Posts tonen met het label bisschop. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bisschop. Alle posts tonen

woensdag 16 september 2015

16-09; IV.5.16 - IV.6.3

[16] De verdeling van het geld zoals die vroeger was ingezet en was weergegeven door Calvijn in IV.4.7, is zo goed als afgeschaft. Priesters en bisschoppen verrijkten zichzelf met kerkelijk geld ten koste van de armen. Calvijn vindt dit zeer oneerbiedig en gewoonweg kerkroof.

[17] Er zijn mensen die deze praktijken verdedigen door te wijzen op de waardigheid en de eer van de kerk. Per slot van rekening zijn er teksten die de luister van het koninkrijk beschrijven met termen als goud en zilver. Calvijn vindt het niet de moeite waard om ze te weerleggen, maar vraagt zich wel af wat de lieden zelf zouden vinden als een Jood deze teksten op zichzelf toepast en de geestelijke zaken niet-geestelijk opvat. Er zijn wel momenten geweest in de kerkgeschiedenis dat keizers hun keizerlijke kleren aflegden en met het volk boetedoening deden voor het aangezicht van God. Maar toen baadden de priesters niet in overdaad van geld en goud. Ambrosius heeft op het Concilie van Aquileia benadrukt dat priesters moeten roemen in hun armoede.

[18] Calvijn vat het samen. Er is een Bijbelse norm voor wat mag worden uitgegeven ter versiering van de kerkgebouwen in de aard van de versierde dingen zelf. Nu wordt het geld besteed aan zaken waar Christus gen opdracht heeft gegeven, en dat terwijl het armen van de honger omkomen. Sterker nog, waar het geld dan wel aan wordt uitbesteed is beargumenteerd met bijgeloof van de priesters en bisschoppen.

[19] Ook is het dwaasheid om de kerkregering te betrekken op het huis- en landerijenbezitten van de geestelijken. Het staat in tegenspraak met de soberheid en matigheid die ons wel in de Bijbel wordt voorgehouden voor ambtsdragers. Waarschijnlijk vinden de ambtsdragers van nu het veel te streng van Hieronymus als deze schrijft dat armen en vreemdelingen en met heb Christus als gasten aan hun tafel moeten zijn. De titel van diakenschap is toen in ieder geval verloren gegaan.

[1] Calvijn heeft het verval van de inzettingen van de vroege Kerk laten zien. Nu gaat hij het hebben over de paus, de waarborg dat de Roomse kerk de echte katholieke Kerk is. Het primaat van de stoel van Rome is niet een inzetting van vroeger of van de Bijbel. Iedereen probeert de protestanten te overtuigen dat de enige band van kerkelijke eenheid in de gehoorzaamheid aan de stoel van Rome ligt.Er wordt gedacht vanuit het axioma dat de paus van Rome, als plaatsvervanger van Christus die het Hoofd van de Kerk is, in Zijn plaats de leiding over de hgehele Kerk heeft en dat er slechts dan een goede kerkinrichting is indien deze stoel het primaat boven alle bisschopszetels houdt.

[2] De vraag is dus of er een primaat van een bisschopzetel nodig is, zodat deze het hoofd van het lichaam wordt? Het hogepriesterschap wordt aangevoerd als argument, ten onrechte. Voor het land Israël was één man genoeg om de eenheid te bewaren, maar om alle macht over Oost en West in de handen van een man te leggen is te gek. Maar de hogepriester was ten diepste ook een type van Christus, en dus moet het priesterschap en het recht overgedragen worden, maar niet aan de paus, maar aan Christus.

[3] Het tijdelijke priesterschap was dus geen eeuwige wet. In het NT is er dan ook geen bevestiging behalve Matth. 16:18, waarbij nog moet worden aangetoond dat het gaat over gezag voeren over de hele wereld is. Ook moet worden aangetoond dat er meer aan PEtrus is gegeven dan aan de andere discipelen. Die tekst leert uiteindelijk dat alle apostelen de opdracht als dienaren van het Evangelie mensen te verzoenen met God en de macht hebben om straffend op te treden als ze niet luisteren.

Morgen lezen we boek IV.6.4 - IV.6.9

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

dinsdag 15 september 2015

15-09; Boek IV.5.8 - IV.5.15

[8] In vroegere tijden was het niet mogelijk om monnik te zijn en te behoren tot de geestelijkheid. ER zijn pausen geweest die dit gebruik met een woord aan de kant hebben geschoven. En dat terwijl Hieronymus zegt dat hij zijn priesterschap niet uitoefent als hij onder de monniken is, en dat hij zich ziet als man uit het volk. Het is nooit de bedoeling geweest van Christus om monniken in hun schuilhoekje de mis te laten prevelen. Een presbyter is er om leiding te geven aan een gemeente. En juist monniken moeten geen openbare dienst beleggen, in hun klooster blijven en al helemaal niet de sacramenten bedienen.

[9] Daarnaast heb je dus de wereldgeestelijken, die voor een gedeelte bestaan uit de beneficiarissen, en mensen die leven van het onderhouden van de mis. Allebei de soorten wereldgeestelijkheid hebben te maken met misbruik en perverteringen. Ze doen de waardigheid van de presbyter teniet, Calvijn vindt het geen wettig ambt, omdat ze de inzetting van vroeger niet uitvoeren.

[10] Er zijn ook veel functies, die buiten de pracht en praal van ceremonieën geen enkele waarde hebben, er zit geen dienst aan de Kerk in door bijvoorbeeld woordverkondiging, tucht of zorg voor Sacramenten. Ze zullen niet eens weten wat de vereisten in de Bijbel zijn voor een presbyter.  Kanunniken hadden ouderling(presbyter) moeten worden, andere titels hebben weinig tot niets te maken met degelijke kerkregering. Ze beweren wel presbyters te zijn, maar dat is gewoonweg niet waar.

[11] Bisschoppen en bestuurders van de parochies hebben een vroom en uitnemend ambt, maar voeren hier niet veel van uit. Meestal hebben ze de taken aan iemand anders overgedragen. Vaak komen ze niet een keer per jaar in hun kerk. Of ze houden alleen zaken in de gaten die opbrengst kunnen leveren.

[12] Bij Gregorius is al te lezen dat er een kiem van dit kwaad bestond in de Kerk. Hij schrijft erover dat de bestuurders nalatig werden in het geven van onderwijs. Hij klaagt in preken erover dat herders de taken laten liggen. Ook Bernardus van Clairvaux maakt in zijn tijd nog werk van dit probleem in zijn preken.

[13] Met het pausdom zoals Calvijn het kende was er geen grotere roversbende te vinden. Alles was in strijd met de inzetting van Christus en de oude Kerk en logisch nadenken. En toch verdedigen mensen zoals Pighius deze eerbiedwaardige hiërarchie als overgeleverd van vroeger. Maar de inzetting van vroeger heeft niets te maken met de chaos van die tijd. Nu is alles versplinterd en verward.

[14] Ook is er in de levenswandel van de priesters niks te zien van het zout der aarde zijn  of het licht van de wereld zijn. Priesters zitten vol met ondeugden en zijn asociale lui. Veel, zo niet alle priesters zouden geëxcommuniceerd moeten worden volgens de maatstaven van de tucht van de oude kerkelijke bepalingen.

[15] En diakenen doen nu niet meer datgene waar ze voor aangesteld zijn, namelijk armenzorg. Behalve dan heel misschien als ze voor de consecratie de offergaven ophalen. Desondanks vroeger de kerkgangers eerst elkaar een kus gaven en hun gaven zelf naar voren brachten. Tegenwoordig(toen in Calvijns tijd dus) kan je beter je offergaven in zee gooien, dan heb je even grote kans dat ze bij de armen komen. Het fantasiediaconaat is de draak steken met de kerk. Het licht van Gods Woord is gedoofd en na zo de Kerk als het ware vermoord te hebben hebben ze de buit geplunderd.

Morgen lezen we boek IV.5.16 - IV.6.3

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

maandag 14 september 2015

14-09; Boek IV.5.2 - IV.5.7

De 37ste week van Lectio Calvini!

[2] Een andere pervertering van de oude praktijk is dat het volk geen stem meer heeft in de verkiezing. Als ze de kersverse bisschop zien is dit direct om hem te aanbidden, niet om hem te onderzoeken. Dat noemt Leo I machtsmisbruik. Cyprianus noemt  het goddelijk recht dat er niks plaatsvindt zonder toestemming van de gemeente. Er zouden dus nu gen goddelijk en kerkrechtelijk geldige verkiezingen zijn. De tegenstanders van Calvijn vonden dat het nodig was het volk en de regering een stem te onthouden. Maar nu is het middel groter kwaad dan dan de kwaal. Het volk leefde vroeger ook met de regels voor de bisschoppen dus hoefde deze taak niet overgenomen te worden door kanunniken. Plus dat die interne regels de grootste zondaars het ambt in heeft geholpen.

[3] Het is ook dudielijk dat er in vroegere tijden veel beroering was bij de keuze van een bisschop. Toch dacht niemand eraan het volk hun recht te ontnemen. Calvijn schetst een lijn dat het volk wat slordig werd en de presbyters zich het recht toeeigenden ten koste van het recht van het volk. Vorsten zijn hier later bij ingesprongen en hebben bisschoppen opgedrongen aan kerken.

[4] Bisschoppen wijken af van de oude inzetting door geen presbyters te bevestigen om het volk te leiden en hoeden, maar om als priesters te offeren, net als diakenen om bepaalde ceremoniën uit te voeren. Ook wordt een inzetting van het concilie van Chalcedon ongedaan gemaakt. Hier is bepaald dat ordeningen niet in absolute zin mogen zijn. Een ordening moet met taak en plaats zijn. Dit is om te voorkomen dat mensen ergens geld zitten te verbruiken en dat er geen eretitels beschikbaar zijn. Er is dus ook een clandestiene handel in titels.

[5] Maar zelfs zonder misbruik is het raar om een presbyter te benoemen zonder plaats. En dan nog is het een vertekening van de oorspronkelijke taak, desondanks hij is opgeleukt met rituelen en vertoon. er wordt geen onderzoek gepleegd, alleen keken naar geld of kadootjes, daarna wordt er een ordening opgevoerd die Calvijn belachelijk vindt. Desondanks is de gevestigde orde van toen fel in het verdedigen.

[6] Er is een wildgroei aan praktijken rondom beneficies, dat zijn zaken die vroeger aan een ordening vastzaten, maar er nu volkomen los van staan. Ook vermoedt Calvijn veel simonie rondom de beneficies. Priesterplaatsen worden zo verkregen om het belang van mensen te dienen, niet het belang van de kerken.

[7] Het volk had het waarschijnlijk niet zover laten komen met hun benoemingsrecht. Nu kom je jonge manen tegen aan een hof die over meerdere kerken en bisdommen de leiding hebben. Gods Woord en Concilies spreken zich hiertegen uit. Dit zou de heilige opvolging zijn waardoor de kerk niet verloren zal gaan. Calvijn is, zoals te lezen is, verbolgen over de praktijk van de kerk van toen. En terecht.

Morgen lezen we boek IV.5.8 - IV.5.15

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

zaterdag 12 september 2015

12-09; Boek IV.4.11 - IV.5.1

Twee dagen later, er stonden vier dagen deze week, dus ik nam het er lekker van. Nu gaan we met Calvijn wat dieper de kerkgeschiedenis in wat betreft het ambt.

[11] Uit de geschiedenis, zoals het Concilie van Antiochië, is duidelijk te zien en vastgelegd dat er nooit een bisschop is gekozen tegen de wil van het volk in. Bij Augustinus en in de kerkelijke geschiedenis van Theodoretus is te zien dat bisschoppen hun opvolger mochten aanwijzen, maar deze nog steeds de instemming van het volk nodig had.

[12] Er is wel op het Concilie van Laodicea een besluit genomen om de verhoudingen geestelijkheid/volk in een besluit in balans te houden. De geestelijken maakten een keuze, deze werd voorgelegd aan de overheid, raad of de leiders. Na goedkeuring werd de zaak aan het volk voorgelegd. De kans op tumult of een verdeling in twee kampen van het volk werd zo voorkomen. Het volk werd ook van te voren geraadpleegd om geschikte kandidaten te vinden. Ook Leo I schrijft hierover.

[13] Deze manier van verkiezen was lang in gebruik gebleven, ook bij Gregorius in de zesde eeuw. Er zijn zo nog rondom het jaar duizend pausen verkozen. Alleen in Rome en Constantinopel was toestemming van de keizer nodig, omdat hij daar woonde. Ambrosius heeft ooit een keer in een ernstig verdeelde stad toezicht gehouden, maar dat was een noodsituatie. Dat soms de keizer om toestemming van een wijding werd gevraagd, is niet in tegenspraak met de regels, deze verhinderen juist dat een vorst buiten de kerkelijke regels om zomaar iemand kan aanstellen met machtsmisbruik. Dit is iets anders dan een keizer te eren met het bekrachtigen van een wettige verkiezing met zijn gezag.

[14] De wijding in de vroeger Kerk vond plaats met de metropoliet en de bisschoppen uit de provincie, zoals ook was vastgelegd in het Concilie van Nicea. Het blijkt dat ze vroeger ook bij de verkiezing aanwezig waren. Dit is wel in onbruik geraakt, reizen was niet zo makkelijk als nu en mensen konden in deze gang van zaken misbruik maken van de situatie. Cyprianus vermeldt dat het daarom voldoende was voor de andere bisschoppen om aanwezig te zijn bij de wijding en daar ook het onderzoek naar leer en leven te houden.

[15] Later vond de verbastering van deze gewoonte ingang, namelijk om na de verkiezing in de hoofdstad een verzoek tot wijding in te dienen. Dit ontspoorde later zo dat alle bisschoppen van Italië naar Rome gingen om hun verzoek toen Rome machtiger werd. Milaan deed niet mee an deze dingen. De Ceremonie bestond uit het opleggen van handen, van iets anders is niets te lezen. Bisschoppen hadden een plechtiger gewaad aan waardoor ze te onderscheiden waren van andere presbyters. Elke bisschop ordende zijn eigen presbyters en diakenen. Een presbyter en een bisschop verschilden alleen in de mogelijkheid die de laatste had om mensen te ordenen.

[1] Bovenstaande is ernstig vertekent onder het pausdom ten tijde van Calvijn. Dit laat hij zien door te onderzoeken hoe mensen nu tot bisschop kan worden gewijd. Een onderzoek is niet meer aan de orde. Daardoor zijn er laatste honderd jaar(toen) weinig bisschoppen gewijd met theologische kennis. Ook over het leven valt vaak wat te zeggen. Er zijn zelfs met toestemming van de paus jongens van nauwelijks tien jaar tot bisschop gewijd. Wie dit precies is weet ik niet, maar het klinkt ook in mijn oren als een slecht idee. Calvijn vindt dat de eerbied voor God bij de verkiezingen weg is.

Volgende week lezen we boek IV.5.1 - IV.5.7

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com