Hoe zit het met de verharding? Calvijn wijdt er een paar paragrafen aan.
[12] God heeft dus sommige mensen geschapen tot de ondergang om werktuigen van Zijn toorn te zijn en toonbeelden van Zijn strengheid. Deze verworpenen krijgen soms geen prediking, en als ze wel prediking krijgen worden ze blinder en dwazer. Het eerste is te zien in de vierduizend jaar voordat Jezus kwam, er was geen Evangelie, maar de mensen daarna verdienden net zo min het Evangelie als de mensen ervoor, aldus Maleachi. De reden hiervoor is diep verscholen in Gods geheime raad. Het tweede is te bewijzen aan de ervaring van vandaag de dag en in de Bijbel, waarin duidelijk staat dat niet iedereen het Evangelie aanneemt.
[13] God verkiest sommigen dus en gaat aan anderen voorbij, er is, met Augustinus, niks anders op te zegen dat dit gods wil is en dat God wilt wat Hij wilt. Chrysostomus legt dan weer teveel de nadruk op de beslissing van de mens, terwijl in de Bijbel bijvoorbeeld staat dat Lydia God vreesde, maar toch door God haar hart geopend kreeg voor de leer van Paulus. Evenzo staat in de bijbel dat God Zijn Woord stuurt naar mensen om hen te verharden, zoals de Farao. God geeft Zijn onderwijs soms om te verdwazen.
[14] Waarom verharden sommige mensen hun hart? Wat is de reden? Er zijn er die zeggen dat de mensen dit hebben verdiend(zoals Erasmus blijkbaar), maar dat is nog niet de diepste reden. De diepste reden ligt eraan dat de mensen gemaakt zijn om de Naam van God over de aarde bekend te maken. Hun verdoemenis draagt bij aan de eer van God. Het is duidelijk dat halsstarrigen niet verontschuldigt worden als de aanneming van de genade alleen kan door de Heilige Geest. Mensen klagen om deze leer en zeggen dat God Zijn macht misbruikt. Maar de gelovigen weten dat er niemand is die het oordeel kan doorstaan en dat er dus niemand onschuldig is.
[15] Er zijn Bijbelteksten die het tegenovergestelde van deze leer lijken te zeggen.
Ezechiel 33:1, God wil niet de dood van de zondaar. Deze tekst gaat zo tegen de ervaring in, dat de conclusie wel moet zijn dat de tekst geen recht wordt gedaan als men de wil uit deze tekst opvat als tegenovergesteld aan Gods eeuwige raad. De profeet spreekt hier hoop op vergeving te wekken bij de mensen die zich bekeren. Gods barmhartigheid komt altijd de boetvaardigheid tegemoet, en wie boetvaardig is hoeven niet bang te zijn dat God hun dood in de zin heeft. De goddelozen worden dubbel gestraft omdat ze geen gehoor geven aan Gods vriendelijkheid.
[16] 1 Tim 2:3-4; God wil dat alle mensen zalig worden. Deze tekst moet vooral uit de contekst zijn betekenis krijgen. anders moet de vraag beantwoord worden waarom God zoveel volken en mensen niet het Evangelie heeft gegeven. Alle mensen slaat niet op de getalsmatige som van alle mensen, maar op alle soorten mensen. Er is geen categorie mensen uitgesloten. God ontfermt Zich over wie Hij Zich wil ontfermen. Het gaat niet om afzonderlijke mensen, maar om alle mensen.
[17] Sommige mensen halen hieruit dat Gods beloften in strijd zijn met Zijn eeuwig raad en dus minder betrouwbaar. Zeker niet, maar de belofte moet wel in geloof aangenomen worden. God belooft alles aan diegene die gelooft, en die gelooft gelooft omdat hij gepredestineerd is. De goddelozen wijzen de belofte af. Het is inderdaad niet goed om God twee willen toe te schrijven, maar twee willen zijn alleen het resultaat van slechte exegese.
Morgen lezen we boek III.25.1 - III.25.3
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Posts tonen met het label predestinatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label predestinatie. Alle posts tonen
woensdag 19 augustus 2015
dinsdag 18 augustus 2015
18-08; Boek III.24.6 - III.24.11
[6] Bij de uitverkiezing komt ook de belofte dat Jezus trouw over de uitverkorenen waakt. Als we twijfelen aan de uitverkiezing moeten we nagaan of in aan de zorg van Christus zijn toevertrouwd, mochten we hieraan twijfelen, dan komt Hij ons tegemoet. We moeten Christus omhelzen. Er zijn veel dingen in de Bijbel die ons soms aan het twijfelen kunnen brengen, zoals 'vele geroepen, weinig uitverkoren', maar Christus bidt voor ons en belooft dat Hij niet zal afwijzen wat Hij uitverkoren heeft.
[7] Er vallen ook christenen af. Dit zijn mensen, naar de mening van Calvijn, die Christus nooit hebben nagevolgd met een geloofsvertrouwen waarin de verkiezing haar bevestiging vindt. Misschien leken ze wel op gelovigen, maar ze hadden niet het zekere middel om hun verkiezing vast te maken, namelijk het Evangelie. Als Paulus tekeer gaat in de bijbel is dat niet om mensen bang te maken of onzeker, maar om makkelijke vleselijk denkende mensen aan te sporen en te leren uitzien op God. En hij schrijft niet over concrete individuelen personen, maar over groepen en sekten in het algemeen.
[8] De roeping van velen en de verkiezing van weinigen(Matt. 22:14) hoeft met al het bovenstaande niet meer bang te maken. Er is een algemene en een bijzondere roeping. De eerste is de prediking voor iedereen en uitwendig. De tweede is innerlijk voor de verkondiging, het is de verlichting door de Heilige Geest. De laatste is soms ook voor korte tijd bij mensen die ondankbaar blijken te zijn. Dit zijn mensen uit de vergelijking uit Matt. 22, die geen bruiloftskleren, dat is de heiligmaking van Christus, aan hebben, maar lompen.
[9] Judas was niet uitverkoren, hij was wel geroepen, maar niet op de bovenstaande manier, hij was aangesteld tot apostel. Maar als Christus over de uitverkiezing preekt, wordt Judas uitgesloten(Joh. 13:18). Daarom moeten we ook niet Gregorius I aanhoren als die zegt dat we alleen kennis hebben van onze roeping en niet van onze verkiezing. Hij maakt verkiezing afhankelijk van werken juist om mensen in vrees te brengen en houden. Dit alles beschouwd laat zien hoe de uitverkiezing een bron van versterking voor het geloof is.
[10] Uitverkorenen worden in de loop van hun leven geroepen en in de kudde geplaatst. Er is geen zaad van de verkiezing, dat in de harten van gedoopten wordt geplant, waardoor ze altijd geneigd zouden zijn tot dienen en vrezen van God. Dit wordt door sommigen beweerd met Bijbelse voorbeelden die dus niet kloppen(Cornelius was al wedergeboren). Plus dat de Efezebrief niks laat zien over zaad van verkiezing. En waar Paulus schrijft over het nieuwe leven is er een duidelijk rijtje dingen die de mensen deden, maar nu niet meer moeten doen.
[11] Paulus schrijft nergens dat de bekeerden God moeten danken dat ze door het zaad zijn beschermd van verkeerde dingen. Net als Petrus die gewoon een tijd van begeerte als afgelopen ziet(1 Petr.4:3). Denken in het zaad van de verkiezing is buiten de Schrift omdenken. God laat mensen in hun zonden en beschermt alleen tegen de onvergefelijke zonde, tot het tijd is om te roepen.
Morgen lezen we boek III.24.12 - III.24.17
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[7] Er vallen ook christenen af. Dit zijn mensen, naar de mening van Calvijn, die Christus nooit hebben nagevolgd met een geloofsvertrouwen waarin de verkiezing haar bevestiging vindt. Misschien leken ze wel op gelovigen, maar ze hadden niet het zekere middel om hun verkiezing vast te maken, namelijk het Evangelie. Als Paulus tekeer gaat in de bijbel is dat niet om mensen bang te maken of onzeker, maar om makkelijke vleselijk denkende mensen aan te sporen en te leren uitzien op God. En hij schrijft niet over concrete individuelen personen, maar over groepen en sekten in het algemeen.
[8] De roeping van velen en de verkiezing van weinigen(Matt. 22:14) hoeft met al het bovenstaande niet meer bang te maken. Er is een algemene en een bijzondere roeping. De eerste is de prediking voor iedereen en uitwendig. De tweede is innerlijk voor de verkondiging, het is de verlichting door de Heilige Geest. De laatste is soms ook voor korte tijd bij mensen die ondankbaar blijken te zijn. Dit zijn mensen uit de vergelijking uit Matt. 22, die geen bruiloftskleren, dat is de heiligmaking van Christus, aan hebben, maar lompen.
[9] Judas was niet uitverkoren, hij was wel geroepen, maar niet op de bovenstaande manier, hij was aangesteld tot apostel. Maar als Christus over de uitverkiezing preekt, wordt Judas uitgesloten(Joh. 13:18). Daarom moeten we ook niet Gregorius I aanhoren als die zegt dat we alleen kennis hebben van onze roeping en niet van onze verkiezing. Hij maakt verkiezing afhankelijk van werken juist om mensen in vrees te brengen en houden. Dit alles beschouwd laat zien hoe de uitverkiezing een bron van versterking voor het geloof is.
[10] Uitverkorenen worden in de loop van hun leven geroepen en in de kudde geplaatst. Er is geen zaad van de verkiezing, dat in de harten van gedoopten wordt geplant, waardoor ze altijd geneigd zouden zijn tot dienen en vrezen van God. Dit wordt door sommigen beweerd met Bijbelse voorbeelden die dus niet kloppen(Cornelius was al wedergeboren). Plus dat de Efezebrief niks laat zien over zaad van verkiezing. En waar Paulus schrijft over het nieuwe leven is er een duidelijk rijtje dingen die de mensen deden, maar nu niet meer moeten doen.
[11] Paulus schrijft nergens dat de bekeerden God moeten danken dat ze door het zaad zijn beschermd van verkeerde dingen. Net als Petrus die gewoon een tijd van begeerte als afgelopen ziet(1 Petr.4:3). Denken in het zaad van de verkiezing is buiten de Schrift omdenken. God laat mensen in hun zonden en beschermt alleen tegen de onvergefelijke zonde, tot het tijd is om te roepen.
Morgen lezen we boek III.24.12 - III.24.17
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
maandag 17 augustus 2015
17-08; Boek III.24.1 - III.24.5
De 33ste week van Lectio Calvini.
Dit is het laatste hoofdstuk over de verkiezing.
[1] De roeping van de uitverkorenen en de verharding van de verworpenen worden nu behandeld. De roeping is het certificaat van de uitverkiezing, mensen weten dat ze uitverkoren zijn door de roeping, en ze weten andersom ook dat de geroepen zijn doordat deze uitverkoren zijn. Maar vanuit de prediking komt ook de verwerping tot de verworpenen. Wie wordt geroepen komt tot Christus, het is niet mogelijk dat Christus roept en de mens komt niet. Dat is wat Calvijn van Augustinus geleerd heeft. Hier komt geen greintje menselijke wil of lopen bij kijken. Het is Gods ontferming alleen.
[2] De roeping krijgt gestalte door de verlichting door de Heilige Geest, dit bewijst meer dat het om de mens heen gaat. Het volk dat niet gezocht en geroepen heeft vindt God. God bestraalt mensen met het licht van Zijn Woord. God laat Zijn goedheid zo zien, maar voor de verworpenen is dit slecht een bewijs van Gods liefde die ze afwijzen en daarom meer tot hun oordeel. De innerlijke roeping is een onfeilbaar onderpand van de zaligheid. De roeping is alleen uit genade omdat tot in de laatste instantie de verkiezing erbij van beslissende betekenis is.
[3] Er zijn twee vergissingen die mensen bij de verkiezing maken. De eerste is dat mensen mee willen werken met God door de verkiezing met een eigen keuze te bekrachtigen, de tweede is om de verkiezing afhankelijk te maken van iets wat achter de verkiezing ligt. We hebben de bevestiging van de verkiezing in de roeping, dus moeten we deze zoeken in het objectieve Woord. Het is niet dat de verkiezing pas bevestigd wordt na onze aanvaarding en hieraan haar kracht ontleent. De werking van de uitverkiezing ligt dus niet in het subject, is niet subjectief. We moeten het in het Woord zoeken, het zou ook gek zijn om hier niet naar te kijken als onze ogen verlicht zijn door de Geest.
[4] De kracht van de uitverkiezing is dus niet afhankelijk van of mensen wel of niet in (hun) uitverkiezing geloven, maar er zijn wel tekenen die volgen op de uitverkiezing als zekere bewijzen. Er zijn geordende wegen, die mensen moeten nemen en niet proberen te zoeken in de verborgen besluiten van God als ze door de duivel aan het twijfelen gebracht. Fatalisme ligt bij iedereen op de loer, verkiezing ligt vast en wat kan een mens er dan aan doen behalve twijfelen? Zoals sommige mensen die buiten het Woord om iets te weten willen komen over hun uitverkiezing en in diepe afgronden vallen, zo zijn er ook mensen die vruchten van vertroosting uit de uitverkiezing plukken. De roeping is voor sommige zwak, maar het is in feite helder en duidelijk, zoals Bernardus van Clairvaux onder woorden brengt.
[5] Jezus Christus is de spits van de uitverkiezing, alles wat we hebben in de uitverkiezing is door Christus, dus moeten we op bij Hem onze ogen slaan. In Hem zijn we uitverkoren, Christus is de spiegel van de uitverkiezing. En buiten Christus kunnen we het niet zoeken. De uitverkiezing moet dan ook te horen zijn in onze gebeden, maar niet op de manier van "verhoor mij, als ik uitverkoren ben..."
Morgen lezen we boek III.24.6 - III.24.11
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Dit is het laatste hoofdstuk over de verkiezing.
[1] De roeping van de uitverkorenen en de verharding van de verworpenen worden nu behandeld. De roeping is het certificaat van de uitverkiezing, mensen weten dat ze uitverkoren zijn door de roeping, en ze weten andersom ook dat de geroepen zijn doordat deze uitverkoren zijn. Maar vanuit de prediking komt ook de verwerping tot de verworpenen. Wie wordt geroepen komt tot Christus, het is niet mogelijk dat Christus roept en de mens komt niet. Dat is wat Calvijn van Augustinus geleerd heeft. Hier komt geen greintje menselijke wil of lopen bij kijken. Het is Gods ontferming alleen.
[2] De roeping krijgt gestalte door de verlichting door de Heilige Geest, dit bewijst meer dat het om de mens heen gaat. Het volk dat niet gezocht en geroepen heeft vindt God. God bestraalt mensen met het licht van Zijn Woord. God laat Zijn goedheid zo zien, maar voor de verworpenen is dit slecht een bewijs van Gods liefde die ze afwijzen en daarom meer tot hun oordeel. De innerlijke roeping is een onfeilbaar onderpand van de zaligheid. De roeping is alleen uit genade omdat tot in de laatste instantie de verkiezing erbij van beslissende betekenis is.
[3] Er zijn twee vergissingen die mensen bij de verkiezing maken. De eerste is dat mensen mee willen werken met God door de verkiezing met een eigen keuze te bekrachtigen, de tweede is om de verkiezing afhankelijk te maken van iets wat achter de verkiezing ligt. We hebben de bevestiging van de verkiezing in de roeping, dus moeten we deze zoeken in het objectieve Woord. Het is niet dat de verkiezing pas bevestigd wordt na onze aanvaarding en hieraan haar kracht ontleent. De werking van de uitverkiezing ligt dus niet in het subject, is niet subjectief. We moeten het in het Woord zoeken, het zou ook gek zijn om hier niet naar te kijken als onze ogen verlicht zijn door de Geest.
[4] De kracht van de uitverkiezing is dus niet afhankelijk van of mensen wel of niet in (hun) uitverkiezing geloven, maar er zijn wel tekenen die volgen op de uitverkiezing als zekere bewijzen. Er zijn geordende wegen, die mensen moeten nemen en niet proberen te zoeken in de verborgen besluiten van God als ze door de duivel aan het twijfelen gebracht. Fatalisme ligt bij iedereen op de loer, verkiezing ligt vast en wat kan een mens er dan aan doen behalve twijfelen? Zoals sommige mensen die buiten het Woord om iets te weten willen komen over hun uitverkiezing en in diepe afgronden vallen, zo zijn er ook mensen die vruchten van vertroosting uit de uitverkiezing plukken. De roeping is voor sommige zwak, maar het is in feite helder en duidelijk, zoals Bernardus van Clairvaux onder woorden brengt.
[5] Jezus Christus is de spits van de uitverkiezing, alles wat we hebben in de uitverkiezing is door Christus, dus moeten we op bij Hem onze ogen slaan. In Hem zijn we uitverkoren, Christus is de spiegel van de uitverkiezing. En buiten Christus kunnen we het niet zoeken. De uitverkiezing moet dan ook te horen zijn in onze gebeden, maar niet op de manier van "verhoor mij, als ik uitverkoren ben..."
Morgen lezen we boek III.24.6 - III.24.11
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Labels:
Augustinus,
Bernardus van Clairvaux,
Erasmus,
gebed,
innerlijke roeping,
Johannes Faber,
lectiocalvini,
predestinatie,
roeping,
uitverkiezing,
verharding
vrijdag 14 augustus 2015
14-08; Boek III.23.11 - III.23.14
[11] Sommige mensen vinden het onbillijk omdat God niet dezelfde handelswijze naar iedereen is. God zou voor iedereen barmhartig moeten zijn. Maar God is ook billijk als Hij Zich in het straffen laat zien als een rechtvaardige rechter. Met Augustinus laat Calvijn zien dat God de straf voor allen laat zien en Zijn barmhartigheid bij enkelen.
[12] Sommige mensen zeggen dat de uitverkiezing mensen zorgeloos maakt om goed te doen, het is een excuus om lekker los te gaan omdat je zaligheid al in het besluit van God ligt, wat kan je dan nog veranderen daaraan. Maar de uitverkiezing is juist een aansporing om dit mysterie te overdenken en te leren verootmoedigen en te sidderen voor het oordeel terwijl je wacht op barmhartigheid. We zijn uiteindelijk uitverkoren om een heilig leven te leiden(Ef. 4:1). Dit moet alle lasteraars de mond wel snoeren.
[13] Een andere tegenwerping in het verlengde van de voorgaande, uitverkiezing zou aanmaningen zinloos maken. Paulus ontkracht dit, die heeft het vaak genoeg over de uitverkiezing maar laat het niet na om zijn brievenlezers aan te sporen om het goede te doen. De prediking moet er zijn om tot geloof te brengen, maar ook bewaren in volharding. Dat er mensen niet luisteren betekent niet dat de predestinatie niet waar is. Het moet gepredikt worden, naast de aansporingen dus.
[14] De waarheid moet op passende manier gezegd worden, het heeft geen zin om tegen mensen die niet geloven te zeggen dat dit komt omdat ze niet uitverkoren zijn. Dat geeft voedsel tot luiheid en slechtheid. Dit is meer een vervloeking uitspreken en dit soort mensen moeten uit de kerk verdwijnen. God brengt uiteindelijk effectiviteit aan in vermaningen. En omdat we niet het getal van de uitverkorenen kennen moeten we willen dat iedereen behouden wordt.
Volgende week is de lectio boek III. 24.1 - III.24.5
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[12] Sommige mensen zeggen dat de uitverkiezing mensen zorgeloos maakt om goed te doen, het is een excuus om lekker los te gaan omdat je zaligheid al in het besluit van God ligt, wat kan je dan nog veranderen daaraan. Maar de uitverkiezing is juist een aansporing om dit mysterie te overdenken en te leren verootmoedigen en te sidderen voor het oordeel terwijl je wacht op barmhartigheid. We zijn uiteindelijk uitverkoren om een heilig leven te leiden(Ef. 4:1). Dit moet alle lasteraars de mond wel snoeren.
[13] Een andere tegenwerping in het verlengde van de voorgaande, uitverkiezing zou aanmaningen zinloos maken. Paulus ontkracht dit, die heeft het vaak genoeg over de uitverkiezing maar laat het niet na om zijn brievenlezers aan te sporen om het goede te doen. De prediking moet er zijn om tot geloof te brengen, maar ook bewaren in volharding. Dat er mensen niet luisteren betekent niet dat de predestinatie niet waar is. Het moet gepredikt worden, naast de aansporingen dus.
[14] De waarheid moet op passende manier gezegd worden, het heeft geen zin om tegen mensen die niet geloven te zeggen dat dit komt omdat ze niet uitverkoren zijn. Dat geeft voedsel tot luiheid en slechtheid. Dit is meer een vervloeking uitspreken en dit soort mensen moeten uit de kerk verdwijnen. God brengt uiteindelijk effectiviteit aan in vermaningen. En omdat we niet het getal van de uitverkorenen kennen moeten we willen dat iedereen behouden wordt.
Volgende week is de lectio boek III. 24.1 - III.24.5
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
donderdag 13 augustus 2015
13-08; Boek III.23.6 - III.23.10
[6] Een tweede soort tegenargument is dat de mensen zichzelf verontschuldigen, ze zijn per slot van rekening gepredestineerd om zonde te doen. Dus hun treft geen blaam als ze volgens de voorzienigheid als ze doen wat ze zullen doen, het is niet te voorkomen en in overeenstemming met Gods wil. Calvijn weerlegt dit door te zeggen dat God allereerst alles omwille van Zichzelf geschapen heeft. De kerkvaders zeiden dat God de mensen heeft geschapen in die staat omdat Hij hun slechte daden voorzag. Maar Calvijn stemt nog meer in met Laurentius Valla die zegt dat leven en dood niet zozeer uitwerkingen zijn van Gods voorwetenschap, maar van Zijn wil. Dus het heeft geen zin om hierover te klagen. Uiteindelijk lijkt mij te gelden wat Calvijn over het besluit van God zei in paragraaf vijf.
[7] Wat mensen ook moeten weten is dat het de verdorven natuur is die de nakomelingen van één mens aan de eeuwige dood heeft prijsgegeven. Maar omdat God almachtig is, kan deze eeuwige dood niet door een natuurlijke oorzaak de mensheid zijn binnengebracht. Met andere woorden, God heeft in Zijn eeuwige en verborgen raad de zondeval van Adam gezien en niet buiten Zijn macht om laten gebeuren. Het is een huiveringwekkend besluit. Hier tegenin gaan is zinloos. God heeft het geweten en het beschikt. God weet alles en bestuurt immers alles. En God weet ook, zoals Augustinus zegt, dat er uit het kwade het goede voort zou komen.
[8] Hierbij maken sommige mensen een onderscheid tussen toelaten en willen. Maar Calvijn zegt dat alles gebeurt omdat God het wil .Als God iets toelaat, laat Hij dat toe omdat Hij het wil. Er is geen raakvlak met de discussie van manicheeërs, wederdopers, pelagianen en epicureeërs die noodzakelijkheid naar voren brengen. De mens is gevallen omdat God hiertoe geoordeeld had. Waarom is verborgen, maar aangezien God eer, dus eer om Zijn gerechtigheid, hierin ziet, is het een niet te ontkennen feit. De mens komt ten val door Gods voorzienigheid, maar hij valt door eigen schuld. Het is niet gelegen in de schepping God zegt namelijk hier vlak voor dat die zeer goed was. Het slechte in de mens heeft zijn zuivere natuur bedorven die Hij van de Heer ontvangen heeft. We kunnen beter de oorzaak in de verdorven natuur zien, omdat dit de dichtstbijzijnde oorzaak van de verdoemenis is. Dat is vruchtbaarder dan een verborgen en niet te snapen oorzaak in het besluit van God. Als je niks weet van wat je niet gegeven of geoorloofd is om te weten is het een geleerde onwetendheid. Het toch willen weten is dwaasheid.
[9] Calvijn meent zo de reden tot klagen en goddeloos grommen weg te kunnen nemen. Er is een oorzaak, maar die is ons onbekend. Ten tweede leert Calvijn dat mensen niet verder moeten kijken dan hun neus lang is en de oorzaak zien in het verderf van de menselijke natuur.
[10] Een derde tegenwerping is dat God sommige personen wel en sommige niet aanneemt en er dus, in tegenstelling tot wat er in de Bijbel staat, er bij God aanzien des persoons is. Maar bij de Bijbel wordt persoon niet bedoeld als individu, maar persoon betekent, reputatie, charisma, datgene wat sympathie of antipathie oproept bij anderen. Uiterlijke kenmerken gelden bij God niet. De verkiezing is alleen gegrond in Gods barmhartigheid.
Morgen lezen we boek III.23.11 - III.23.14
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[7] Wat mensen ook moeten weten is dat het de verdorven natuur is die de nakomelingen van één mens aan de eeuwige dood heeft prijsgegeven. Maar omdat God almachtig is, kan deze eeuwige dood niet door een natuurlijke oorzaak de mensheid zijn binnengebracht. Met andere woorden, God heeft in Zijn eeuwige en verborgen raad de zondeval van Adam gezien en niet buiten Zijn macht om laten gebeuren. Het is een huiveringwekkend besluit. Hier tegenin gaan is zinloos. God heeft het geweten en het beschikt. God weet alles en bestuurt immers alles. En God weet ook, zoals Augustinus zegt, dat er uit het kwade het goede voort zou komen.
[8] Hierbij maken sommige mensen een onderscheid tussen toelaten en willen. Maar Calvijn zegt dat alles gebeurt omdat God het wil .Als God iets toelaat, laat Hij dat toe omdat Hij het wil. Er is geen raakvlak met de discussie van manicheeërs, wederdopers, pelagianen en epicureeërs die noodzakelijkheid naar voren brengen. De mens is gevallen omdat God hiertoe geoordeeld had. Waarom is verborgen, maar aangezien God eer, dus eer om Zijn gerechtigheid, hierin ziet, is het een niet te ontkennen feit. De mens komt ten val door Gods voorzienigheid, maar hij valt door eigen schuld. Het is niet gelegen in de schepping God zegt namelijk hier vlak voor dat die zeer goed was. Het slechte in de mens heeft zijn zuivere natuur bedorven die Hij van de Heer ontvangen heeft. We kunnen beter de oorzaak in de verdorven natuur zien, omdat dit de dichtstbijzijnde oorzaak van de verdoemenis is. Dat is vruchtbaarder dan een verborgen en niet te snapen oorzaak in het besluit van God. Als je niks weet van wat je niet gegeven of geoorloofd is om te weten is het een geleerde onwetendheid. Het toch willen weten is dwaasheid.
[9] Calvijn meent zo de reden tot klagen en goddeloos grommen weg te kunnen nemen. Er is een oorzaak, maar die is ons onbekend. Ten tweede leert Calvijn dat mensen niet verder moeten kijken dan hun neus lang is en de oorzaak zien in het verderf van de menselijke natuur.
[10] Een derde tegenwerping is dat God sommige personen wel en sommige niet aanneemt en er dus, in tegenstelling tot wat er in de Bijbel staat, er bij God aanzien des persoons is. Maar bij de Bijbel wordt persoon niet bedoeld als individu, maar persoon betekent, reputatie, charisma, datgene wat sympathie of antipathie oproept bij anderen. Uiterlijke kenmerken gelden bij God niet. De verkiezing is alleen gegrond in Gods barmhartigheid.
Morgen lezen we boek III.23.11 - III.23.14
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
woensdag 12 augustus 2015
12-08; Boek III.23.1 - III.23.5
Calvijn begint met het tegenspreken van aantijgingen die zijn verkiezingsleer heeft opgeroepen.
[1] De leer roept weerstanden op en zoveel strijd dat het soms wel oorlog lijkt. Veel mensen willen wel van verkiezing weten, maar niet van verwerping. Maar het is gek om te denken dat als God sommige uitverkiest, de anderen of toevallig of door eigen inspanning de erfenis krijgen. Mensen zouden niet moeten twisten met hun Maker en luisteren naar de woorden van Jezus, die elke boom die niet door de Vader is geplant uitrukt. Misschien moeten ze luisterne naar Paulus die zegt dat God vaten van Zijn toorn en vaten van Zijn ontferming heeft gemaakt er meerdere glorie van Zichzelf. En daarmee dus Zijn macht en geduld laat zien in alles wat hij bestuurt. De tekst gaat ook over de verharding van de vaten van toorn die rust in Gods besluit.
[2] Een ander bezwaar tegen de uitverkiezing is dat het van God een tiran zou maken. Mensen stellen God verantwoordelijk oor hun daden Mensen worden zo omdat God het wil gepredestineerd tot de eeuwige dood. Dus God lijkt meer op een willekeurige tiran dan op een rechtvaardige rechter. Maar dat is een vraag naar wat God wil, een vraag die vrome mensen niet durven te stellen. Want dat zou impliceren dat er iets buiten God bestaat waar Zijn wil zich naar te gedragen heeft. Maar Gods wil is de hoogste norm voor wat rechtvaardig is. Een antwoord op de waarom vraag is dus, 'omdat God het wilde'. Het is echter niet zoals Plato zegt dat God ook rekenschap van Zijn wil moet afleggen en al helemaal niet aan ons. Alhoewel ik het jammer vind dat Calvijn en de vertaler/uitgever, hier niet vermelden waar dit in Plato terug te geven is. Let ook weer op de nadruk van Gods wil.
[3] Als mensen vragen waarom er mensen verworpen worden voordat ze bestonden, moeten we terugvragen wat God aan de mens verschuldigd is. Door de zonde verdienen we allemaal Gods haat. Dat is geen willekeur, dat is gerechtigheid. Niemand kan een onderzoek door God doorstaan en dan als onterecht verworpen uit de bus komen. Het is een diepe verdorven neiging die de reden tot veroordeling wegdrukt in mensen.
[4] Maar, die ellende van de mens is juist toch gekomen door de predestinatie, zegt Erasmus dan. Maar Calvijn zegt dan dat we weer bij het besluit van God uitkomen. En hieruit volgt niet dat we God hierom mogen beschuldigen, want we zijn maar klei en God is de pottenbakker. En dit is de crux, bedenken wie god is, God laat geen onrecht toe Hier kan het verstand van de mens niet bij en hier mag het verstand van de mens niet eens komen.
[5] We kunnen dus alleen zeggen dat God dat God van te voren wist wie er verdorven zouden gaan en dat dit gebeurde omdat Hij het wilde, maar waarom God het wilde ligt buiten het bereik van ons menselijk verstand. Je mag mensen, vindt Calvijn met een beroep op Psalm 26:7, verwijten dat ze telkens weer God beschuldigen dat Hij feitelijk buiten hun verstand om gaat. Met Augustinus kunnen we beter zeggen dat we meer hebben aan gelovige onkunde, dan onbezonnen wetenschap. Discussie is zinloos.
Morgen lezen we boek III.23.6 - III.23.10
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[1] De leer roept weerstanden op en zoveel strijd dat het soms wel oorlog lijkt. Veel mensen willen wel van verkiezing weten, maar niet van verwerping. Maar het is gek om te denken dat als God sommige uitverkiest, de anderen of toevallig of door eigen inspanning de erfenis krijgen. Mensen zouden niet moeten twisten met hun Maker en luisteren naar de woorden van Jezus, die elke boom die niet door de Vader is geplant uitrukt. Misschien moeten ze luisterne naar Paulus die zegt dat God vaten van Zijn toorn en vaten van Zijn ontferming heeft gemaakt er meerdere glorie van Zichzelf. En daarmee dus Zijn macht en geduld laat zien in alles wat hij bestuurt. De tekst gaat ook over de verharding van de vaten van toorn die rust in Gods besluit.
[2] Een ander bezwaar tegen de uitverkiezing is dat het van God een tiran zou maken. Mensen stellen God verantwoordelijk oor hun daden Mensen worden zo omdat God het wil gepredestineerd tot de eeuwige dood. Dus God lijkt meer op een willekeurige tiran dan op een rechtvaardige rechter. Maar dat is een vraag naar wat God wil, een vraag die vrome mensen niet durven te stellen. Want dat zou impliceren dat er iets buiten God bestaat waar Zijn wil zich naar te gedragen heeft. Maar Gods wil is de hoogste norm voor wat rechtvaardig is. Een antwoord op de waarom vraag is dus, 'omdat God het wilde'. Het is echter niet zoals Plato zegt dat God ook rekenschap van Zijn wil moet afleggen en al helemaal niet aan ons. Alhoewel ik het jammer vind dat Calvijn en de vertaler/uitgever, hier niet vermelden waar dit in Plato terug te geven is. Let ook weer op de nadruk van Gods wil.
[3] Als mensen vragen waarom er mensen verworpen worden voordat ze bestonden, moeten we terugvragen wat God aan de mens verschuldigd is. Door de zonde verdienen we allemaal Gods haat. Dat is geen willekeur, dat is gerechtigheid. Niemand kan een onderzoek door God doorstaan en dan als onterecht verworpen uit de bus komen. Het is een diepe verdorven neiging die de reden tot veroordeling wegdrukt in mensen.
[4] Maar, die ellende van de mens is juist toch gekomen door de predestinatie, zegt Erasmus dan. Maar Calvijn zegt dan dat we weer bij het besluit van God uitkomen. En hieruit volgt niet dat we God hierom mogen beschuldigen, want we zijn maar klei en God is de pottenbakker. En dit is de crux, bedenken wie god is, God laat geen onrecht toe Hier kan het verstand van de mens niet bij en hier mag het verstand van de mens niet eens komen.
[5] We kunnen dus alleen zeggen dat God dat God van te voren wist wie er verdorven zouden gaan en dat dit gebeurde omdat Hij het wilde, maar waarom God het wilde ligt buiten het bereik van ons menselijk verstand. Je mag mensen, vindt Calvijn met een beroep op Psalm 26:7, verwijten dat ze telkens weer God beschuldigen dat Hij feitelijk buiten hun verstand om gaat. Met Augustinus kunnen we beter zeggen dat we meer hebben aan gelovige onkunde, dan onbezonnen wetenschap. Discussie is zinloos.
Morgen lezen we boek III.23.6 - III.23.10
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
dinsdag 11 augustus 2015
11-08; Boek III.22.8 - III.22.11
Na de uitverkiezing behandeld te hebben, wordt deze geplaatst in het kader van de kerkgeschiedenis. Wat uiteraard geloofwaardig is voor de geloofwaardigheid van Calvijn.
[8] Dit is dus wel bijzonder, Ambrosius, Origenes en Hieronymus waren net als Augustinus ervan overtuigd dat God Zijn genade gaf aan de mensen van wie Hij van te voren zag dat ze er goed gebruik van zouden maken. Augustinus heeft dit na voortschrijdend (Schrift)inzicht herroepen en bestreden. Augustinus heeft met kracht de optie van de voorwetenschap bestreden, juist omdat Paulus zwijgt over voorwetenschap waar je dit wel zou verwachten, net zoals Calvijn beargumenteert dus. Desondanks beroept Augustinus zich weer op Ambrosius. Dus de vraag of God mensen geen onrecht, beantwoord Paulus niet met een voorwetenschap van God, maar met uitverkiezing.
[9] Thomas van Aquino heeft de uitverkiezing door voorwetenschap opgelost door te zeggen dat het voor ons weliswaar alleen zo lijkt. Bij God, de eeuwige, is er dus geen voorwetenschap van verdiensten, dat is slechts menselijk en aards perspectief. Zo worden mensen verkoren tot heerlijkheid. Maar deze heerlijkheid heeft dus wel een eerdere verkiezing nodig die de genade geeft om heerlijkheid te verdienen. Deze discussie verwart alleen maar.
[10] Ander probleem is de verhouding tussen de algemene uitnodiging voor iedereen, en de verkiezing van slechts een paar mensen. Hier heeft Calvijn al eerder iets over gezegd (III.3) en later zal hij er nog op terugkomen(III.24.1). God is niet verplicht om vanwege een onverbrekelijke wet alle mensen in gelijke mate te roepen. Als Paulus niet naar Bithynië en wel naar Macedonië wordt gestuurd, is dit al duidelijk. De verhouding roeping-evangelie is niet een op een. Ook wordt het Evangelie vaak veracht, wat Jesaja ook vaak laat zien, maar toch meer de nadruk legt op Gods arm die zich wel of niet openbaart. Het is het geloof dat kinderen van God maakt en niet de prediking. De prediking is ook vaak als zaad dat op de verkeerde grond valt. Hierover kunnen we alleen maar bevreesd zwijgen en dwalingen voorkomen. Dit moet al duidelijk zijn als in Ef. 1 de verkiezing als grond van het geloof wordt gepresenteerd. Gelof mag de tweede plaats na de verkiezing hebben. Maar Joh. 6 laat toch zien Jezus alleen de hoeder is van de uitverkorenen, die God Hem gegeven heeft. Dit is dan ook de volharding.
[11] Wat gold voor Jakob, gold ook voor Ezau, dus wat voor de verkorenen geldt, geldt ook voor de verworpenen. Dit is niet op basis van werken. Verworpenen zijn er om gods heerlijkheid in hen te laten zien.
Morgen lezen we boek III.23.1 - III.23.5
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[8] Dit is dus wel bijzonder, Ambrosius, Origenes en Hieronymus waren net als Augustinus ervan overtuigd dat God Zijn genade gaf aan de mensen van wie Hij van te voren zag dat ze er goed gebruik van zouden maken. Augustinus heeft dit na voortschrijdend (Schrift)inzicht herroepen en bestreden. Augustinus heeft met kracht de optie van de voorwetenschap bestreden, juist omdat Paulus zwijgt over voorwetenschap waar je dit wel zou verwachten, net zoals Calvijn beargumenteert dus. Desondanks beroept Augustinus zich weer op Ambrosius. Dus de vraag of God mensen geen onrecht, beantwoord Paulus niet met een voorwetenschap van God, maar met uitverkiezing.
[9] Thomas van Aquino heeft de uitverkiezing door voorwetenschap opgelost door te zeggen dat het voor ons weliswaar alleen zo lijkt. Bij God, de eeuwige, is er dus geen voorwetenschap van verdiensten, dat is slechts menselijk en aards perspectief. Zo worden mensen verkoren tot heerlijkheid. Maar deze heerlijkheid heeft dus wel een eerdere verkiezing nodig die de genade geeft om heerlijkheid te verdienen. Deze discussie verwart alleen maar.
[10] Ander probleem is de verhouding tussen de algemene uitnodiging voor iedereen, en de verkiezing van slechts een paar mensen. Hier heeft Calvijn al eerder iets over gezegd (III.3) en later zal hij er nog op terugkomen(III.24.1). God is niet verplicht om vanwege een onverbrekelijke wet alle mensen in gelijke mate te roepen. Als Paulus niet naar Bithynië en wel naar Macedonië wordt gestuurd, is dit al duidelijk. De verhouding roeping-evangelie is niet een op een. Ook wordt het Evangelie vaak veracht, wat Jesaja ook vaak laat zien, maar toch meer de nadruk legt op Gods arm die zich wel of niet openbaart. Het is het geloof dat kinderen van God maakt en niet de prediking. De prediking is ook vaak als zaad dat op de verkeerde grond valt. Hierover kunnen we alleen maar bevreesd zwijgen en dwalingen voorkomen. Dit moet al duidelijk zijn als in Ef. 1 de verkiezing als grond van het geloof wordt gepresenteerd. Gelof mag de tweede plaats na de verkiezing hebben. Maar Joh. 6 laat toch zien Jezus alleen de hoeder is van de uitverkorenen, die God Hem gegeven heeft. Dit is dan ook de volharding.
[11] Wat gold voor Jakob, gold ook voor Ezau, dus wat voor de verkorenen geldt, geldt ook voor de verworpenen. Dit is niet op basis van werken. Verworpenen zijn er om gods heerlijkheid in hen te laten zien.
Morgen lezen we boek III.23.1 - III.23.5
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
maandag 10 augustus 2015
10-08; Boek III.22.4 - III.22.7
De 32ste week van Lectio Calvini. Direct maar weer de uitverkiezingsdraad oppakken waar we hem vrijdag hadden gelaten.
[4] Allereerst over Rom. 9:11 en gelijksoortige passages. Omdat he volk hoofmoedig was, ging de erfopvolging niet voor iedere Israëliet op terwijl elk was gezegend met de rechten van erfgenaam. Het is hun eigen schuld, maar ten diepste zit hier Gods uitverkiezing achter. De oorsprong zit, nogmaals, dus niet in de mens. Het is net als met Jakob en Ezau, hoewel onnatuurlijk is het een teken van verkiezing en verwerping. Paulus snijdt hier de pas af door de mogelijkheid door de verkiezing te plaatsen vóór de geboorte en voor de mogelijkheid tot verdienste. Als het wel uit verdienste zou zijn dan zou Paulus het niet hoeven te bespreken bij de ongeboren Jacob. Dat slaat dan nergens op.
[5] Mensen weten wel een plaats te redeneren voor verrichte en te verrichten werken, maar Paulus schrijft hier niet over. We mogen aannemen dat als Paulus dit wist, hij het ook gezegd had. Maar nu eren we dat de grond van de verkiezing Gods voornemen is, Jakob is hier een toonbeeld van.
[6] Maar eerstgeboorterecht is iets anders dan het eeuwige leven. Dat weet Calvijn ok, maar hij volgt de apostel hierin dat dit een aards teken is van de geestelijke verkiezing. Als het een aardse verkiezing was geweest heeft Jakob er niet veel aan gehad, zijn leven is niet echt aards gezegend geweest. Maar Kanaän is ok het onderpand van het hemels koninkrijk, we mogen aannemen dat Jakob is ingelijfd in Christus en dat het gaat over de uitverkiezing. En die uitverkiezing gaat vanuit de barmhartigheid en ontferming naar Gods wil van Hem uit. Zo komen we bij het gedeelte van het volk uit waar Petrus op doelt in Handelingen 2. Die heeft het met voorkennis ook over de predestinatie. God is hierin net zo actief als dat Hij was met het opwekken van Christus.
Paulus laat ons twee volken zien, het nageslacht van Abraham en de anderen die hiervan afgezonderd worden en voor mensenogen verborgen zijn.
[7] Ook Jezus getuigt van de uitverkiezing. Hij laat niemand die aan Hem door de Vader gegeven is verloren gaan. Mensen komen tot Hem als de Vader trekt. Hij bidt niet voor de wereld, maar voor hen die de Vader Hem gegeven heeft. Judas was wel uitverkoren tot apostelschap, wat a een grote gunst is, maar niet tot de zaligheid.
Morgen lezen we boek III.22.8 - III.22.11
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[4] Allereerst over Rom. 9:11 en gelijksoortige passages. Omdat he volk hoofmoedig was, ging de erfopvolging niet voor iedere Israëliet op terwijl elk was gezegend met de rechten van erfgenaam. Het is hun eigen schuld, maar ten diepste zit hier Gods uitverkiezing achter. De oorsprong zit, nogmaals, dus niet in de mens. Het is net als met Jakob en Ezau, hoewel onnatuurlijk is het een teken van verkiezing en verwerping. Paulus snijdt hier de pas af door de mogelijkheid door de verkiezing te plaatsen vóór de geboorte en voor de mogelijkheid tot verdienste. Als het wel uit verdienste zou zijn dan zou Paulus het niet hoeven te bespreken bij de ongeboren Jacob. Dat slaat dan nergens op.
[5] Mensen weten wel een plaats te redeneren voor verrichte en te verrichten werken, maar Paulus schrijft hier niet over. We mogen aannemen dat als Paulus dit wist, hij het ook gezegd had. Maar nu eren we dat de grond van de verkiezing Gods voornemen is, Jakob is hier een toonbeeld van.
[6] Maar eerstgeboorterecht is iets anders dan het eeuwige leven. Dat weet Calvijn ok, maar hij volgt de apostel hierin dat dit een aards teken is van de geestelijke verkiezing. Als het een aardse verkiezing was geweest heeft Jakob er niet veel aan gehad, zijn leven is niet echt aards gezegend geweest. Maar Kanaän is ok het onderpand van het hemels koninkrijk, we mogen aannemen dat Jakob is ingelijfd in Christus en dat het gaat over de uitverkiezing. En die uitverkiezing gaat vanuit de barmhartigheid en ontferming naar Gods wil van Hem uit. Zo komen we bij het gedeelte van het volk uit waar Petrus op doelt in Handelingen 2. Die heeft het met voorkennis ook over de predestinatie. God is hierin net zo actief als dat Hij was met het opwekken van Christus.
Paulus laat ons twee volken zien, het nageslacht van Abraham en de anderen die hiervan afgezonderd worden en voor mensenogen verborgen zijn.
[7] Ook Jezus getuigt van de uitverkiezing. Hij laat niemand die aan Hem door de Vader gegeven is verloren gaan. Mensen komen tot Hem als de Vader trekt. Hij bidt niet voor de wereld, maar voor hen die de Vader Hem gegeven heeft. Judas was wel uitverkoren tot apostelschap, wat a een grote gunst is, maar niet tot de zaligheid.
Morgen lezen we boek III.22.8 - III.22.11
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
vrijdag 7 augustus 2015
07-08; Boek III.21.6 - III.22.3
Gister hadden we het over de algemene omlijsting van verkiezing, nu gaan we een steek dieper de uitverkiezing in.
[6] De tweede trap van de uitverkiezing is de verwerping en verkiezing van mensen binnen het nageslacht van Abraham. Dit is al zichtbaar bij Jakob en Esau, daarvoor Izaäk en Ismaël, Saul wordt verworpen, met de eerder genoemde om hun eigen schuld(Calvijn zegt het er maar bij). De twee trappen laten allebei duidelijk zien dat God niet aan regels gebonden is en dat het echt gaat om onverdiende genade.
[7] Het verhaal van de uitverkiezing is pas compleet als we niet alleen het nageslacht van Abraham zien, maar nog meer in het lidmaatschap van Christus' lichaam. God bied aan iedereen Zijn genade aan, maar wijst deze toe aan afzonderlijke personen. Als God in de eerste trap verkiest en niet in de tweede trap is het een verkiezing die het midden houdt tussen en verwering van het menselijke geslacht en het kleine getal van de vromen. Maar toch is het verbond meer gericht op de onverdiende gunst dan op de massa's die trouweloos zijn en afvallen. God bewijst Zijn trouw in de rest die overblijft. Het is sowieso niet onvoordelig om in het verbond te zitten, maar de predestinatie is uiteindelijk voor de restgroep effectief. De uitverkorenen worden dus gekenmerkt door roeping en rechtvaardiging, de verworpenen kenmerken zich door geen kennis van Zijn naam en geen heiliging door Zijn Geest. Calvijn zal kort de discussies langsgaan.
[1] Verkiezing is niet dat God van te voren de verdiensten van mensen ziet, wat Pighius beweert. Dit dicht juist de oorsprong van de uitverkiezing, Gods onverdiende barmhartigheid. Er zijn vaker mensen in de geschiedenis geweest die dit hebben gezegd. Andere zijn zo brutaal om hierom als het ware een rechtszaak te beginnen met God. Het is vergelijkbaar met dieren aan God laten klagen waarom ze tot dieren zijn gemaakt. Maar ook Jezus is in zekere zin uitverkoren, er was geen reden of verdienste bij Hem als sterfelijk mens om als de Zoon van God geboren te worden voor de daadwerkelijke geboorte. Dit bedoelt Augustinus dat Christus een spiegel is van de genadige verkiezing, zodat de leden van Zijn lichaam niet om de verkiezing in de piepzak komen te zitten. Wie dus bij God wil klagen dat Hij niet mag doen wat Hij doet, moet ook bij Christus weghalen wat Hem gegeven is.
[2] Calvijn kijkt even bij wat onderdelen van Efeze 1. Ten eerste is er voor de schepping van de wereld, 'ze' is dan de gelovigen tot wie Paulus zich richt, dus er kan geen waardigheid in acht genomen worden, en het is tot heiliging. Niet omdat mensen heilig zijn, maar zodat ze heilig zijn.
[3] Werken komen niet in aanmerking. Dat is iets wat Paulus op andere plaatsen uitlegt(2 Tim. 1), niet expliciet in dit gedeelte. Dus de verkiezing tot heiliging, niet de verkiezing om heiliging. Ook niet om toekomende werken, wat sommige gebruiken als oplossing. Ook de toekomstige werken hebben hun oorsprong in de uitverkiezing tot heiliging. Ook laat de apostel duidelijk zien dat God bij Zichzelf te rade gaat(Ef. 1) en niet naar een mens kijkt. Het is en blijft onverdiende genade.
Volgende week lezen we boek III.22.4 - III.22.7
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[6] De tweede trap van de uitverkiezing is de verwerping en verkiezing van mensen binnen het nageslacht van Abraham. Dit is al zichtbaar bij Jakob en Esau, daarvoor Izaäk en Ismaël, Saul wordt verworpen, met de eerder genoemde om hun eigen schuld(Calvijn zegt het er maar bij). De twee trappen laten allebei duidelijk zien dat God niet aan regels gebonden is en dat het echt gaat om onverdiende genade.
[7] Het verhaal van de uitverkiezing is pas compleet als we niet alleen het nageslacht van Abraham zien, maar nog meer in het lidmaatschap van Christus' lichaam. God bied aan iedereen Zijn genade aan, maar wijst deze toe aan afzonderlijke personen. Als God in de eerste trap verkiest en niet in de tweede trap is het een verkiezing die het midden houdt tussen en verwering van het menselijke geslacht en het kleine getal van de vromen. Maar toch is het verbond meer gericht op de onverdiende gunst dan op de massa's die trouweloos zijn en afvallen. God bewijst Zijn trouw in de rest die overblijft. Het is sowieso niet onvoordelig om in het verbond te zitten, maar de predestinatie is uiteindelijk voor de restgroep effectief. De uitverkorenen worden dus gekenmerkt door roeping en rechtvaardiging, de verworpenen kenmerken zich door geen kennis van Zijn naam en geen heiliging door Zijn Geest. Calvijn zal kort de discussies langsgaan.
[1] Verkiezing is niet dat God van te voren de verdiensten van mensen ziet, wat Pighius beweert. Dit dicht juist de oorsprong van de uitverkiezing, Gods onverdiende barmhartigheid. Er zijn vaker mensen in de geschiedenis geweest die dit hebben gezegd. Andere zijn zo brutaal om hierom als het ware een rechtszaak te beginnen met God. Het is vergelijkbaar met dieren aan God laten klagen waarom ze tot dieren zijn gemaakt. Maar ook Jezus is in zekere zin uitverkoren, er was geen reden of verdienste bij Hem als sterfelijk mens om als de Zoon van God geboren te worden voor de daadwerkelijke geboorte. Dit bedoelt Augustinus dat Christus een spiegel is van de genadige verkiezing, zodat de leden van Zijn lichaam niet om de verkiezing in de piepzak komen te zitten. Wie dus bij God wil klagen dat Hij niet mag doen wat Hij doet, moet ook bij Christus weghalen wat Hem gegeven is.
[2] Calvijn kijkt even bij wat onderdelen van Efeze 1. Ten eerste is er voor de schepping van de wereld, 'ze' is dan de gelovigen tot wie Paulus zich richt, dus er kan geen waardigheid in acht genomen worden, en het is tot heiliging. Niet omdat mensen heilig zijn, maar zodat ze heilig zijn.
[3] Werken komen niet in aanmerking. Dat is iets wat Paulus op andere plaatsen uitlegt(2 Tim. 1), niet expliciet in dit gedeelte. Dus de verkiezing tot heiliging, niet de verkiezing om heiliging. Ook niet om toekomende werken, wat sommige gebruiken als oplossing. Ook de toekomstige werken hebben hun oorsprong in de uitverkiezing tot heiliging. Ook laat de apostel duidelijk zien dat God bij Zichzelf te rade gaat(Ef. 1) en niet naar een mens kijkt. Het is en blijft onverdiende genade.
Volgende week lezen we boek III.22.4 - III.22.7
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
donderdag 6 augustus 2015
06-08; Boek III.21.2 - III.21.5
Gister hebben we een aanloopje genomen naar de uitverkiezing, Calvijn laat ons eerst nog wat passen op de plaats maken voordat we het leerstuk uitgewerkt mogen zien.
[2] We moeten de weg van het geloof wandelen, wat dus betekent dat alles wat we over god horen of willen weten in de Bijbel te vinden is. We moeten dus niets over predestinatie weten dat wat er in de Bijbel staat. Hoogmoed is niet op zijn plaats, dat brengt onheil voor de onderzoeker.
[3] Aan de andere kat heb je mensen die angstvallig zijgen over predestinatie. De terughoudendheid is te prijzen, maar als de predestinatie een weldaad is van God dan is er niet over spreken God Zijn rechtmatige eer roven. God heeft dingen gesproken en heeft over dingen gezwegen, wij moeten Hem daarin navolgen.
[4] Laster van wereldse mensen is geen reden om niet over predestinatie te spreken, ze maken alle leerstukken belachelijk. Anderen willen geen predestinatie bespreken omdat het strijd met de aansporingen om het goede te doen of omdat het geloof ontmoedigt en aan het wankelen brengt. Maar juist daarom moet het wel besproken worden, zoals Augustinus dus vrijmoedig deed. We moeten alleen niet onderzoeken wat God verborgen heeft, of verzwijgen wat God geopenbaard heeft. zo voorkomen we dat we veroordeeld worden wegens ondankbaarheid of nieuwsgierigheid. Mensen die niet over de predestinatie willen spreken zijn feitelijk zo arrogant dat ze God een dwaze onnadenkendheid aanwrijven.
[5] Nu dan inhoudelijk de predestinatie. Niemand ontkent de predestinatie, maar veel mensen maken er wel een speculatief potje van. Predestinatie is niet Gods voorwetenschap, dat is dat in Gods kennen alle dingen tegenwoordig zijn en niet in verleden of toekomst(wat Pighius zei. Pighius kwam uit Kampen trouwens!). Predestinatie is het eeuwige besluit waarin God bij zichzelf heeft vastgesteld wat Hij wil dat er van ieder mens worden zal, tot leven of tot dood. Dit wordt gedemonstreerd in het nageslacht van Abraham, waarin duidelijk wordt dat alleen God beslist hoe het met het volk gaat. Daarom leert Mozes dat God Israël Gods liefde niet heeft verdiend omdat ze zo bijzonder zijn, maar om hun voorvaderen. Daarom is het verwijt aan het volk in het OT zo vaak dat het zo ondankbaar is ten opzichte van de verkiezing. Aan dit welbehagen van God is een hele rits psalmteksten opgedragen. Verkiezing is dan ook bij Jesaja de voortgang van weldaden die God aan Zijn volk geeft. Als het volk verstoten lijkt te zijn of de verkiezing door de ballingschap ongedaan blijkt te zijn gaat God toch door met de verkiezing in een rest.
Morgen lezen we boek III.21.6 - III.22.3
Lees deze en andere posts terug op lectiocalviniblogspot.com
[2] We moeten de weg van het geloof wandelen, wat dus betekent dat alles wat we over god horen of willen weten in de Bijbel te vinden is. We moeten dus niets over predestinatie weten dat wat er in de Bijbel staat. Hoogmoed is niet op zijn plaats, dat brengt onheil voor de onderzoeker.
[3] Aan de andere kat heb je mensen die angstvallig zijgen over predestinatie. De terughoudendheid is te prijzen, maar als de predestinatie een weldaad is van God dan is er niet over spreken God Zijn rechtmatige eer roven. God heeft dingen gesproken en heeft over dingen gezwegen, wij moeten Hem daarin navolgen.
[4] Laster van wereldse mensen is geen reden om niet over predestinatie te spreken, ze maken alle leerstukken belachelijk. Anderen willen geen predestinatie bespreken omdat het strijd met de aansporingen om het goede te doen of omdat het geloof ontmoedigt en aan het wankelen brengt. Maar juist daarom moet het wel besproken worden, zoals Augustinus dus vrijmoedig deed. We moeten alleen niet onderzoeken wat God verborgen heeft, of verzwijgen wat God geopenbaard heeft. zo voorkomen we dat we veroordeeld worden wegens ondankbaarheid of nieuwsgierigheid. Mensen die niet over de predestinatie willen spreken zijn feitelijk zo arrogant dat ze God een dwaze onnadenkendheid aanwrijven.
[5] Nu dan inhoudelijk de predestinatie. Niemand ontkent de predestinatie, maar veel mensen maken er wel een speculatief potje van. Predestinatie is niet Gods voorwetenschap, dat is dat in Gods kennen alle dingen tegenwoordig zijn en niet in verleden of toekomst(wat Pighius zei. Pighius kwam uit Kampen trouwens!). Predestinatie is het eeuwige besluit waarin God bij zichzelf heeft vastgesteld wat Hij wil dat er van ieder mens worden zal, tot leven of tot dood. Dit wordt gedemonstreerd in het nageslacht van Abraham, waarin duidelijk wordt dat alleen God beslist hoe het met het volk gaat. Daarom leert Mozes dat God Israël Gods liefde niet heeft verdiend omdat ze zo bijzonder zijn, maar om hun voorvaderen. Daarom is het verwijt aan het volk in het OT zo vaak dat het zo ondankbaar is ten opzichte van de verkiezing. Aan dit welbehagen van God is een hele rits psalmteksten opgedragen. Verkiezing is dan ook bij Jesaja de voortgang van weldaden die God aan Zijn volk geeft. Als het volk verstoten lijkt te zijn of de verkiezing door de ballingschap ongedaan blijkt te zijn gaat God toch door met de verkiezing in een rest.
Morgen lezen we boek III.21.6 - III.22.3
Lees deze en andere posts terug op lectiocalviniblogspot.com
Abonneren op:
Posts (Atom)