Posts tonen met het label sacrament. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sacrament. Alle posts tonen

vrijdag 11 december 2015

11-12; Boek IV.19.33 - IV.20.1

[33] Onderdiakenen doen nu geen nuttige dingen, in tegenstelling tot de armenzorg die hun verantwoordelijkheid vroeger was. De inwijding bestaat uit het overhandigen van beker, schalen, kannen en een handdoek. Dat is niet echt iets waarin de Heilige Geest zit. Alle kritiek samen te vatten op de sacramentele wijding is dat er alleen sprake van een Sacrament kan zijn als de handeling de belofte zichtbaar maakt. Maar als er geen belofte en instelling te vinden is, is de handeling, de ceremonie dus nutteloos.

[34] Het huwelijk is het laatste niet-Sacrament. Het is een instelling van God beaamt Calvijn, maar dat zijn beroepen als bakker en kapper ook. De roomsen zeggen dat het huwelijk een Sacrament is omdat het een teken van de geestelijke vereniging is van Christus met de Kerk. Maar het woord teken dat ze hier gebruiken zou moeten leiden dat ze ieder beeld dat gebruikt wordt in de Bijbel tot een Sacrfament maken, zoals het mosterdzaad dat een beeld is van d
het Koninkrijk der hemelen, etc.

[35] Een argument van de roomsen is een uitleg van Efeze 5:28-32. Maar dit is wel op een verkeerde manier gedaan. De mannen wordt de liefde van Christus tot Zijn Kerk voorgehouden. Het mysterie hiervan is groot, maar dit slaat meer op de verbintenis van Christus met Zijn Kerk, dat de Kerk echt vlees van Zijn vlees en gebeente van Zijn gebeente is dan op het huwelijk. Anders verwissel je hemel en aarde.

[36] Er zitten twee denkfouten in het huwelijk zien als een Sacrament. Ten eerste is het een vertaalkwestie. In Efeze gebruikt Paulus het Griekse woord mysterion, dat mysterie betekent, maar in het Latijn in plaats van met arcanum(geheim, verborgenheid), is vertaald met sacrament, het verkeerde woord voor geheim. Ten tweede wordt het huwelijk hooggeprezen, maar in eerder schrijven vuiligheid en onrein genoemd. En het is gek dat de priesters geen huwelijk mogen hebben als het een Sacrament is. Andersom is het gek dat het huwelijk en specifiek de geslachtsgemeenschap een Sacrament is, maar dat de Heilige Geest er niet in aanwezig is.

[37] Met het Sacrament van het huwelijk hebben de roomsen ook de regelgeving betreffende de huwelijken naar zich getrokken en hier zoveel onzinnige regels bij verzonnen. Sommige zijn onzinnig, sommige gaan tegen de regels van Mozes en het recht van volken in.

[1] Het laatste hoofdstuk van de Institutie gaat over de overheid. Eerder heeft Calvijn genoemd dat een mens op twee manier bestuurd wordt. Nu gaat het over de manier waarop de mens in tijdelijke zaken bestuurd wordt. Calvijn moet ook in dit opzicht opkomen voor het ware geloof omdat het wordt aangevallen door anabaptisten aan de ene kant en machiavelliaanse politici aan de andere kant. De anabaptisten maken verkeerd gebruik van het begrip van de christelijke vrijheid. Jezus kan geen koning zijn als de christen een andere koning van het land moet erkennen. Maar wie een onderscheiding erkent tussen lichaam en ziel en vergankelijk en eeuwig leven weet dat het geestelijk koninkrijk van Christus verschilt van een geordend maatschappelijk leven. Voorbeeld is Paulus' spreken over de slaaf die blijkbaar desondanks zijn positie als slaaf leeft in christelijke vrijheid.

Volgende week lezen we boek IV.20.2 - IV.20.7

dinsdag 8 december 2015

08-12; Boek IV.19.14 - IV.19.19

[14] Calvijn behandelt nu de boetedoening, of de penetentie. Dit is op een andere plaats in de Institutie al eerder behandeld (boek III.3-5). Het is een door mensen gemaakt Sacrament dat voor veel verwarring en onduidelijkheid zorgt bij mensen. In de vroegere tijd was het een handoplegging bij boetelingen door de bisschop voor terugkeer in de gemeente. En vaak ook door de hele geestelijkheid. Het was onderdeel van de tucht en Calvijn vindt het een menselijke inzetting, een ceremonie waar hij niet per se tegen is.

[15] De roomsen en de scholastieke theologen hebben een Sacrament geconstrueerd van de penetentie. Het uiterlijke teken is een Sacrament van de innerlijke penetentie, de berouw van het hart. Dit is de zaak van het Sacrament. Maar dit klopt niet volgens de definitie van Sacramenten, die Calvijn ontleent aan Augustinus.

[16] Volgens Calvijn hadden ze beter van de absolutie een Sacrament kunnen maken, inclusief een ingebouwde zekering dat het alleen effectief is bij de goede mensen die het Sacrament dan in geestelijke zin zouden ontvangen, net zoals bij het roomse Avondmaal.

[17] De penetentie wordt ten onrecht voor een Sacrament gehouden. Het is dus een menselijke ceremonie en er komt geen belofte van God bij. De belofte die er wel bij zit is een slecht uitgelegde verklaring van Hieronymus. De Doop geeft genade die door de zonde kapot kan worden gemaakt en weer door de  penetentie gerepareerd kan worden. Eerder is het zo dat de Doop het Sacrament van de boetedoening is en voor de rest van iemands leven de zekerheid geeft dat er vergeving is voor alle zonden. Dat is het zegel van Gods trouw en genade

[18] Een ander verzinsel is het laatste oliesel, dat aan mensen bediend wordt in hun laatste levensuren. Het is gebaseerd op Jak. 5:14-15, en het feit dat als de apostelen uitgezonden worden, ze waarschijnlijk ook zieken genazen met olie. Daarvoor is het Sacrament, vergeving van zonden en lichamelijke verlichting. Maar de roomsen hebben het gemaakt tot een zinloze na-aperij van de apostelen. Deze gingen vrij om met de uiterlijke vormen, en als ze olie gebruikten zal dit als beeld zijn geweest om ongeschoolden op de Heilige Geest en Zijn  gaven te wijzen. Maar de genezingen waren voor hen om te doen in hun tijd, die zijn niet meer bij ons nu.

[19] Er is geen reden om het laatste oliesel als Sacrament te zien. Het is net zo zinnig om speeksel en stof , of badwater van Siloam als Sacrament te zien als men van de olie van Jakobus uitgaat. Maar het zwaarst weegt voor Calvijn dat God weliswaar nog steeds geneest, maar de krachten van genezing ècht bij de apostelen hoorden en nu niet meer voorkomen.

Morgen lezen we boek IV.19.20 - IV.19.25

maandag 7 december 2015

07-12; Boek IV.19.7 - IV.19.13

De 49ste week van Lectio Calvini, de een na laatste week, zo zijn we net voor de feestdagen klaar met het lezen van dit werk. Zo is het nog wel te doen.

[7] Het ging over het Sacrament van de zalving bij de confirmatie, een rooms bedacht Sacrament. Als dit een Sacrament is, zou het moeten blazen op de discipelen dit ook moeten zijn omdat de Heilige Geest hiermee werd gegeven door Jezus(Joh. 10). Dat Jezus dit deed, betekent niet dat wij het na ouden moeten doen. En dan nog, wie zegt dat er echt de kracht in de olie zit die de roomsen eraan toeschrijven? Olie is van tijdelijke aard en heeft niks te maken met de geestelijke aard van het koninkrijk. Dit geldt ook voor water, wijn en brood. Deze houden hun substantie, het zijn voorbijgaande tekens, maar door het Woord van God worden ze geheiligd om Sacramenten te zijn en ons geestelijk onderwijs te geven.

[8] In de confirmatie wordt de genade in de gelovige vermeerdert om hem toe te rusten voor de strijd. In de Doop is de persoon wedergeboorte, maar nog niet toegerust voor de strijd. Calvijn vindt dit een dwaling en te kort doen aan de Doop. In de Bijbel  staat dat de apostelen allang de Geest hadden, maar dat er wordt bedoeld dat er zichtbare werkingen en genadegaven waren toen de Geest werd uitgestort op Pinksteren. De duivel liegt dat er in de confirmatie wordt gegeven wat er niet in de Doop zou zitten. Zo verduistert de confirmatie de Doop.

[9] Een christen is pas een volwaardige christen als hij de handoplegging van de bisschop heeft gekregen en gezalfd is. Calvijn spot ermee en zegt dat het onderwijs van Christus dus pas compleet is door de zalf. En de martelaren en apostelen zijn geen christen. En waarom maken de roomsen dan geen haast om meer mensen te zalven, dat is nu in de christenheid ook een minderheid die gezalfd is.

[10] Sommigen achten de confirmatie hoger dan de Doop, dat vindt Calvijn natuurlijk niet leuk, zoals het felle stukje uitdrukt. Sommige roomsen hangen de waarde van de confirmatie op aan het feit dat deze in tegenstelling tot de Doop niet door een priester, maar door een bisschop wordt bediend. Dit is donatisme volgens Calvijn. Ook zijn de redenen waarom alleen een bisschop dit mag doen niet consequent. Het is spelen met de teksten van de apostelen die ene keer worden beschouwd als priester en andere keer als een soort apostel. En in de geschiedenis was het ook iets voor priesters, als we in een brief van Gregorius lezen.

[11] Calvijn herinnert de lezer eraan dat de wirwar van ceremonieën de oorspronkelijke bedoeling van God verduisterd heeft, de confirmatie vindt hij een typisch voorbeeld. Calvijn acht de Doop oneindig veel meer waard dan de confirmatie, desondanks de duurdere olie. Dit laat allen maar de afzetterij zien. Ook baat het niet dat er door de apostelen bij de handoplegging zichtbare tekens te zien waren, dit is namelijk bij hun confirmatie afwezig.

[12] Een beroep op de oude Kerk werkt ook niet. Niet alleen moet een Sacrament van God vandaan komen en niet vanuit mensen, maar de kerkvaders spreken over twee Sacramenten. Ze spreken wel over handoplegging, maar niet als Sacrament. En de Geest wordt hierbij gegeven door de band van de vrede aan ketters, daarom hoeven ze niet opnieuw gedoopt te worden. Context van citaten zijn belangrijk.

[13] Als we nu maar eens aan de oudere instelling bleven vasthouden, dat de confirmatie niet met de Doop, maar met de catechese te maken had. Kinderen en jonge mensen moeten de leer aangeleerd krijgen door een op te stellen standaardtekst waarna ze bevraagd kunnen worden op alle belangrijke onderwerpen waar de gemeente mee dient in te stemmen. Calvijn denkt aan kinderen van 10 jaar. Dit zou ook ouders aansporen om hun kinderen niet te verwaarlozen in de leer. Ook bereik je hiermee veel overeenstemming over de leer en was er een sort methodische leerschool voor het geloof.

Morgen lezen we boek IV.19.14 - IV.19.19

vrijdag 4 december 2015

04-12; Boek IV.19.1 - IV.18.6

En dan nu over de sacramenten die geen sacramenten zijn.

[1] Nu gaat Calvijn in tegen de algemene opvatting van vijf sacramenten. Calvijn zal ze bespreken zonder alle opsmuk erbij. De discussie moet dan beginnen over het woord Sacrament, je kan met andere zaken een woord kiezen en het definiëren naar believen, maar het woord Sacrament is anders. De roomse theologen hanteren de definitie van een Sacrament dat het een zichtbare gestalte van een onzichtbare genade is. Het zijn vaten van de Heilige Geest, instrumenten tot gerechtigheid en oorzaken om genade te verkrijgen. Di geldt wat hun betreft niet voor de Sacramenten uit het OT. Het woord wordt wel toegepast op willekeurige rituelen als het laatste oliesel en bijzonder geacht omdat het een Sacrament zou zijn. Maar Calvijn treft geen belofte en gevel aan in de Bijbel voor het laatste oliesel.

[2] Een Sacrament is bedoeld voor een mensengeweten te sterken met een beloften. En alleen God kan van Zichzelf getuigen en kan dus Sacramenten instellen. Je moet wel een onderscheid maken tussen Sacramenten en ceremoniën, anders worden de manieren die de heiligen in de Bijbel deden opeens een Sacrament. Calvijn vindt het bijzaken, maar merkt wel nadelige gevolgen van de verwarring tussen Sacrament en ceremonie.

[3] Het doet Calvijn niks dat men de Oude Kerk als argument erbij haalt, nergens wordt een melding gedan van zeven Sacramenten, ook is het niet bekend wanneer de zeven de Kerk zijn binnengeslopen. Vroeger was het woord Sacrament wel wat losser gebruikt. Maar het blijkt in ieder geval uit werk van Augustinus dat er sowieso twee waren, Doop en Avondmaal en dat er over andere Sacramenten hiernaast wordt gezwegen.

[4] De comfirmatie, dit was voor de kinderen van gelovigen een punt dat ze geloofsbelijdenis aflegden voor de bisschop, waarna ze de handen opgelegd krijgen. Calvijn verwart hier volgens de voetnoten he gebruik van ketters die weer in de Kerk worden opgenomen en niet opnieuw gedoopt hoeven te worden. Mijns insziens bedoelt Calvijn alleen te zeggen dat het handen opleggen en bevestigen van volwaardig gemeentelid zijn te maken met de Doop, maar niet als een handeling los van de Doop. Er wordt niet nieuwe genade aangezegd. Dat is in de Doop al gebeurd

[5] Later is dit dus een Sacrament geworden, de confirmatie. Dit zou de genade van de Doop vermeerderen. Er wordt gezalfd en mensen worden toegesproken. Maar er is geen woord van in de Bijbel te vinden. De vraag die Calvijn stelt o de confirmatie als Sacrament uit de mensen of uit de hemel is.

[6] Maar de roomsen voeren het voorbeeld van de apostelen aan in Hand. 8. De Samaritanen kregen de heilige Geest door de handoplegging. Calvijn denkt eerder dat de handoplegging een teken was van bijzondere aanbeveling bij God, een ceremonie, niet een diepere verborgenheid. Het hoorde dan ok bij de apostelen, maar de apostelen en de wondertekens die ze verrichtten door handoplegging zijn nu niet meer in de Kerk. Niet dat de Kerk zonder iets is gebleven, ze heeft het Woord.

Volgende week maandag lezen we boek IV.19.7 - IV.19.13

donderdag 3 december 2015

03-12; Boek IV.18.14 - IV.18.20

[14] Calvijn heeft betoogt dat Christus de enige priester en het enige offer is. Het is daarom godlasterlijk en misdadig om te denken met de mis vergeving van zonden te verdienen. En wie dan voor een geldbedrag een mis voor iemand op verzoek uitvoert is als een soort Judas. Ze zijn geen priesters die moeten bemiddelen tussen het volk en God.

[15] Het doet Calvijn denken aan wat Plato schrijft in het tweede boek van de Staat. Daar bespot hij misdadigers die doen alsof ze met offers een akkoordje met de goden sluiten om door te kunnen gan met misdaden. Iedereen weet dat misdadigers verkeerde dingen doen, en wie hierom een mis bestelt maakt het tot een makkelijke weg om de zaakjes met God te regelen. En dat terwijl ze tirannen waren.

[16] Het offer van Christus was een verzoenoffer. Nu wil Calvijn het hebben over een andere categorie offers, dankoffers. Dit is de liefde aan andere gemeenteleden, de liefde voor God in Zijn leden van zijn Lichaam. In de tweede plaats al het gebed, lof en dank en ons dienen van God. Dit kan niet buiten de Kerk bestaan. Dit is wat Paulus aanduidt met de redelijke of geestelijke godsdienst(Rom. 12:1) en staan tegenover de vleselijke offers van de Wet van Mozes.

[17] Maar ook onder de uiterlijke tucht van de Wet bleek regelmatig dat dit ook de offers waren die de Kerk met het Joodse volk gemeen had. Gebed en zang worden offers genoemd. Deze offers moeten gebracht worden bij het Avondmaal, dan zijn de christenen het koninklijk geslacht van priesters(1 Petr. 2:9). Door christus brengen wij het lofoffer van Zijn Naam te belijden.

[18] Kort samengevat, de heilige mis is een middel van Satan geweest tegen de Kerk en een bron van hoererij. Het was een bron van misbruik die in schril contrast staat met de pretentie van de mis.

[19] Vanaf de NT-tijd zijn er twee Sacramenten geweest en die zullen er altijd blijven. Eén Doop die een keer bediend wordt om binnen de gemeente te komen en Avondmaal om Christus Zijn gezin steeds opnieuw geestelijk voedt.ER zijn geen andere Sacramenten ingesteld. En omdat mensen niet in zichzelf in staat zijn om een toezegging van het heil te doen, dat kan alleen God, kan er ook geen mens een Sacrament toevoegen. Wat een Sacrament is een belofte van heil.

[20] De Joden hadden meerdere veranderende tekens om aan te duiden dat ze datgeen wat erachter ag moesten zoeken. dit is niet in de christelijke Kerk zo, wij even in die zin in geestelijke overvloed. Dat de Kerk in de laatste tijd of laatste dagen leeft betekent dat er geen nieuwe leer of openbaring bij komt. Dat moet je ook niet verwachten. We moeten wachten op de openbaring van God zoals Hij is en Zijn koninkrijk. Een nieuw Sacrament invoeren zou het vermengen zijn van wijn met water, zodat het verschraalt, of zuurdesem bij het brood, zodat het verzuurd. Dit is al gebeurd toen het Avondmaal de mis met al zijn ceremonieën en pracht en praal werd ingesteld. En de Doop wordt zwaar ondergewaardeerd.

Morgen lezen we boek IV.19.1 - IV.19.6

vrijdag 27 november 2015

27-11; Boek IV.17.40 - IV.17.45

[40] Er zit wel een keerzijde aan het Avondmaal, voor ongelovigen is het een veroordeling, niet omdat het gezegende Avondmaal niet van zichzelf goed zou zijn, maar omdat de ziel waar het in komt berdorven is. Ongelovigen mensen die eten doen het Avondmaal smaad aan. Ze doen iets wat ze niet erkennen, namelijk het uiten van vertrouwen en geloof in de gemeenschap met Christus in het Avondmaal. Ook verscheuren ze het Lichaam van Christus, de Kerk, door hun zondes te vermengen met het teken van Christus' lichaam. Zo tekenen de ongelovigen hun eigen vonnis. Daarom roept Paulus ook op tot zelfbeproeving, of mensen wel echt op Christus willen vertrouwen voor hun zaligheid, en of ze Christus willen navolgen in het geven van zijn leven en het oefenen van gemeenschap met de broeders.

[41] De roomsen willen alleen mensen aan het Avondmaal toelaten die in een staat van genade zijn, dat is rein en gezuiverd van alle zonden. Hierdoor wordt zelfonderzoek een marteling, niemand mag dan aangaan. Zelfs die staat bereiken door berouw en boetedoening is lastig omdat je nooit weet of het genoeg is. Hierover is al geschreven op een eerdere plek in de Institutie, III.4. Deze zelfbeproeving helpt absoluut niet bij de notie van het zichzelf oordeel eten en drinken door onwaardig aan te gaan aan het Avondmaal.

[42] Niemand is waardig, maar we moeten juist in gedachten houden dat het Avondmaal rijkdom is voor de armen, geneesmiddel voor de zieken en hebben niks te bieden voor rijke en gezonde mensen.We moeten God onze onwaardigheid aanbieden en ons door Christus in Zijn ontferming tot waardige mensen laten maken. Dan is het soms een verschrikking om te denken dat zulke zondaars deelhebben aan het lichaam en bloed van Christus. Dat laat alleen maar zien dat we het nodig hebben. Onze waardigheid ligt vooral in het geloof in Christus. Het is eigenlijk gek om het Avondmaal aan te bieden aan mensen die het niet nodig hebben.

[43] Er zijn veel middelmatige zaken over het brood en de wijn bij het Avondmaal waarin de Kerk zelf mag beslissen wat voor brood en wijn en hoe dit uitgereikt mag worden. Calvijn roept op om niet allemaal trucjes te bedenken om het volk naar de ogen godsdienstig te laten zijn, ongeacht hoe oud die manieren ook zijn. We moeten de berg ceremoniën achter ons laten en tenminste een keer per week Avondmaal vieren in de Kerk met de volgende opeenvolgende elementen, uiteraard na de preek in de eredienst.
- Brood en Wijn op tafel zetten
- Spreken over de inzetting van het Heilig Avondmaal
- De beloften van het Avondmaal ter sprake brengen
- De tucht toepassen en mensen uitsluiten volgens de regels van de Heere
- Bidden om vorming en onderricht in geloof in onze harten voor deze maaltijd of Jezus ons waardig wil maken
 - Een psalm zingen of iets lezen, de gelovigen kunnen in gepaste orden aangaan.
- Predikant reikt brood en wijn aan.
- Aansporing van predikant tot oprecht geloof, belijdenis en naastenliefde
- Lof en dank zingen aan God

[44] Het is dus duidelijk dat het Avondmaal vaker dan de toen gebruikelijke een keer per jaar gevierd moest worden(in de RKK). Het moet zo vaak mogelijk gevierd worden om herinnerd te worden aan Christus en het geloof te laten ondersteunen terwijl met het Avondmaal de liefde voor de broeders en zusters tot uitdrukking komt. Eigenlijk zou er volgens Calvijn geen dienst mogen zijn zonder Woord en Sacrament. Dat is ook zo vroeger geweest in de Oude Kerk, sterker nog, mensen die niet aan het Avondmaal gingen werden aangespoord en bij volharding uit de Kerk geweerd.

[45] Augustinus bericht dat mensen aangespoord werden tot het Avondmaal, best dringend zo te lezen. Chrysostomus noemt mensen die niet aangaan brutale en lompe vlegels die bij de gastheer wel de indruk wekken aan tafel te gaan maar toch niet doen.

Volgende week lezen we boek IV.17.46 - IV.18.1

woensdag 25 november 2015

25-11; Boek IV.17.35 - IV.17.39

Omdat het Thanksgiving in de VS is hebben we deze week maar drie dagen, ik heb daarom gister een dag overgeslagen. Vandaag gaan we weer vrolijk verder.

[35] Omdat er werd geloofd dat het lichaam van Jezus dus lichamelijk in het brood zat, en er werd geredeneerd dat de ziel niet van het lichaam gescheiden kon worden werd de conclusie getrokken dat het brood aanbeden zou moeten worden. Maar het lichaam is niet in die zin aanwezig dus hoeft er ook niet zo aanbeden te worden. Het Avondmaal moet genomen gegeten en gedronken worden. Dit is ook de praktijk van de apostolische Kerk.

[36] We moeten ons richten naar de Bijbel, en niet naar denkbeelden. Sacrament is een teken om de zwakke mensen omhoog te laten klimmen en hemelse zaken te laten begrijpen. Ook op het Concilie van Nicea is ons de aanbidding van tekenen verboden, bij Cyprianus wordt al gezegd dat we onze harten naar de hemel moeten richten, want Jezus is na de hemelvaart in de hemel. De rkk-viering is in deze zin dubbele zonde. Eerst de genadegave ontheiligen en daarna de gave vereren in plaats van de Gever.

[37] Er zijn allerlei rituelen bij gekomen die niet in de Bijbel staan, Calvijn zou alleen aanbidding willen bij het Avondmaal die in de Bijbel staat, geen processies, tentoonstellingen en mogelijkheden tot aanroepen. En dit alles omdat Jezus zegt 'Dit is Mijn lichaam'. Maar dit is net zo ongehoorzaam om een tekst waarin God aanspoort om Hem aan te roepen toe te passen op het aanroepen van Petrus of Paulus. De lofprijzing van het Avondmaal zit in de verkondiging van de dood, waaraan we door het Sacrament aan denken. Dit geeft ons leven, en dat is wat het Sacrament uitbeeldt en geeft.

[38] Het Sacrament is ook een teken voor ons. Als we deel hebben aan het lichaam van Christus worden we gevoegd tot Zijn lichaam, de Kerk. Daarin zijn we net zo één en niet van elkaar te onderscheiden als graankorrels in een brood. Avondmaal vieren kan dus alleen in de vrede met elkaar, iemand die een broeder of zuster kwetst of niet liefheeft kwetst Christus of heeft Christus niet lief. We worden door het Avondmaal aangespoord tot onderlinge liefde.

[39] Dit is ook een reden om het Sacrament te scharen naast het Woord in de prediking. De belofte is voor de mensen, niet voor het Sacrament zelf, dus die moeten dit uitgelegd krijgen en aangespoord worden. De instellingswoorden zijn geen toverspreuk maar prediking. De Sacramenten zouden volgens sommige bewaard moeten worden en uitgedeeld aan de zieken worden. Dit baat hen niet vel zegt Calvijn, en het is wel een praktijk van de vroege Kerk, maar in deze belangrijke zaak is Calvijn liever voorzichtig en wil geen mogelijkheid geven tot dwaling en verdraaiing.

Morgen/Vrijdag lezen we boek IV.17.40 - IV.17.45

maandag 23 november 2015

23-11; Boek IV.17.33 - IV.17.34

Week 47, u weet zelf.

[33] Als mensen wat meer oog hadden voor de Geest in het Heilig Avondmaal dan was de lichamelijke tegenwoordigheid niet tot een onterecht sjibbolet van vroomheid geworden. De fout voor het gros van de roomsen is dat ze Petrus Lombardus volgen die van het eten van het vlees van Jezus het sacrament is. Terwijl Calvijn hierover een andere geestelijke manier van eten is. Wie vasthoudt aan de transubstantiatie moet geloven dat ook goddelozen en misdadigers het bloed en vlees van Christus eten en drinken. Calvijn blijft staan achter de werkzaamheid van het vlees en bloed van Christus, maar omdat het een geestelijke zaak is kan niemand deelhebben aan het lichaam en bloed van Christus als die persoon de Geest niet heeft. Het aanbod blijft staan, maar ontvangen is iets anders dan aanbieden. Je haalt net zoveel uit het Avondmaal als je gelooft. Het is net als een rots waar regenwater op valt maar niet in kan komen, omdat er geen opening in zit. Zo is de zonde ook niet het onwaardig ontvangen, maar het ongelovig afwijzen. Op deze manier groeien gelovigen steeds meer samen met Christus. Het oordeel over de ongelovigen zit erin dat ze het moeten aanvaarden wat in het Sacrament zit.

[34] Het is onder de kerkvaders voornamelijk Augustinus die dit ook heeft verdedigd. Augustinus zegt hetzelfde als Calvijn (eigenlijk andersoom natuurlijk). Niet iedereen heeft profijt van het Avondmaal, sommige wordt het ten oordeel. Er moet onderscheid gemaakt worden tussen het teken en de zaak waarnaar het verwijst, het sacrament en de kracht van het sacrament. Augustinus roept op om de harten, niet de keel voor te bereiden. Het zijn voornamelijk citaten uit het werk van Augustinus over het Evangelie naar Johannes. Ook Cyrillus van Alexandrië wordt aangehaald. De tegenstanders moeten maar zien wat ze doen met de uitspraak dat alleen bij de uitverkorenen de sacramenten uitwerken wat ze uitbeelden.
 
Morgen lezen we boek IV.17.35 - IV.17.39

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

vrijdag 20 november 2015

20-11; Boek IV.17.29 - V.17.32

[29] De inzet van de discussie op dit punt lijkt te gaan om de vraag of het lichaam van Jezus echt een lichaam is. De inzet van de discussie is namelijk dat Christus onzichtbaar werd en niet naar de hemel is gegaan, maar dit is niet te bewijzen uit de Bijbel. Er moeten anders haast wel twee lichamen zijn, een in de hemel en de andere via een speciale wijze van beheer onzichtbaar in het Avondmaal. Zeggen dat dit kan doordat het verheerlijkte lichaam niet gebonden is aan natuurwetten lijkt op de dwaling van Servet dat het lichaam door de goddelijke natuur is opgenomen. De tegenstanders van Calvijn laten niks over van de eigen aard van het lichaam. Jezus Zelf laat zien dat Zijn verheerlijkt lichaam ook een normaal lichaam is dat voedsel nodig heeft en vlees en beenderen heeft. Het is juist dit lichaam waarin we ons onderpand in de opstanding hebben. Dat Jezus na Zijn opstanding verschijnt en verdwijnt zijn meer wonderen vergelijkbaar met het wandelen over het water dan afgeleiden van Zijn verheerlijkt lichaam.

[30] De alomtegenwoordigheid van het lichaam va Jezus wijst Calvijn af. De onzichtbare tegenwoordigheid van het lichaam van Jezus kan namelijk niet zonder de onbegrensdheid van Jezus. we weten uit de bijbel dat Christus' lichaam menselijk was en dat dit lichaam van plaats naar plaats ging. Jezus is bij ons tot het einde van de wereld(Matt. 28:20), niet in lichamelijke zin, maar in Zijn voorzienigheid. Wie dit niet heeft kan ook geen duurzame gemeenschap hebben bij het gebruik van het Avondmaal. Sommige mensen houden zo sterk vast aan het punt dat Calvijn weerlegt dat ze vallen in de dwaalleer van Eutyches, die de goddelijke en menselijke natuur van Christus zo sterk naast elkaar plaatste dat hij iets omschreef wat tussen God en mens zijn inzat, maar geen Christus was. Er is een verschil tussen de menselijke en de goddelijke natuur in de persoon van Jezus. Als je dit niet in de gaten houdt, kom je tot de lichamelijke aanwezigheid van Christus in het Avondmaal. Maar Calvijn hanteert het onderscheid en zegt dat we in het Avondmaal Jezus wel helemaal is, maar niet in Zijn geheel.

[31] Het is niet nodig voor het mysterie van het Avondmaal dat we alleen met Christus verbonden kunnen zijn als we Hem uit de hemel halen.

[32] Calvijn schaamt zich er niet voor te zeggen dat hij niet weet hoe het nu precies zit met het Avondmaal, hij ervaart wel dat het waar is en gelooft Jezus op Zijn Woord. Hij verwerpt alle uitspraken die in tegenspraak zijn met de Bijbel. Wie meer dan het Sacrament hier beneden als gemeenschap met het lichaam in de hemel wil zeggen verduistert de waarheid. Calvijn wijst dan ook de vermenging van Jezus' vlees met onze ziel af. Het is genoeg dat er leven in onze ziel wordt ingeblazen vanuit de substantie van Christus vlees.

Volgende week lezen we boek IV.17.33 - IV.17.34

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

donderdag 19 november 2015

19-11; Boek IV.17.25 - IV.17.28

[25] De tegenstanders van Calvijn zeggen dat ze het woord hebben, Calvijn vindt dat ze het Woord hebben, maar wel in zoverre hun vooronderstellingen het toelaten. De tegenstanders bedenken eerst het wonderlijkste en als er uit die leer verschrikkelijke ongerijmdheden tevoorschijn komen verschuilen ze zich achter Gods almacht. En dan verwijten ze Calvijn dat hij Gods eer onrecht doet door hem in te perken. Calvijn wil juist de Bijbel laten spreken, hier naar luisteren zonder er een verzinsel of filosofie erin te leggen en daar hardnekkig aan vast te houden.

[26] Niet Aristoteles, maar de Heilige Geest leert dat Jezus lichamelijk in de hemel is en blijft(en dus niet in stukjes brood op aarde is). De Heilige Geest is in plaats van Jezus gekomen. Dit zei Jezus ook al toen Hij zei dat Hij niet altijd bij Zijn discipelen op aarde zou zijn(Matt. 26). Het gaat hier niet om het wel of niet arm zijn van Jezus. Dit is ook wat Augustinus zegt, Jezus is in de hemel en niet naar lichamelijke aanwezigheid aanwezig bij Zijn discipelen, maar door Zijn majesteit, voorzienigheid en onuitsprekelijke genade, wat volgens Calvijn de gemeenschap aan Zijn lichaam en bloed is.

[27] De hemelvaart krijgt in de verkeerde uitleg dan niet de betekenis dat JEzus nu in de hemel is, maar dat Zijn Rijk verheven is. Christus is onzichtbaar geworden, maar heeft de aarde niet verlaten. Dit spreekt alle teksten natuurlijk tegen.

[28] Calvijn bediscussieert de Augustinus citaten die worden aangehaald in de discussie, die ga ik niet opsommen, maar ze zijn of onvolledig geciteerd of spreken samen met andere gedeeltes waaruit blijkt dat Augustinus het lichaam van Jezus in de hemel situeert en niet in de sacramenten.

Morgen lezen we boek IV.17.29 - IV.17.32

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

woensdag 18 november 2015

18-11; Boek IV.17.21 - IV.17.24

[21] De instellingswoorden zijn een sacramentele manier van spreken, het is figuurlijk, maar naar zekere analogie. Daarom krijgen de tekens ook de naam van de betekende zaak, vergelijkbaar met een metonymie. Vergelijkbaar met dat je een portretschilderij aanduidt met de persoon die het schilderij afbeeldt. We hebben het vaak over 'de Nachtwacht', maar niet over 'het schilderij van de Nachtwacht'. Dit komt ook vaak voor in de Bijbel. Desondanks Augustinus het niet over het Avondmaal heeft spreekt hij wel over Sacramenten als metonymieën, dus wat Calvijn zegt is geen nieuwerwets verzinsel.

[22] Er zijn stijfkoppen(zoals blijkbaar Luther) die blijven vasthouden aan de woorden 'dit is' en hierom blijven hameren op hun interpretatie(dit geval dus consubstantiatie). Dit koppelwerkwoord is weliswaar belangrijk, maar dit koppelwerkwoord wordt bij Paulus gebruikt voor de gemeenschap aan het lichaam van Christus, wat iets anders is dan het lichaam van Christus. En op wel meer plaatsen wordt er 'dit is' gezegd zonder dat er een gelijksoortige interpretatie aan wordt gegeven.

[23] Een al te letterlijke interpretatie is niet mogelijk van de instellingswoorden. Dit was de fout van de antropomorfieten, die iedere vergelijkend spreken van God letterlijk op wilde vatten en het de kerkvaders hiermee moeilijk maakten. Ook de reactie van de discipelen geeft aan dat ze vertrouwd met een sacramentele wijze eten en drinken. Een letterlijke interpretatie van brood èn wijn kan ook niet, hoe kunnen die twee überhaupt gescheiden zijn, dat zou van de uitspraak van Jezus verwarrend zijn, lichaam en bloed kunnen niet van elkaar gescheiden worden. Zo blijken de mensen die vasthouden aan de letterlijke zin helemaal niet zo trouw aan de woorden van Christus, maar deze juist te verdraaien.

[24] Nu is er ook en bezwaar dat Calvijn met zijn leer God afhankelijk maakt van het menselijk verstand en van de wetten in de natuur. Wat natuurlijk onzin is volgens Calvijn. De menselijke rede is niet de maatstaf voor het Sacrament. Er is niets bovennatuurlijker dan gemeenschap hebben met het lichaam van Christus terwijl die op een afstand van hemel en aarde weg is. De tegenstanders van Calvijn vragen juist aan God of Zijn lichaam tegelijk kan zijn en niet zij. door hun leer over het Avondmaal.

Morgen lezen we boek IV.17.25 - IV.17.28

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

dinsdag 17 november 2015

17-11; Boek IV.17.16 - IV.17.20

[16] De analogie tussen teken en betekende zaak kan niet doorbroken worden zonder het wezen van het sacrament te kort te doen. Zo ook enkele volgelingen van Luther die op zich wel de samenhang van teken en betekende zaak hebben die Calvijn kan volgen, maar de het lichaam van Jezus op een ruimtelijke manier aan het brood willen binden. Het lichaam van Christus zit opgesloten in het brood. Want het lichaam is onzichtbaar, zeggen ze.

[17] Er zijn dus mensen die het lichaam van Jezus zien als in dimensies van hemel en aarde, en het leven van Jezus op aarde is door een beschikking te zien geweest voor iedereen. Dit maakt van Jezus een schijngestalte. Er zijn andere die zeggen dat we in het Avondmaal het verheerlijkte lichaam hebben, maar dit kan dan weer niet volgens het laatste Avondmaal met de discipelen, waar de nadruk lag op de vernedering van de kruisiging.

[18] Om te weten hoe de verbintenis zit moeten eerst weer brood en wijn van elkaar gescheiden worden. Sommigen hebben beweerd dat het bloed ook in het lichaam zat en andersom. Calvijn vindt de twee tekenen verschillend. We moeten onze ogen opheffen naar de hemel en daar Christus zoeken als Koning die regeert waar Hij wil en zo aanwezig is door de kracht van de Geest. Zo voedt Hij ons in het Avondmaal met Zichzelf.

[19] We mogen in het spreken over Jezus en het Avondmaal nooit iets zeggen wat Zijn verheerlijking te kort doet. Dus dat Hij gebonden zou zijn aan aardse elementen. Maar ok niet iets war Zijn ware menselijke natuur niet kan hebben, zoals op meerdere plaatsen fysiek aanwezig zijn of een lichaam zo wijd en hoog als hemel en aarde hebben. Buiten dit wil Calvijn ver mee gaan met mensen die het Avondmaal in woorden willen uitdrukken. Desondanks is er veel weerstand vanwege de veelheid van visies in de tijd van Calvijn.

[20] Daarom nu verder de discussie. De transsubstantiatie-aanhangers leggen volgens Calvijn te veel nadruk op de instellingswoorden, 'dit' zou slaan op het uiterlijke gedaante van het brood in plaats van het brood zelf. Zo ook een consubstantialist, die het lichaam in met en onder het brood lokaliseert. De paradox die Calvijn opmerkt is dat het letterlijk vasthouden aan de woorden van Jezus zorgt voor interpretaties en redenaties die uiteindelijk zo ver van de woorden afstaan. Sommigen staan te sterk achter de woorden dat het Brood Christus en God is, anderen staan er wat te slap achter. Maar wat de mensen over het hoofd zien is dat de uitspraak van Jezus een sacramentele spreekwijze is, dus dat de grammaticale regels niet leidend zijn voor de betekenis. Er zijn ook meer woorden die aanduiden dat het testament in het lichaam van Jezus is, dan dat het brood Jezus' lichaam is. Dit gaat Calvijn hierna uitwerken wat dit betekent. We hebben namelijk alleen iets met dit verbond als we de gemeenschap met Christus hebben.

Morgen lezen we boek IV.17.21 - IV.17.24

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

maandag 16 november 2015

16-11; Boek IV.17.12 - IV.17.15

Nou, nog vijf weken, volgens mij stopt het rooster als de kerstvakantie ingaat. Dus nu maar beginnen met week 46 van Lectio Calvini.

[12] Calvijn begint met het tegenspreken van dwalingen over het Heilig Avondmaal. Allereerst de overtuiging dat Jezus ruimtelijk aanwezig is in het brood. We raken het aan, vermalen het en slikken het door. Dat is gruwelijke onzin die ook door Petrus Lombardus niet wordt aangehangen. Calvijn is ervan overtuigd dat het ontoelaatbaar is om het lichaam van Jezus samen te laten vallen met aardse elementen. Zijn lichaam is in de hemel en wij worden naar ziel, geest en lichaam één met Hem door Zijn Geest.

[13] De scholastici hebben moeilijke woorden gebruikt om uiteindelijk onbegrijpelijke zaken te stellen. Jezus moet men zoeken in het Avondmaal in de zichtbare gestalte van het brood. Hij is wel in het Sacrament aanwezig, maar blijft in de hemel. Uiteindelijk is het brood een masker voor Jezus waardoor Hij niet te zien is. Uiteraard gaat deze constructie buiten het waar geloof om, wat Calvijn juist het belangrijkste vindt om gemeenschap met Christus te hebben.

[14] Dus die plaatselijke tegenwoordigheid werd al snel door de scholastiek omgewerkt tot de transubstantiatie-leer. Jezus maakt de substantie van brood en wijn te niet en verbergt Zich in de gestalte van brood. Oude kerkvaders gebruikten wel het woord verandering, maar niet in deze zin, zij zagen het Avondmaal in een hemels en een aards deel uiteen vallen. Dat ze anders waren is dat ze tekenen waren voor de geestelijke zaken en niet alleen voedsel. De roomse kerk zijn hiermee van het spoor van de oude Kerk afgedwaald, desondanks ze het doopwater ook niet laten veranderen, gek genoeg. Het aardse teken zou verdwijnen als het losgemaakt wordt van de betekeniszaak van de hemel. De belofte van het Avondmaal wordt teniet gedaan als het brood geen teken is, het is slechts een ondersteuning van onze zwakheid.

[15] De RKK had van de consecratie een toverformule gemaakt. Maar ze vergaten daardoor dat het Sacrament bij het Woord hoort. Als de Israëlieten dezelfde geestelijke drank dronken toen er water uit de rots kwam(Ex. 17:6/1 Kor. 10:4) betekent het er alleen iets ten opzichte van de mens veranderd voor zover het de belofte aangaat. De transsubstantiatie wordt ondersteund door de scholastici door het verhaal van de staf van Mozes. Zoals de staf een staf bleef maar later ook slang genoemd mocht worden naar wat waarneembaar was, zo is het met het brood dat naar in een andere substantie overgaat. Mear de verandering van de staf van Mozes was niet een substantieverandering. En wat moeten we met de staffen van de tovenaars die toch meer goochelarij waren? Ze willen het uiterlijke symbool dezelfde substantie laten hebben als waarnaar het verwijst. Een laatste reden voor substantiatie is de uitroepen van Jeremia 11:19 en Psalm 69:22 die allegorisch worden gelezen voor het kruis. Calvijn vindt dit niet geloofwaardig.

Morgen lezen we boek IV.17.16 - IV.17.20

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

zaterdag 14 november 2015

14-11; Boek IV.17.6 - IV.17.11

[6] Calvijn spreekt Zwinglie(genoemd in de voetnoot) niet tegen als deze zegt dat het een eten in geloof is en niet met de mond. Maar toch vindt Calvijn het te weinig. Het gelovig overdenken van het offer is nuttig en aangenaam, maar in het geloof omhelzen we niet een Jezus die hoog boven ons is, maar Die Zich met ons verenigt en tot een lichaam maakt. Ook Chrysostomus zegt dat met het Avondmaal Jezus ons tot Zijn lichaam maakt.

[7] Calvijn kan ook niet mee gaan met mensen die zeggen dat je met het Avondmaal deel hebt aan de Geest van Christus, daarmee worden de woorden van Jezus Zelf in Johannes 6 veel te kort gedaan. Het zijn mensen die overdrijven en een manier van eten drinken uitdenken die van Jezus een soort spookgestalte maakt. Calvijn zelf vraagt zich af hoe ze zoveel kunnen denken, hij kan zo ver niet komen met zijn denken, laat staan met zijn schrijven. Calvijn noemt het Avondmaal een groot mysterie.

[8] Jezus is vanaf het begin de bron van het leven geweest omdat Hij het Woord va de Vader is. Dit zagen we pas toen Jezus in het vlees Zichzelf openbaarde. Als wij delen in Zijn vlees krijgen wij ook de onsterfelijkheid. We hebben hierin nieuwe troost die makkelijk en dichtbij is. De gemeenschap met het leven is in Hem te vinden.

[9] Het vlees van Jezus heeft in zichzelf niet zoveel kracht, het was ook sterfelijk, maar omdat het is het doortrokken van de volheid van het leven, leeft het nu niet uit eigen kracht. Zo is het vlees de bron, maar niet het leven zelf, zie het voorbeeld van de bron. En zo wordt de Kerk ook het Lichaam van Christus genoemd, vooral in de Efeze brief.

[10] Doordat we een heilige gemeenschap hebben aan het lichaam en bloed van Jezus worden onze zielen gevoed op dezelfde manier als onze lichamen worden gevoed met het brood en de wijn. Anders gaat de analogie van het teken niet op. Daarvoor zorgt de verborgen kracht van de Heilige Geest die iedereen die de maaltijd met vroom geloof neemt vrucht laat dragen. Het breken van het brood is niet alleen maar een symbool, maar we mogen aannemen dat God geeft wat Hij ons in de tekenen voorhoudt. Welk ander doel zou God hebben met een teken dan te verzekeren dat we werkelijk deel aan Hem hebben?

[11] Het heilig Avondmaal heeft in de Kerk altijd al gestaan voor twee zaken, namelijk het teken die ons een beeld geven van de onzichtbare werkelijkheid. en de geestelijke werkelijkheid die ons worden gegeven met de afbeeldingen ervan. In toenmalige scholastieke termen. Christus is de substantie van de tekenen, en het effect is de verlossing, gerechtigheid, heiliging en het eeuwige leven en andere weldaden van Jezus. Ze hebben te maken met het geloof, maar Calvijn bedoelt absoluut niet dat Jezus alleen met het verstand aangenomen kan worden. Calvijn snapt niet hoe iemand dit überhaupt kan, of steun kan vinden in het kruis van verlossing, zonder eerst zijn steun te vinden in de gemeenschap met Christus zelf. Eerst met Hem verenigd zijn, daarna Zijn kracht ervaren.

Volgende week lezen we boek IV.17.12 - IV.17.15

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

donderdag 12 november 2015

12-11; Boek IV.17.1 - IV.17.5

Dat was de Doop, laten we nu gaan naar het Avondmaal.

[1] God de Vader voedt ons ons hele leven lang als een Vader voor Zijn kinderen zorgt. Hij voedt ons met een geestelijke maaltijd waarin Jezus Christus het levendmakende brood is onze zielen tot onsterfelijkheid. Brood en wijn vertegenwoordigen het vlees en bloed van Jezus dat eenmaal voor ons is geofferd en geeft erin een beeld en gelijkenis van onze onzichtbare gemeenschap met Christus. De kracht van de voorgestelde dood van Jezus moet ons tot de overtuiging brengen dat het zal werken in ons leven.

[2] Omdat we in het Sacrament de getuigenis krijgen van onze eenheid met Christus kunnen we volop geloofsvertrouwen krijgen. Christus is met ons mensenkind geworden zodat wij kinderen van God geworden zijn. Het is een wonderlijke ruil.

[3] Het Sacrament is zo'n duidelijk getuigenis dat het is alsof Jezus ons voor ogen wordt gesteld. We leren dat Jezus om ons Zijn Lichaam heeft aangenomen en heeft afgelegd. We worden door het Sacrament door middel van een zekere analogie tot geestelijke zaken geleid. Zoals brood en wijn ons voeden, verkwikken en vrolijk stemmen, zo doen het Lichaam en Bloed van Jezus dat ook.

[4] Dus het Sacrament moet niet gedachteloos genoten worden, maar geldt als een verzegeling van de belofte dat Jezus' lichaam het enige levende brood is dat ons voedt en deelgenoot maakt van Zijn goddelijke onsterfelijkheid.

[5] Het Sacrament maakt niet dat Jezus het levende brood wordt genoemd. Juist alles wat Jezus zegt of deed was om ons levend te maken. In de tweede plaats is het Sacrament eeuwige levendmaking, anders hadden we in Christus geen eeuwigdurende en onvergankelijke zaken. Jezus heeft Zijn lichaam gemaakt tot het levende brood toen deze aan het kruis geslagen werd.  en we hebben er deel aan door de verkondiging van het Evangelie of in het Avondmaal want het is een teken van wat God innerlijk aan ons voltrekt. We moeten aan de ene kant niet te veel letten op de innerlijke zaken ten koste van de tekenen zoals Zwingli, maar aan de andere kant ook weer niet teveel op de tekenen letten zodat de innerlijke zaken in de schaduw komen te staan, zoals bij Luther.  Christus heeft niet zomaar iets gezegd toen Hij sprak over het levende brood. Eten is een gevolg van geloven.

Morgen lezen we boek IV.17.6 - IV.17.11

woensdag 11 november 2015

11-11/2; Boek IV.16.31 - IV.16.32

Met een goeie calvinistiche arbeidsethos kan je makkelijk twee items per dag maken voor een keertje.

[31] Calvijn besteedt veel aandacht aan de voornaamste wederdoper, Servet, al een paar keer eerder voorbij gekomen. Calvijn weerlegt Servet op een aantal punten, zoals de bewering dat het Sacrament voor volmaakte mensen is bedoeld. Juist de Doop roept de mens tot volmaaktheid voor de rest van zijn leven. Servet past het zelfonderzoek op de Doop toe in plaats van het Avondmaal. Ook legt hij bijbelteksten over het oordeel en toorn van God verkeerd uit. Servet kan ook niet bewijzen dat er voorafgaand aan het geestelijk leven een aantal jaren zijn voorgeschreven tot iemand klaar is tot de Doop. Hij denkt door een allegorie van een verhaal van David(1 Sam. 5:8) dat het geloof niet voor blinden en kreupelen is, zoals een gekke uitleg dat de apostelen vissers van mensen en geen kinderen waren. Kinderen zijn niet geestelijk en mogen daarom geen Doop, een geestelijke zaak, ontvangen. Bijna 20 argumenten die Calvijn weerlegt, vaak op exegetische gronden. De Bijbeluitleg van Servet is of niet duidelijk, of tekstplukkerij of een rare allegorie. Servet betrekt vaak op kinderen wat in de Bijbel alleen tot de volwassenen wordt gezegd. Calvijn sluit af met dat Servet een gestoorde geest is, vroeger mocht je als theoloog schelden.

[32] Calvijn ziet in deze discussie de satan aan het werk die de vreugde van de kinderdoop wel wegnemen uit de Kerk. In de kinderdoop hebben we een bevestiging dat God als een zorgzame huisvader wil laten zien dat Hij ook voor het nageslacht van de gelovigen zorgt. Het is een blijk van Zijn goedheid. Dit al afwijzen is een ondankbaarheid, maar het remt mensen ook af om hun kinderen vroom op te voeden. De Doop is een aansporing voor oprecht geloof en gehoorzaamheid aan de Wet bij te brengen bij de kinderen. God verleent de kinderen een plaats in Zijn gezin als leden van de Kerk.

Is dit ook de ervaring van mensen die als kind gedoopt zijn? Zelf ben ik op mijn 13de gedoopt en kan me niet een voorstelling maken van hoe de Doop fungeerde in mijn opvoeding.

Morgen lezen we boek IV.17.1 - IV.17.5

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

11-11; Boek IV.16.25 - IV.16.30

Ja, een wat drukker dagje gister. Vandaag wat Bijbelteksten die schijnbaar tegen de kinderdoop pleiten.

[25] Eerste tekst is Joh. 3:5. De tegenstanders zeggen dat dit bewijst dat de wedergeboorte verplicht is voor iemand die gedoopt wordt. Maar deze tekst gaat over het werk van de Heilige Geest dat met water te vergelijken is, net als in Matth. 3 het gaat over Geest en vuur. Maar zelfs als hun uitleg wordt gevolgd gaat de tekst erover dat de geestelijke goederen na het Sacrament komen.

[26] Ongedoopte mensen krijgen niet per definitie de eeuwige dood als ze sterven voor hun Doop. Een kind dat opgevoed wordt geloofd en geleerd wordt over God en vlak voor de Doop sterft, die zal niet onder het oordeel vallen, want het geloofde. Nergens is iets over de noodzakelijkheid van de Doop te vinden, wel over het grote belang ervan, dus het is geen reden om je kinderen niet te laten dopen.

[27] Maar ze verdedigen dit punt met een beroep op Matth. 28:19. Calvijn vindt dat ze te vast aan de volgorde van woorden hangen. En in die lijn kent Calvijn er nog eentje waarin hij precies doet wat de Bijbel vraagt, namelijk mensen dopen en hen leren te onderhouden wat Jezus geboden heeft.

[28] Mark. 16:16 gaat niet over kinderen, wel over het dopen en dat de Doop ter ondersteuning is bij het leerambt. De tekst, concludeert Calvijn gaat niet over het wel of niet dopen van kinderen.

[29] Je onthoudt kinderen toch ook geen voedsel omdat de apostel zegt dat alleen die werkt zal eten(2 Thess. 3:10). Dat is lukrake exegese. Jezus werd weliswaar op 30-jarige leeftijd gedoopt, maar dit was aan het begin van Zijn bediening en heeft zo de Doop willen inzetten. De Doop is dus gekoppeld aan de prediking.

[30] Maar de wederdopers vinden dan dat de kinderen ook aan het Avondmaal moeten deelnemen. Wat vroeger ook gebeurde, maar is afgeschaft. De Doop is een soort van intrede-rite met het teken van de wedergeboorte. Avondmaal is daarentegen voor de ouderen die vast voedsel kunnen verdragen. Het gaat erin het Avondmaal om dat het lichaam van Jezus te onderscheiden is en het geweten te onderzoeken en de dood van de Heere te verkondigen en overdenken. Hiervoor moet je toch wat ouder zijn. Doop en Avondmaal zijn toch andere dingen, en corresponderen hiermee met de OT besnijdenis en Pascha maaltijd.

Morgen lezen we boek IV.16.31 - IV.16.32

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

donderdag 29 oktober 2015

29-10; Boek IV.14.21 - 26

[21] De tekens legt Calvijn uit. De besnijdenis herinnerde de Jood eraan dat alles wat voortkomt uit menselijk zaad bedorven is en aan de belofte aan Abraham dat God het gezegende zaad zou geven. De reinigingsrituelen wees de Jood op zijn onreinheid en wezen vooruit naar een ander bad, namelijk Jezus, waarin hun zonde zou worden afgewist. De offers wezen op zijn ongerechtigheid en maakten duidelijk dat er genoegdoening nodig was, het wees voruit naar de Hogepriester die Zijn eigen bloed zou uitstorten.

[22] De Sacramenten van de Kerk stellen Christus nog scherper voor. De Doop dat wij gereinigd zijn en het Avondmaal dat wij verlost zijn. Water is het beeld van afwassing en bloed is het teken van voldoening, water en bloed getuigen samen met de Geest hiervan. Daarom kwam er ook water en bloed uit Jezus' zij(Joh. 19:34). Nu is er rijkere mate van genade, onder de Wet was er sprake van schaduwen, nu is de volle werkelijkheid in Christus openbaar geworden. Daarom hoeft het ook niet te verbazen dat de ceremoniële wetten zijn afgeschaft met de komst van Christus.

[23] Het scholastieke leerstuk dat de Joden onder de Wet geen sacramenten maar tekens hadden moet verworpen worden. Paulus leert dat de Sacramenten onder de Wet ook Christus als substantie en inhoud hadden, er werd dezelfde geestelijke spijs gegeten en hij kent hoge bewoordingen aan besnijdenis e.d. toe.  Lombardus en Aquino baseren zich op een verkeerde uitleg van Hebr. 10:1, de ceremoniële wet heeft namelijk volgens Calvijn geen waarde zolang men niet tot Christus komt.

[24] Ze zullen hier dan weer Paulus spreken over de besnijdenis als nutteloos en zonder betekenis inbrengen, waar Calvijn als argument tegen gebruikt dat ditzelfde ook gezegd kan worden over de Doop, wat Paulus ook doet. De uiterlijke afwassing van onze Doop zegt God niets als we ook niet innerlijk gereinigd worden. Toch wordt er met deze uitspraken niks afgedaan aan de waarde van Doop en besnijdenis. Paulus schrijft alleen tegen mensen die de besnijdenis als vereiste bleven zien en de oude schaduwen niet konden vergeten, ze moesten zich toeleggen op waar het werkelijk om gaat. Ook als de OT-heiligen de zaak hadden hadden ze geen reden om de besnijdenis als overbodig te zien, dit deed niemand.

[25] Vooral in de Hebreeënbrief  lijkt de schrijver de OT ceremoniën als waardeloos te betitelen, wat daar niet uit het oog moet worden verloren is dat de schrijver hier met mensen inn discussie gaat die de waarde van de ceremoniën op zichzelf zonder Christus op waarde schatten, wat hij in die zin ook doet. Want de OT ceremoniën hebben geen waarde zonder Christus. Ze zijn in Hem vervuld en zijn toen afgeschaft, zoals de duisternis verdwijnt als de zon gaat schijnen.

[26] De mensen moeten zich niet laten meeslepen en door de kerkvaders die in hun bewoordingen over de Sacramenten soms overdreven als stijlfiguur. Bij Augustinus is uit het geheel van zijn werk te zien dat hij hetzelfde dacht als Calvijn, de Joden hadden zdezelfde inhoud in hun Sacramenten en dezelfde geestelijke kracht. Bij ons is alleen de zaak voller en duidelijker aan het licht getreden. Ook valt bij Augustinus te zien dat er geen sprake was vroeger van de zelfstandige werkzaamheid van de Sacramentenen(ex opere operate).

Morgen lezen we boek IV.15.1 - IV.15.8

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

woensdag 28 oktober 2015

28-10; Boek IV.14.16 - IV.14.20

[16] Christus is de eigenlijke inhoud en betekenis van de Sacramenten. Ze ontlenen hun bestaan aan Hem, en hebben in zichzelf geen belofte of kunnen ook niet in zichzelf een oorzaak van gerechtigheid zijn, zoals Petrus Lombardus leert. Als we de Sacramenten met geloof aannemen, versterkt en vermeerdert het ons geloof en kunnen we Jezus nog meer aanvaarden. Desondanks kunnen goddelozen het Sacrament niet waardeloos maken als ze het ontvangen, de kracht of waarde van he Sacrament ligt niet in de persoon die het ontvangt, maar in de aanbieding van God. Je moet dus niet teveel aan het aardse teken blijven hangen, water, brood en wijn, maar aan de andere kant ook weer niet dingen daaraan gaan toekennen die Jezus Zelf toekomt.

[17] Sacramenten bieden, net als het Woord, Jezus met alle schatten van genade in Hem aan en leveren allebei iets op als ze in geloof worden aangenomen. We moeten ons door mooie uitspraken van kerkvaders niet laten verleiden om te denken dat er een soort verborgen kracht aan de Sacramenten is gekoppeld. De Sacramenten leveren ons iets op als de Heilige Geest ons hart opent. Sacramenten zijn van onze kant te zien als bodes met goed nieuws. Ze verwijzen naar God de Geest die de gaven meeneemt en ervoor zorg dat de bediening van de Sacramenten niet vruchteloos en tevergeefs is. Deze twee dingen zijn te onderscheiden. Zo staat alles in de juiste verhouding en komen we van het idee af dat de kracht van de Heilige Geest in de bestanddelen van de Sacramenten ligt opgesloten. God werkt door middel van de Sacramenten.

[18]Het woord sacrament wordt in het algemeen gebruikt voor een teken dat God heeft gegeven tot zekerheid of vertrouwen in de waarheid van Gods beloften. Je hebt natuurlijke tekens en wonderen als tekens. Natuurlijke tekens zijn de boom in het paradijs en de regenboog bij Noach. Door het Woord van God erbij zijn ze iets nieuws geworden, vergelijkbaar met een stuk zilver dat tot een munt wordt gevormd en daardoor nieuwe en meer waarde krijgt. Wondertekens zijn de vuuroven bij Abraham, het vachtje van Gideon en de zonnewijzer bij Hizkia.

[19] Nu wil Calvijn het hebben over de sacramenten die God aan de Kerk heeft gegeven als de gewone(volgens mij is een beter woord: gebruikelijke) middelen om gevoed te worden in geloof en dat geloof te belijden. God heeft de christenen verzameld in een zichtbaar teken, er kan moeilijk een godsdienst bestaan zonder zichtbaar teken. Nu is het teken van het christendom een ceremonie. Vanuit God is deze ceremonieën getuigenis van Zijn genade, van onze kant een belijdenis van onze trouw en gehoorzaamheid aan God. God wil door de Sacramenten in de eerste plaats Zijn volk voeden, opwekken en versterken, in de tweede plaats wil God door de Sacramenten Zijn volk bij de mensen getuigenis geven van hun geloof.

[20] In de verschillende tijden en bedelingen heeft God altijd Sacramenten gegeven, Aan Abraham de besnijdenis, aan het joodse volk de ceremoniën en offers. Deze zijn bij de komst van Christus vervangen door Doop en Avondmaal, Calvijn zou handoplegging door dienaren niet direct ontkennen als Sacrament, waar hij later op terug komt. Oude Sacramenten hadden hetzelfde doel, te wijzen op Christus, eerst als een voorafschaduwing, later als duidelijk getuigenis.

Morgen lezen we boek IV.14.21 - IV.14.26

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

dinsdag 27 oktober 2015

27-08; Boek IV.14.10 - IV.14.15

[10] We moeten de kracht van de Sacramenten niet toeschrijven aan iets wat geschapen is, dan doen we de Heilige Geest geen eer aan. Het is namelijk de Geest die ons hart verlicht. Net zoals mensen elkaar proberen te overtuigen en daarvoor inzicht en welwillendheid nodig hebben van degene die ze proberen te overtuigen, werkt de Heilige Geest in ons om ons de waarde van de prediking en Sacrament in te zien en onze harde harten zacht te maken. Hierdoor versterken Woord en Sacrament ons geloof, doordat ze de welwillendheid van de Vader naar ons toe laten zien, en het kennen van die wil is de kracht van het geloof.

[11] Het uitwendig Woord bezit deze eigenschap en wordt daarom ook zaad genoemd. Het kan wel gestrooid worden op een persoon met een harde nek, dat is dus zand, maar dan komt er niks op, tenzij de Heilige Geest het Woord in de ziel laat belanden. Als Paulus zijn bediening de bediening van de Heilige Geest noemt, bedoelt hij dat prediking onlosmakelijk met het verlichtende werk van de Heilige Geest verbonden is(1 Kor. 2:4). Wel moet hij als arbeider of boer hard werken van zijn kant om de grond te bewerken. De apostelen brachten zo de Heilige Geest aan het licht door hun werk,

[12] soms is het zo dat God Zijn Sacramenten wegneemt om ongefundeerd vertrouwen op de belofte van God weg te nemen. Zoals de boom bij Adam, en Efeziërs die buiten de besnijdenis staan.(Ef. 2:11-12). Dit is niet iets overdragen op iets geschapens wat God alleen toekomt. Net als brood, warmte, vuur, en de zon middelen zijn die alleen waarde hebben als gave van God aan ons, zo zijn de Sacramenten alleen van waarde als ze Gods beloften in aanschouwelijke vorm voor ogen stellen.

[13] Calvijn spreekt hier Zwingli tegen die uit het woord 'sacramentum' de oorspronkelijke betekenis uitdiept en hier theologisch op voort denkt. Het is oorspronkelijk de eed van de soldaat aan zijn veldheer. Zo is het sacrament een onderscheidingsteken om te laten zien bij wie we horen, vindt Zwingli. Dit is niet een heel sterk woord omdat de kerkvaders niet heel veel betekenis aan het woord sacramentum ontleenden, maar wel gaven. Ook wordt het minst belangrijkste tot het belangrijkste gemaakt, namelijk de belijdenis voor mensen. Het gaat primair om dat de Sacramenten ons geloof dienen ten overstaan van God.

[14] Maar tegenover deze mensen die het Sacrament krachteloos en nutteloos maken heb je aan de andere kant mensen die geloven dat het Sacrament geheime krachten bevat. De Sacramenten maken rechtvaardig en brengen genade als daar geen doodzonde als belemmering op wordt gebracht. Dat is een duivelse leer omdat het rechtvaardigheid buiten het geloof om leert en de mensen laat rusten in iets aards in plaats van God zelf. Dit is de ondergang van de Kerk. Er zit niet meer in het Sacrament dan God belooft in Zijn Woord. Ook moeten we onze zekerheid uit Christus halen en niet het Sacrament.

[15] Calvijn hanteert in navolging van Augustinus een onderscheid tussen het Sacrament en de zaak van het Sacrament. Deze zijn niet zo nauw met elkaar verbonden dat ze niet zonder elkaar kunnen bestaan. De Sacramenten werken daarom alleen uit wat ze afbeelden in de uitverkorenen. De onwaardigheid van degene die eet wordt los gemaakt van de werkelijkheid waarnaar het verwijst. Je hebt net zoveel nut van de Sacramenten als dat je vorderingen maakt door de Sacramenten in de gemeenschap met Christus.

Morgen lezen we boek IV.14.16 - IV.14.20

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com