan andere vormen van verhoudingen buiten het ouderschat. We moeten beseffen dat God de enige echte Vader is en dat daarom vaders iets goddelijks afstraalt. net als vorsten. Via de titel vader moeten we dus van onze biologische vader kijken naar God de Vader.
De eis van het gebod is om iedereen die boven ons gesteld is te eerbiedigen, gehoorzamen en dankbaar te zijn, of ze het nu waar zijn of niet. Ze zijn immers niet buiten Gods voorzienigheid op die plaats gesteld. Ook de natuur laat zien dat eerbied voor ouders normaal is.
Dit is ook het eerste gebod met een expliciete belofte. Je zult leven dan. Een lang leven wordt door de hele Bijbel gezien als een zegen van God. Een lang leven is dus een belofte in zoverre God je ertoe zegent, en een zegen als het een bewijs is van Gods genade die Hij nog meer zal laten zien dwars door de dood heen.
De dreiging is dan weer dat God de ongehoorzame kinderen met de doodstraf laat ombrengen. En als ze dit ontlopen dan voltrekt God zelf Zijn oordeel. Calvijn verwijst naar de ongehoorzame types die bij ruzies en vechtpartijen omkomen. Ik moet zelf denken aan die types die iedereen wel in de klas had waarvan je wist dat die niet goed terecht kwamen. Hoe ik deze gedachte moet taxeren laat ik voorlopig in het midden. Deze toch wel naar fatalistische onderwerping geldt allen voor zover de hogergestelden het in de Heere is. Ze moeten altijd analoog aan de Vader of Heer zijn, anders zijn ze onze gehoorzaamheid niet verschuldigd. Als ze ons eraan toe zetten de Wet te overtreden hoeven we ze niet meer te beschouwen als ouders, vorst, maar als vreemdelingen. Dit assertief-fatalisme staat mij wel aan. :)
Ik heb het vermoeden dat ik uitgebreider type als ik wakkerder ben, dus wanneer ik later op de dag dit tik, desondanks de toch niet hele slappe koffie 's ochtends....
Morgen lezen we Boek II.8.39 - 46
Over het vierde gebod, waarom vieren we de zondag eigenlijk?
Er zijn dus in de tijd van Calvijn vooral dopersen geweest die het onderhouden van bepaalde dagen vonden horen bij het Jodendom. Ook met een beroep op Paulus. Maar Paulus schaft niet alle onderhoudingen van dagen af, alleen diegene die als een ceremonie vasthouden aan een voorafschaduwing waardoor de heerlijkheid van Christus wordt verduisterd. Die dagen die waren ingesteld om te wijzen naar Christus. Wie deze onderhoudt doet feitelijk alsof Christus nog niet is gekomen. Paulus keert zich niet tegen dagen die kerkelijk doel dienen.
De zondag markeert dus het verschil tussen de Joden en christenen. Voor christenen is er ook niks bijzonder aan de zevende dag. Het kan iedere willekeurige dag zijn, als er maar een dag wordt gekozen waarop mensen Gods werken overdenken, rusten van onze werken en onze ondergeschikten wat ademruimte kiezen. Dit betekent niet dat de sabbat alleen verplaatst moet worden om de Joden dwars te zitten en deze dag bijzonderder is dan de overige zes dagen. Een christelijke sabbat is volgens Calvijn een willekeurige dag en een middel om de heilige bijeenkomsten in stand te houden. Niets meer, niet minder.
Vijfde gebod; ouders eren,
Als God een orde van 'verhevenheid' instelt hecht Hij er veel waarde aan als deze ook door ons als zodanig wordt erkend. Eer is niet alleen eerbied, maar ook beloning. Dit gebod is zo tegennatuurlijk dat het ons gemoed vermurwt en ons went aan andere vormen van verhoudingen buiten het ouderschat. We moeten beseffen dat God de enige echte Vader is en dat daarom vaders iets goddelijks afstraalt. net als vorsten. Via de titel vader moeten we dus van onze biologische vader kijken naar God de Vader.
De eis van het gebod is om iedereen die boven ons gesteld is te eerbiedigen, gehoorzamen en dankbaar te zijn, of ze het nu waar zijn of niet. Ze zijn immers niet buiten Gods voorzienigheid op die plaats gesteld. Ook de natuur laat zien dat eerbied voor ouders normaal is.
Dit is ook het eerste gebod met een expliciete belofte. Je zult leven dan. Een lang leven wordt door de hele Bijbel gezien als een zegen van God. Een lang leven is dus een belofte in zoverre God je ertoe zegent, en een zegen als het een bewijs is van Gods genade die Hij nog meer zal laten zien dwars door de dood heen.
De dreiging is dan weer dat God de ongehoorzame kinderen met de doodstraf laat ombrengen. En als ze dit ontlopen dan voltrekt God zelf Zijn oordeel. Calvijn verwijst naar de ongehoorzame types die bij ruzies en vechtpartijen omkomen. Ik moet zelf denken aan die types die iedereen wel in de klas had waarvan je wist dat die niet goed terecht kwamen. Hoe ik deze gedachte moet taxeren laat ik voorlopig in het midden. Deze toch wel naar fatalistische onderwerping geldt allen voor zover de hogergestelden het in de Heere is. Ze moeten altijd analoog aan de Vader of Heer zijn, anders zijn ze onze gehoorzaamheid niet verschuldigd. Als ze ons eraan toe zetten de Wet te overtreden hoeven we ze niet meer te beschouwen als ouders, vorst, maar als vreemdelingen. Dit assertief-fatalisme staat mij wel aan. :)
Ik heb het vermoeden dat ik uitgebreider type als ik wakkerder ben, dus wanneer ik later op de dag dit tik, desondanks de toch niet hele slappe koffie 's ochtends....
Morgen lezen we Boek II.8.39 - 46
Abonneren op:
Posts (Atom)