De 33ste week van Lectio Calvini.
Dit is het laatste hoofdstuk over de verkiezing.
[1] De roeping van de uitverkorenen en de verharding van de verworpenen worden nu behandeld. De roeping is het certificaat van de uitverkiezing, mensen weten dat ze uitverkoren zijn door de roeping, en ze weten andersom ook dat de geroepen zijn doordat deze uitverkoren zijn. Maar vanuit de prediking komt ook de verwerping tot de verworpenen. Wie wordt geroepen komt tot Christus, het is niet mogelijk dat Christus roept en de mens komt niet. Dat is wat Calvijn van Augustinus geleerd heeft. Hier komt geen greintje menselijke wil of lopen bij kijken. Het is Gods ontferming alleen.
[2] De roeping krijgt gestalte door de verlichting door de Heilige Geest, dit bewijst meer dat het om de mens heen gaat. Het volk dat niet gezocht en geroepen heeft vindt God. God bestraalt mensen met het licht van Zijn Woord. God laat Zijn goedheid zo zien, maar voor de verworpenen is dit slecht een bewijs van Gods liefde die ze afwijzen en daarom meer tot hun oordeel. De innerlijke roeping is een onfeilbaar onderpand van de zaligheid. De roeping is alleen uit genade omdat tot in de laatste instantie de verkiezing erbij van beslissende betekenis is.
[3] Er zijn twee vergissingen die mensen bij de verkiezing maken. De eerste is dat mensen mee willen werken met God door de verkiezing met een eigen keuze te bekrachtigen, de tweede is om de verkiezing afhankelijk te maken van iets wat achter de verkiezing ligt. We hebben de bevestiging van de verkiezing in de roeping, dus moeten we deze zoeken in het objectieve Woord. Het is niet dat de verkiezing pas bevestigd wordt na onze aanvaarding en hieraan haar kracht ontleent. De werking van de uitverkiezing ligt dus niet in het subject, is niet subjectief. We moeten het in het Woord zoeken, het zou ook gek zijn om hier niet naar te kijken als onze ogen verlicht zijn door de Geest.
[4] De kracht van de uitverkiezing is dus niet afhankelijk van of mensen wel of niet in (hun) uitverkiezing geloven, maar er zijn wel tekenen die volgen op de uitverkiezing als zekere bewijzen. Er zijn geordende wegen, die mensen moeten nemen en niet proberen te zoeken in de verborgen besluiten van God als ze door de duivel aan het twijfelen gebracht. Fatalisme ligt bij iedereen op de loer, verkiezing ligt vast en wat kan een mens er dan aan doen behalve twijfelen? Zoals sommige mensen die buiten het Woord om iets te weten willen komen over hun uitverkiezing en in diepe afgronden vallen, zo zijn er ook mensen die vruchten van vertroosting uit de uitverkiezing plukken. De roeping is voor sommige zwak, maar het is in feite helder en duidelijk, zoals Bernardus van Clairvaux onder woorden brengt.
[5] Jezus Christus is de spits van de uitverkiezing, alles wat we hebben in de uitverkiezing is door Christus, dus moeten we op bij Hem onze ogen slaan. In Hem zijn we uitverkoren, Christus is de spiegel van de uitverkiezing. En buiten Christus kunnen we het niet zoeken. De uitverkiezing moet dan ook te horen zijn in onze gebeden, maar niet op de manier van "verhoor mij, als ik uitverkoren ben..."
Morgen lezen we boek III.24.6 - III.24.11
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Posts tonen met het label Johannes Faber. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Johannes Faber. Alle posts tonen
maandag 17 augustus 2015
vrijdag 14 augustus 2015
14-08; Boek III.23.11 - III.23.14
[11] Sommige mensen vinden het onbillijk omdat God niet dezelfde handelswijze naar iedereen is. God zou voor iedereen barmhartig moeten zijn. Maar God is ook billijk als Hij Zich in het straffen laat zien als een rechtvaardige rechter. Met Augustinus laat Calvijn zien dat God de straf voor allen laat zien en Zijn barmhartigheid bij enkelen.
[12] Sommige mensen zeggen dat de uitverkiezing mensen zorgeloos maakt om goed te doen, het is een excuus om lekker los te gaan omdat je zaligheid al in het besluit van God ligt, wat kan je dan nog veranderen daaraan. Maar de uitverkiezing is juist een aansporing om dit mysterie te overdenken en te leren verootmoedigen en te sidderen voor het oordeel terwijl je wacht op barmhartigheid. We zijn uiteindelijk uitverkoren om een heilig leven te leiden(Ef. 4:1). Dit moet alle lasteraars de mond wel snoeren.
[13] Een andere tegenwerping in het verlengde van de voorgaande, uitverkiezing zou aanmaningen zinloos maken. Paulus ontkracht dit, die heeft het vaak genoeg over de uitverkiezing maar laat het niet na om zijn brievenlezers aan te sporen om het goede te doen. De prediking moet er zijn om tot geloof te brengen, maar ook bewaren in volharding. Dat er mensen niet luisteren betekent niet dat de predestinatie niet waar is. Het moet gepredikt worden, naast de aansporingen dus.
[14] De waarheid moet op passende manier gezegd worden, het heeft geen zin om tegen mensen die niet geloven te zeggen dat dit komt omdat ze niet uitverkoren zijn. Dat geeft voedsel tot luiheid en slechtheid. Dit is meer een vervloeking uitspreken en dit soort mensen moeten uit de kerk verdwijnen. God brengt uiteindelijk effectiviteit aan in vermaningen. En omdat we niet het getal van de uitverkorenen kennen moeten we willen dat iedereen behouden wordt.
Volgende week is de lectio boek III. 24.1 - III.24.5
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[12] Sommige mensen zeggen dat de uitverkiezing mensen zorgeloos maakt om goed te doen, het is een excuus om lekker los te gaan omdat je zaligheid al in het besluit van God ligt, wat kan je dan nog veranderen daaraan. Maar de uitverkiezing is juist een aansporing om dit mysterie te overdenken en te leren verootmoedigen en te sidderen voor het oordeel terwijl je wacht op barmhartigheid. We zijn uiteindelijk uitverkoren om een heilig leven te leiden(Ef. 4:1). Dit moet alle lasteraars de mond wel snoeren.
[13] Een andere tegenwerping in het verlengde van de voorgaande, uitverkiezing zou aanmaningen zinloos maken. Paulus ontkracht dit, die heeft het vaak genoeg over de uitverkiezing maar laat het niet na om zijn brievenlezers aan te sporen om het goede te doen. De prediking moet er zijn om tot geloof te brengen, maar ook bewaren in volharding. Dat er mensen niet luisteren betekent niet dat de predestinatie niet waar is. Het moet gepredikt worden, naast de aansporingen dus.
[14] De waarheid moet op passende manier gezegd worden, het heeft geen zin om tegen mensen die niet geloven te zeggen dat dit komt omdat ze niet uitverkoren zijn. Dat geeft voedsel tot luiheid en slechtheid. Dit is meer een vervloeking uitspreken en dit soort mensen moeten uit de kerk verdwijnen. God brengt uiteindelijk effectiviteit aan in vermaningen. En omdat we niet het getal van de uitverkorenen kennen moeten we willen dat iedereen behouden wordt.
Volgende week is de lectio boek III. 24.1 - III.24.5
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
woensdag 8 juli 2015
08-07; Boek III.16.1 - III.16.4
[1] Calvijn weerlegt enkele lastsprekers die op de leer gereageerd hebben. Er zijn mensen die zeggen dat Calvijn de goede werken afschaft en mensen niet meer hiertoe aanspoort door de nadruk te leggen op rechtvaardiging door geloof. Ze zijn treurig als er meer geloof is en minder werken. Maar Calvijn stelt dat werken juist het geloof versterken, slechts de rechtvaardiging is uit geloof en niet uit werken. We kunnen de rechtaardiging van Christus ons niet toeeigenen zonder de heiligmaking toe te eigenen(vgl. 1 Kor. 1:30).
[2] Mensen zouden zich niet meer toeleggen op goede werken omdat deze niet meer beloond worden. Alsof er niet gezegd is dat de beloning op goede werken net zoveel een gave is als het vermogen om goede werken te doen(Wat Calvijn later nog wel zal uitwerken). Maar allereerst is de stelling van de tegenstanders zwak. God wil namelijk om niet gediend te worden. Ten tweede staat de Bijbel vol met aansporingen om goede werken te doen, Calvijn somt bijna een pagina vol. Het is niet waar dat de leer van Calvijn mensen niet aanspoort tot goede werken.
[3] De Bijbel staat vol met aansporingen, vermaningen en bestraffingen om aan te zetten tot goede werken, maar nergens is een blijk van verdienste hierin te vinden. Er wordt meer gewezen op Gods barmhartigheid. Het is dus of met Calvijn met de herinnering aan Gods barmhartigheid en zegeningen aangespoord worden tot goede werken, of uit slaafse gehoorzaamheid afgedwongen daden volbrengen. God heeft juist de blijmoedige gever lief. De Bijbel bevat wel uiteenzettingen over beloningen, maar dit is niet het voornaamste en niet het enige wat als argument wordt genoemd en kan dus geen uitgangspunt vormen voor de discussie.
[4] De ergste laster is dat Calvijn mensen aanzet tot zonde met zijn rechtvaardigingsleer. Maar als mensen leren dat alleen het bloed van JEzus genoeg was om de schuld te betalen en dat we daarin gewassen worden van onze onreinheid, zou dat niet genoeg zijn om een afkeer van de zonde te krijgen?
Goed, dit was in de Vertaling van De Niet de eerste band, op naar de tweede band.
Morgen lezen we boek III.17.1 - III.17.5
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[2] Mensen zouden zich niet meer toeleggen op goede werken omdat deze niet meer beloond worden. Alsof er niet gezegd is dat de beloning op goede werken net zoveel een gave is als het vermogen om goede werken te doen(Wat Calvijn later nog wel zal uitwerken). Maar allereerst is de stelling van de tegenstanders zwak. God wil namelijk om niet gediend te worden. Ten tweede staat de Bijbel vol met aansporingen om goede werken te doen, Calvijn somt bijna een pagina vol. Het is niet waar dat de leer van Calvijn mensen niet aanspoort tot goede werken.
[3] De Bijbel staat vol met aansporingen, vermaningen en bestraffingen om aan te zetten tot goede werken, maar nergens is een blijk van verdienste hierin te vinden. Er wordt meer gewezen op Gods barmhartigheid. Het is dus of met Calvijn met de herinnering aan Gods barmhartigheid en zegeningen aangespoord worden tot goede werken, of uit slaafse gehoorzaamheid afgedwongen daden volbrengen. God heeft juist de blijmoedige gever lief. De Bijbel bevat wel uiteenzettingen over beloningen, maar dit is niet het voornaamste en niet het enige wat als argument wordt genoemd en kan dus geen uitgangspunt vormen voor de discussie.
[4] De ergste laster is dat Calvijn mensen aanzet tot zonde met zijn rechtvaardigingsleer. Maar als mensen leren dat alleen het bloed van JEzus genoeg was om de schuld te betalen en dat we daarin gewassen worden van onze onreinheid, zou dat niet genoeg zijn om een afkeer van de zonde te krijgen?
Goed, dit was in de Vertaling van De Niet de eerste band, op naar de tweede band.
Morgen lezen we boek III.17.1 - III.17.5
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Abonneren op:
Posts (Atom)