God geeft ook volharding[4] en laat het zichtbaar zijn in de levens van de heiligen. Volharding is een goede gave, maar deze gave moet dan wel worden gebruikt, dus is er een kruis te dragen zodat de volharding zichtbaar wordt.
[5] Ook is een kruis soms nodig om onze verlangens onder de duim te houden. Als de teugels worden gevierd is de mens geneigd om Gods juk van de schouders af te schudden. Een beetje verlichting wordt al snel het afweren. God leert ons het vlees te beteugelen door middel van het kruis.
[6] Als de Heer ons straft kan dat ook vanwege een zonde in het verleden zijn. In een tuchtiging meten we dus ons verleden nog eens doornemen en hieruit geduld halen. God kastijdt ons hier zodat we later niet gestraft hoeven te worden. Dan moeten we ook op Gods mildheid en goedheid blijven zien, God kastijdt opdat we er beter van worden en niet onszelf verharden zoals de goddelozen doen als God ze straft.
[7] Vervolging om de gerechtigheid is een groot voorrecht in de krijgsdienst voor God. Als we vervolgd worden om de gerechtigheid hebben we een grote schat in de hemel en is datgene wat normaal grote rampspoed is (ballingschap, eerverlies, gevangenschap) het grootste geluk.
[8] Dit moet ons aansporen om dit alles dankbaar uit de hand van God te ontvangen, hoe gek dat ook moge klinken. Deze blijdschap is geen compensatie, anders zou het geen kruisdragen meer zijn.
[9] Kruisdragen is iets anders dan ongevoelig zijn, christenen zijn geen stoïcijnen(http://nl.wikipedia.org/wiki/Stoa). Stoïcijnen omschrijven een onmenselijke volharding. Er zijn wel stoïcijnse christenen voor wie zuchten en klagen niet alleen zonde is, maar bedroefd en bekommerd zijn ook. Calvijn zegt dat dat vaak mensen met een gemakkelijk leven zijn. Christus zuchtte en weende ook en sprak de treurende zalig, zodat niemand dit kon afkeuren.
[10]Calvijn schrijft dit alles om christenen voor wanhoop te bewaren. Het is desalniettemin wel menselijk om een botsing te merken tussen het lijden en de volharding. Petrus ging ook de dood tegemoet maar zou waarschijnlijk aan de ene kant bang geweest zijn, aan de andere kant vurig van geest.
Morgen lezen we boek III.3.8.11 - 3.9.4
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Posts tonen met het label kastijding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kastijding. Alle posts tonen
dinsdag 16 juni 2015
zaterdag 6 juni 2015
05-06; Boek III.4.32 - III.4.35
Een dagje later, ik was gister op een conferentie vanaf verschrikkelijk vroeg. Misschien is dit onderdeel ook wel een van de moeilijkere gedeeltes in het calvinisme; de straffende God. Dit godsbeeld gaat in tegen het godsbeeld dat veel mensen hebben, het Moralistic Therapeutic Deism(https://en.wikipedia.org/wiki/Moralistic_therapeutic_deism) of het roept nare ervaringen of onbeantwoorde vragen over het levensloop bij jezelf of andere op. Maar ik denk dat Calvijn toch de moeite waar is om door te lezen.
We gaan weer verder met het onderscheid tussen straf en tuchtiging. [32] Calvijn noemt kastijding zelfs een zegen. De straf van de torn daarentegen wordt het voorportaal van de hel in dit leven genoemd. De Bijbelse personen hebben vaak gebeden om bewaard te worden van de toorn maar niet om de kastijding/tuchtiging af te houden. Er ligt zelfs vermindering van smarten in het overdenken van Gods bedoeling, aldus Habakuk. God slaat namelijk soms zo dat mensen zich niet ver van de hel verwijderd voelen, God zegt dat mensen Zijn toorn hebben verdiend en mensen beijveren zich om met God in het reine te komen. En toch is God mild en matig in het kastijden. Dat is ook wel nodig, Calvijn zegt dat mensen die zich toeleggen op de beoefening van vroomheid ook een stuk teerder in hun gemoed worden.
Een tweede verschil[33], de straf is een betaling van de zonden, de tuchtiging is gericht op bekering. Je zou kunnen zeggen dat de straf is gericht op het verleden van een persoon en de tuchtiging op de toekomst. Dit is al bekend bij Augustinus en (Pseudo-)Chrysostomus, niets nieuws wat Calvijn ten berde brengt. God laat Zich ook vaak zien als verontwaardigd als Zijn volk zich niet bekeerd. Wat ook een aspect hierin is, is dat gelijke omstandigheden voor de een tot tuchtiging en voor de ander tot straf is, als ik mij niet vergis werkt Augustinus dit groots uit in de Stad van God, waar gelovigen en ongelovigen in Rome door de Visigoten werden getergd.
[34] Een gelovige moet zich sterken met deze gedachte in de bitterheid van beproeving. Het zou zomaar voorkomen dat een gelovige denkt dat hij gestraft wordt en zich onmogelijk kan voorstellen door God bemint te worden. Maar je komt verder als hij bedenkt dat God Zich over de zonden vertoornt, maar hemzelf genadig en goedgunstig is. Het is soms zwaar, zoals ook in de Bijbel de wanhoop dicht genaderd wordt. Het is ook een beproeving als ongelovigen ongestraft blijven en gelovigen de volle laag krijgen. Maar het is genade om terug naar de Wet gebracht te worden terwijl de goddelozen rondrennen op een weg die eindigt in het graf.
[35]Nu over de bestraffing van David na Batseba. God liet overduidelijk zien dat Hij doodslag en overspel niet wil. David is hierin ook een voorbeeld voor alle eeuwen na hem. Desalniettemin was het geen straf om iets aan God te betalen. Dit is ook de algemene vloek van de mensheid, hierin voelen we hoe serieus God de overtredingen van Zijn Wet opneemt en laat ons verlangen naar het hoogste geluk. God straft op die manier verschillend bij verschillende personen, maar God laat zien dat Hij meteen vergevingsgezind is als de getuchtigde zich bekeert, en dat het onze halstarrigheid is die hiertoe in de weg staat. David wordt uitgebreid besproken, andere voorbeelden laten vaak vergeving uit genade zien., het verhaal van David is in die zin meer een uitzondering.
Wat mij opvalt is dat hier God actief op het mensenleven wordt betrokken, in onze tijd lijkt God wel op afstand te staan, zeker in zaken die je overkomen. Misschien wil de mens vandaag nog wel het positieve aan God toeschrijven, maar echt alles en zo direct als Calvijn het schetst kunnen we misschien nog wat van leren.
Volgende week lezen we Boek III.4.26 - III.5.2
Lees deze en andere post terug op lectiocalvini.blogspot.com
We gaan weer verder met het onderscheid tussen straf en tuchtiging. [32] Calvijn noemt kastijding zelfs een zegen. De straf van de torn daarentegen wordt het voorportaal van de hel in dit leven genoemd. De Bijbelse personen hebben vaak gebeden om bewaard te worden van de toorn maar niet om de kastijding/tuchtiging af te houden. Er ligt zelfs vermindering van smarten in het overdenken van Gods bedoeling, aldus Habakuk. God slaat namelijk soms zo dat mensen zich niet ver van de hel verwijderd voelen, God zegt dat mensen Zijn toorn hebben verdiend en mensen beijveren zich om met God in het reine te komen. En toch is God mild en matig in het kastijden. Dat is ook wel nodig, Calvijn zegt dat mensen die zich toeleggen op de beoefening van vroomheid ook een stuk teerder in hun gemoed worden.
Een tweede verschil[33], de straf is een betaling van de zonden, de tuchtiging is gericht op bekering. Je zou kunnen zeggen dat de straf is gericht op het verleden van een persoon en de tuchtiging op de toekomst. Dit is al bekend bij Augustinus en (Pseudo-)Chrysostomus, niets nieuws wat Calvijn ten berde brengt. God laat Zich ook vaak zien als verontwaardigd als Zijn volk zich niet bekeerd. Wat ook een aspect hierin is, is dat gelijke omstandigheden voor de een tot tuchtiging en voor de ander tot straf is, als ik mij niet vergis werkt Augustinus dit groots uit in de Stad van God, waar gelovigen en ongelovigen in Rome door de Visigoten werden getergd.
[34] Een gelovige moet zich sterken met deze gedachte in de bitterheid van beproeving. Het zou zomaar voorkomen dat een gelovige denkt dat hij gestraft wordt en zich onmogelijk kan voorstellen door God bemint te worden. Maar je komt verder als hij bedenkt dat God Zich over de zonden vertoornt, maar hemzelf genadig en goedgunstig is. Het is soms zwaar, zoals ook in de Bijbel de wanhoop dicht genaderd wordt. Het is ook een beproeving als ongelovigen ongestraft blijven en gelovigen de volle laag krijgen. Maar het is genade om terug naar de Wet gebracht te worden terwijl de goddelozen rondrennen op een weg die eindigt in het graf.
[35]Nu over de bestraffing van David na Batseba. God liet overduidelijk zien dat Hij doodslag en overspel niet wil. David is hierin ook een voorbeeld voor alle eeuwen na hem. Desalniettemin was het geen straf om iets aan God te betalen. Dit is ook de algemene vloek van de mensheid, hierin voelen we hoe serieus God de overtredingen van Zijn Wet opneemt en laat ons verlangen naar het hoogste geluk. God straft op die manier verschillend bij verschillende personen, maar God laat zien dat Hij meteen vergevingsgezind is als de getuchtigde zich bekeert, en dat het onze halstarrigheid is die hiertoe in de weg staat. David wordt uitgebreid besproken, andere voorbeelden laten vaak vergeving uit genade zien., het verhaal van David is in die zin meer een uitzondering.
Wat mij opvalt is dat hier God actief op het mensenleven wordt betrokken, in onze tijd lijkt God wel op afstand te staan, zeker in zaken die je overkomen. Misschien wil de mens vandaag nog wel het positieve aan God toeschrijven, maar echt alles en zo direct als Calvijn het schetst kunnen we misschien nog wat van leren.
Volgende week lezen we Boek III.4.26 - III.5.2
Lees deze en andere post terug op lectiocalvini.blogspot.com
donderdag 4 juni 2015
04-06; Boek III.4.27 - III.4.31
[27] Exegese boven de Summa. Waar Thomas van Aquino het Offer van Christus alleen de eerste zonde wil laten afwassen en de latere zonden door inspanningen vergeving kunnen krijgen, laat Calvijn zien dat vergeving van zonde komt van Christus alleen. De Korinthiërs worden als wedergeboren christenen gewezen om zich (weer) met Christus te laten verzoenen. Is ook wel het slimst, wie weet hoeveel zonde hij heeft en hoeveel werken hij daar tegenover moet doen? Heel de loop van ons leven moeten we vergeving en verzoening bij Christus zoeken.
[28] Ook het onderscheid tussen doodzondes en vergeeflijke zondes vindt Calvijn onzinnig. Alle zonde heeft de dood tot loon en er is geen zonde die niet vergeven kan worden. En dat laatste zegt alles over de barmhartigheid van God. Dat de roomsen dit de stoïcijnse dwaalleer vinden(geen onderscheid tussen zonden) weerlegt de Bijbel door de stellen dat het loon van de zonde en het overtreden van de Wet de dood verdient en de Wet de weg van het leven is.
[29] Calvijn wil met de Bijbel zijn tegenstanders als slangen zo strak vastbinden dat ze zelfs hun staart niet meer kunnen bewegen. Uit een aantal teksten valt te concluderen dat God niet meer aan de ongerechtigheden zal denken, maar dat de straf nog wel betaald moet worden.
[30] Het doet te kort aan het offer van Christus om er nog iets naast als genoegdoening te willen brengen. God heeft de schuld vergeven en daarom is de straf kwijtgescholden. Dit haalt ook het onderscheid tussen tijdelijke en eeuwige straf onderuit.
[31] Maar, stellen de tegenstanders van Calvijn, David hoort van Nathan dat hij nog gestraft wordt en Daniël spoort Nebukadnezar aan om straf met werken van barmhartigheid af te kopen. Maar Calvijn vindt het onzorgvuldige exegese, er moet een onderscheid gemaakt worden tussen straf en kastijding. Gods wraak is de straf die met Zijn verontwaardiging is verbonden. Kastijding is niet vanuit toorn of wraak, maar vanuit berisping en vermaning. In ieder geval niet als vergelding.
Volgende keer lezen we Boek III.4.32 - III.4.35
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[28] Ook het onderscheid tussen doodzondes en vergeeflijke zondes vindt Calvijn onzinnig. Alle zonde heeft de dood tot loon en er is geen zonde die niet vergeven kan worden. En dat laatste zegt alles over de barmhartigheid van God. Dat de roomsen dit de stoïcijnse dwaalleer vinden(geen onderscheid tussen zonden) weerlegt de Bijbel door de stellen dat het loon van de zonde en het overtreden van de Wet de dood verdient en de Wet de weg van het leven is.
[29] Calvijn wil met de Bijbel zijn tegenstanders als slangen zo strak vastbinden dat ze zelfs hun staart niet meer kunnen bewegen. Uit een aantal teksten valt te concluderen dat God niet meer aan de ongerechtigheden zal denken, maar dat de straf nog wel betaald moet worden.
[30] Het doet te kort aan het offer van Christus om er nog iets naast als genoegdoening te willen brengen. God heeft de schuld vergeven en daarom is de straf kwijtgescholden. Dit haalt ook het onderscheid tussen tijdelijke en eeuwige straf onderuit.
[31] Maar, stellen de tegenstanders van Calvijn, David hoort van Nathan dat hij nog gestraft wordt en Daniël spoort Nebukadnezar aan om straf met werken van barmhartigheid af te kopen. Maar Calvijn vindt het onzorgvuldige exegese, er moet een onderscheid gemaakt worden tussen straf en kastijding. Gods wraak is de straf die met Zijn verontwaardiging is verbonden. Kastijding is niet vanuit toorn of wraak, maar vanuit berisping en vermaning. In ieder geval niet als vergelding.
Volgende keer lezen we Boek III.4.32 - III.4.35
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Abonneren op:
Posts (Atom)