De 44ste week.
[9] In het OT waren de zaken van de Doop, doding en afwassing, al voorafgeschaduwd. In de doorgang door de Rode Zee liet God zien dat Hij ons uit de slavernij leidt. In de wolk van het volk in de woestijn laat Hij zien dat Jezus ons een verkoelende wolk is en de ondraaglijke toorn van de Vader van ons weghoudt.
[10] Het is een misverstand om te denken dat de Doop de erfzonde weghaalt. De erfzonde is namelijk het bederf van de menselijke natuur die op zichzelf al vloekwaardig is, en de bron van alle werken van het vlees is. De Doop is de verzekering dat deze vloek weggenomen is van de gedoopte.
[11] Ten tweede blijft de erfzonde telkens nieuwe vruchten of werken van het vlees naar voren brengen, dit houdt pas op met het afleggen van het sterfelijk lichaam. Dit is geen excuus om dan maar te blijven zondigen, maar ook geen reden om te wanhopen, wie al een klein beetje vooruitgang maakt boekt winst.
[12] Dit is wat wordt beschreven in Romeinen 7. Paulus zegt daar dat we bevrijd zijn uit de klem van de Wet om met Christus verbonden te worden. De Wet is er om ons de onmacht en ellende te belijden. Dit laat Paulus zien bij zichzelf waarin hij te maken heeft met de overblijfselen van de zonde in zijn lichaam. Deze verhinderen hem om de Wet geheel te gehoorzamen. Maar gelukkig is de gelovige niet meer onder de Wet en wordt hij van schuld en oordeel vrijgesproken.
[13] De Doop is ook een belijdenis tegenover andere mensen om te laten zien dat de gedoopte bij God hoort. Dit is wat Paulus bedoelt als hij de Korintiërs vraagt naar hun Doop(1:13).
[14] Nu e dit weten mogen we ervan overtuigt zijn dat in de Doop we gesterkt en gevoed worden, dat god tot ons spreekt en ons wast en ons aan de heerschappij van satan ontrukt en dat Jezus één met ons wordt. Dit is even zeker als het water dat wast of waar de dopeling in ondergedompeld wordt. Want dat is een Sacrament en dat is hoe Jezus tot ons wilt spreken.
[15] Zo werd Cornelius de hoofdman gedoopt tot meer zekerheid in zijn geloof. Paulus werd gedoopt om de vergeving van zonden gerust te aanvaarden. Het is zeker een krachtig handelen van God naar ons toe, maar puur als symbool genomen is het een teken van ons vertrouwen in Gods barmhartigheid, onze reinheid in Jezus en onze eensgezindheid in de Kerk.
[16] Het maakt niet uit wie de doop bedient, want het is ten diepste het handelen van God, net zoals het niet uitmaakt welke postbode een brief bezorgt. Dit was vroeger de dwaling van de donatisten en in Calvijns tijd de dwaling van de wederdopers. Ook in het pausdom werden mensen in de naam van de Drie-enige God gedoopt en was de Doop met dezelfde inhoud.
Morgen lezen we boek IV.15.17 - IV.15.17.22
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Posts tonen met het label vergeving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vergeving. Alle posts tonen
maandag 2 november 2015
dinsdag 1 september 2015
01-09; Boek IV.1.22 - IV.1.29
[22] De sleutelmacht is ook gegeven voor de blijvende vergeving. Het is niet alleen tot vergeving voor de mensen die tot geloof komen, maar ook voor de gelovigen die in de Kerk zitten. Ook de vromen kunnen gesterkt worden met de belofte die door de ambtsdragers wordt voorgehouden. Gods kinderen hebben Gods vergeving nodig om voor Zijn aangezicht te kunnen blijven en dit krijgen ze alleen door deel uit te maken van de gemeenschap van de Kerk. Daar wordt deze weldaad gegeven door de ambtsdragers in prediking en Sacrament.
[23]Novatianisme is weer terug in de kerk bij de wederdopers(https://en.wikipedia.org/wiki/Novatianism). Het is de leer dat mensen na hun doop geen smet meer hebben, daardoor is de zonde na de doop een enkeltje oordeel. Het is een dwaalleer, de Bijbel leert namelijk dat we iedere dag het vergeef ons onze schulden uit het Onze Vader moeten bidden. Ook moeten we 7 maal 70 keer onze broeders vergeven. Er is vergeving ook voor de heiligen, hun hele leven lang.
[24] De gelovigen onder het oude verbond deden allemaal rare fratsen en kregen toch vergeving, zoals de gelovige bij uitstek van het OT, David. Ook aartsvaders maakten het behoorlijk bond, nadat ze waren opgenomen in het verbond.
[25] De OT Profeten beloofden veel vergeving voor het volk. Het volk kan nog zo zondig zijn, de profeten blijven barmhartigheid beloven. Salomo liet bij de tempel gebeden inzetten voor vergeving van zonden, ook werden er dagelijks offers ter vergeving geofferd. God zag dat Zijn volk aan ongeneesbare kwalen van de zonde zou lijden en had hierdoor een geneesmiddel ingesteld.
[26] De genadige weldaad is niet weggenomen toen Christus op aarde kwam, maar veel meer toegenomen. Petrus heeft Jezus geloochend en wordt weer vergeven. Zelfs Simon de Tovenaar wordt niet aan wanhoop overgeleverd.
[27] Zelfs hele kerken worden niet uitgesloten van barmhartigheden, de Galaten en Korintiërs maakten zich schuldig aan grote zonden maar werden ook opgeroepen zich te bekeren. We worden dus bepaald dat de genade plaats heeft in de Kerk van Christus. Het gaat namelijk eerst over de Kerk en daarna komt de vergeving van zonden.
[28] Sommigen gaat het novatianisme te ver en zeggen dat alleen onbewuste zonden vergeven kunnen worden. Calvijn weerlegd dit door te zeggen dat het offer van Christus ook hiervoor de kracht heeft en dat de lichamelijke offers er als tekenen naar wezen. Het is ook niet overtuigend als alle voorgenoemde mensen beschouwd werden alsof ze alles onbewust deden. Onze onwelwillendheid staat niet de barmhartige welwillendheid van God in de weg.
[29] Calvijn is bekend met het feit dat in de Oude Kerk de boetedoening eenmalig en onherhaalbaar was, net als de Doop. De dagelijkse vergeving was voor lichte zonden. Dit was niet omdat bij God geen vergeving was, maar om mensen af te schrikken, het was meer pedagogisch, het gaat ook over openlijk bekende misdaden die de Kerk schandalig vond.
Morgen lezen we boek IV.2.1 - IV.2.5
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[23]Novatianisme is weer terug in de kerk bij de wederdopers(https://en.wikipedia.org/wiki/Novatianism). Het is de leer dat mensen na hun doop geen smet meer hebben, daardoor is de zonde na de doop een enkeltje oordeel. Het is een dwaalleer, de Bijbel leert namelijk dat we iedere dag het vergeef ons onze schulden uit het Onze Vader moeten bidden. Ook moeten we 7 maal 70 keer onze broeders vergeven. Er is vergeving ook voor de heiligen, hun hele leven lang.
[24] De gelovigen onder het oude verbond deden allemaal rare fratsen en kregen toch vergeving, zoals de gelovige bij uitstek van het OT, David. Ook aartsvaders maakten het behoorlijk bond, nadat ze waren opgenomen in het verbond.
[25] De OT Profeten beloofden veel vergeving voor het volk. Het volk kan nog zo zondig zijn, de profeten blijven barmhartigheid beloven. Salomo liet bij de tempel gebeden inzetten voor vergeving van zonden, ook werden er dagelijks offers ter vergeving geofferd. God zag dat Zijn volk aan ongeneesbare kwalen van de zonde zou lijden en had hierdoor een geneesmiddel ingesteld.
[26] De genadige weldaad is niet weggenomen toen Christus op aarde kwam, maar veel meer toegenomen. Petrus heeft Jezus geloochend en wordt weer vergeven. Zelfs Simon de Tovenaar wordt niet aan wanhoop overgeleverd.
[27] Zelfs hele kerken worden niet uitgesloten van barmhartigheden, de Galaten en Korintiërs maakten zich schuldig aan grote zonden maar werden ook opgeroepen zich te bekeren. We worden dus bepaald dat de genade plaats heeft in de Kerk van Christus. Het gaat namelijk eerst over de Kerk en daarna komt de vergeving van zonden.
[28] Sommigen gaat het novatianisme te ver en zeggen dat alleen onbewuste zonden vergeven kunnen worden. Calvijn weerlegd dit door te zeggen dat het offer van Christus ook hiervoor de kracht heeft en dat de lichamelijke offers er als tekenen naar wezen. Het is ook niet overtuigend als alle voorgenoemde mensen beschouwd werden alsof ze alles onbewust deden. Onze onwelwillendheid staat niet de barmhartige welwillendheid van God in de weg.
[29] Calvijn is bekend met het feit dat in de Oude Kerk de boetedoening eenmalig en onherhaalbaar was, net als de Doop. De dagelijkse vergeving was voor lichte zonden. Dit was niet omdat bij God geen vergeving was, maar om mensen af te schrikken, het was meer pedagogisch, het gaat ook over openlijk bekende misdaden die de Kerk schandalig vond.
Morgen lezen we boek IV.2.1 - IV.2.5
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
maandag 31 augustus 2015
31-08; Boek IV.1.15 - IV.1.21
De 35ste week van Lectio Calvini.
Volgens mij ben ik vergeten twee paragrafen te lezen vrijdag die gaan over het niet te snel verlaten van de gemeente, of als donatist of kathaar een zuivere kerk zoeken. De kerk is gemengd met goddelozen tot de volheid van de tijd. Paulus noemde de gemeente in Korinthe in zijn broef desondanks alle dwaling, zonde en scheuring nog steeds de gemeenschap van heiligen.
[15] Er zijn mensen, zoals ook in de Korinthebrief te lezen is, die misdadiger zijn en uit de gemeente geweerd moeten worden. Dit is de plicht van de Kerk, maar daarom mag nog steeds niet ieder voor zich beslissen om zich van de Kerk af te scheiden. We moeten ook niet strenger zijn dan Paulus en bij het Heilig Avondmaal anderen dan alleen onszelf onderzoeken. Paulus gaat er blijkbaar van uit dat het indringen van onwaardigen ons niet schaadt.
[16] De meeste mensen die de Kerk om dit soort zaken verlaten zijn ijverig voor gerechtigheid, misschien zelfs te ijverig. Maar het komt vaak voort uit hoogmoed, aanmatiging en een onjuiste opvatting van heiligheid. Calvijn sluit zich aan bij Augustinus die zegt dat de tucht tot eenheid en vrede moet leiden. Vromen moeten barmhartig vermanen en als ze dat niet kunnen, moeten ze geduldig verdragen. Wie uit afkeer de door God gegeven uitwendige verbintenis afweert, plaatst zich op een weg waarop men makkelijk uit de gemeenschap der heiligen valt.
[17] Sommigen gebruiken de heiligheid van de Kerk als argument, de Kerk behoort heilig te zijn, maar het is wel een heiligheid, vindt Calvijn, die van dag tot dag wordt vermeerderd, dus nooit af is. Het is niet dat de heiligen zonder spat of smet zijn, van Godswege wordt de heiligheid waar ze zich op toeleggen en een begin mee hebben gemaakt hun toegekend.
[18] De profeten hebben een voorbeeld gesteld in hun tijd. Het volk was vaak genoeg echt slecht bezig, toch hebben mensen zich vergaderd in de tempel en hebben ze geen nieuwe kerk gestart omdat ze bang waren zich te verontreinigen.
[19] Ook in Jezus' tijd gold dit. Te midden van Farizeeërs en mensen met een goddeloze levensstijl bleven mensen naar de tempel komen voor de openbare uitoefening van de godsdienst. Met Cyprianus moeten we dus bedenken dat we koren en geen kaf behoren te zijn en het aan de Heer toekomt aarden vaten te breken, niet aan de mens. De onreinheid van een predikant of gewoon kerklid raakt de vrome niet in zijn geweten als de sacramenten ook door hun worden aangeraakt.
[20] Er zijn dus mensen die slechts kerken erkennen die vrij van de allerkleinste smetten zijn en wijzen leraren af die gelovigen aansporen tot verbetering door hun te leren zuchten onder de last van zonden en toevlucht te nemen tot vergeving. Dit zou de volmaaktheid afhouden, is de reden. Mensen moeten aangespoord worden, vindt Calvijn, maar het is een duivelse leugen om te stellen dat mensen op aarde de volmaaktheid kunnen bereiken. En daarna gaat de Kerk aan vergeving van zonden vooraf. God geeft de vergeving binnen de gemeenschap der heiligen.
[21] God neemt ons niet maar één keer door de vergeving van zonden op in de kerk, maar door diezelfde vergeving bewaart en beschermt Hij ons in Haar. Een mens is zich sowieso zijn leven lang bezig om bewust te worden welke zonden hij vergeven van moet worden. We dragen ons hele leven de sporen van de zonden, we zouden het geen ogenblik volhouden als we maar één keer vergeven werden. We moeten het dan ook voor zeker houden dat door Gods goedgunstigheid, door tussenkomst van Christus' verdienste en dor de heiligmaking van de Geest, aan ons die in het lichaam van de Kerk opgenomen en ingelijfd zijn, genade voor onze zonden bewezen is en nog dagelijks bewezen wordt.
Morgen lezen we IV.1.22 -IV.1.29
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Volgens mij ben ik vergeten twee paragrafen te lezen vrijdag die gaan over het niet te snel verlaten van de gemeente, of als donatist of kathaar een zuivere kerk zoeken. De kerk is gemengd met goddelozen tot de volheid van de tijd. Paulus noemde de gemeente in Korinthe in zijn broef desondanks alle dwaling, zonde en scheuring nog steeds de gemeenschap van heiligen.
[15] Er zijn mensen, zoals ook in de Korinthebrief te lezen is, die misdadiger zijn en uit de gemeente geweerd moeten worden. Dit is de plicht van de Kerk, maar daarom mag nog steeds niet ieder voor zich beslissen om zich van de Kerk af te scheiden. We moeten ook niet strenger zijn dan Paulus en bij het Heilig Avondmaal anderen dan alleen onszelf onderzoeken. Paulus gaat er blijkbaar van uit dat het indringen van onwaardigen ons niet schaadt.
[16] De meeste mensen die de Kerk om dit soort zaken verlaten zijn ijverig voor gerechtigheid, misschien zelfs te ijverig. Maar het komt vaak voort uit hoogmoed, aanmatiging en een onjuiste opvatting van heiligheid. Calvijn sluit zich aan bij Augustinus die zegt dat de tucht tot eenheid en vrede moet leiden. Vromen moeten barmhartig vermanen en als ze dat niet kunnen, moeten ze geduldig verdragen. Wie uit afkeer de door God gegeven uitwendige verbintenis afweert, plaatst zich op een weg waarop men makkelijk uit de gemeenschap der heiligen valt.
[17] Sommigen gebruiken de heiligheid van de Kerk als argument, de Kerk behoort heilig te zijn, maar het is wel een heiligheid, vindt Calvijn, die van dag tot dag wordt vermeerderd, dus nooit af is. Het is niet dat de heiligen zonder spat of smet zijn, van Godswege wordt de heiligheid waar ze zich op toeleggen en een begin mee hebben gemaakt hun toegekend.
[18] De profeten hebben een voorbeeld gesteld in hun tijd. Het volk was vaak genoeg echt slecht bezig, toch hebben mensen zich vergaderd in de tempel en hebben ze geen nieuwe kerk gestart omdat ze bang waren zich te verontreinigen.
[19] Ook in Jezus' tijd gold dit. Te midden van Farizeeërs en mensen met een goddeloze levensstijl bleven mensen naar de tempel komen voor de openbare uitoefening van de godsdienst. Met Cyprianus moeten we dus bedenken dat we koren en geen kaf behoren te zijn en het aan de Heer toekomt aarden vaten te breken, niet aan de mens. De onreinheid van een predikant of gewoon kerklid raakt de vrome niet in zijn geweten als de sacramenten ook door hun worden aangeraakt.
[20] Er zijn dus mensen die slechts kerken erkennen die vrij van de allerkleinste smetten zijn en wijzen leraren af die gelovigen aansporen tot verbetering door hun te leren zuchten onder de last van zonden en toevlucht te nemen tot vergeving. Dit zou de volmaaktheid afhouden, is de reden. Mensen moeten aangespoord worden, vindt Calvijn, maar het is een duivelse leugen om te stellen dat mensen op aarde de volmaaktheid kunnen bereiken. En daarna gaat de Kerk aan vergeving van zonden vooraf. God geeft de vergeving binnen de gemeenschap der heiligen.
[21] God neemt ons niet maar één keer door de vergeving van zonden op in de kerk, maar door diezelfde vergeving bewaart en beschermt Hij ons in Haar. Een mens is zich sowieso zijn leven lang bezig om bewust te worden welke zonden hij vergeven van moet worden. We dragen ons hele leven de sporen van de zonden, we zouden het geen ogenblik volhouden als we maar één keer vergeven werden. We moeten het dan ook voor zeker houden dat door Gods goedgunstigheid, door tussenkomst van Christus' verdienste en dor de heiligmaking van de Geest, aan ons die in het lichaam van de Kerk opgenomen en ingelijfd zijn, genade voor onze zonden bewezen is en nog dagelijks bewezen wordt.
Morgen lezen we IV.1.22 -IV.1.29
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
maandag 8 juni 2015
08-06; Boek III.4.36 - III.5.2
De 23ste week van Lectio Calvini.
Vorige week waren we gestopt bij waar Calvijn de boetedoening, straf en tuchtiging behandelde. Nu over de genoegdoening. [36]Als God het heeft over goede daden, zoals bij NEbukadnezar en in de Spreuken(10:12), gaat het niet om goede daden naar God toe, maar om zich met mensen te verzoenen. De liefde bedekt de zonde door andermans zonde te verdragen en te vermanen, dan er volop tegenin te gaan en ze te verergeren. Het gaat niet om de oorzaak van vergeving, maar om de manier van bekering, een reiniging van binnen- en buitenkant, een omwenteling in hart en daden.
[37]De vrouw uit Lucas 7 bewijst dit ook, Jezus zegt dat haar zonde vergeven zijn door middel van de gelijkenis. Ze verdient het niet, maar huilt en toont liefde in antwoord op de vergeving.
[38]Zoals Calvijn laat zien kunnen de roomse 'genoegdoeningsdrijvers' zich niet beroepen op in ieder geval Augustinus en Chrysostomus. [39]Genoegdoening werd bij hen niet behandeld als vergelding, maar als openbare schuldbelijdenis om weer in de gemeente opgenomen te worden. Dit is verhapselt in het allegaartje van onkritisch kerkvader gebruik door Lombardus. We moeten wat dit betreft Calvijn geloven, hij gaat alleen in op zaken waar de lezer iets aan heeft.
Nieuw hoofdstuk over de aflaten en het vagevuur. [1]Aflaten zijn compensaties voor het gebrek aan menselijk vermogen. Het is een eeuwenoude instelling dat zich alleen maar laat zien als middel om door te gaan met zondigen. [2] Ze worden gehaald uit de verdiensten van Christus, apostelen en martelaren als uit een schatkamer in beheer van de Paus. Dit zou suggereren dat het bloed van Christus niet genoeg is, in tegenstelling tot het heldere getuigenis van de Bijbel.
Morgen lezen we boek III.5.3 - III.5.8
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Vorige week waren we gestopt bij waar Calvijn de boetedoening, straf en tuchtiging behandelde. Nu over de genoegdoening. [36]Als God het heeft over goede daden, zoals bij NEbukadnezar en in de Spreuken(10:12), gaat het niet om goede daden naar God toe, maar om zich met mensen te verzoenen. De liefde bedekt de zonde door andermans zonde te verdragen en te vermanen, dan er volop tegenin te gaan en ze te verergeren. Het gaat niet om de oorzaak van vergeving, maar om de manier van bekering, een reiniging van binnen- en buitenkant, een omwenteling in hart en daden.
[37]De vrouw uit Lucas 7 bewijst dit ook, Jezus zegt dat haar zonde vergeven zijn door middel van de gelijkenis. Ze verdient het niet, maar huilt en toont liefde in antwoord op de vergeving.
[38]Zoals Calvijn laat zien kunnen de roomse 'genoegdoeningsdrijvers' zich niet beroepen op in ieder geval Augustinus en Chrysostomus. [39]Genoegdoening werd bij hen niet behandeld als vergelding, maar als openbare schuldbelijdenis om weer in de gemeente opgenomen te worden. Dit is verhapselt in het allegaartje van onkritisch kerkvader gebruik door Lombardus. We moeten wat dit betreft Calvijn geloven, hij gaat alleen in op zaken waar de lezer iets aan heeft.
Nieuw hoofdstuk over de aflaten en het vagevuur. [1]Aflaten zijn compensaties voor het gebrek aan menselijk vermogen. Het is een eeuwenoude instelling dat zich alleen maar laat zien als middel om door te gaan met zondigen. [2] Ze worden gehaald uit de verdiensten van Christus, apostelen en martelaren als uit een schatkamer in beheer van de Paus. Dit zou suggereren dat het bloed van Christus niet genoeg is, in tegenstelling tot het heldere getuigenis van de Bijbel.
Morgen lezen we boek III.5.3 - III.5.8
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
donderdag 4 juni 2015
04-06; Boek III.4.27 - III.4.31
[27] Exegese boven de Summa. Waar Thomas van Aquino het Offer van Christus alleen de eerste zonde wil laten afwassen en de latere zonden door inspanningen vergeving kunnen krijgen, laat Calvijn zien dat vergeving van zonde komt van Christus alleen. De Korinthiërs worden als wedergeboren christenen gewezen om zich (weer) met Christus te laten verzoenen. Is ook wel het slimst, wie weet hoeveel zonde hij heeft en hoeveel werken hij daar tegenover moet doen? Heel de loop van ons leven moeten we vergeving en verzoening bij Christus zoeken.
[28] Ook het onderscheid tussen doodzondes en vergeeflijke zondes vindt Calvijn onzinnig. Alle zonde heeft de dood tot loon en er is geen zonde die niet vergeven kan worden. En dat laatste zegt alles over de barmhartigheid van God. Dat de roomsen dit de stoïcijnse dwaalleer vinden(geen onderscheid tussen zonden) weerlegt de Bijbel door de stellen dat het loon van de zonde en het overtreden van de Wet de dood verdient en de Wet de weg van het leven is.
[29] Calvijn wil met de Bijbel zijn tegenstanders als slangen zo strak vastbinden dat ze zelfs hun staart niet meer kunnen bewegen. Uit een aantal teksten valt te concluderen dat God niet meer aan de ongerechtigheden zal denken, maar dat de straf nog wel betaald moet worden.
[30] Het doet te kort aan het offer van Christus om er nog iets naast als genoegdoening te willen brengen. God heeft de schuld vergeven en daarom is de straf kwijtgescholden. Dit haalt ook het onderscheid tussen tijdelijke en eeuwige straf onderuit.
[31] Maar, stellen de tegenstanders van Calvijn, David hoort van Nathan dat hij nog gestraft wordt en Daniël spoort Nebukadnezar aan om straf met werken van barmhartigheid af te kopen. Maar Calvijn vindt het onzorgvuldige exegese, er moet een onderscheid gemaakt worden tussen straf en kastijding. Gods wraak is de straf die met Zijn verontwaardiging is verbonden. Kastijding is niet vanuit toorn of wraak, maar vanuit berisping en vermaning. In ieder geval niet als vergelding.
Volgende keer lezen we Boek III.4.32 - III.4.35
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[28] Ook het onderscheid tussen doodzondes en vergeeflijke zondes vindt Calvijn onzinnig. Alle zonde heeft de dood tot loon en er is geen zonde die niet vergeven kan worden. En dat laatste zegt alles over de barmhartigheid van God. Dat de roomsen dit de stoïcijnse dwaalleer vinden(geen onderscheid tussen zonden) weerlegt de Bijbel door de stellen dat het loon van de zonde en het overtreden van de Wet de dood verdient en de Wet de weg van het leven is.
[29] Calvijn wil met de Bijbel zijn tegenstanders als slangen zo strak vastbinden dat ze zelfs hun staart niet meer kunnen bewegen. Uit een aantal teksten valt te concluderen dat God niet meer aan de ongerechtigheden zal denken, maar dat de straf nog wel betaald moet worden.
[30] Het doet te kort aan het offer van Christus om er nog iets naast als genoegdoening te willen brengen. God heeft de schuld vergeven en daarom is de straf kwijtgescholden. Dit haalt ook het onderscheid tussen tijdelijke en eeuwige straf onderuit.
[31] Maar, stellen de tegenstanders van Calvijn, David hoort van Nathan dat hij nog gestraft wordt en Daniël spoort Nebukadnezar aan om straf met werken van barmhartigheid af te kopen. Maar Calvijn vindt het onzorgvuldige exegese, er moet een onderscheid gemaakt worden tussen straf en kastijding. Gods wraak is de straf die met Zijn verontwaardiging is verbonden. Kastijding is niet vanuit toorn of wraak, maar vanuit berisping en vermaning. In ieder geval niet als vergelding.
Volgende keer lezen we Boek III.4.32 - III.4.35
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Abonneren op:
Posts (Atom)