Posts tonen met het label Leo I. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Leo I. Alle posts tonen

donderdag 1 oktober 2015

01-10; Boek IV.9.4 - IV.9.11

[4] Sommige mensen zeggen dat dit alleen voor de Joden gold. Maar Petrus zegt zelf dat er net als er onder de Joden valse profeten waren, in de NT valse leraren en ketters zullen zijn(2 Pet. 2:1). Paulus zegt dat de antichrist in de tempel van God troont. En niet alleen in de bijbel maar ook in de kerkgeschiedenis is te zen dat de waarheid niet altijd door de herders wordt bewaard en verkondigd.

[5] Calvijn wil niet het gezag van alle herders over de hele wereld in een klap ondermijnen, maar wel laten zien dat het niet klopt als de paus en zijn bisschoppen de waarheid verdraaien en ondertussen zeggen dat ze niet van het licht van de waarheid verstoken zullen zijn. God kan herders straffen met verblinding. De overtuiging van de paus staat al te lezen in JEr. 18:18

[6] Dit geldt ook voor concilies. Calvijn ziet dit terug in de profeten uitspreken dat de priesters de Wet zal ontvallen en niks zullen inzien. Dit gold voor priesters die in vergadering bijeenkwamen, in een vergadering van 400 spraken ze door een leugengeest(1 Kon. 22:6)

[7] Ook het proces tegen Jezus laat zien dat de waarheid niet in een concilie van een Kerk ligt opgesloten. We mogen niet toegeven dat de de Kerk bestaat in de vergadering van haar herders, want God heeft verklaard dat er ook slechte herders zullen zijn.

[8] Calvijn wil zeker niet alle concilies ongeldig maken of iedereen voor zichzelf laten bepalen of die een concilie wel of niet aanneemt. Calvijn wil dat eerst bij een concilie het wie,wat,waarom,wanneer vragenrondje wordt onderzocht en daarna zou het aan de hand van de Schrift onderzocht moeten worden. We moeten dit leren van Augustinus die een strijd over concilies terug naar de Schrift stuurde die hij en zijn tegenstander allebei als gezag aanvaardden. Calvijn onderstreept een paar concilies, de bekendste en belangrijkste als ze over leeruitspraken over het geloof gaan. Er is in latere concilies al een verval te zien. Er waren wel goede bisschoppen, maar doordat de stemmen wel geteld maar niet gewogen werden heeft het grootste deel vaak het beste deel overwonnen.

[9] Als er twee concilies tegenstrijdig zijn kan je alleen aan de hand van de Bijbel bepalen welke ongeldig is. Zo bijvoorbeeld met het concilie van Constantinopelwaarop besloten werd om beelden uit de kerk te halen en op het tweede concilie van Nicea om ze weer terug te plaatsen. De tweede houdt zich niet aan de Schrift, wat Calvijn laat zien. Dus verwerpt hij het laatste en aanvaard hij het eerste concilie.

[10] Maar ook hebben de mensen van het concilie zich soms overgegeven aan bijzaken. Op Nicea bijvoorbeeld waren de tegenstanders van Arius ook elkaars tegenstanders en werkten elkaar tegen terwijl ze zich vanuit het Woord op Arius moesten richten.

[11] Ook Leo erkend het gezag van Chalcedon maar noemt wel dat hierbij gedwaald kan zijn, net als het verwijt van eerzucht en roekeloosheid. Dit is niet om het gezag van concilies te ondergraven, maar wel om tegen te spreken dat concilies onfeilbaar zijn.

Morgen lezen we boek IV.9.12 - IV.10.2

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

woensdag 23 september 2015

23-09; Boek IV.7.11 - IV.7.17

[11] In de geschiedenis zijn er veel brieven met onzin geschreven over het pausdom. Maar ook zinnige brieven, van bijvoorbeeld de geleerde paus Leo I. Hij stond bekend als een machtsbelust man. Hij heeft in andere landen plaatsvervangers van zichzelf aangesteld. Maar deze plaatsvervangers mochten de metropolieten niet hinderen in hun werk. Het was een vorm van bemiddelen op afstand.

[12] In de zesde eeuw bij Gregorius I waren er veel crisissen in Europa en Africa en zochten de bisschoppen eenheid in het geloof door zich aan te sluiten bij Rome. De macht van de paus werd hierdoor vergroot desondanks het nog geen ongeremde alleenheerschappij van één man was. Hij is er wel trots op maar deed niet zelf iets om zijn macht te vergroten.

[13] Gregorius was een buitengewoon middel pom anderen te ondersteunen, niet om tegen te staan. Ook was het wel tegen zijn zin, hij wilde bisschop zijn en was bang nu te veel met wereldse verwikkelingen bezig te zijn in plaats van bisschop te zijn. Hij zag zichzelf primair als gelijke en was geen werelds heerser, hij stelde zich onder de keizer.

[14] Innocentirus I in de 5de eeuw was verwikkeld in de machtsstrijd tussen Rome en Constantinopel, waar de zetel van het Romeinse rijk naartoe was verplaatst. Op het Concilie van Turijn was bepaald dat de bisschops- of metropolietzetel in de belangrijkste bestuurlijke stad moest staan, wast Innocentius tegensprak. Maar men moet het concilie boven de uitspraak van een man die voor eigen belang pleit verkiezen.

[15] Op het Concilie van Constantinopel was het besluit genomen dat deze stad de privileges van Rome zou krijgen omdat het het nieuwe Rome was, op Chalcedon was dit ook besloten. Leo sputterde heftig tegen.Dit vindt Calvijn een uiting van machtswellust. Als de politieke situatie veranderd moet de Kerk hier van tijd tot tijd op inspelen. De erepositie kan toegekend worden en ook weer zo opgeheven worden.

[16] Daarna was er een Johannes die de grenzen van zijn bisdom wilde laten samenvallen met de grenzen van het rijk. Gregorius heeft zich hiertegen verzet. Hij wilde zich ook niet 'algemene paus' laten noemen.

[17] En byzantijnse keizer Phocas stelde in de 6/7de eeuw door toedoen van Bonifacius III in een decreet dat Rome het hoofd van alle kerken werd. Dit scheen niet veel te helpen in de geschiedenis. De band met Griekenland en Klein-Azië is later doorgeknipt en Frankrijk gehoorzaamde alleen naar believen en moest eerst veroverd worden voordat er gehoorzaamd werd. Later werd de macht van Rome ook met Karel de Grote gevestigd. Er was verval en afwijking van de oude situatie.

Morgen lezen we Boek IV.7.18 - IV.7.22

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

maandag 21 september 2015

21-09; Boek IV.6.17 - IV.7.4

De 38ste week van Lectio Calvini.

[17] Dat de kerk van Rome stabiel was, is geen reden om haar oppermacht over andere kerken te brengen. Dat doet ook geen recht aan de vroege Kerk. Hieronymus behandelt in de kerkorde geen paus, Cyprianus behandelt geen paus, maar legt de eenheid van de Kerk in het bisschopsambt. In het bijzonder het episcopaat van Christus en het daarvan afgeleide ambt waarin de bisschoppen een deel en toch de volheid van delen.

[1] Op het Concilie van Nicea in 325 werd Rome wel een belangrijke, maar niet de hoofdplaats in. Ook op het Concilie van Efeze(431) werd er geen machtspositie toegekend, maar wel op een gekke manier de bisschop van Rome gekoppeld aan het voorzitterschap. Ook op het Tweede Concilie van Efeze (449) namen de afgevaardigden van Rome geen bijzondere plaats in tussen de andere. En de bisschoppen van Rome stonden bekend dat ze wel tumult maakten om iets te claimen wat hun toekwam, dus als ze wel een machtspositie hadden, dan was dat wel uitgekomen.

[2] Op het Concilie van Chalcedon nam Rome wel een bijzondere plaats, maar dit was op verzoek van de keizer en aldus een bijzonder voorrecht, aldus Leo I. De Oosterse bisschoppen hadden de boel namelijk al in het honderd laten lopen en Rome kon goed voorzitten met rust en gezag. Maar dit is geen algemene regel. Op het Vijfde Concilie van Constantipnopel heeft zonder morren weer een andere bisschop voorgezeten. Ook zo op het Concilie van Carthago. Het Concilie van Aquileia werd zelfs gehouden zonder Rome erbij.

[3] Ook waren er eerder geen bijzondere titels voor de bisschop van Rome. Cyprianus schrijft zelfs wat hard tegen een paus over zijn domheid en arrogantie, als broeder. Het concliie van Carthago verbiedt expliciet iemand de vorst van de priesters of eerste bisschop te noemen, Hieronymus weigert als priester van Rome de stad boven de wereld te plaatsen.

[4] Gregorius I heeft zich tegen een Johannes, bisschop van Constantinopel gekeerd die zich universeel bisschop wilde laten noemen. De zelfverheffing die hier in zit noemt Gregorius de voorbode van de antichrist. Op het Concilie van Chalcedon schijnt deze titel aan Leo I aangeboden te zijn, maar dit is onwaarschijnlijk en ook nergens wat van terug te vinden, desondanks Leo geweigerd zou hebben.

Morgen lezen we boek IV.7.5 - IV.7.10

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

donderdag 17 september 2015

17-09; Boek IV.6.4 - IV.6.9

[4] Om het weer eens te benadrukken, de sleutelmacht is de prediking van het Evangelie die sommige door bekering het koninkrijk der hemelen binnenbrengt. Lastig is het ook dat de paus volhoudt dat dit alleen tegen Petrus gezegd wordt. Zo gaat de leer verder mank. Even later in het Bijbelboek worden alle apostelen bevolen het Evangelie te prediken. Johannes Eck zegt dan dat het voorrecht van Petrus zit dat hij iets krijgt wat de apostelen allemaal gemeenschappelijk heeft gekregen. Maar Augustinus en Cyprianus benadrukken dat de sleutelmacht de eenheid van de Kerk uitdrukt.

[5] Maar het primaatschap van de paus als opvolger zit erin dat Christus op de rots/petrus de gemeente zal bouwen(Matth. 16:18). Maar Christus zegt hier tegen Petrus niets anders dan wat Petrus en Paulus over alle gelovigen zeggen. Christus is de hoeksteen en daarop worden we als gelovigen als stenen gebouwd  als een tempel. Petrus mag dan eervol als eerste genoemd worden, maar er volgt niet uit dat hij macht over andere christenen krijgt. We zien in de Bijbel dat Petrus een zekere eer had en vaker het woord had, maar geen macht.

[6] De weerlegging over het woordspel tussen petra(rots) en Petrus hoeft niet weerlegd of besproken te worden, zelfs als kerkvaders(Leo I) daarmee aankomen. Het gaat duidelijk tegen de Schrift in. Petrus belijdt namens allen dat Christus de Zoon van God is. Die belijdenis is dan ook de rots waarop gebouwd wordt. Het gaat niet zozeer om het gezag van de kerkvaders voor Calvijn, dat behandelen zou de kwestie alleen maar onnodig vermoeiend maken.

[7] Op basis van andere Bijbelse gegevens is te zien dat Petrus weliswaar soms de voorzitter van de groep lijkt, maar dat hij andere apostelen hun mening laat uitspreken, de beslissing aan hen laat en zich daarnaar voegt. In zijn brief presenteert Petrus zich als gelijke. Hij verdedigt zijn handelen, volgt andermans bevelen op. Ook de eerste twee hoofdstukken van Galaten laten zien dat Paulus in alles gelijk is aan Petrus.

[8] Maar zelfs al zou Calvijn meegaan met de verdedigers, dan is er geen reden om van een bijzondere gebeurtenis een algemene en eeuwige regel te maken omdat de zaken wat het betreft verschillend zijn, 1 leider van 12 is iets anders dan 1 de leider van duizenden. Het is logisch dat er in een groep mensen een soort leider een voorzitter optreedt. Maar hieruit volgt niet dat iemand de macht over de hele wereld moet krijgen. Niemand kan die als enkeling regeren. Het voorbeeld van de bijen die een leider hebben accepteert Calvijn maar vindt hij niet van toepassing omdat er een koning(in)bij per korf is en deze wordt niet gekozen in een verzameling van alle bijen. Ook kunnen geen voorbeelden uit de Griekse wijsheid gehaald worden, die beweren alleen dat een rijk geen twee koningen verdraagt.

[9] Maar dan nog volgt daar niet uit dat als de hele wereld door een man geregeerd zou kunnen worden, dit ook moet gelden voor de kerk. Christus is het Hoofd en in Hem zijn we verzameld volgens de door Hem ingestelde orde. Alleen Christus mag de titel Hoofd hebben(Ef. 4:15). En een verzonnen ministerieel hoofd is niet geboden door Christus Zelf. NErgens is te lezen dat Christus een plaatsvervanger heeft aangesteld.

Morgen lezen we boek IV. 6.10 - IV.6.16

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

maandag 14 september 2015

14-09; Boek IV.5.2 - IV.5.7

De 37ste week van Lectio Calvini!

[2] Een andere pervertering van de oude praktijk is dat het volk geen stem meer heeft in de verkiezing. Als ze de kersverse bisschop zien is dit direct om hem te aanbidden, niet om hem te onderzoeken. Dat noemt Leo I machtsmisbruik. Cyprianus noemt  het goddelijk recht dat er niks plaatsvindt zonder toestemming van de gemeente. Er zouden dus nu gen goddelijk en kerkrechtelijk geldige verkiezingen zijn. De tegenstanders van Calvijn vonden dat het nodig was het volk en de regering een stem te onthouden. Maar nu is het middel groter kwaad dan dan de kwaal. Het volk leefde vroeger ook met de regels voor de bisschoppen dus hoefde deze taak niet overgenomen te worden door kanunniken. Plus dat die interne regels de grootste zondaars het ambt in heeft geholpen.

[3] Het is ook dudielijk dat er in vroegere tijden veel beroering was bij de keuze van een bisschop. Toch dacht niemand eraan het volk hun recht te ontnemen. Calvijn schetst een lijn dat het volk wat slordig werd en de presbyters zich het recht toeeigenden ten koste van het recht van het volk. Vorsten zijn hier later bij ingesprongen en hebben bisschoppen opgedrongen aan kerken.

[4] Bisschoppen wijken af van de oude inzetting door geen presbyters te bevestigen om het volk te leiden en hoeden, maar om als priesters te offeren, net als diakenen om bepaalde ceremoniën uit te voeren. Ook wordt een inzetting van het concilie van Chalcedon ongedaan gemaakt. Hier is bepaald dat ordeningen niet in absolute zin mogen zijn. Een ordening moet met taak en plaats zijn. Dit is om te voorkomen dat mensen ergens geld zitten te verbruiken en dat er geen eretitels beschikbaar zijn. Er is dus ook een clandestiene handel in titels.

[5] Maar zelfs zonder misbruik is het raar om een presbyter te benoemen zonder plaats. En dan nog is het een vertekening van de oorspronkelijke taak, desondanks hij is opgeleukt met rituelen en vertoon. er wordt geen onderzoek gepleegd, alleen keken naar geld of kadootjes, daarna wordt er een ordening opgevoerd die Calvijn belachelijk vindt. Desondanks is de gevestigde orde van toen fel in het verdedigen.

[6] Er is een wildgroei aan praktijken rondom beneficies, dat zijn zaken die vroeger aan een ordening vastzaten, maar er nu volkomen los van staan. Ook vermoedt Calvijn veel simonie rondom de beneficies. Priesterplaatsen worden zo verkregen om het belang van mensen te dienen, niet het belang van de kerken.

[7] Het volk had het waarschijnlijk niet zover laten komen met hun benoemingsrecht. Nu kom je jonge manen tegen aan een hof die over meerdere kerken en bisdommen de leiding hebben. Gods Woord en Concilies spreken zich hiertegen uit. Dit zou de heilige opvolging zijn waardoor de kerk niet verloren zal gaan. Calvijn is, zoals te lezen is, verbolgen over de praktijk van de kerk van toen. En terecht.

Morgen lezen we boek IV.5.8 - IV.5.15

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

zaterdag 12 september 2015

12-09; Boek IV.4.11 - IV.5.1

Twee dagen later, er stonden vier dagen deze week, dus ik nam het er lekker van. Nu gaan we met Calvijn wat dieper de kerkgeschiedenis in wat betreft het ambt.

[11] Uit de geschiedenis, zoals het Concilie van Antiochië, is duidelijk te zien en vastgelegd dat er nooit een bisschop is gekozen tegen de wil van het volk in. Bij Augustinus en in de kerkelijke geschiedenis van Theodoretus is te zien dat bisschoppen hun opvolger mochten aanwijzen, maar deze nog steeds de instemming van het volk nodig had.

[12] Er is wel op het Concilie van Laodicea een besluit genomen om de verhoudingen geestelijkheid/volk in een besluit in balans te houden. De geestelijken maakten een keuze, deze werd voorgelegd aan de overheid, raad of de leiders. Na goedkeuring werd de zaak aan het volk voorgelegd. De kans op tumult of een verdeling in twee kampen van het volk werd zo voorkomen. Het volk werd ook van te voren geraadpleegd om geschikte kandidaten te vinden. Ook Leo I schrijft hierover.

[13] Deze manier van verkiezen was lang in gebruik gebleven, ook bij Gregorius in de zesde eeuw. Er zijn zo nog rondom het jaar duizend pausen verkozen. Alleen in Rome en Constantinopel was toestemming van de keizer nodig, omdat hij daar woonde. Ambrosius heeft ooit een keer in een ernstig verdeelde stad toezicht gehouden, maar dat was een noodsituatie. Dat soms de keizer om toestemming van een wijding werd gevraagd, is niet in tegenspraak met de regels, deze verhinderen juist dat een vorst buiten de kerkelijke regels om zomaar iemand kan aanstellen met machtsmisbruik. Dit is iets anders dan een keizer te eren met het bekrachtigen van een wettige verkiezing met zijn gezag.

[14] De wijding in de vroeger Kerk vond plaats met de metropoliet en de bisschoppen uit de provincie, zoals ook was vastgelegd in het Concilie van Nicea. Het blijkt dat ze vroeger ook bij de verkiezing aanwezig waren. Dit is wel in onbruik geraakt, reizen was niet zo makkelijk als nu en mensen konden in deze gang van zaken misbruik maken van de situatie. Cyprianus vermeldt dat het daarom voldoende was voor de andere bisschoppen om aanwezig te zijn bij de wijding en daar ook het onderzoek naar leer en leven te houden.

[15] Later vond de verbastering van deze gewoonte ingang, namelijk om na de verkiezing in de hoofdstad een verzoek tot wijding in te dienen. Dit ontspoorde later zo dat alle bisschoppen van Italië naar Rome gingen om hun verzoek toen Rome machtiger werd. Milaan deed niet mee an deze dingen. De Ceremonie bestond uit het opleggen van handen, van iets anders is niets te lezen. Bisschoppen hadden een plechtiger gewaad aan waardoor ze te onderscheiden waren van andere presbyters. Elke bisschop ordende zijn eigen presbyters en diakenen. Een presbyter en een bisschop verschilden alleen in de mogelijkheid die de laatste had om mensen te ordenen.

[1] Bovenstaande is ernstig vertekent onder het pausdom ten tijde van Calvijn. Dit laat hij zien door te onderzoeken hoe mensen nu tot bisschop kan worden gewijd. Een onderzoek is niet meer aan de orde. Daardoor zijn er laatste honderd jaar(toen) weinig bisschoppen gewijd met theologische kennis. Ook over het leven valt vaak wat te zeggen. Er zijn zelfs met toestemming van de paus jongens van nauwelijks tien jaar tot bisschop gewijd. Wie dit precies is weet ik niet, maar het klinkt ook in mijn oren als een slecht idee. Calvijn vindt dat de eerbied voor God bij de verkiezingen weg is.

Volgende week lezen we boek IV.5.1 - IV.5.7

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com