Posts tonen met het label eenheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eenheid. Alle posts tonen

woensdag 2 september 2015

02-09; Boek IV.2.1 - IV.2.5

Nu gaan we eens kijken wat Calvijn te vertellen heeft over ware en valse kerk.

[1] Zeden zijn geen belemmering om kerk te heten als Woord en Sacrament zuiver bediend worden. Er is een groot gevaar als de leugen de kerk binnen is gedrongen en het sacramentsgebruik in verval is. Bijvoorbeeld als het fundament van de leer van e apostelen en profeten wordt weggenomen. De Kerk is een pilaar van waarheid is kan er geen leugen regeren.

[2] Calvijn vindt dat de lezers zich van de Roomse kerk mogen scheuren omdat de prediking onder de maat is en leugens verkondigt en de sacramenten meer afgoderij zijn dan Sacramenten. Let wel; in die tijd was het inderdaad slecht gesteld met de RKK. MEt veel poeha wordt verkondigd dat de RKK de enige kerk is, maar hun argumenten zijn vooral geschiedenisboeken door kerken die door martelaren zijn opgericht, door een onafgebroken lijn bisschoppen bewaard. Calvijn geeft tegenargumenten. Allereerst geldt de bisschoppelijke opvolging alleen voor wat zij aanvoeren, Italië, Spanje, Frankrijk, maar hielp deze afstammeling niet in Azië, Egypte en Africa. Ten tweede is de Kerk in Griekenland ook een onafgebroken opvolgin, maar toch beweren de roomsen dat de kerk daar ten onder is gegaan, hoe kan dat?

[3] De roomsen zijn te vergelijken met de Joden in het OT die zich beriepen op de tempel, ceremoniën en uiterlijkheden. Met als verschil dat de KErk goed kan bestaan zonder de vormen die de roomsen aandragen. God heeft ook de tempel verlaten toen deze door de priesterdienst werd aangetast (Ez. 10:4). Zo kunnen roomsen niet overtuigen dat God altijd bij hun vast zit. Ook in de Romeinen brief worden de Joden als vijanden van de waarheid geschetst omdat ze Christus verwerpen, terwijl ze alles hebben wat ze zich maar konden wensen als kerk. God zegt dat alleen zij worden beschouwd als Zijn kinderen die geboren zijn uit het zuivere en ware zaad van de leer. God is niet gebonden aan goddeloze priesters, en desondanks de waardigheid van het ambt verdienen ze het dan om afgewezen te worden. Er bestaat niks knulligers dan de opvolging van mensen te verkiezen boven de trouw aan de leer. Dat bedoelde de kerkleraars ook niet. Ze hadden de opeenvolging van de bisschoppen alleen als maar als argument om nieuwe leren te weren. De RKK, vindt Calvijn, moet zich geen kerk noemen. Ook Augustinus had de gestalte van de kerk omschreven als niet altijd even zichtbaar. Ook gingen er soms steunpilaren van de waarheid in ballingschap of hielden ze zich schuil.

[4]  We hoeven niet onder de indruk te zijn van de uitwendige poppenkast als we instemmen dat er pas sprake is van de Kerk als Gods Woord er aan te pas komt. Dat is namelijk het kenmerk, dat de stem van Jezus geluisterd wordt. De Kerk is gegrondvest op de leer van profeten en apostelen, de Kerk is het koninkrijk van Christus en Hij regert niet anders dan door Zijn Woord.

[5] Het verwijt aan de gereformeerden is dat ze ketters en scheurmakers zijn. Dat kan niet, want de gemeenschap bestaat uit broedelijke liefde en gezonde leer. Ketters tasten met dwalingen de zuiverheid van het geloof aan en scheurmakers zaaien tweedracht bij eenheid in geloof. Buiten het geloof is er geen samenspannen van gelovigen. Gereformeerden kunnen ketters, noch scheurmakers zijn.

Morgen lezen we boek IV.2.6 - IV.2.12

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

woensdag 26 augustus 2015

26-08; Boek IV.1.1 - IV.1.4

De eerste drie boeken van de Institutie waren over de innerlijke zaken, nu komt het laatste boek over de uiterlijke middelen waardoor God werkt. Hierdoor wordt het geloof zichtbaar in de werkelijkheid.

[1] Om onze zwakheid van verstand te hulp te komen heeft God middelen gegeven zodat we zouden komen tot het einddoel van het geloof. De middelen zijn de Kerk, de herders en leraren, en de Sacramenten. Daarom worden deze in dit boek besproken, net als een politiek standpunt voor de Kerk in de wereld. Allereerst bespreekt Calvijn de Kerk omdat hierin de kinderen van God vergaderd worden. Wie de Kerk niet als moeder kan hebben, kan ook niet God als Vader hebben.

[2] De kerk is de zichtbare kerk, maar bestaat ook uit alle uitverkorenen van God.
Als we 'een Kerk geloven', zoals het Apostolicum zegt, valt er te twisten over 'een kerk geloven' of 'in een kerk geloven'. De eerste manier van spreken is oud en was om aan te geven dat de manier van een kerk geloven anders is dan in God geloven. Het geloof betekent dat de genade van Christus ondanks alle aanvechting altijd vrucht zal dragen.
Het is te nauw om de kerk alleen te zien als alle uitverkorenen, het geloof is ook in de eenheid van de Kerk, daarom wordt ze ook algemeen of katholiek genoemd. Met meerdere kerken zou Christus aan stukken gescheurd zijn. En Hij is het ene hoofd van Zijn Kerk. Desondanks alle tegenspraak van alle kanten en schijnbare verdeeldheid moeten we blijven geloven dat de dood van Christus vrucht draagt en de kerk wordt bewaard, al is het in schuilhoeken.

[3] Het artikel heeft betrekking op de uiterlijke kerk. Je moet je als schaap van de kudde gedragen. Het is de gemeenschap der heiligen. Zo moet je je dan ook gedragen, dat ze elkaar kunnen laten delen in de weldaden van God. Niet dat iedereen hetzelfde bezit in geestelijke zin, maar ook dat het niet de maatschappelijke orde doorbreekt en eigen bezit afschaft. Het is eenheid in het Hoofd van de Kerk en vanuit daar delen in elkaars bezit.
Als in een Kerk geloven betekent dat steun voor ons omdat de Kerk altijd bewaard zal worden en wij er lid van zijn, ze staat vast in de uitverkiezing. In de tweede plaats zit de gelovige zo vast aan de Kerk als een lichaamsdeel aan een lichaam zit, in dit geval het Lichaam van Christus. In de Kerk is de waarheid te vinden en God zal in Zijn Kerk vertoeven.
Deelgenoot van de kerk zijn vermag zoveel dat het ons in de gemeenschap van God bewaart. Door lid te zijn van de Kerk zijn we Gods eigendom. De Kerk is een kwestie van het geloof en we moeten geloven dat ze niet minder bestaat als we het niet zien of begrijpen.

[4] Maar de zichtbare kerk mogen we ook moeder noemen, wat ons veel leert. Er is namelijk geen andere toegang tot het leven buiten de Kerk. Er is buiten geen vergeving en geen zaligheid te verwachten, wat de Ot profeten al verkondigden. We mogen de Kerk pas verlaten als we ons hele leven leerlingen van haar geweest zijn.

Morgen lezen we boek IV.1.5 - IV.1.8

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

maandag 13 april 2015

13-10; Boek II.10.1 - II.10.7

De vijftiende week van Lectio Calvini, gaat lekker. Ik hoop dat iedereen nog een beetje op schema ligt of er in ieder geval al wat aan gehad heeft.

Uit het voorgaande blijkt dus dat het oude en het nieuwe verbond hetzelfde verbond zijn. De mensen ten tijde van het oude verbond verschillen wel in positie, maar niet in erfenis en genade en zaligheid. Dat is wat Calvijn nu gaat laten zien. Dit moet omdat Servet en de wederdopers een groot verschil tussen oud en nieuw verbond maken. Alsof de aarde voor het volk Israël is en de onsterfelijkheid in de hemel voor de nieuwverbondsgelovigen.

De verbonden zijn hetzelfde, er is één verbond dat in de uitvoering verschilt. Eerst de eenheid. ten eerste zit deze erin dat de Joden niet vleselijke voorspoed voorgehouden is, maar de hoop op onsterfelijkheid. Ten tweede dat de verdiensten van de Wet niet de reden was voor het verbond met hen, maar de barmhartigheid van God. Ten derde hebben ze Christus gehad en gekend als Middelaar.

Onder de Wet was het Evangelie van Gods Zoon aangekondigd door de profeten, aldus Paulus in de Romeinenbrief. Hieruit blijkt dus dat het OT ook heel duidelijk het toekomstige leven voor ogen stelde.

Hier speelt ook mee dat God het oude verbond heeft opgericht uit barmhartigheid en door Christus is bevestigd. De leer van rechtvaardiging uit geloof is ook aan hun toebedeeld.

Ook hadden de Joden dezelfde tekenen van genade in het oude verbond, dit zegt Paulus in 1 Korintiërs. De Corinthiërs konden zich niet achter tekenen van genade verschuilen, net zo min als de Joden zich daarachter konden verschuilen. Ook het manna getuigt hiervan, desondanks dit niet het hoofdpunt is in een discussie die Jezus voert over manna in Joh. 6. Het gaat niet over het voeden van mensen, maar om een voorbeeld van de geestelijke levendmaking in Christus.

Een bewijs uit het OT zelf i.p.v. het NT is dat God Zijn levendmakende Woord had gegeven als band tussen Hem en Zijn volk. Hierdoor zijn de zielen van de vromen verlicht tot de kenns van God en één met Hem geworden.



Morgen lezen we boek II.10.8 - II.10.13

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com