Week 47, u weet zelf.
[33] Als mensen wat meer oog hadden voor de Geest in het Heilig Avondmaal dan was de lichamelijke tegenwoordigheid niet tot een onterecht sjibbolet van vroomheid geworden. De fout voor het gros van de roomsen is dat ze Petrus Lombardus volgen die van het eten van het vlees van Jezus het sacrament is. Terwijl Calvijn hierover een andere geestelijke manier van eten is. Wie vasthoudt aan de transubstantiatie moet geloven dat ook goddelozen en misdadigers het bloed en vlees van Christus eten en drinken. Calvijn blijft staan achter de werkzaamheid van het vlees en bloed van Christus, maar omdat het een geestelijke zaak is kan niemand deelhebben aan het lichaam en bloed van Christus als die persoon de Geest niet heeft. Het aanbod blijft staan, maar ontvangen is iets anders dan aanbieden. Je haalt net zoveel uit het Avondmaal als je gelooft. Het is net als een rots waar regenwater op valt maar niet in kan komen, omdat er geen opening in zit. Zo is de zonde ook niet het onwaardig ontvangen, maar het ongelovig afwijzen. Op deze manier groeien gelovigen steeds meer samen met Christus. Het oordeel over de ongelovigen zit erin dat ze het moeten aanvaarden wat in het Sacrament zit.
[34] Het is onder de kerkvaders voornamelijk Augustinus die dit ook heeft verdedigd. Augustinus zegt hetzelfde als Calvijn (eigenlijk andersoom natuurlijk). Niet iedereen heeft profijt van het Avondmaal, sommige wordt het ten oordeel. Er moet onderscheid gemaakt worden tussen het teken en de zaak waarnaar het verwijst, het sacrament en de kracht van het sacrament. Augustinus roept op om de harten, niet de keel voor te bereiden. Het zijn voornamelijk citaten uit het werk van Augustinus over het Evangelie naar Johannes. Ook Cyrillus van Alexandrië wordt aangehaald. De tegenstanders moeten maar zien wat ze doen met de uitspraak dat alleen bij de uitverkorenen de sacramenten uitwerken wat ze uitbeelden.
Morgen lezen we boek IV.17.35 - IV.17.39
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Posts tonen met het label Lombardus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lombardus. Alle posts tonen
maandag 23 november 2015
woensdag 28 oktober 2015
28-10; Boek IV.14.16 - IV.14.20
[16] Christus is de eigenlijke inhoud en betekenis van de Sacramenten. Ze ontlenen hun bestaan aan Hem, en hebben in zichzelf geen belofte of kunnen ook niet in zichzelf een oorzaak van gerechtigheid zijn, zoals Petrus Lombardus leert. Als we de Sacramenten met geloof aannemen, versterkt en vermeerdert het ons geloof en kunnen we Jezus nog meer aanvaarden. Desondanks kunnen goddelozen het Sacrament niet waardeloos maken als ze het ontvangen, de kracht of waarde van he Sacrament ligt niet in de persoon die het ontvangt, maar in de aanbieding van God. Je moet dus niet teveel aan het aardse teken blijven hangen, water, brood en wijn, maar aan de andere kant ook weer niet dingen daaraan gaan toekennen die Jezus Zelf toekomt.
[17] Sacramenten bieden, net als het Woord, Jezus met alle schatten van genade in Hem aan en leveren allebei iets op als ze in geloof worden aangenomen. We moeten ons door mooie uitspraken van kerkvaders niet laten verleiden om te denken dat er een soort verborgen kracht aan de Sacramenten is gekoppeld. De Sacramenten leveren ons iets op als de Heilige Geest ons hart opent. Sacramenten zijn van onze kant te zien als bodes met goed nieuws. Ze verwijzen naar God de Geest die de gaven meeneemt en ervoor zorg dat de bediening van de Sacramenten niet vruchteloos en tevergeefs is. Deze twee dingen zijn te onderscheiden. Zo staat alles in de juiste verhouding en komen we van het idee af dat de kracht van de Heilige Geest in de bestanddelen van de Sacramenten ligt opgesloten. God werkt door middel van de Sacramenten.
[18]Het woord sacrament wordt in het algemeen gebruikt voor een teken dat God heeft gegeven tot zekerheid of vertrouwen in de waarheid van Gods beloften. Je hebt natuurlijke tekens en wonderen als tekens. Natuurlijke tekens zijn de boom in het paradijs en de regenboog bij Noach. Door het Woord van God erbij zijn ze iets nieuws geworden, vergelijkbaar met een stuk zilver dat tot een munt wordt gevormd en daardoor nieuwe en meer waarde krijgt. Wondertekens zijn de vuuroven bij Abraham, het vachtje van Gideon en de zonnewijzer bij Hizkia.
[19] Nu wil Calvijn het hebben over de sacramenten die God aan de Kerk heeft gegeven als de gewone(volgens mij is een beter woord: gebruikelijke) middelen om gevoed te worden in geloof en dat geloof te belijden. God heeft de christenen verzameld in een zichtbaar teken, er kan moeilijk een godsdienst bestaan zonder zichtbaar teken. Nu is het teken van het christendom een ceremonie. Vanuit God is deze ceremonieën getuigenis van Zijn genade, van onze kant een belijdenis van onze trouw en gehoorzaamheid aan God. God wil door de Sacramenten in de eerste plaats Zijn volk voeden, opwekken en versterken, in de tweede plaats wil God door de Sacramenten Zijn volk bij de mensen getuigenis geven van hun geloof.
[20] In de verschillende tijden en bedelingen heeft God altijd Sacramenten gegeven, Aan Abraham de besnijdenis, aan het joodse volk de ceremoniën en offers. Deze zijn bij de komst van Christus vervangen door Doop en Avondmaal, Calvijn zou handoplegging door dienaren niet direct ontkennen als Sacrament, waar hij later op terug komt. Oude Sacramenten hadden hetzelfde doel, te wijzen op Christus, eerst als een voorafschaduwing, later als duidelijk getuigenis.
Morgen lezen we boek IV.14.21 - IV.14.26
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[17] Sacramenten bieden, net als het Woord, Jezus met alle schatten van genade in Hem aan en leveren allebei iets op als ze in geloof worden aangenomen. We moeten ons door mooie uitspraken van kerkvaders niet laten verleiden om te denken dat er een soort verborgen kracht aan de Sacramenten is gekoppeld. De Sacramenten leveren ons iets op als de Heilige Geest ons hart opent. Sacramenten zijn van onze kant te zien als bodes met goed nieuws. Ze verwijzen naar God de Geest die de gaven meeneemt en ervoor zorg dat de bediening van de Sacramenten niet vruchteloos en tevergeefs is. Deze twee dingen zijn te onderscheiden. Zo staat alles in de juiste verhouding en komen we van het idee af dat de kracht van de Heilige Geest in de bestanddelen van de Sacramenten ligt opgesloten. God werkt door middel van de Sacramenten.
[18]Het woord sacrament wordt in het algemeen gebruikt voor een teken dat God heeft gegeven tot zekerheid of vertrouwen in de waarheid van Gods beloften. Je hebt natuurlijke tekens en wonderen als tekens. Natuurlijke tekens zijn de boom in het paradijs en de regenboog bij Noach. Door het Woord van God erbij zijn ze iets nieuws geworden, vergelijkbaar met een stuk zilver dat tot een munt wordt gevormd en daardoor nieuwe en meer waarde krijgt. Wondertekens zijn de vuuroven bij Abraham, het vachtje van Gideon en de zonnewijzer bij Hizkia.
[19] Nu wil Calvijn het hebben over de sacramenten die God aan de Kerk heeft gegeven als de gewone(volgens mij is een beter woord: gebruikelijke) middelen om gevoed te worden in geloof en dat geloof te belijden. God heeft de christenen verzameld in een zichtbaar teken, er kan moeilijk een godsdienst bestaan zonder zichtbaar teken. Nu is het teken van het christendom een ceremonie. Vanuit God is deze ceremonieën getuigenis van Zijn genade, van onze kant een belijdenis van onze trouw en gehoorzaamheid aan God. God wil door de Sacramenten in de eerste plaats Zijn volk voeden, opwekken en versterken, in de tweede plaats wil God door de Sacramenten Zijn volk bij de mensen getuigenis geven van hun geloof.
[20] In de verschillende tijden en bedelingen heeft God altijd Sacramenten gegeven, Aan Abraham de besnijdenis, aan het joodse volk de ceremoniën en offers. Deze zijn bij de komst van Christus vervangen door Doop en Avondmaal, Calvijn zou handoplegging door dienaren niet direct ontkennen als Sacrament, waar hij later op terug komt. Oude Sacramenten hadden hetzelfde doel, te wijzen op Christus, eerst als een voorafschaduwing, later als duidelijk getuigenis.
Morgen lezen we boek IV.14.21 - IV.14.26
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
donderdag 13 augustus 2015
13-08; Boek III.23.6 - III.23.10
[6] Een tweede soort tegenargument is dat de mensen zichzelf verontschuldigen, ze zijn per slot van rekening gepredestineerd om zonde te doen. Dus hun treft geen blaam als ze volgens de voorzienigheid als ze doen wat ze zullen doen, het is niet te voorkomen en in overeenstemming met Gods wil. Calvijn weerlegt dit door te zeggen dat God allereerst alles omwille van Zichzelf geschapen heeft. De kerkvaders zeiden dat God de mensen heeft geschapen in die staat omdat Hij hun slechte daden voorzag. Maar Calvijn stemt nog meer in met Laurentius Valla die zegt dat leven en dood niet zozeer uitwerkingen zijn van Gods voorwetenschap, maar van Zijn wil. Dus het heeft geen zin om hierover te klagen. Uiteindelijk lijkt mij te gelden wat Calvijn over het besluit van God zei in paragraaf vijf.
[7] Wat mensen ook moeten weten is dat het de verdorven natuur is die de nakomelingen van één mens aan de eeuwige dood heeft prijsgegeven. Maar omdat God almachtig is, kan deze eeuwige dood niet door een natuurlijke oorzaak de mensheid zijn binnengebracht. Met andere woorden, God heeft in Zijn eeuwige en verborgen raad de zondeval van Adam gezien en niet buiten Zijn macht om laten gebeuren. Het is een huiveringwekkend besluit. Hier tegenin gaan is zinloos. God heeft het geweten en het beschikt. God weet alles en bestuurt immers alles. En God weet ook, zoals Augustinus zegt, dat er uit het kwade het goede voort zou komen.
[8] Hierbij maken sommige mensen een onderscheid tussen toelaten en willen. Maar Calvijn zegt dat alles gebeurt omdat God het wil .Als God iets toelaat, laat Hij dat toe omdat Hij het wil. Er is geen raakvlak met de discussie van manicheeërs, wederdopers, pelagianen en epicureeërs die noodzakelijkheid naar voren brengen. De mens is gevallen omdat God hiertoe geoordeeld had. Waarom is verborgen, maar aangezien God eer, dus eer om Zijn gerechtigheid, hierin ziet, is het een niet te ontkennen feit. De mens komt ten val door Gods voorzienigheid, maar hij valt door eigen schuld. Het is niet gelegen in de schepping God zegt namelijk hier vlak voor dat die zeer goed was. Het slechte in de mens heeft zijn zuivere natuur bedorven die Hij van de Heer ontvangen heeft. We kunnen beter de oorzaak in de verdorven natuur zien, omdat dit de dichtstbijzijnde oorzaak van de verdoemenis is. Dat is vruchtbaarder dan een verborgen en niet te snapen oorzaak in het besluit van God. Als je niks weet van wat je niet gegeven of geoorloofd is om te weten is het een geleerde onwetendheid. Het toch willen weten is dwaasheid.
[9] Calvijn meent zo de reden tot klagen en goddeloos grommen weg te kunnen nemen. Er is een oorzaak, maar die is ons onbekend. Ten tweede leert Calvijn dat mensen niet verder moeten kijken dan hun neus lang is en de oorzaak zien in het verderf van de menselijke natuur.
[10] Een derde tegenwerping is dat God sommige personen wel en sommige niet aanneemt en er dus, in tegenstelling tot wat er in de Bijbel staat, er bij God aanzien des persoons is. Maar bij de Bijbel wordt persoon niet bedoeld als individu, maar persoon betekent, reputatie, charisma, datgene wat sympathie of antipathie oproept bij anderen. Uiterlijke kenmerken gelden bij God niet. De verkiezing is alleen gegrond in Gods barmhartigheid.
Morgen lezen we boek III.23.11 - III.23.14
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[7] Wat mensen ook moeten weten is dat het de verdorven natuur is die de nakomelingen van één mens aan de eeuwige dood heeft prijsgegeven. Maar omdat God almachtig is, kan deze eeuwige dood niet door een natuurlijke oorzaak de mensheid zijn binnengebracht. Met andere woorden, God heeft in Zijn eeuwige en verborgen raad de zondeval van Adam gezien en niet buiten Zijn macht om laten gebeuren. Het is een huiveringwekkend besluit. Hier tegenin gaan is zinloos. God heeft het geweten en het beschikt. God weet alles en bestuurt immers alles. En God weet ook, zoals Augustinus zegt, dat er uit het kwade het goede voort zou komen.
[8] Hierbij maken sommige mensen een onderscheid tussen toelaten en willen. Maar Calvijn zegt dat alles gebeurt omdat God het wil .Als God iets toelaat, laat Hij dat toe omdat Hij het wil. Er is geen raakvlak met de discussie van manicheeërs, wederdopers, pelagianen en epicureeërs die noodzakelijkheid naar voren brengen. De mens is gevallen omdat God hiertoe geoordeeld had. Waarom is verborgen, maar aangezien God eer, dus eer om Zijn gerechtigheid, hierin ziet, is het een niet te ontkennen feit. De mens komt ten val door Gods voorzienigheid, maar hij valt door eigen schuld. Het is niet gelegen in de schepping God zegt namelijk hier vlak voor dat die zeer goed was. Het slechte in de mens heeft zijn zuivere natuur bedorven die Hij van de Heer ontvangen heeft. We kunnen beter de oorzaak in de verdorven natuur zien, omdat dit de dichtstbijzijnde oorzaak van de verdoemenis is. Dat is vruchtbaarder dan een verborgen en niet te snapen oorzaak in het besluit van God. Als je niks weet van wat je niet gegeven of geoorloofd is om te weten is het een geleerde onwetendheid. Het toch willen weten is dwaasheid.
[9] Calvijn meent zo de reden tot klagen en goddeloos grommen weg te kunnen nemen. Er is een oorzaak, maar die is ons onbekend. Ten tweede leert Calvijn dat mensen niet verder moeten kijken dan hun neus lang is en de oorzaak zien in het verderf van de menselijke natuur.
[10] Een derde tegenwerping is dat God sommige personen wel en sommige niet aanneemt en er dus, in tegenstelling tot wat er in de Bijbel staat, er bij God aanzien des persoons is. Maar bij de Bijbel wordt persoon niet bedoeld als individu, maar persoon betekent, reputatie, charisma, datgene wat sympathie of antipathie oproept bij anderen. Uiterlijke kenmerken gelden bij God niet. De verkiezing is alleen gegrond in Gods barmhartigheid.
Morgen lezen we boek III.23.11 - III.23.14
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
woensdag 15 juli 2015
15-07; Boek III.18.6 - III.18.10
En weer verder. [6] Het vergaderen van schatten in de hemel. De goede werken worden vergeleken met rijkdommen die we kunnen genieten in het geluk van het eeuwige leven. Dit is te vergelijken met mensen die gaan emigreren, die sturen hun spullen ook vast naar het buitenland naar hun nieuwe adres alvorens ze zelf gaan reizen. En dit doen mensen door middel van geven aan de armen.
[7] Er zijn ook een paar teksten waarin het lijden omwille God op een verdienste lijkt te komen(2 Thess. 1:5; Hebr. 6:10). De eerste tekst gaat over de gelijkvoormigheid aan Christus door verheerlijkt te zijn ná het lijden. De littekenen van de Here zijn kentekenen van Gods kinderen. De tekst uit Hebreeën gaat meer over de waarheid van Gods belofte dan om de billijkheid van de betaling van schuld.
[8] Er is ook een groepje teksten met de liefde als thema, 1 Kor. 13:2; 1 Kor. 13:13; Kol. 3:14;. Tegenstanders zeggen daarom dat de mens door liefde gerechtvaardigd word. Maar de eerste tekst gaat niet over het ware geloof en de tweede tekst gaat over de vruchtbaarheid van de deugden, niet over de verdienstelijkheid. De tegenstanders willen van de liefde een verdienste maken en zo langs Christus die de spil van de gerechtigheid is. Calvijns interpretatie van het stukje heeft te maken met dat er een paar keer het woord geloof staat in bredere en smallere betekenis. De derde tekst zou volgens de tegenstanders af te leiden zijn dat als de band van de liefde volmaakt is, deze het ook is van de gerechtigheid, want dat is niet anders dan de gerechtigheid. Maar daar gaat volgens Calvijn de tekst niet over, en dan nog, wie heeft dan die liefde volkomen verwerkelijkt?
[9] Calvijn besluit met een algemene opmerking van een tekst die door alle tegenstanders van de universiteit van Sorbonne wordt geliefd. De rijke jongeling van Matt. 19. Een sluitend argument omdat Jezus zegt dat de geboden het eeuwige leven verdienen. MAar uit de context blijkt dat Jezus Zich aanpast aan de vragensteller. Terecht wordt deze op de Wet als spiegel van de gerechtigheid gewezen. Maar pas bij het verschil tussen de volmaakte gerechtigheid en het eigen leven is de noodzaak van Christus zichtbaar. De man leert nu iets over zichzelf.
[10] Er zijn nog wat slimmigheden waar Calvijn niet op in wil gaan, te vermoeiend voor de beste man. Toch is er een schijnbaar redelijk argument waar hij niet aan voorbij wil gaan. Er zijn mensen die één maatstaf voor zonde en goede werken lijken te hanteren. Iedere zonde op zich is een ongerechtigheid, maar ieder goed werk is een gerechtigheid op zich. Ze gaan hier voorbij aan het feit dat de volmaaktheid zit in de voortdurende onderhouding van de Wet, niet een enkel werk. En dat aan één gebodsovertreding de hele Wet overtreden wordt.
Morgen lezen we boek III.19.1 - II.19.7
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[7] Er zijn ook een paar teksten waarin het lijden omwille God op een verdienste lijkt te komen(2 Thess. 1:5; Hebr. 6:10). De eerste tekst gaat over de gelijkvoormigheid aan Christus door verheerlijkt te zijn ná het lijden. De littekenen van de Here zijn kentekenen van Gods kinderen. De tekst uit Hebreeën gaat meer over de waarheid van Gods belofte dan om de billijkheid van de betaling van schuld.
[8] Er is ook een groepje teksten met de liefde als thema, 1 Kor. 13:2; 1 Kor. 13:13; Kol. 3:14;. Tegenstanders zeggen daarom dat de mens door liefde gerechtvaardigd word. Maar de eerste tekst gaat niet over het ware geloof en de tweede tekst gaat over de vruchtbaarheid van de deugden, niet over de verdienstelijkheid. De tegenstanders willen van de liefde een verdienste maken en zo langs Christus die de spil van de gerechtigheid is. Calvijns interpretatie van het stukje heeft te maken met dat er een paar keer het woord geloof staat in bredere en smallere betekenis. De derde tekst zou volgens de tegenstanders af te leiden zijn dat als de band van de liefde volmaakt is, deze het ook is van de gerechtigheid, want dat is niet anders dan de gerechtigheid. Maar daar gaat volgens Calvijn de tekst niet over, en dan nog, wie heeft dan die liefde volkomen verwerkelijkt?
[9] Calvijn besluit met een algemene opmerking van een tekst die door alle tegenstanders van de universiteit van Sorbonne wordt geliefd. De rijke jongeling van Matt. 19. Een sluitend argument omdat Jezus zegt dat de geboden het eeuwige leven verdienen. MAar uit de context blijkt dat Jezus Zich aanpast aan de vragensteller. Terecht wordt deze op de Wet als spiegel van de gerechtigheid gewezen. Maar pas bij het verschil tussen de volmaakte gerechtigheid en het eigen leven is de noodzaak van Christus zichtbaar. De man leert nu iets over zichzelf.
[10] Er zijn nog wat slimmigheden waar Calvijn niet op in wil gaan, te vermoeiend voor de beste man. Toch is er een schijnbaar redelijk argument waar hij niet aan voorbij wil gaan. Er zijn mensen die één maatstaf voor zonde en goede werken lijken te hanteren. Iedere zonde op zich is een ongerechtigheid, maar ieder goed werk is een gerechtigheid op zich. Ze gaan hier voorbij aan het feit dat de volmaaktheid zit in de voortdurende onderhouding van de Wet, niet een enkel werk. En dat aan één gebodsovertreding de hele Wet overtreden wordt.
Morgen lezen we boek III.19.1 - II.19.7
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
dinsdag 7 juli 2015
07-07; Boek III.15.4 - III.15.8
Weer de weerlegging van de tegenarumenten. [4] ER zijn mensen die wel het woord verdienste in de Schrift hebben gevonden(Wijsheid van JEzus Sirach 16:16; Heb 13:16). Desondanks Calvijn Ecclesiaticus ontkent weerlegd hij beide teksten op basis van de Griekse grondtekst. De tegenstanders citeren uit een Latijnse vertaling die dus niet zo goed is. Calvijn deelt de mening niet dat de goede werken(aangenomen uit lankmoedigheid bij God, want al ons werk is vuil) genadebewijzen verdienen en het geloof daarentegen alleen het eeuwige leven krijgt als loon. Gods genade geeft alles.
[5] Wie bouwt op het fundament dat dor de apostelen is overgeleverd, bouwt op Christus Zelf, want Hij is ons gegeven tot gerechtigheid. Niet een fundament waar je vervolgens zelf je gerechtigheid op moet bouwen. In onszelf hebben we niets, in Christus hebben we alles, wil Calvijn maar zeggen.
[6] De leer is lang verborgen geweest. Mensen zijn vergeten dat je zonder Christus dood bent. Je kan niet de eerste genade van Christus alsof het een cheque is verzilveren met eigen werken. Veel Bijbelteksten maken duidelijk dat het niet is dat Christus de mogelijkheid heeft gegeven om gerechtigheid of zaligheid te verwerven, maar dat het geschonken wordt.
[7] In de scholen van Sorbonne(de universiteit van Parijs) werd de dwaling van het gevormd geloof verkondigt. Het geloof dat door de liefde in staat is met werken rechtvaardiging te verwerven(zie ook II.2.7 - II.2.10 ). Een grote scholasticus hierachter, Petrus Lombardus, had beter naar Augustinus moeten luisteren, die waakt ervoor om eigen roem op te lasten strijken voor Gods gaven.
[8] Het is nodig om op het fundament van Christus te blijven en andere mensen hierop te wijzen. Christenen worden opgeroepen om net als de apostelen hun kruis op te nemen en zichzelf te verloochenen om Christus achterna te gaan.
Morgen lezen we boek III.16.1 - III.16.4
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[5] Wie bouwt op het fundament dat dor de apostelen is overgeleverd, bouwt op Christus Zelf, want Hij is ons gegeven tot gerechtigheid. Niet een fundament waar je vervolgens zelf je gerechtigheid op moet bouwen. In onszelf hebben we niets, in Christus hebben we alles, wil Calvijn maar zeggen.
[6] De leer is lang verborgen geweest. Mensen zijn vergeten dat je zonder Christus dood bent. Je kan niet de eerste genade van Christus alsof het een cheque is verzilveren met eigen werken. Veel Bijbelteksten maken duidelijk dat het niet is dat Christus de mogelijkheid heeft gegeven om gerechtigheid of zaligheid te verwerven, maar dat het geschonken wordt.
[7] In de scholen van Sorbonne(de universiteit van Parijs) werd de dwaling van het gevormd geloof verkondigt. Het geloof dat door de liefde in staat is met werken rechtvaardiging te verwerven(zie ook II.2.7 - II.2.10 ). Een grote scholasticus hierachter, Petrus Lombardus, had beter naar Augustinus moeten luisteren, die waakt ervoor om eigen roem op te lasten strijken voor Gods gaven.
[8] Het is nodig om op het fundament van Christus te blijven en andere mensen hierop te wijzen. Christenen worden opgeroepen om net als de apostelen hun kruis op te nemen en zichzelf te verloochenen om Christus achterna te gaan.
Morgen lezen we boek III.16.1 - III.16.4
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
maandag 6 juli 2015
06-06; Boek III.14.19 - III.15.3
Week 27 van Lectio Calvini. Misschien moet ik van de week maar eens gaan vooruit lezen en het posten automatiseren om echt vakantie te vieren, als dat nodig is.
Eerst verder wat Calvijn zegt. [19] Heiligen kunnen uit hun geweten troost putten en blijdschap halen, omdat het reine geweten een vrucht is van de roeping. Ze weten dat er nog veel vlees mee vermengd is, maar ze hebben eerst de goedheid van God omarmt, en vinden zo de mogelijkheid om Gods bijstand in moeilijke omstandigheden te verwachten. Het is ook een verkondiging van Gods weldaden, ze gaan niet de genade van God hierin voorbij, maar doordenken hoeveel liefde hier wel niet in zit.
[20] Gelovigen zien hun werken(naast een teken van hun uitverkiezing) als een gave van God en afhankelijk van de gerechtigheid in Christus. Ook Augustinus leerde dit. Het gelovig hart vraagt God om Zijn werk in de mens te zien, niet het werk van de mens zelf.
[21] Als er in de Bijbel staat dat God de werken van de gelovigen aanneemt, moet men dat volgens Calvijn op de volgende manier lezen. Het doel wordt in het spreken als oorzaak genoemd. Het is niet het oorzakelijke verband. God geeft het eeuwige leven door middel van goede werken. Genade volgt op genade, eerst geeft God werken en aan die genade knoopt God als het ware de genade van het eeuwig leven aan vast.
[1] Het bovenstaande is als volgt samen te vatten; gerechtigheid moet op de gemeenschap met Christus(geloof) berusten of het kan niet voor Gods aangezicht bestaan als het op eigen werken steunt. In alle verwarrende gesprekken moet hieraan vastgehouden worden. En dat rechtvaardigheid uit werken volkomen en absolute onderhouding van de hele Wet is. Een andere vraag is of dde onvolkomen werken niet uit genade aangenomen worden.
[2] Calvijn is niet echt blij met diegene die het woord 'verdienste' als eerste heeft gebruikt in de theologie. Hij is sowieso geen fan buitenbijbelse woorden, zoals hij al aangaf in de discussie over de Drieëenheid. Ook hebben de kerkvaders blijkbaar aanleiding gegeven om het mis te verstaan. Augustinus, Chrysostomus en Bernardus houden vast aan de waarheid, maar Calvijn laat zien dat vooral de laatste van de drie de waarheid van zijn scherpte ontneemt.
[3] De bijbel leert dat onze werken vol ongerechtigheid zijn en dat de volkomen onderhouding van de Wet een schuldige plicht is in plaats van een beloning waardig. Maar aan de andere kant geeft God ons ook goede werken die Hij zal belonen. Desondanks is het pure ondankbaarheid om de eer hiervoor te verdelen in plaats van God alle eer hiervoor te geven. God geeft goede gaven die Hij beloont. Maar het is niet zo dat we hierop kunnen pochen, als een vrijgekochte slaaf die zich presenteert als een vrijgeborene.
Morgen lezen we boek III.15.4 - III.15.8
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Eerst verder wat Calvijn zegt. [19] Heiligen kunnen uit hun geweten troost putten en blijdschap halen, omdat het reine geweten een vrucht is van de roeping. Ze weten dat er nog veel vlees mee vermengd is, maar ze hebben eerst de goedheid van God omarmt, en vinden zo de mogelijkheid om Gods bijstand in moeilijke omstandigheden te verwachten. Het is ook een verkondiging van Gods weldaden, ze gaan niet de genade van God hierin voorbij, maar doordenken hoeveel liefde hier wel niet in zit.
[20] Gelovigen zien hun werken(naast een teken van hun uitverkiezing) als een gave van God en afhankelijk van de gerechtigheid in Christus. Ook Augustinus leerde dit. Het gelovig hart vraagt God om Zijn werk in de mens te zien, niet het werk van de mens zelf.
[21] Als er in de Bijbel staat dat God de werken van de gelovigen aanneemt, moet men dat volgens Calvijn op de volgende manier lezen. Het doel wordt in het spreken als oorzaak genoemd. Het is niet het oorzakelijke verband. God geeft het eeuwige leven door middel van goede werken. Genade volgt op genade, eerst geeft God werken en aan die genade knoopt God als het ware de genade van het eeuwig leven aan vast.
[1] Het bovenstaande is als volgt samen te vatten; gerechtigheid moet op de gemeenschap met Christus(geloof) berusten of het kan niet voor Gods aangezicht bestaan als het op eigen werken steunt. In alle verwarrende gesprekken moet hieraan vastgehouden worden. En dat rechtvaardigheid uit werken volkomen en absolute onderhouding van de hele Wet is. Een andere vraag is of dde onvolkomen werken niet uit genade aangenomen worden.
[2] Calvijn is niet echt blij met diegene die het woord 'verdienste' als eerste heeft gebruikt in de theologie. Hij is sowieso geen fan buitenbijbelse woorden, zoals hij al aangaf in de discussie over de Drieëenheid. Ook hebben de kerkvaders blijkbaar aanleiding gegeven om het mis te verstaan. Augustinus, Chrysostomus en Bernardus houden vast aan de waarheid, maar Calvijn laat zien dat vooral de laatste van de drie de waarheid van zijn scherpte ontneemt.
[3] De bijbel leert dat onze werken vol ongerechtigheid zijn en dat de volkomen onderhouding van de Wet een schuldige plicht is in plaats van een beloning waardig. Maar aan de andere kant geeft God ons ook goede werken die Hij zal belonen. Desondanks is het pure ondankbaarheid om de eer hiervoor te verdelen in plaats van God alle eer hiervoor te geven. God geeft goede gaven die Hij beloont. Maar het is niet zo dat we hierop kunnen pochen, als een vrijgekochte slaaf die zich presenteert als een vrijgeborene.
Morgen lezen we boek III.15.4 - III.15.8
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
woensdag 24 juni 2015
24-06; Boek III.11.12 - III.11.17
De laatste weerleggingen van Osiander.
[12] Osiander heeft moeite met de twee naturenleer lijkt het. Alleen de goddelijke natuur is tot rechtvaardiging gegeven. Een argument hiervoor is dat Christus ons tot wijsheid is. Dit kan alleen slaan op de goddelijke natuur van Christus. Maar de Bijbel bedoelt hiermee dat de wijsheid en schatten aan geopenbaard zijn doordat Jezus liet zien wat Hij bij de Vader heeft. Het slaat dus niet op het wezen van Jezus, maar op wat wij aan Jezus hebben. Verdere kleinere weerleggingen; het is ook niet aan de macht van engelen of mensen om te rechtvaardigen, maar aan Gods inzetting. Christus de bron van het leven noemen omdat Hij de dood vernietigd heeft is niet Christus van Zijn eer beroven. Het is alleen de manier waarop deze tot de mensen komt die Calvijn lokaliseert in de dood en opstanding van Christus. God maakt ons heilig en rechtvaardig door in Christus' lichaam te planten en zo deel te hebben hieraan. Zo wordt Osiander weerlegd, de 'wezenlijke gerechtigheid' is een troosteloze dwaling.
[13]Na Osiander zijn de scholastici aan de beurt. Het merendeel van de mensen denkt nog in een rechtvaardiging door geloof en werken. Maar Paulus leert op twee plaatsen dat werken en geloof met elkaar in tegenstelling zijn(Fil. 3:8 e.v.) en dat werken niks te roemen geven(Rom 5:8). er is dus geen rechtvaardigheid uit geloof en werken.
Er zijn mensen[14] die een verschil maken tussen wedergeboren en onwedergeboren mensen, alleen de eerste kunnen werken doen die bijdragen ter rechtvaardiging, dit zijn gaven van Christus en vruchten van de wedergeboorte. Maar ze gaan hier voorbij aan de tegenstelling van de Wet en het geloof. Ook maken ze geen onderscheid tussen rechtvaardiging en heiliging, waardoor de werken van de laatste niet meetellen in de rechtvaardiging.
[15]Er zijn scholastici die geloof zien als de innerlijke zekerheid dat God de verdienstelijke werken beloont. Gods genade is niet de toerekening van rechtvaardigheid, maar de Geest die helpt streven naar heiligheid. Het zoeken naar God is hier verkeerd begrepen. De fout zit em in het betrekken van de rechtvaardiging en de Geest op de heiliging.
[16]De Bijbel leert dat we niet moeten kijken naar eigen werken, maar alleen moeten kijken naar Gods ontferming en Christus' volkomenheid. God ontfermt Zich over de zondaar zonder daartoe een reden te zien in de mens en de mens begrijpt dat alleen in Christus zijn volkomen gerechtigheid ligt.
[17] We moeten altijd de scherpe tegenstelling tussen Wet en Evangelie in de gaten houden. De Wet kent gerechtigheid toe op basis van werken, het Evangelie op basis van niets. Evangelie belooft op basis van genade, en de Wet op basis van werken. De Wet vereist liefde, en dat is datgene dat Gods Geest geeft. Maar omdat deze altijd in mensen onvolledig blijft, wordt deze ook niet gerekend als waarde of verdienste.
Morgen lezen we boek III.11.18 - III.11.23.
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[12] Osiander heeft moeite met de twee naturenleer lijkt het. Alleen de goddelijke natuur is tot rechtvaardiging gegeven. Een argument hiervoor is dat Christus ons tot wijsheid is. Dit kan alleen slaan op de goddelijke natuur van Christus. Maar de Bijbel bedoelt hiermee dat de wijsheid en schatten aan geopenbaard zijn doordat Jezus liet zien wat Hij bij de Vader heeft. Het slaat dus niet op het wezen van Jezus, maar op wat wij aan Jezus hebben. Verdere kleinere weerleggingen; het is ook niet aan de macht van engelen of mensen om te rechtvaardigen, maar aan Gods inzetting. Christus de bron van het leven noemen omdat Hij de dood vernietigd heeft is niet Christus van Zijn eer beroven. Het is alleen de manier waarop deze tot de mensen komt die Calvijn lokaliseert in de dood en opstanding van Christus. God maakt ons heilig en rechtvaardig door in Christus' lichaam te planten en zo deel te hebben hieraan. Zo wordt Osiander weerlegd, de 'wezenlijke gerechtigheid' is een troosteloze dwaling.
[13]Na Osiander zijn de scholastici aan de beurt. Het merendeel van de mensen denkt nog in een rechtvaardiging door geloof en werken. Maar Paulus leert op twee plaatsen dat werken en geloof met elkaar in tegenstelling zijn(Fil. 3:8 e.v.) en dat werken niks te roemen geven(Rom 5:8). er is dus geen rechtvaardigheid uit geloof en werken.
Er zijn mensen[14] die een verschil maken tussen wedergeboren en onwedergeboren mensen, alleen de eerste kunnen werken doen die bijdragen ter rechtvaardiging, dit zijn gaven van Christus en vruchten van de wedergeboorte. Maar ze gaan hier voorbij aan de tegenstelling van de Wet en het geloof. Ook maken ze geen onderscheid tussen rechtvaardiging en heiliging, waardoor de werken van de laatste niet meetellen in de rechtvaardiging.
[15]Er zijn scholastici die geloof zien als de innerlijke zekerheid dat God de verdienstelijke werken beloont. Gods genade is niet de toerekening van rechtvaardigheid, maar de Geest die helpt streven naar heiligheid. Het zoeken naar God is hier verkeerd begrepen. De fout zit em in het betrekken van de rechtvaardiging en de Geest op de heiliging.
[16]De Bijbel leert dat we niet moeten kijken naar eigen werken, maar alleen moeten kijken naar Gods ontferming en Christus' volkomenheid. God ontfermt Zich over de zondaar zonder daartoe een reden te zien in de mens en de mens begrijpt dat alleen in Christus zijn volkomen gerechtigheid ligt.
[17] We moeten altijd de scherpe tegenstelling tussen Wet en Evangelie in de gaten houden. De Wet kent gerechtigheid toe op basis van werken, het Evangelie op basis van niets. Evangelie belooft op basis van genade, en de Wet op basis van werken. De Wet vereist liefde, en dat is datgene dat Gods Geest geeft. Maar omdat deze altijd in mensen onvolledig blijft, wordt deze ook niet gerekend als waarde of verdienste.
Morgen lezen we boek III.11.18 - III.11.23.
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
dinsdag 9 juni 2015
09-06; Boek III.5.3 - III.5.8
[3]Paus Leo en augustinus voeren aan dat de dood van de één geen gerechtigheid voor de ander oplevert, tenzij het Christus betreft. Maar hier gaat het om martelaren. Het bloed van de martelaren zou waardeloos zijn als het geen gerechtigheid opleverde, wat Calvijn het mengen van het bloed van Christus met bloed van heiligen noemt. Maar het bloed van de martelaren heeft waarde als getuigenis, niet als verzoening voor anderen.
[4]Kol. 1:24 is een kerntekst. Dit is niet dat het lijden van Christus aanvulling nodig heeft. Het gaat om wat de leden van Christus, de gelovigen, dagelijks nog lijden wat Christus in Zichzelf heeft gelden, het gaat over de beproevingen van christenen. Augustinus leerde dit al.
[5]Paulus predikte Christus als verzoening en bron van alle hemelse goederen, daarmee staat dit lijnrecht tegenover de aflaten van lood en perkament. Het is een ontsporing van de genoegdoeningen die boetelingen moesten doen en verlichting(een aflaat, indulgentia) konden vragen. Later werd dit op God betrokken.
[6]Omdat de aflaten niet waar is, is het vagevuur ook niet waar. Calvijn stelt dat het vagevuur eerst verzonnen is en daarna door verdraaiing van teksten gepoogd werd deze Bijbels te funderen. God wil niet dat mensen zo diep zoeken en doden raadplegen. En het is weer iets wat van het kruis van Jezus afleidt.
[7]NT-teksten over de zonde tegen de Heilige Geest laten zien dat er dus wel zonden zijn die in het hiernamaals kunnen worden vergeven, aldus vagevuur-theologen. Maar Jezus spreekt met een stijlfiguur over het oordeel van het geweten en het Laatste Oordeel. De tweede tekst uit het NT is Matth. 5:25, het is geen schets van wie wie(duivel, God, engel, Jezus) is in de opstelling van een rechtbank, maar wat voor een onzin is om je gelijk te blijven halen terwijl je billijkheid en eendracht moet zoeken.
[8] Ook de tekst dat elke knie voor Jezus zal buigen laat met het 'onder de aarde' het vagevuur zien. Maar Paulus bedoelt niet het uitboeten, maar hij bedoelt hoe vroomheid is. In Openbaringen, gaat het dan weer over redeloze en onbezielde schepselen. Bewijs uit de Maccabeeën wil Calvijn niet aan, omdat hij het boek niet erkend als canoniek. Hiervoor vindt hij steun bij Augustinus, omdat de Joden het boek niet rekende tot Wet, Profeten of Psalmen(die alledrie wel van Christus getuigden). Hieronymus vond dat je er geen dogma's mee kon ondersteunen en Cyprianus erkende het niet als canoniek. Maar hoofdpersoon Judas offet ook niet omwille het vagevuur als losprijs, maar in hoop op het eeuwige leven.
Morgen lezen we boek III.5.9 - III.6.1
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[4]Kol. 1:24 is een kerntekst. Dit is niet dat het lijden van Christus aanvulling nodig heeft. Het gaat om wat de leden van Christus, de gelovigen, dagelijks nog lijden wat Christus in Zichzelf heeft gelden, het gaat over de beproevingen van christenen. Augustinus leerde dit al.
[5]Paulus predikte Christus als verzoening en bron van alle hemelse goederen, daarmee staat dit lijnrecht tegenover de aflaten van lood en perkament. Het is een ontsporing van de genoegdoeningen die boetelingen moesten doen en verlichting(een aflaat, indulgentia) konden vragen. Later werd dit op God betrokken.
[6]Omdat de aflaten niet waar is, is het vagevuur ook niet waar. Calvijn stelt dat het vagevuur eerst verzonnen is en daarna door verdraaiing van teksten gepoogd werd deze Bijbels te funderen. God wil niet dat mensen zo diep zoeken en doden raadplegen. En het is weer iets wat van het kruis van Jezus afleidt.
[7]NT-teksten over de zonde tegen de Heilige Geest laten zien dat er dus wel zonden zijn die in het hiernamaals kunnen worden vergeven, aldus vagevuur-theologen. Maar Jezus spreekt met een stijlfiguur over het oordeel van het geweten en het Laatste Oordeel. De tweede tekst uit het NT is Matth. 5:25, het is geen schets van wie wie(duivel, God, engel, Jezus) is in de opstelling van een rechtbank, maar wat voor een onzin is om je gelijk te blijven halen terwijl je billijkheid en eendracht moet zoeken.
[8] Ook de tekst dat elke knie voor Jezus zal buigen laat met het 'onder de aarde' het vagevuur zien. Maar Paulus bedoelt niet het uitboeten, maar hij bedoelt hoe vroomheid is. In Openbaringen, gaat het dan weer over redeloze en onbezielde schepselen. Bewijs uit de Maccabeeën wil Calvijn niet aan, omdat hij het boek niet erkend als canoniek. Hiervoor vindt hij steun bij Augustinus, omdat de Joden het boek niet rekende tot Wet, Profeten of Psalmen(die alledrie wel van Christus getuigden). Hieronymus vond dat je er geen dogma's mee kon ondersteunen en Cyprianus erkende het niet als canoniek. Maar hoofdpersoon Judas offet ook niet omwille het vagevuur als losprijs, maar in hoop op het eeuwige leven.
Morgen lezen we boek III.5.9 - III.6.1
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
maandag 8 juni 2015
08-06; Boek III.4.36 - III.5.2
De 23ste week van Lectio Calvini.
Vorige week waren we gestopt bij waar Calvijn de boetedoening, straf en tuchtiging behandelde. Nu over de genoegdoening. [36]Als God het heeft over goede daden, zoals bij NEbukadnezar en in de Spreuken(10:12), gaat het niet om goede daden naar God toe, maar om zich met mensen te verzoenen. De liefde bedekt de zonde door andermans zonde te verdragen en te vermanen, dan er volop tegenin te gaan en ze te verergeren. Het gaat niet om de oorzaak van vergeving, maar om de manier van bekering, een reiniging van binnen- en buitenkant, een omwenteling in hart en daden.
[37]De vrouw uit Lucas 7 bewijst dit ook, Jezus zegt dat haar zonde vergeven zijn door middel van de gelijkenis. Ze verdient het niet, maar huilt en toont liefde in antwoord op de vergeving.
[38]Zoals Calvijn laat zien kunnen de roomse 'genoegdoeningsdrijvers' zich niet beroepen op in ieder geval Augustinus en Chrysostomus. [39]Genoegdoening werd bij hen niet behandeld als vergelding, maar als openbare schuldbelijdenis om weer in de gemeente opgenomen te worden. Dit is verhapselt in het allegaartje van onkritisch kerkvader gebruik door Lombardus. We moeten wat dit betreft Calvijn geloven, hij gaat alleen in op zaken waar de lezer iets aan heeft.
Nieuw hoofdstuk over de aflaten en het vagevuur. [1]Aflaten zijn compensaties voor het gebrek aan menselijk vermogen. Het is een eeuwenoude instelling dat zich alleen maar laat zien als middel om door te gaan met zondigen. [2] Ze worden gehaald uit de verdiensten van Christus, apostelen en martelaren als uit een schatkamer in beheer van de Paus. Dit zou suggereren dat het bloed van Christus niet genoeg is, in tegenstelling tot het heldere getuigenis van de Bijbel.
Morgen lezen we boek III.5.3 - III.5.8
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Vorige week waren we gestopt bij waar Calvijn de boetedoening, straf en tuchtiging behandelde. Nu over de genoegdoening. [36]Als God het heeft over goede daden, zoals bij NEbukadnezar en in de Spreuken(10:12), gaat het niet om goede daden naar God toe, maar om zich met mensen te verzoenen. De liefde bedekt de zonde door andermans zonde te verdragen en te vermanen, dan er volop tegenin te gaan en ze te verergeren. Het gaat niet om de oorzaak van vergeving, maar om de manier van bekering, een reiniging van binnen- en buitenkant, een omwenteling in hart en daden.
[37]De vrouw uit Lucas 7 bewijst dit ook, Jezus zegt dat haar zonde vergeven zijn door middel van de gelijkenis. Ze verdient het niet, maar huilt en toont liefde in antwoord op de vergeving.
[38]Zoals Calvijn laat zien kunnen de roomse 'genoegdoeningsdrijvers' zich niet beroepen op in ieder geval Augustinus en Chrysostomus. [39]Genoegdoening werd bij hen niet behandeld als vergelding, maar als openbare schuldbelijdenis om weer in de gemeente opgenomen te worden. Dit is verhapselt in het allegaartje van onkritisch kerkvader gebruik door Lombardus. We moeten wat dit betreft Calvijn geloven, hij gaat alleen in op zaken waar de lezer iets aan heeft.
Nieuw hoofdstuk over de aflaten en het vagevuur. [1]Aflaten zijn compensaties voor het gebrek aan menselijk vermogen. Het is een eeuwenoude instelling dat zich alleen maar laat zien als middel om door te gaan met zondigen. [2] Ze worden gehaald uit de verdiensten van Christus, apostelen en martelaren als uit een schatkamer in beheer van de Paus. Dit zou suggereren dat het bloed van Christus niet genoeg is, in tegenstelling tot het heldere getuigenis van de Bijbel.
Morgen lezen we boek III.5.3 - III.5.8
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
donderdag 4 juni 2015
04-06; Boek III.4.27 - III.4.31
[27] Exegese boven de Summa. Waar Thomas van Aquino het Offer van Christus alleen de eerste zonde wil laten afwassen en de latere zonden door inspanningen vergeving kunnen krijgen, laat Calvijn zien dat vergeving van zonde komt van Christus alleen. De Korinthiërs worden als wedergeboren christenen gewezen om zich (weer) met Christus te laten verzoenen. Is ook wel het slimst, wie weet hoeveel zonde hij heeft en hoeveel werken hij daar tegenover moet doen? Heel de loop van ons leven moeten we vergeving en verzoening bij Christus zoeken.
[28] Ook het onderscheid tussen doodzondes en vergeeflijke zondes vindt Calvijn onzinnig. Alle zonde heeft de dood tot loon en er is geen zonde die niet vergeven kan worden. En dat laatste zegt alles over de barmhartigheid van God. Dat de roomsen dit de stoïcijnse dwaalleer vinden(geen onderscheid tussen zonden) weerlegt de Bijbel door de stellen dat het loon van de zonde en het overtreden van de Wet de dood verdient en de Wet de weg van het leven is.
[29] Calvijn wil met de Bijbel zijn tegenstanders als slangen zo strak vastbinden dat ze zelfs hun staart niet meer kunnen bewegen. Uit een aantal teksten valt te concluderen dat God niet meer aan de ongerechtigheden zal denken, maar dat de straf nog wel betaald moet worden.
[30] Het doet te kort aan het offer van Christus om er nog iets naast als genoegdoening te willen brengen. God heeft de schuld vergeven en daarom is de straf kwijtgescholden. Dit haalt ook het onderscheid tussen tijdelijke en eeuwige straf onderuit.
[31] Maar, stellen de tegenstanders van Calvijn, David hoort van Nathan dat hij nog gestraft wordt en Daniël spoort Nebukadnezar aan om straf met werken van barmhartigheid af te kopen. Maar Calvijn vindt het onzorgvuldige exegese, er moet een onderscheid gemaakt worden tussen straf en kastijding. Gods wraak is de straf die met Zijn verontwaardiging is verbonden. Kastijding is niet vanuit toorn of wraak, maar vanuit berisping en vermaning. In ieder geval niet als vergelding.
Volgende keer lezen we Boek III.4.32 - III.4.35
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[28] Ook het onderscheid tussen doodzondes en vergeeflijke zondes vindt Calvijn onzinnig. Alle zonde heeft de dood tot loon en er is geen zonde die niet vergeven kan worden. En dat laatste zegt alles over de barmhartigheid van God. Dat de roomsen dit de stoïcijnse dwaalleer vinden(geen onderscheid tussen zonden) weerlegt de Bijbel door de stellen dat het loon van de zonde en het overtreden van de Wet de dood verdient en de Wet de weg van het leven is.
[29] Calvijn wil met de Bijbel zijn tegenstanders als slangen zo strak vastbinden dat ze zelfs hun staart niet meer kunnen bewegen. Uit een aantal teksten valt te concluderen dat God niet meer aan de ongerechtigheden zal denken, maar dat de straf nog wel betaald moet worden.
[30] Het doet te kort aan het offer van Christus om er nog iets naast als genoegdoening te willen brengen. God heeft de schuld vergeven en daarom is de straf kwijtgescholden. Dit haalt ook het onderscheid tussen tijdelijke en eeuwige straf onderuit.
[31] Maar, stellen de tegenstanders van Calvijn, David hoort van Nathan dat hij nog gestraft wordt en Daniël spoort Nebukadnezar aan om straf met werken van barmhartigheid af te kopen. Maar Calvijn vindt het onzorgvuldige exegese, er moet een onderscheid gemaakt worden tussen straf en kastijding. Gods wraak is de straf die met Zijn verontwaardiging is verbonden. Kastijding is niet vanuit toorn of wraak, maar vanuit berisping en vermaning. In ieder geval niet als vergelding.
Volgende keer lezen we Boek III.4.32 - III.4.35
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
woensdag 3 juni 2015
03-06; Boek III.3.21 - III.3.26
Calvijn beziet de roomse biecht nog eens wat verder
[21] De priesters weten niet alles en ook niet of alles vergeven is, dus hun macht stelt heel weinig voor. Het kan niet de macht van Christus zijn. Calvijn ziet het binden en ontbinden in het spreken van de Kerk waarin ze zondaars straft en zondaars vergeving voorhoudt, dat is andere koek.
[22] De roomse biecht is gefundeerd in de persoon van de priester; alleen zondes die de priester weet kunnen vergeven worden en zitten zo vastgeknoopt aan een grondig onderzoek. Natuurlijk kan een priester ook twijfelen, maar hij kan zeker nooit alles weten, alle zondes, maar ook niet alle zwaartes van zonde. Het is beter om de zekerheid te ontlenen aan het Woord van God in plaats van en menselijk en falende priester.
[23] Reden genoeg voor Calvijn om de oorbiecht te verwerpen. Over de biecht bij de kerkelijke regering zal Calvijn later terugkomen. De priesters scheuren in stukken wat Christus voor ons als één geheel heeft gegeven, bekering en geloof.
[24]Als ze de biecht als door God gewild presenteren, bewijzen ze zichzelf als onkundige theologen. Het is een tirranieke menselijke wet met weinig goed resultaat.
[25] De derde plaats in de boetedoening is de genoegdoening, omdat het niet genoeg is om te onthouden van zonden, maar je moet bijdragen aan de gerechtigheid van God. Wat in strijd is met de term vergeving, dit moet vrijgevig zijn, een geschenk. Ook wordt de genoegdoening door de woorden 'om niet' onderuitgehaald. Christus is voor ons tot zonde gemaakt.
[26] Lombasrdus nuanceert het offer, de genoegdoening hierin wordt verminderd door onze zonden die we na onze doop bedrijven. Daarom is genoegdoening werkzaam naast het offer van Christus. Uiteraard gaat Calvijn hier niet in mee.
Morgen lezen we boek III.4.27 - III.4.31
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[21] De priesters weten niet alles en ook niet of alles vergeven is, dus hun macht stelt heel weinig voor. Het kan niet de macht van Christus zijn. Calvijn ziet het binden en ontbinden in het spreken van de Kerk waarin ze zondaars straft en zondaars vergeving voorhoudt, dat is andere koek.
[22] De roomse biecht is gefundeerd in de persoon van de priester; alleen zondes die de priester weet kunnen vergeven worden en zitten zo vastgeknoopt aan een grondig onderzoek. Natuurlijk kan een priester ook twijfelen, maar hij kan zeker nooit alles weten, alle zondes, maar ook niet alle zwaartes van zonde. Het is beter om de zekerheid te ontlenen aan het Woord van God in plaats van en menselijk en falende priester.
[23] Reden genoeg voor Calvijn om de oorbiecht te verwerpen. Over de biecht bij de kerkelijke regering zal Calvijn later terugkomen. De priesters scheuren in stukken wat Christus voor ons als één geheel heeft gegeven, bekering en geloof.
[24]Als ze de biecht als door God gewild presenteren, bewijzen ze zichzelf als onkundige theologen. Het is een tirranieke menselijke wet met weinig goed resultaat.
[25] De derde plaats in de boetedoening is de genoegdoening, omdat het niet genoeg is om te onthouden van zonden, maar je moet bijdragen aan de gerechtigheid van God. Wat in strijd is met de term vergeving, dit moet vrijgevig zijn, een geschenk. Ook wordt de genoegdoening door de woorden 'om niet' onderuitgehaald. Christus is voor ons tot zonde gemaakt.
[26] Lombasrdus nuanceert het offer, de genoegdoening hierin wordt verminderd door onze zonden die we na onze doop bedrijven. Daarom is genoegdoening werkzaam naast het offer van Christus. Uiteraard gaat Calvijn hier niet in mee.
Morgen lezen we boek III.4.27 - III.4.31
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
dinsdag 2 juni 2015
02-06-2015; Boek III.4.16 - III.4.20
Vanochtend weigerde mijn wekker dienst dus moest ik direct door naar college. Daarom nu wat later de lectio van vandaag. Ik voeg ook per alinea toe welke paragraaf het betreft. Overzicht is een schone zaak.
Calvijn zal nog eens de roomse biechtleer afdrogen. [16]Later in boek IV zal Calvijn nog terug komen op de biecht. Allereerst is het vreemd dat alle zonden gebiecht moeten worden, als we kijken naar de uitspraken van David in de Psalmen waarin hij weliswaar spreekt over veel, afgrijselijk veel zonden, maar niet over iedere zonde afzonderlijk in een opsomming.
[17]De casuïstiek van de roomse theologen doet de mens verstikken in eindeloze onderverdelingen zonder echte oplossingen te bieden. Niemand kan hierdoor getroost worden, zeker als iemand zich bedenkt hoe moeilijk het is om alle zondes van een dag boven water te krijgen, laat staan van één jaar tijdens de verplichte biecht.
[18]De kerkelijke wet dat niemand de hemel inkomt zonder (het voornemen tot) de biecht maakt van mensen dus wanhopers, ze kunnen hieraan niet voldoen, en ook huichelaars omdat een lijstje opsommen niks anders is dan de echte kennis van hoe ellendig ze eraan toe zijn. Dit is een besef dat zondigheid groter is dan wat de mens ervan gezien heeft en ervan weet. dit drukt de tollenaar uit(Luk. 18:13). Niet dat Calvijn bedoelt dat een enkele zin genoeg is om gegarandeerd vergeven te zijn, maar we moeten erkennen dat we zondiger zijn dan we zelf hebben bedacht en kunnen beseffen. Krachtig tegenargument tegen de biecht is dat Christus zonder te biechten vergaf. Ook in de eerste eeuwen van de kerk bestond de biecht niet. De opsteller(in de Summa) van de biechtregel heeft zichzelf tot rechters aangesteld. Maar het is geen zaak van de rechter om te weten of de zondaar wordt vrijgesproken, vrijspraak van zonden bestaat in geloof en bekering, dus het is de zaak van de zondaar die het voorwaardelijke Woord zich toegeëigend dat door de dienaar van het Woord gesproken wordt.
[19]Desondanks een paar schijnvoordelen wil Calvijn de oorbiecht afgeschaft zien. Schijnvoordeel is de schaamte die bij de biecht komt, dit zou vervolg van de zonde tegengaan. Alsof het roepen voor het gerechtelijk onderzoek door God de mens niet genoeg verootmoedigt. Praktijk is dat de priester een losplaats is voor zonden waar verder niet over nagedacht wordt in de rest van het jaar.
[20]Calvijn vindt de priesters geen opvolgers van de apostelen en daarom bezitten ze niet hun dierbare sleutelmacht. De sleutelmacht wordt namelijk gegeven met de Heilige Geest, weliswaar aan de apostelen, maar pas op de tweede plaats. Calvijn is er niet van overtuigd dat de priesters deze hebben. Bewijs daarvoor vindt hij in het onderwijs waarin met bedekte termen wordt gesuggereerd dat vergissen mogelijk is met de sleutelmacht, maar de Heilige Geest vergist Zich niet.
Morgen lezen we boek III.4.21 - III.4.26
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Calvijn zal nog eens de roomse biechtleer afdrogen. [16]Later in boek IV zal Calvijn nog terug komen op de biecht. Allereerst is het vreemd dat alle zonden gebiecht moeten worden, als we kijken naar de uitspraken van David in de Psalmen waarin hij weliswaar spreekt over veel, afgrijselijk veel zonden, maar niet over iedere zonde afzonderlijk in een opsomming.
[17]De casuïstiek van de roomse theologen doet de mens verstikken in eindeloze onderverdelingen zonder echte oplossingen te bieden. Niemand kan hierdoor getroost worden, zeker als iemand zich bedenkt hoe moeilijk het is om alle zondes van een dag boven water te krijgen, laat staan van één jaar tijdens de verplichte biecht.
[18]De kerkelijke wet dat niemand de hemel inkomt zonder (het voornemen tot) de biecht maakt van mensen dus wanhopers, ze kunnen hieraan niet voldoen, en ook huichelaars omdat een lijstje opsommen niks anders is dan de echte kennis van hoe ellendig ze eraan toe zijn. Dit is een besef dat zondigheid groter is dan wat de mens ervan gezien heeft en ervan weet. dit drukt de tollenaar uit(Luk. 18:13). Niet dat Calvijn bedoelt dat een enkele zin genoeg is om gegarandeerd vergeven te zijn, maar we moeten erkennen dat we zondiger zijn dan we zelf hebben bedacht en kunnen beseffen. Krachtig tegenargument tegen de biecht is dat Christus zonder te biechten vergaf. Ook in de eerste eeuwen van de kerk bestond de biecht niet. De opsteller(in de Summa) van de biechtregel heeft zichzelf tot rechters aangesteld. Maar het is geen zaak van de rechter om te weten of de zondaar wordt vrijgesproken, vrijspraak van zonden bestaat in geloof en bekering, dus het is de zaak van de zondaar die het voorwaardelijke Woord zich toegeëigend dat door de dienaar van het Woord gesproken wordt.
[19]Desondanks een paar schijnvoordelen wil Calvijn de oorbiecht afgeschaft zien. Schijnvoordeel is de schaamte die bij de biecht komt, dit zou vervolg van de zonde tegengaan. Alsof het roepen voor het gerechtelijk onderzoek door God de mens niet genoeg verootmoedigt. Praktijk is dat de priester een losplaats is voor zonden waar verder niet over nagedacht wordt in de rest van het jaar.
[20]Calvijn vindt de priesters geen opvolgers van de apostelen en daarom bezitten ze niet hun dierbare sleutelmacht. De sleutelmacht wordt namelijk gegeven met de Heilige Geest, weliswaar aan de apostelen, maar pas op de tweede plaats. Calvijn is er niet van overtuigd dat de priesters deze hebben. Bewijs daarvoor vindt hij in het onderwijs waarin met bedekte termen wordt gesuggereerd dat vergissen mogelijk is met de sleutelmacht, maar de Heilige Geest vergist Zich niet.
Morgen lezen we boek III.4.21 - III.4.26
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
woensdag 27 mei 2015
27-05; Boek III.4.1 - III.4.4
Calvijn schrijft weer eens de scholastici af die ook over de bekering hebben geschreven. Aan de hand van citaten van kerkvaders hebben ze een omschrijving van bekering gemaakt die bestaat uit de verbrijzeling van het hart, belijdenis met de mond en genoegdoening door de daad. Veel wordt er gesproken over uiterlijke bezigheden, maar niet over de vernieuwing van het gemoed. Calvijn ziet dat de bekering zonder belijdenis mogelijk is bij de oude schrijvers. Hij schrijft het af, hij ziet de schrijvers zichzelf verstrikken.
Het is geen scherpslijperij, het gaat uiteindelijk om de vergeving van zonden. De voorwaarden voor vergeving zijn duidelijk, maar hoe bijvoorbeeld de verbrijzeling genoeg is voor de hoeveelheid zonde wordt niet gezegd. De geplaagde gewetens worden dus aan zichzelf overgelaten. Het brengt geen rust.
De leer heeft tot gevolg dat mensen hongeren en dorsten naar verbrijzeling, terwijl ze juist moeten hongeren en dorsten naar Gods barmhartigheid.
Er is een discussie tussen kerkgeleerden van vroeger over waar de biecht vandaan komt. Is het een menselijke inzetting of een goddelijke inzetting? Het goddelijk naar zijn wezen, maar menselijk zoals het vorm heeft gekregen. Ze beroepen zich hier op de mozaïsche wet waarin de theologen een soort priesters zijn die geestelijke melaatsheid kunnen onderscheiden. Maar volgens Calvijn is het priesterschap overgedragen op Christus. Maar als Christus melaatsen geneest en naar de priesters stuurt is dit een getuigenis van Christus. Zo staan priesters tegen Christus, priesters hebben zelfs Christus omgebracht. De roomse priesters moeten ndit wel beseffen als ze het Bijbelse priesterschap op zichzelf toepassen.
Morgen lezen we boek III.4.5 - III.4.9
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Het is geen scherpslijperij, het gaat uiteindelijk om de vergeving van zonden. De voorwaarden voor vergeving zijn duidelijk, maar hoe bijvoorbeeld de verbrijzeling genoeg is voor de hoeveelheid zonde wordt niet gezegd. De geplaagde gewetens worden dus aan zichzelf overgelaten. Het brengt geen rust.
De leer heeft tot gevolg dat mensen hongeren en dorsten naar verbrijzeling, terwijl ze juist moeten hongeren en dorsten naar Gods barmhartigheid.
Er is een discussie tussen kerkgeleerden van vroeger over waar de biecht vandaan komt. Is het een menselijke inzetting of een goddelijke inzetting? Het goddelijk naar zijn wezen, maar menselijk zoals het vorm heeft gekregen. Ze beroepen zich hier op de mozaïsche wet waarin de theologen een soort priesters zijn die geestelijke melaatsheid kunnen onderscheiden. Maar volgens Calvijn is het priesterschap overgedragen op Christus. Maar als Christus melaatsen geneest en naar de priesters stuurt is dit een getuigenis van Christus. Zo staan priesters tegen Christus, priesters hebben zelfs Christus omgebracht. De roomse priesters moeten ndit wel beseffen als ze het Bijbelse priesterschap op zichzelf toepassen.
Morgen lezen we boek III.4.5 - III.4.9
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Abonneren op:
Posts (Atom)