Posts tonen met het label pseudo-augustinus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pseudo-augustinus. Alle posts tonen

woensdag 26 augustus 2015

26-08; Boek IV.1.1 - IV.1.4

De eerste drie boeken van de Institutie waren over de innerlijke zaken, nu komt het laatste boek over de uiterlijke middelen waardoor God werkt. Hierdoor wordt het geloof zichtbaar in de werkelijkheid.

[1] Om onze zwakheid van verstand te hulp te komen heeft God middelen gegeven zodat we zouden komen tot het einddoel van het geloof. De middelen zijn de Kerk, de herders en leraren, en de Sacramenten. Daarom worden deze in dit boek besproken, net als een politiek standpunt voor de Kerk in de wereld. Allereerst bespreekt Calvijn de Kerk omdat hierin de kinderen van God vergaderd worden. Wie de Kerk niet als moeder kan hebben, kan ook niet God als Vader hebben.

[2] De kerk is de zichtbare kerk, maar bestaat ook uit alle uitverkorenen van God.
Als we 'een Kerk geloven', zoals het Apostolicum zegt, valt er te twisten over 'een kerk geloven' of 'in een kerk geloven'. De eerste manier van spreken is oud en was om aan te geven dat de manier van een kerk geloven anders is dan in God geloven. Het geloof betekent dat de genade van Christus ondanks alle aanvechting altijd vrucht zal dragen.
Het is te nauw om de kerk alleen te zien als alle uitverkorenen, het geloof is ook in de eenheid van de Kerk, daarom wordt ze ook algemeen of katholiek genoemd. Met meerdere kerken zou Christus aan stukken gescheurd zijn. En Hij is het ene hoofd van Zijn Kerk. Desondanks alle tegenspraak van alle kanten en schijnbare verdeeldheid moeten we blijven geloven dat de dood van Christus vrucht draagt en de kerk wordt bewaard, al is het in schuilhoeken.

[3] Het artikel heeft betrekking op de uiterlijke kerk. Je moet je als schaap van de kudde gedragen. Het is de gemeenschap der heiligen. Zo moet je je dan ook gedragen, dat ze elkaar kunnen laten delen in de weldaden van God. Niet dat iedereen hetzelfde bezit in geestelijke zin, maar ook dat het niet de maatschappelijke orde doorbreekt en eigen bezit afschaft. Het is eenheid in het Hoofd van de Kerk en vanuit daar delen in elkaars bezit.
Als in een Kerk geloven betekent dat steun voor ons omdat de Kerk altijd bewaard zal worden en wij er lid van zijn, ze staat vast in de uitverkiezing. In de tweede plaats zit de gelovige zo vast aan de Kerk als een lichaamsdeel aan een lichaam zit, in dit geval het Lichaam van Christus. In de Kerk is de waarheid te vinden en God zal in Zijn Kerk vertoeven.
Deelgenoot van de kerk zijn vermag zoveel dat het ons in de gemeenschap van God bewaart. Door lid te zijn van de Kerk zijn we Gods eigendom. De Kerk is een kwestie van het geloof en we moeten geloven dat ze niet minder bestaat als we het niet zien of begrijpen.

[4] Maar de zichtbare kerk mogen we ook moeder noemen, wat ons veel leert. Er is namelijk geen andere toegang tot het leven buiten de Kerk. Er is buiten geen vergeving en geen zaligheid te verwachten, wat de Ot profeten al verkondigden. We mogen de Kerk pas verlaten als we ons hele leven leerlingen van haar geweest zijn.

Morgen lezen we boek IV.1.5 - IV.1.8

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

donderdag 20 augustus 2015

20-08; Boek III.25.1 - III.25.3

Tot slot de leer van de opstanding.

[1] Van de dood overgebracht zijn in het leven betekent hopen op dingen die nog niet aan de dag getreden zijn. Ons leven is in Christus geborgen, voor ons dus de taak om geoefend te worden terwijl we nog in dit lichaam rondlopen in de hoop  die in de hemel voor ons is weggelegd. Daardoor worden we bespot, we laten het aardse liggen en jagen een soms wat schimmig overkomend beeld van gelukzaligheid na. Om dit vol te houden moet men zich wennen om de gedachten op de opstanding te houden.

[2] Plato heeft als enige gezien dat het hoogste goed voor de mens is dat hij één met God is, zonder te weten hoe dit precies kan. Laatst in een boekje gelezen dat Plato inderdaad een sombere toon had doordat hij de kloof tussen de wereld en God(in zijn opvatting die niet helemaal onwaar hoeft te zijn) kende. Christenen kennen de weg hiernaartoe wel, e verlangen r iedere dag meer naar. Dat is het doel dat we samen met Paulus moeten nastreven, zeker als we zien dat heel de schepping naar vernieuwing streeft. De schepping zucht ook onder de zondeval en wil als het ware terug naar de volmaakte staat. Ook de wederkomst van Christus spoort ons aan, we zullen Christus zien, zonder zonde, tot onze zaligheid.

[3] Het hele Evangelie zou nergens op slaan zonder de opstanding van de doden. Veel mensen geloven wel in de onsterfelijkheid van de ziel, maar niet in de opstanding van het vlees. We hebben twee hulpmiddelen om deze hindernis te omzeilen. We hebben Christus als onderpand, omdat we in ons het leven en sterven van Christus meedragen. Veel dingen die voor ons gelden, gelden ten volste in Christus. Ook is Christus niet opgewekt uit de dood om iets te bewijzen, maar om diezelfde krachtige werking in ons te laten uitoefenen door de Geest. Christus is zo een spiegel van de opstanding waarin we steun vinden, als we maar niet ongeduldig worden.
Er zijn mensen die de verhalen in de evangeliën van de opstanding poppenkast vinden, en ongeloofwaardig omdat het door vrouwen en onbetekenende mensen de wereld in is gekomen. Maar het getuigenis was zwak in het begin, maar door God bestuurd tot betrouwbaar. Juist ook de regeling met de Romeinse soldaten bezegelt het Evangelie. Ook is Christus aan meer dan elf discipelen verschenen, meer dan 500 mensen tegelijk. Deze getuigenissen niet geloven is koppigheid.

Morgen lezen we boek III.25.4 - III.25.6

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

vrijdag 14 augustus 2015

14-08; Boek III.23.11 - III.23.14

[11] Sommige mensen vinden het onbillijk omdat God niet dezelfde handelswijze naar iedereen is. God zou voor iedereen barmhartig moeten zijn. Maar God is ook billijk als Hij Zich in het straffen laat zien als een rechtvaardige rechter. Met Augustinus laat Calvijn zien dat God de straf voor allen laat zien en Zijn barmhartigheid bij enkelen.

[12] Sommige mensen zeggen dat de uitverkiezing mensen zorgeloos maakt om goed te doen, het is een excuus om lekker los te gaan omdat je zaligheid al in het besluit van God ligt, wat kan je dan nog veranderen daaraan. Maar de uitverkiezing is juist een aansporing om dit mysterie te overdenken en te leren verootmoedigen en te sidderen voor het oordeel terwijl je wacht op barmhartigheid. We zijn uiteindelijk uitverkoren om een heilig leven te leiden(Ef. 4:1). Dit moet alle lasteraars de mond wel snoeren.

[13] Een andere tegenwerping in het verlengde van de voorgaande, uitverkiezing zou aanmaningen zinloos maken. Paulus ontkracht dit, die heeft het vaak genoeg over de uitverkiezing maar laat het niet na om zijn brievenlezers aan te sporen om het goede te doen. De prediking moet er zijn om tot geloof te brengen, maar ook bewaren in volharding. Dat er mensen niet luisteren betekent niet dat de predestinatie niet waar is. Het moet gepredikt worden, naast de aansporingen dus.

[14] De waarheid moet op passende manier gezegd worden, het heeft geen zin om tegen mensen die niet geloven te zeggen dat dit komt omdat ze niet uitverkoren zijn. Dat geeft voedsel tot luiheid en slechtheid. Dit is meer een vervloeking uitspreken en dit soort mensen moeten uit de kerk verdwijnen. God brengt uiteindelijk effectiviteit aan in vermaningen. En omdat we niet het getal van de uitverkorenen kennen moeten we willen dat iedereen behouden wordt.

 Volgende week is de lectio boek III. 24.1 - III.24.5

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

maandag 8 juni 2015

08-06; Boek III.4.36 - III.5.2

De 23ste week van Lectio Calvini.

Vorige week waren we gestopt bij waar Calvijn de boetedoening, straf en tuchtiging behandelde. Nu over de genoegdoening. [36]Als God het heeft over goede daden, zoals bij NEbukadnezar en in de Spreuken(10:12), gaat het niet om goede daden naar God toe, maar om zich met mensen te verzoenen. De liefde bedekt de zonde door andermans zonde te verdragen en te vermanen, dan er volop tegenin te gaan en ze te verergeren. Het gaat niet om de oorzaak van vergeving, maar om de manier van bekering, een reiniging van binnen- en buitenkant, een omwenteling in hart en daden.

[37]De vrouw uit Lucas 7 bewijst dit ook, Jezus zegt dat haar zonde vergeven zijn door middel van de gelijkenis. Ze verdient het niet, maar huilt  en toont liefde in antwoord op de vergeving.

[38]Zoals Calvijn laat zien kunnen de roomse 'genoegdoeningsdrijvers' zich niet beroepen op in ieder geval Augustinus en Chrysostomus. [39]Genoegdoening werd bij hen niet behandeld als vergelding, maar als openbare schuldbelijdenis om weer in de gemeente opgenomen te worden. Dit is verhapselt in het allegaartje van onkritisch kerkvader gebruik door Lombardus. We moeten wat dit betreft Calvijn geloven, hij gaat alleen in op zaken waar de lezer iets aan heeft.

Nieuw hoofdstuk over de aflaten en het vagevuur. [1]Aflaten zijn compensaties voor het gebrek aan menselijk vermogen. Het is een eeuwenoude instelling dat zich alleen maar laat zien als middel om door te gaan met zondigen. [2] Ze worden gehaald uit de verdiensten van Christus, apostelen en martelaren als uit een schatkamer in beheer van de Paus. Dit zou suggereren dat het bloed van Christus niet genoeg is, in tegenstelling tot het heldere getuigenis van de Bijbel.

Morgen lezen we boek III.5.3 - III.5.8

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com