[33] Onderdiakenen doen nu geen nuttige dingen, in tegenstelling tot de armenzorg die hun verantwoordelijkheid vroeger was. De inwijding bestaat uit het overhandigen van beker, schalen, kannen en een handdoek. Dat is niet echt iets waarin de Heilige Geest zit. Alle kritiek samen te vatten op de sacramentele wijding is dat er alleen sprake van een Sacrament kan zijn als de handeling de belofte zichtbaar maakt. Maar als er geen belofte en instelling te vinden is, is de handeling, de ceremonie dus nutteloos.
[34] Het huwelijk is het laatste niet-Sacrament. Het is een instelling van God beaamt Calvijn, maar dat zijn beroepen als bakker en kapper ook. De roomsen zeggen dat het huwelijk een Sacrament is omdat het een teken van de geestelijke vereniging is van Christus met de Kerk. Maar het woord teken dat ze hier gebruiken zou moeten leiden dat ze ieder beeld dat gebruikt wordt in de Bijbel tot een Sacrfament maken, zoals het mosterdzaad dat een beeld is van d
het Koninkrijk der hemelen, etc.
[35] Een argument van de roomsen is een uitleg van Efeze 5:28-32. Maar dit is wel op een verkeerde manier gedaan. De mannen wordt de liefde van Christus tot Zijn Kerk voorgehouden. Het mysterie hiervan is groot, maar dit slaat meer op de verbintenis van Christus met Zijn Kerk, dat de Kerk echt vlees van Zijn vlees en gebeente van Zijn gebeente is dan op het huwelijk. Anders verwissel je hemel en aarde.
[36] Er zitten twee denkfouten in het huwelijk zien als een Sacrament. Ten eerste is het een vertaalkwestie. In Efeze gebruikt Paulus het Griekse woord mysterion, dat mysterie betekent, maar in het Latijn in plaats van met arcanum(geheim, verborgenheid), is vertaald met sacrament, het verkeerde woord voor geheim. Ten tweede wordt het huwelijk hooggeprezen, maar in eerder schrijven vuiligheid en onrein genoemd. En het is gek dat de priesters geen huwelijk mogen hebben als het een Sacrament is. Andersom is het gek dat het huwelijk en specifiek de geslachtsgemeenschap een Sacrament is, maar dat de Heilige Geest er niet in aanwezig is.
[37] Met het Sacrament van het huwelijk hebben de roomsen ook de regelgeving betreffende de huwelijken naar zich getrokken en hier zoveel onzinnige regels bij verzonnen. Sommige zijn onzinnig, sommige gaan tegen de regels van Mozes en het recht van volken in.
[1] Het laatste hoofdstuk van de Institutie gaat over de overheid. Eerder heeft Calvijn genoemd dat een mens op twee manier bestuurd wordt. Nu gaat het over de manier waarop de mens in tijdelijke zaken bestuurd wordt. Calvijn moet ook in dit opzicht opkomen voor het ware geloof omdat het wordt aangevallen door anabaptisten aan de ene kant en machiavelliaanse politici aan de andere kant. De anabaptisten maken verkeerd gebruik van het begrip van de christelijke vrijheid. Jezus kan geen koning zijn als de christen een andere koning van het land moet erkennen. Maar wie een onderscheiding erkent tussen lichaam en ziel en vergankelijk en eeuwig leven weet dat het geestelijk koninkrijk van Christus verschilt van een geordend maatschappelijk leven. Voorbeeld is Paulus' spreken over de slaaf die blijkbaar desondanks zijn positie als slaaf leeft in christelijke vrijheid.
Volgende week lezen we boek IV.20.2 - IV.20.7
Posts tonen met het label huwelijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label huwelijk. Alle posts tonen
vrijdag 11 december 2015
dinsdag 20 oktober 2015
20-10; Boek IV.12.25 - IV.13.3
[25] Voorstanders van het celibaat gebruiken een bijbels argument dat de levitische priesters zich tijdens hun dienst moesten onthouden van seks met hun vrouw. Maar de priesters waren geen voorbeeld voor dienaars van het Evangelie, maar voorafbeeldingen van Jezus Christus die later in de hemelse rechtbank de verzoening bracht die in de tabernakel onvolkomen was. Ook de Apostelen hadden wel vrouwen die ze soms meenamen(1 Kor. 9:5).
[26] Wat moeten de tegenstanders van Calvijn dan ook met de vroege Kerk, waarin huwelijk zelfs wel aanbevolen? Er is wel geprobeerd op het concilie van Nicea het celibaat in te voeren, maar dit vond Calvijn aandachtstrekkende en bijgelovige stumperds. Het concilie besloot ook met de uitsprak dat het kuis is om bij je eigen vrouw te slapen. Het huwelijk bleef heilig en geen smet op het ambt.
[27] Na dit concilie werd het celibaat en maagdelijkheid bezongen als het allerbeste van de mens ten koste van de eer voor het huwelijk. Priesters mochten niet meer trouwen. Het is dus wel een oude instelling, maar nog eerder was het huwelijk een normale en heilige zaak voor apostelen en eerdere bisschoppen en herders. Ook vindt Calvijn de houding tegenover het huwelijk onbillijk, wat komt doordat mensen veel te hoog dachten over maagdelijkheid. Ook waren mensen nooit zo streng hierin. Wie trouwde moest zijn ambt opgeven.
[28] Voorstanders van het celibaat moet men antwoorden dat de oude tucht weer ingesteld wordt. en ze moeten daarna nadenken over wat nu precies noodzakelijkheid is en wat het beste zou zijn voor de Kerk. Calvijn ziet wel ruimte voor een verplichte celibaat, maar om de tegenstanders te laten begrijpen met welke onbeschaamdheid ze bezig zijn. Ze moeten ook nadenken over Hieronymus die maagdelijkheid de zuiverste kuisheid vond, maar het huwelijk daar direct na als tweede(Wat dus stiekem niet Hieronymus is, maar een pree van Erasmus.
[1] Calvijn snijdt een nieuw onderwerp aan, de geloften. Het is namelijk al erg genoeg dat de Kerk vervuilt is met een massa tradities die tiranniek opgelegd zijn, mensen doen dit voor zichzelf door geloftes. Calvijn houdt hoog dat de manier voor leven voor de mens wordt uitgelegd in de Wet, ook is het duidelijk dat we er zelf niks bij moeten verzinnen. Het beste wat een mens kan doen is gehoorzaamheid laten zien. Geen beloftes doen dus aan God. Christenen hebben soms te makkelijk geloftes gedaan en net als heidenen om ieder wissewasje een gelofte aan God gedaan, vrij lomp en onnadenkend.
[2] We moeten weten aan wie we een gelofte doen. Dat is aan God, die niks anders wil dan gehoorzaamheid en alles wat eigenwillig wordt opgedrongen als dienst aan Hem vervloekt. We moeten niet de vrijheid nemen iets te verzinnen waar de Bijbel niets over zegt.
[3] Ten tweede moeten we God niet verzoeken om geloftes te doen waarbij we afhankelijk zijn van zaken buiten onze macht. We hebben vrijheid gekregen van God. Voorbeelden zijn de gelofte van de moordenaars die Paulus willen doden(zelfs al wilden ze iets goed doen), Jefta, maar ook de priester die tegen hun menselijke natuur beloven celibaat te leven. We mogen ook niks beloven wat onze roeping op onze plaats belemmert, zoals een vader die iets belooft en daarom zijn gezin moet achterlaten. We zijn in de vrijheid gezet door God en we moeten ons niet tot slaven maken van uitwendige zaken.
Morgen lezen we boek IV.13.4 - IV.13.10
lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[26] Wat moeten de tegenstanders van Calvijn dan ook met de vroege Kerk, waarin huwelijk zelfs wel aanbevolen? Er is wel geprobeerd op het concilie van Nicea het celibaat in te voeren, maar dit vond Calvijn aandachtstrekkende en bijgelovige stumperds. Het concilie besloot ook met de uitsprak dat het kuis is om bij je eigen vrouw te slapen. Het huwelijk bleef heilig en geen smet op het ambt.
[27] Na dit concilie werd het celibaat en maagdelijkheid bezongen als het allerbeste van de mens ten koste van de eer voor het huwelijk. Priesters mochten niet meer trouwen. Het is dus wel een oude instelling, maar nog eerder was het huwelijk een normale en heilige zaak voor apostelen en eerdere bisschoppen en herders. Ook vindt Calvijn de houding tegenover het huwelijk onbillijk, wat komt doordat mensen veel te hoog dachten over maagdelijkheid. Ook waren mensen nooit zo streng hierin. Wie trouwde moest zijn ambt opgeven.
[28] Voorstanders van het celibaat moet men antwoorden dat de oude tucht weer ingesteld wordt. en ze moeten daarna nadenken over wat nu precies noodzakelijkheid is en wat het beste zou zijn voor de Kerk. Calvijn ziet wel ruimte voor een verplichte celibaat, maar om de tegenstanders te laten begrijpen met welke onbeschaamdheid ze bezig zijn. Ze moeten ook nadenken over Hieronymus die maagdelijkheid de zuiverste kuisheid vond, maar het huwelijk daar direct na als tweede(Wat dus stiekem niet Hieronymus is, maar een pree van Erasmus.
[1] Calvijn snijdt een nieuw onderwerp aan, de geloften. Het is namelijk al erg genoeg dat de Kerk vervuilt is met een massa tradities die tiranniek opgelegd zijn, mensen doen dit voor zichzelf door geloftes. Calvijn houdt hoog dat de manier voor leven voor de mens wordt uitgelegd in de Wet, ook is het duidelijk dat we er zelf niks bij moeten verzinnen. Het beste wat een mens kan doen is gehoorzaamheid laten zien. Geen beloftes doen dus aan God. Christenen hebben soms te makkelijk geloftes gedaan en net als heidenen om ieder wissewasje een gelofte aan God gedaan, vrij lomp en onnadenkend.
[2] We moeten weten aan wie we een gelofte doen. Dat is aan God, die niks anders wil dan gehoorzaamheid en alles wat eigenwillig wordt opgedrongen als dienst aan Hem vervloekt. We moeten niet de vrijheid nemen iets te verzinnen waar de Bijbel niets over zegt.
[3] Ten tweede moeten we God niet verzoeken om geloftes te doen waarbij we afhankelijk zijn van zaken buiten onze macht. We hebben vrijheid gekregen van God. Voorbeelden zijn de gelofte van de moordenaars die Paulus willen doden(zelfs al wilden ze iets goed doen), Jefta, maar ook de priester die tegen hun menselijke natuur beloven celibaat te leven. We mogen ook niks beloven wat onze roeping op onze plaats belemmert, zoals een vader die iets belooft en daarom zijn gezin moet achterlaten. We zijn in de vrijheid gezet door God en we moeten ons niet tot slaven maken van uitwendige zaken.
Morgen lezen we boek IV.13.4 - IV.13.10
lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
dinsdag 7 april 2015
07-04; Boek II.8.39 - II.8.46
Het zesde gebod; niet doden.
We moeten in dit gebod iedere vorm van schade toebrengen achterwege laten, en juist het leven van de naaste beschermen. Maar nog dieper gaat dit ook ons innerlijk aan. God laat dit gebod ook gaan over haat en moordlust die niet per se uitgevoerd wordt. Calvijn gelooft niet dat iemand kwaad kan worden op iemand anders zonder dat het verlangen hem kwaad te doen in hem opvlamt. Dat is een mooi gedachte-experiment. Volgens mij is dit waar en ook de reden waarom het niet duidelijk is wat mensen willen als ze boos zijn en iets zeggen tegen de persoon op wie ze boos zijn. Iemand die zich vervelend gedraagt in een treincoupé bijvoorbeeld door muziek op zijn telefoon af te spelen. Als iemand daar wat boos van zegt lijkt hij niet tevreden als het doel van de vraag is bereikt, dat de muziek uitgaat. Is dat omdat het eigenlijke doel is hem iets aan te doen wat zo'n persoon in zijn binnenste beraamt en is hij daarom nog steeds niet tevreden tot hij de situatie of de persoon vergeet?
Reden voor dit gebod is simpel, een ander is ook een mens, dus ook beeld van God en ook van ons vlees. De nadruk die wordt gelegd op het lichamelijke laat zien dat het innerlijke ook belangrijk is.
Het zevende gebod; niet echtbreken.
God bemint kuisheid en reinheid, wij moeten dan onreinheid uit de weg gaan en een diepe afkeer hebben van een wellustige begeerte. God heeft het huwelijk gezegend, zo hoeft de mens niet alleen te zijn. Maar zo is ook iedere andere vorm van samenleven vervloekt. Het huwelijk is ook een remedie om wellusten tegen te houden.
Maagdelijk leven is een grote gave, maar niet voor iedereen weggelegd. God geeft deze gave, maar wie denkt met Gods hulp ongetrouwd te kunnen leven zonder daadwerkelijk Gods hulp(een maagdelijk leven wordt niet zo rijkelijk gegeven) gaat tegen Gods instelling in. Er zijn mensen die gecastreerd zijn om zich aan de kerk toe te wijden, maar dat is op een bijzondere manier kenbaar gemaakt. Daarom wie het vatten kan, vatte het.
Als je toch probeert celibatair te even strijd je tegen God en de door Hem bepaalde natuur als je de aard van je leven niet aanpast aan de maat van je mogelijkheden. Celibatair leven is ook niet voor het gemak of de rust. Er zijn veel mensen die zich niet kunnen beheersen, dus het is geen schande om de enige remedie tegen onkuisheid aan te grijpen. Kuisheid is van de ziel.
God wil kuisheid, en alles wat daarmee in strijd is veroordeelt Hij. Een eerbaar en ingetogen leven geldt ook binnen het huwelijk. Het huwelijk is geen reden om bandeloos te leven. Anders kan je als man een hoerenloper van je eigen vrouw genoemd worden. Volgens mij zegt Calvijn hier dat het huwelijk geen 50 tinten grijs is. Ook ons uiterlijk en onze daden moeten kuis zijn. We moeten niet met ons uiterlijk andermans kuisheid belagen.
Achtste gebod; niet stelen.
God heeft door Zijn voorzienigheid gegeven aan een ieder wat hem of haar toekomt. Dit is niet alleen af te nemen met geweld, maar ook op allerlei oneerlijke praktijken, hiertegen gaat het gebod. Hier is een interessante parallel met het eerste gebod. Wie zijn naaste iets onthoudt wat hem toekomt doet zijn naaste te kort en eigent zich dat toe. Net zoals God de eer onthouden en aan iets anders geven doet God tekort en is ook schuldig.
We moeten anderen ook helpen met hun eigendommen en niet ons eigendom vermeerderen ten kosten van anderen. De nood van andere moeten we met eigen rijkdom verlichten. Verder moet ieder op zijn plaats de ander de verschuldigde goederen, geld of eer of gehoorzaamheid, geven. Wat je aan je naaste schuldig bent, moet je je naaste betalen.
Morgen lezen we boek II.8.47 - II.8.52
We moeten in dit gebod iedere vorm van schade toebrengen achterwege laten, en juist het leven van de naaste beschermen. Maar nog dieper gaat dit ook ons innerlijk aan. God laat dit gebod ook gaan over haat en moordlust die niet per se uitgevoerd wordt. Calvijn gelooft niet dat iemand kwaad kan worden op iemand anders zonder dat het verlangen hem kwaad te doen in hem opvlamt. Dat is een mooi gedachte-experiment. Volgens mij is dit waar en ook de reden waarom het niet duidelijk is wat mensen willen als ze boos zijn en iets zeggen tegen de persoon op wie ze boos zijn. Iemand die zich vervelend gedraagt in een treincoupé bijvoorbeeld door muziek op zijn telefoon af te spelen. Als iemand daar wat boos van zegt lijkt hij niet tevreden als het doel van de vraag is bereikt, dat de muziek uitgaat. Is dat omdat het eigenlijke doel is hem iets aan te doen wat zo'n persoon in zijn binnenste beraamt en is hij daarom nog steeds niet tevreden tot hij de situatie of de persoon vergeet?
Reden voor dit gebod is simpel, een ander is ook een mens, dus ook beeld van God en ook van ons vlees. De nadruk die wordt gelegd op het lichamelijke laat zien dat het innerlijke ook belangrijk is.
Het zevende gebod; niet echtbreken.
God bemint kuisheid en reinheid, wij moeten dan onreinheid uit de weg gaan en een diepe afkeer hebben van een wellustige begeerte. God heeft het huwelijk gezegend, zo hoeft de mens niet alleen te zijn. Maar zo is ook iedere andere vorm van samenleven vervloekt. Het huwelijk is ook een remedie om wellusten tegen te houden.
Maagdelijk leven is een grote gave, maar niet voor iedereen weggelegd. God geeft deze gave, maar wie denkt met Gods hulp ongetrouwd te kunnen leven zonder daadwerkelijk Gods hulp(een maagdelijk leven wordt niet zo rijkelijk gegeven) gaat tegen Gods instelling in. Er zijn mensen die gecastreerd zijn om zich aan de kerk toe te wijden, maar dat is op een bijzondere manier kenbaar gemaakt. Daarom wie het vatten kan, vatte het.
Als je toch probeert celibatair te even strijd je tegen God en de door Hem bepaalde natuur als je de aard van je leven niet aanpast aan de maat van je mogelijkheden. Celibatair leven is ook niet voor het gemak of de rust. Er zijn veel mensen die zich niet kunnen beheersen, dus het is geen schande om de enige remedie tegen onkuisheid aan te grijpen. Kuisheid is van de ziel.
God wil kuisheid, en alles wat daarmee in strijd is veroordeelt Hij. Een eerbaar en ingetogen leven geldt ook binnen het huwelijk. Het huwelijk is geen reden om bandeloos te leven. Anders kan je als man een hoerenloper van je eigen vrouw genoemd worden. Volgens mij zegt Calvijn hier dat het huwelijk geen 50 tinten grijs is. Ook ons uiterlijk en onze daden moeten kuis zijn. We moeten niet met ons uiterlijk andermans kuisheid belagen.
Achtste gebod; niet stelen.
God heeft door Zijn voorzienigheid gegeven aan een ieder wat hem of haar toekomt. Dit is niet alleen af te nemen met geweld, maar ook op allerlei oneerlijke praktijken, hiertegen gaat het gebod. Hier is een interessante parallel met het eerste gebod. Wie zijn naaste iets onthoudt wat hem toekomt doet zijn naaste te kort en eigent zich dat toe. Net zoals God de eer onthouden en aan iets anders geven doet God tekort en is ook schuldig.
We moeten anderen ook helpen met hun eigendommen en niet ons eigendom vermeerderen ten kosten van anderen. De nood van andere moeten we met eigen rijkdom verlichten. Verder moet ieder op zijn plaats de ander de verschuldigde goederen, geld of eer of gehoorzaamheid, geven. Wat je aan je naaste schuldig bent, moet je je naaste betalen.
Morgen lezen we boek II.8.47 - II.8.52
Abonneren op:
Posts (Atom)