Posts tonen met het label roomse biecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label roomse biecht. Alle posts tonen

woensdag 3 juni 2015

03-06; Boek III.3.21 - III.3.26

Calvijn beziet de roomse biecht nog eens wat verder

[21] De priesters weten niet alles en ook niet of alles vergeven is, dus hun macht stelt heel weinig voor. Het kan niet de macht van Christus zijn. Calvijn ziet het binden en ontbinden in het spreken van de Kerk waarin ze zondaars straft en zondaars vergeving voorhoudt, dat is andere koek.

[22] De roomse biecht is gefundeerd in de persoon van de priester; alleen zondes die de priester weet kunnen vergeven worden en zitten zo vastgeknoopt aan een grondig onderzoek. Natuurlijk kan een priester ook twijfelen, maar hij kan zeker nooit alles weten, alle zondes, maar ook niet alle zwaartes van zonde. Het is beter om de zekerheid te ontlenen aan het Woord van God in plaats van en menselijk en falende priester.

[23] Reden genoeg voor Calvijn om de oorbiecht te verwerpen. Over de biecht bij de kerkelijke regering zal Calvijn later terugkomen. De priesters scheuren in stukken wat Christus voor ons als één geheel heeft gegeven, bekering en geloof.

[24]Als ze de biecht als door God gewild presenteren, bewijzen ze zichzelf als onkundige theologen. Het is een tirranieke menselijke wet met weinig goed resultaat.

[25] De derde plaats in de boetedoening is de genoegdoening, omdat het niet genoeg is om te onthouden van zonden, maar je moet bijdragen aan de gerechtigheid van God. Wat in strijd is met de term vergeving, dit moet vrijgevig zijn, een geschenk. Ook wordt de genoegdoening door de woorden 'om niet' onderuitgehaald.  Christus is voor ons tot zonde gemaakt.

[26] Lombasrdus nuanceert het offer, de genoegdoening hierin wordt verminderd door onze zonden die we na onze doop bedrijven. Daarom is genoegdoening werkzaam naast het offer van Christus. Uiteraard gaat Calvijn hier niet in mee.

Morgen lezen we boek III.4.27 - III.4.31

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

maandag 1 juni 2015

01-06; Boek III.4.10 - III.4.15

Week 22 van Lectio Calvini.

Wie zich voor God bekeert, zal ook voor mensen willen belijden. Indien het nog is zal op een belijdenis aan God vrijwillig een belijdenis aan mensen volgen. Zo gebeurde het ook in de tempel.

Zo moet het ook regelmatig in de kerk plaatsvinden. De hele kerk moet in tijden van pest, oorlog of misoogst rouwen en vasten of andere tekenen van schulderkenning laten zien waarbij de schuldbelijdenis zeker niet mag ontbreken. Maar ook is een schuldbelijdenis op zijn plaats als we ons verzamelen voor het aangezicht van God en de engelen. Daarom is het goed dat er - zoals al in sommige kerken gebeurd - er een formulier wordt voorgelezen om regelmatig schuld te belijden. Schuldbelijdenis is een sleutel om persoonlijk en openbaar gebed te openen.

Er zijn twee soorten van particuliere schuldbelijdenis. De een is gebaseerd op elkaar de zonden belijden(Jak. 5:16), de tweede is om met mensen die schade door ons hebben geleden te verzoenen. Wat betreft de eerste mag het niet in een regel gelegd worden, maar het wordt wel aanbevolen om als je dan toch iemand moet kiezen, de herder, dus de dominee, te kiezen. Hij is aangesteld om te onderwijzen, ook particulier. Maar dit is geen regel die dwingend wordt en ook mag binnen die pastorale situatie ook geen regel gelden om alle zonden uit iemand te persen, de person zelf mag bepalen wat hij wil bespreken tot troost.

De tweede vorm is gebaseerd op het verzoenen voordat je iets gaat offeren(Matt. 5:23 e.v.). Dus belijden dat dor schuld de liefde tot en van de ander beschadigt is. Concreet is dit de schuldbelijdenis voor mensen die ergernis van de hele gemeente hebben gegeven.

Bij deze drie vormen van schuldbelijdenis is de sleutelmacht van toepassing. Het uitspreken van de vergeving in Christus naam kan zowel de gemeente, als iemand die bijvoorbeeld weer in de gemeente komt, als ook in 1 op 1 gesprekken een welkom woord zijn dat vruchtbaar werkt. Maar deze sleutelmacht moet nooit los staan van het Evangelie.

De roomse kerk leert dat iedereen vanaf de leeftijd dat ze het snappen één keer per jaar moeten biechten en dat ze niet de hemel inkomen als ze niet gehoorzamen aan dit voornemen als de mogelijkheid er wel is. Er is wel discussie over hoe absoluut de sleutelmacht is en hoeveel kennis je hiervoor nodig hebt. Sommige zegen dat kennis hier niet noodzakelijk is, andere zeggen dat kennis een andere sleutel is en nog anderen proberen vanwege wangedrag van de priesters de sleutelmacht te laten bestaan als iets wat Christus bij Zijn oordeel goedkeurt op basis van het gedrag van de priester.







Morgen lezen we boek III.4.16 - III.4.20

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com