De 48ste week van Lectio Calvini,in mijn druk nog 91 bladzijdes tot het einde.
[46] De verplichting om één keer per jaar deel te nemen aan het Avondmaal noemt Calvijn een uitvinding van de duivel en hij ziet het als een verdraaiing van een goede regel van Zepherinus(bisschop van Rome, 189- 217). Deze bepaalde dat de gelovigen één keer op een bepaalde dag samen belijdenis van het geloof door Avondmaal moesten afleggen in plaats van allemaal op verschillende tijden en daarom niet allemaal tegelijkertijd. Biuj Chrysostomus is al verval te bespeuren als hij zich beklaagd over mensen die soms wel en soms niet aangaan en soms rein en soms onrein, in de meest ongunstige combinaties uiteraard.
[47] Zo is ook de beker op het Concilie van Konstanz in 1415 weggevallen. Dit werd alleen voor de geestelijken beschikbaar. Er werd geredeneerd dat in het brood het hele lichaam van Jezus was, dus ook met bloed en dat daarin alles besloten lag. Calvijn vindt dit een voorbeeld van het verstand dat aan de haal gaat met de Bijbel. Jezus maakt vaak onderscheid tussen Zijn lichaam en bloed en dit moeten we allebei handhaven in het Avondmaal om de ondersteuning van het geloof vast te houden.
[48] Wat hier tegenover wordt gesteld is dat er aan één enkele gebeurtenis in de geschiedenis geen algemene regel gemaakt mag worden, maar Calvijn vindt dat we hier te maken hebben met een inzetting, de apostelen moesten ook zo Avondmaal vieren. Een tweede uitvlucht is dat de apostelen toen al tot de priesterorde hoorden. Maar het is voor Calvijn niet duidelijk waaruit blijkt dat de apostelen toen priesters waren geworden. Ook is dan niet te verklaren waarom in de eerste duizend jaar alle gelovigen wel aan brood en beker mochten. Dit is duidelijk bij Tertullianus, Ambrosius, Chrysostomus en Augustinus.
[49] Bij Gregorius I was de beker ook nog voor de leken. In die periode (rondom 600) werd het als een dwaling gezien om alleen het brood zonder de wijn te ontvangen. Cyprianus is ook ervan overtuigd dat je de twee niet van elkaar kan scheiden.
[50] Ook zegt Christus expliciet dat allen moeten drinken uit de beker. Ook is Calvijn benieuwd wie zich nu durft op te dringen in het Avondmaal, als het alleen bestemd was voor priesters. Ten slotte moet Paulus wel liegen als hij dan iedereen uit de beker wil laten drinken zoals hij schrijft in aan de gemeente in Korinthe.
[1] Calvijn ziet de satan een strijd voeren tegen het Avondmaal toen in de Kerk de overtuiging kwam dat men de mis ging beschouwen als offer dat opgedragen wordt om vergeving van zonde te krijgen. Er zijn veel scholastieke theologen die prima hierover kunnen discussiëren, maar daardoor juist het Avondmaal verduisteren. Calvijn zal dan ook niet direct met ze in discussie treden. De mis als zoenoffer is niet alleen in de opvatting veranderd in een zoenoffer, maar is ook opgezet om dit bewust over te brengen. Maar hoe mooi de mis ook is geworden, Calvijn zal haar toetsen aan de Bijbel en zo met wortel en tak omhakken omdat het Christus verduistert.
Morgen lezen we boek IV.18.2 - IV.18.7
Posts tonen met het label Tertullianus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tertullianus. Alle posts tonen
maandag 30 november 2015
zaterdag 19 september 2015
19-09; Boek IV.4.10 - UV.10.16
[10] Het is duidelijk dat Christus niet meer zichtbaar aanwezig is in de Kerk, maar Zich wel vertoont in de ambten die Hij wil gebruiken. Dit wordt duidelijk uit Efeze 4, waarin niks staat over een opperpriester of iets wat lijkt op een paus. Er wordt niet gesproken over hiërarchie. Men kan dus ook niet de aardse hiërarchie vergelijken met een hemelse, zoals sommige roomsen doen, maar we moeten blijven met wat is ingezet doot Jezus.
[11] Maar zelfs als Calvijn toe zou geven dat Petrus een eeuwigdurende opvolging had gekregen, waaruit volgt dan dat dit gebonden was aan Rome? Als de reden is dat Petrus in Rome is gestorven zouden de Joden de zetel van het primaat in de woestijn moeten hebben, waar Mozes gestorven is.
[12] Het is logisch om te denken dat de eerste gemeente waar Petrus was het primaatschap bezit. Dat zou de kerk van Antiochië zijn. Desondanks heeft Paus Marcellus geschreven aan de ouderlingen van Antiochië dat de stoel van Petrus naar Rome is gekomen. Calvijn vraagt nu of het privilege aan de persoon of aan de zaak of aan allebei is verbonden, want de prakijtk is onduidelijk. En Calvijn zal tegen iedere keuze ingaan natuurlijk.
[13] Maar zelfs dan. Waarom is Antiochië niet de tweede gemeente in rangorde geworden? Waarom zijn de kerken niet gerangschikt naar de apostelen? Paulus noemt drie pilaren van de kerk, Jakobus, Petrus en Johannes, hoe is de rangorde van hun gemeentes in Jeruzalem en Efeze? Blijkbaar klopt er toch iets niet.
[14] Calvijn trekt in twijfel of Petrus ooit wel in Rome heeft gezeteld. Uit Galaten is te lezen dat Petrus ongeveer 20 jaar na de dood van Christus in Jeruzalem is geweest en daarna naar Antiochië is gegaan, voor een periode die verschillend wordt vermeld door schrijvers. In ieder geval is het lastig dat Nero's heerschappij, waaronder Petrus ter dood gebracht is, was afgelopen, 37 jaar na de dood van Christus. Dus dan moeten er 17 jaren verdeeld worden voor Petrus' zetelen. Hij kan dus niet, of heel kort in Rome een zetel hebben gehad. Ook noemt Paulus Petrus niet als hij in de brief aan de Romeinen schrijft, zelfs niet in de lange lijst van mensen die hij groet.
[15] Ook in verdere stukken in de Bijbel wordt er geen blijk gegeven van Petrus in Rome. Ook bij de kerkvaders Eusebius, Irenaeus, Tertullianus en Augustinus verschillen de verhalen onderling zo groot dat het onmogelijk is om te achterhalen wat er toen werkelijk gebeurd is. Calvijn wil accepteren dat Petrus in Rome is gestorven, maar dat hij er bisschop is geweest niet.
[16] De vroege Kerk wordt ook verdraaid om het primaatschap van de paus te handhaven. Nu volgt Calvijn de vroege Kerk wel in het ontzag voor de kerk van Rome vanwege de opbouw tijdens de bediening van Petrus, dat er in Rome veel geleerde en wijze mannen waren omdat het de hoofdstad was en omdat Rome een rustigere gemeente was en daarom als derde partij kon bemiddelen in de meer opvliegende karakters uit Azië en Africa.
Volgende week lezen weboek IV.6.17 - IV.7.4
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[11] Maar zelfs als Calvijn toe zou geven dat Petrus een eeuwigdurende opvolging had gekregen, waaruit volgt dan dat dit gebonden was aan Rome? Als de reden is dat Petrus in Rome is gestorven zouden de Joden de zetel van het primaat in de woestijn moeten hebben, waar Mozes gestorven is.
[12] Het is logisch om te denken dat de eerste gemeente waar Petrus was het primaatschap bezit. Dat zou de kerk van Antiochië zijn. Desondanks heeft Paus Marcellus geschreven aan de ouderlingen van Antiochië dat de stoel van Petrus naar Rome is gekomen. Calvijn vraagt nu of het privilege aan de persoon of aan de zaak of aan allebei is verbonden, want de prakijtk is onduidelijk. En Calvijn zal tegen iedere keuze ingaan natuurlijk.
[13] Maar zelfs dan. Waarom is Antiochië niet de tweede gemeente in rangorde geworden? Waarom zijn de kerken niet gerangschikt naar de apostelen? Paulus noemt drie pilaren van de kerk, Jakobus, Petrus en Johannes, hoe is de rangorde van hun gemeentes in Jeruzalem en Efeze? Blijkbaar klopt er toch iets niet.
[14] Calvijn trekt in twijfel of Petrus ooit wel in Rome heeft gezeteld. Uit Galaten is te lezen dat Petrus ongeveer 20 jaar na de dood van Christus in Jeruzalem is geweest en daarna naar Antiochië is gegaan, voor een periode die verschillend wordt vermeld door schrijvers. In ieder geval is het lastig dat Nero's heerschappij, waaronder Petrus ter dood gebracht is, was afgelopen, 37 jaar na de dood van Christus. Dus dan moeten er 17 jaren verdeeld worden voor Petrus' zetelen. Hij kan dus niet, of heel kort in Rome een zetel hebben gehad. Ook noemt Paulus Petrus niet als hij in de brief aan de Romeinen schrijft, zelfs niet in de lange lijst van mensen die hij groet.
[15] Ook in verdere stukken in de Bijbel wordt er geen blijk gegeven van Petrus in Rome. Ook bij de kerkvaders Eusebius, Irenaeus, Tertullianus en Augustinus verschillen de verhalen onderling zo groot dat het onmogelijk is om te achterhalen wat er toen werkelijk gebeurd is. Calvijn wil accepteren dat Petrus in Rome is gestorven, maar dat hij er bisschop is geweest niet.
[16] De vroege Kerk wordt ook verdraaid om het primaatschap van de paus te handhaven. Nu volgt Calvijn de vroege Kerk wel in het ontzag voor de kerk van Rome vanwege de opbouw tijdens de bediening van Petrus, dat er in Rome veel geleerde en wijze mannen waren omdat het de hoofdstad was en omdat Rome een rustigere gemeente was en daarom als derde partij kon bemiddelen in de meer opvliegende karakters uit Azië en Africa.
Volgende week lezen weboek IV.6.17 - IV.7.4
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
maandag 24 augustus 2015
24-08; Boek III.25.7 - III.25.8
En alweer de vierendertigste week van Lectio Calvini.
[7] Er zijn ook dwalingen waarin de zielen nieuwe of andere lichamen krijgen. Volgens de manicheeërs is het lichaam onrein, wat een verzinsel van de duivel is. Calvijn spreekt tegen dat wat nu de hemel onwaardig is, de opstanding niet in de weg staat. God maakt ook aanspraak op ons lichaam en zal deze niet tot eeuwige verrotting overgeven na de dood. De opstanding uit de dood wordt ook in het OT geleerd, in het NT is er naast de brieven het verhaal dat Paulus om het verkondigen van de opstanding uitgelachen wordt. Ook wordt de band tussen het Hoofd van het Lichaam en de leden verbroken door nieuwe lichamen bij de opstanding. Christus heeft bij Zijn opstanding hetzelfde lichaam weer aangenomen.
[8] Uiteindelijk is het geloof in nieuwe lichamen ontsprongen uit ongeloof dat een lichaam na verrotting weer kan opstaan. Maar Calvijn en de zijnen laten zich door het getuigenis van de Geest in de Bijbel leiden. Het zou ook onredelijk zijn dat het lichaam zo uitgesloten is van het nieuwe leven als deze zo'n duidelijke rol speelt voor God in het huidige leven. En ook de begrafenisrituelen uit het OT waren tekenen van het eeuwig leven dat toen moeilijk te zien was. Christus legt ook de nadruk op begrafenisrituelen, net als aartsvaders. Jakob liet zelfs zijn beenderen mee terugvoeren naar het beloofde land.
Maar we moeten dan weer niet teveel filosoferen over de opstanding, het is en blijft een verborgenheid. We weten dat we in wezen hetzelfde lichaam zullen hebben, maar in een andere hoedanigheid, het zal met onbederfelijkheid bekleed worden. Ook hoeft er niet een lange tijd te verstrijken tussen dood en opstanding.
Morgen lezen we boek III.25.9 - III.25.12
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[7] Er zijn ook dwalingen waarin de zielen nieuwe of andere lichamen krijgen. Volgens de manicheeërs is het lichaam onrein, wat een verzinsel van de duivel is. Calvijn spreekt tegen dat wat nu de hemel onwaardig is, de opstanding niet in de weg staat. God maakt ook aanspraak op ons lichaam en zal deze niet tot eeuwige verrotting overgeven na de dood. De opstanding uit de dood wordt ook in het OT geleerd, in het NT is er naast de brieven het verhaal dat Paulus om het verkondigen van de opstanding uitgelachen wordt. Ook wordt de band tussen het Hoofd van het Lichaam en de leden verbroken door nieuwe lichamen bij de opstanding. Christus heeft bij Zijn opstanding hetzelfde lichaam weer aangenomen.
[8] Uiteindelijk is het geloof in nieuwe lichamen ontsprongen uit ongeloof dat een lichaam na verrotting weer kan opstaan. Maar Calvijn en de zijnen laten zich door het getuigenis van de Geest in de Bijbel leiden. Het zou ook onredelijk zijn dat het lichaam zo uitgesloten is van het nieuwe leven als deze zo'n duidelijke rol speelt voor God in het huidige leven. En ook de begrafenisrituelen uit het OT waren tekenen van het eeuwig leven dat toen moeilijk te zien was. Christus legt ook de nadruk op begrafenisrituelen, net als aartsvaders. Jakob liet zelfs zijn beenderen mee terugvoeren naar het beloofde land.
Maar we moeten dan weer niet teveel filosoferen over de opstanding, het is en blijft een verborgenheid. We weten dat we in wezen hetzelfde lichaam zullen hebben, maar in een andere hoedanigheid, het zal met onbederfelijkheid bekleed worden. Ook hoeft er niet een lange tijd te verstrijken tussen dood en opstanding.
Morgen lezen we boek III.25.9 - III.25.12
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
woensdag 5 augustus 2015
05-08; Boek III.20.48 - III.21.1
Vandaag lezen we het laatste gedeelte over het gebed en beginnen we met de eerste paragraaf van het hoofdstuk over de predestinatie, ofwel de uitverkiezing.
[48] God heeft ons een regel gegeven hoe te bidden. Dingen erbij bidden die niet in verband met de inhoud van dit gebed kunnen worden gebracht zijn volgens Calvijn goddeloos. Iets erbij vragen is lastering van Gods wil, en je bidt dan niet uit geloof omdat het niet steunt op het Woord.
[49] Nu is het niet de bedoeling dat er helemaal niets qua vorm aan het gebed mag worden veranderd. In de Bijbel staan ook naar de vorm andere gebeden.
[50] Er is eerder gezegd dat we zonder ophouden moeten bidden, de beste manier om dit te bereiken is om vaste tijden aan te houden voor gebed. Calvijn noemt 's morgens en voor en na het eten. Niet dat we deze 'getijden' bijgelovig moeten houden, het is juist om in onze zwakheid ondersteund te worden en te oefenen in gebed. Als we in nood zijn of nood zien moeten we niet snelle voeten hebben, maar snelle harten om tot God te gaan. In goede omstandigheden moet God direct lof en dank gebracht worden en bij alles moeten we oppassen God niet in omstandigheden te willen binden.
[51] Zo geoefend in het gebed zijn mensen ook in staat om te volharden als God niet (direct) antwoord op gebed. Er zijn ook mensen die een dealtje sluiten met God voor hun begeertes en zo God maken tot een sloofje. Als God dit toch niet blijkt te zijn en geen gehoor geeft beginnen ze te te sputteren.
[52] Als we na veel bidden niet krijgen wat we wilden, moeten we in geloof weten dat we dan hebben gekregen wat goed voor ons was. God heeft belooft om te zorgen nadat de zaken Hem in gebed zijn voorgelegd. Ook als God helemaal niet reageert, laat Hij ons op ondoorgrondelijke manier zien dat het gebed niet nutteloos is geweest. God blijft vriendelijk en welwillend.
[1] Het simpele feit dat niet iedereen het Evangelie gepredikt krijgt in zijn of haar leven, is een diep oordeel van God. Dit staat ten dienst van de uitverkiezing. En daarmee beginnen de moeilijkheden. Desondanks is de leer van de uitverkiezing nuttig en draagt een zoete vrucht. In het contrast schittert Gods genade. De zaligheid is ten diepste gefundeerd in Gods loutere milddadigheid. Het niet over deze leer hebben doet geen recht aan God en aan de mens. De uitverkiezing helpt ons in moeilijke omstandigheden doordat het benadrukt dat de Vader ons behoudt en bewaart. De kerk krijgt zo profiel, in de uitverkiezing, maar ook in de verwerping(punt dat Herman Bavinck volgens mij verder uitdiept).
Twistpunt van de predestinatie is vaak de te grote nieuwsgierigheid van mensen die teveel willen weten. Dat is een brutaliteit omdat een mens niet ongestraft dingen te weten kan komen die God verborgen wil houden.
Morgen lezen we boek III.21.2 - III.21.5
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[48] God heeft ons een regel gegeven hoe te bidden. Dingen erbij bidden die niet in verband met de inhoud van dit gebed kunnen worden gebracht zijn volgens Calvijn goddeloos. Iets erbij vragen is lastering van Gods wil, en je bidt dan niet uit geloof omdat het niet steunt op het Woord.
[49] Nu is het niet de bedoeling dat er helemaal niets qua vorm aan het gebed mag worden veranderd. In de Bijbel staan ook naar de vorm andere gebeden.
[50] Er is eerder gezegd dat we zonder ophouden moeten bidden, de beste manier om dit te bereiken is om vaste tijden aan te houden voor gebed. Calvijn noemt 's morgens en voor en na het eten. Niet dat we deze 'getijden' bijgelovig moeten houden, het is juist om in onze zwakheid ondersteund te worden en te oefenen in gebed. Als we in nood zijn of nood zien moeten we niet snelle voeten hebben, maar snelle harten om tot God te gaan. In goede omstandigheden moet God direct lof en dank gebracht worden en bij alles moeten we oppassen God niet in omstandigheden te willen binden.
[51] Zo geoefend in het gebed zijn mensen ook in staat om te volharden als God niet (direct) antwoord op gebed. Er zijn ook mensen die een dealtje sluiten met God voor hun begeertes en zo God maken tot een sloofje. Als God dit toch niet blijkt te zijn en geen gehoor geeft beginnen ze te te sputteren.
[52] Als we na veel bidden niet krijgen wat we wilden, moeten we in geloof weten dat we dan hebben gekregen wat goed voor ons was. God heeft belooft om te zorgen nadat de zaken Hem in gebed zijn voorgelegd. Ook als God helemaal niet reageert, laat Hij ons op ondoorgrondelijke manier zien dat het gebed niet nutteloos is geweest. God blijft vriendelijk en welwillend.
[1] Het simpele feit dat niet iedereen het Evangelie gepredikt krijgt in zijn of haar leven, is een diep oordeel van God. Dit staat ten dienst van de uitverkiezing. En daarmee beginnen de moeilijkheden. Desondanks is de leer van de uitverkiezing nuttig en draagt een zoete vrucht. In het contrast schittert Gods genade. De zaligheid is ten diepste gefundeerd in Gods loutere milddadigheid. Het niet over deze leer hebben doet geen recht aan God en aan de mens. De uitverkiezing helpt ons in moeilijke omstandigheden doordat het benadrukt dat de Vader ons behoudt en bewaart. De kerk krijgt zo profiel, in de uitverkiezing, maar ook in de verwerping(punt dat Herman Bavinck volgens mij verder uitdiept).
Twistpunt van de predestinatie is vaak de te grote nieuwsgierigheid van mensen die teveel willen weten. Dat is een brutaliteit omdat een mens niet ongestraft dingen te weten kan komen die God verborgen wil houden.
Morgen lezen we boek III.21.2 - III.21.5
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
maandag 3 augustus 2015
03-08; Boek III.20.43 - III.20.44
De 31ste week van Lectio Calvini, ik weet niet hoeveel er nog meelezen in de Institutie, maar ik ben onder de indruk van dat je met 5 dagen in de week, een half uurtje ofzo, toch vrij makkelijk en gestadig zo'n dik boek doorkomt. Hoppa!
Anyway, de derde en de vierde bede van het Onze Vader.
[43] 'Uw wil geschiede'; Dit kan niet losgemaakt worden van het Koninkrijk van God. Dit is niet de verborgen wil van God. Het is de vrijwillige gehoorzaamheid aan God. Het is ook de bede om de vernieuwing van de mens, zodat er geen oude begeerte in ons overblijft en leren te haten wat God haat en te liefhebben wat God liefheeft. De eerste drie beden zijn dus compleet gericht op God en mogen niet gebeden worden om ons voordeel.
[43] De eerste van de laatste drie beden is 'Geef ons heden ons dagelijks brood'. Deze gaan over de zaken die nuttig voor ons zijn. Desondanks blijven deze zaken ook tot Gods eer strekken, we worden geoefend in vroomheid en daarna mogen we zaken vragen die ons voordeel zijn tot zover ze tot de eer van God zijn. Met deze bede bidden we niet alleen om brood, maar om voedsel, kleding en om dit in vrede te kunnen gebruiken. Het is een oefening in geloof aan Gods voorzienigheid en de zorgen voor het lichaam opzij te zetten. God is niet te min voor aardse zaken, het gaat om echt brood, geen bovennatuurlijk brood. Gods zegen en vaderlijke gunst lichten op in brood.
We laten het brood van God afhangen en moeten dus geen brood zoeken buiten de geoorloofde manieren om wat God ons geeft aan te vullen. En ons eigen werk levert ook niks op als God het niet zegent. Dagelijks betekent dat we beschermd worden tegen het begeerlijk storten op overdaad. We bidden om genoeg, een mens leeft ook niet van brood maar van het woord van Zijn mond. Meer dan genoeg hebben en toch God smeken om meer is spotten met God. Als we bidden dat het ons gegeven wordt, pleiten we niet op een verdienste van ons, maar is het een gaven van God, hoe hard we er ook zelf voor gewerkt hebben. Het is en blijft Gods zegen.
Morgen lezen we boek III.20.45 - III.20.47
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Anyway, de derde en de vierde bede van het Onze Vader.
[43] 'Uw wil geschiede'; Dit kan niet losgemaakt worden van het Koninkrijk van God. Dit is niet de verborgen wil van God. Het is de vrijwillige gehoorzaamheid aan God. Het is ook de bede om de vernieuwing van de mens, zodat er geen oude begeerte in ons overblijft en leren te haten wat God haat en te liefhebben wat God liefheeft. De eerste drie beden zijn dus compleet gericht op God en mogen niet gebeden worden om ons voordeel.
[43] De eerste van de laatste drie beden is 'Geef ons heden ons dagelijks brood'. Deze gaan over de zaken die nuttig voor ons zijn. Desondanks blijven deze zaken ook tot Gods eer strekken, we worden geoefend in vroomheid en daarna mogen we zaken vragen die ons voordeel zijn tot zover ze tot de eer van God zijn. Met deze bede bidden we niet alleen om brood, maar om voedsel, kleding en om dit in vrede te kunnen gebruiken. Het is een oefening in geloof aan Gods voorzienigheid en de zorgen voor het lichaam opzij te zetten. God is niet te min voor aardse zaken, het gaat om echt brood, geen bovennatuurlijk brood. Gods zegen en vaderlijke gunst lichten op in brood.
We laten het brood van God afhangen en moeten dus geen brood zoeken buiten de geoorloofde manieren om wat God ons geeft aan te vullen. En ons eigen werk levert ook niks op als God het niet zegent. Dagelijks betekent dat we beschermd worden tegen het begeerlijk storten op overdaad. We bidden om genoeg, een mens leeft ook niet van brood maar van het woord van Zijn mond. Meer dan genoeg hebben en toch God smeken om meer is spotten met God. Als we bidden dat het ons gegeven wordt, pleiten we niet op een verdienste van ons, maar is het een gaven van God, hoe hard we er ook zelf voor gewerkt hebben. Het is en blijft Gods zegen.
Morgen lezen we boek III.20.45 - III.20.47
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
maandag 6 juli 2015
06-06; Boek III.14.19 - III.15.3
Week 27 van Lectio Calvini. Misschien moet ik van de week maar eens gaan vooruit lezen en het posten automatiseren om echt vakantie te vieren, als dat nodig is.
Eerst verder wat Calvijn zegt. [19] Heiligen kunnen uit hun geweten troost putten en blijdschap halen, omdat het reine geweten een vrucht is van de roeping. Ze weten dat er nog veel vlees mee vermengd is, maar ze hebben eerst de goedheid van God omarmt, en vinden zo de mogelijkheid om Gods bijstand in moeilijke omstandigheden te verwachten. Het is ook een verkondiging van Gods weldaden, ze gaan niet de genade van God hierin voorbij, maar doordenken hoeveel liefde hier wel niet in zit.
[20] Gelovigen zien hun werken(naast een teken van hun uitverkiezing) als een gave van God en afhankelijk van de gerechtigheid in Christus. Ook Augustinus leerde dit. Het gelovig hart vraagt God om Zijn werk in de mens te zien, niet het werk van de mens zelf.
[21] Als er in de Bijbel staat dat God de werken van de gelovigen aanneemt, moet men dat volgens Calvijn op de volgende manier lezen. Het doel wordt in het spreken als oorzaak genoemd. Het is niet het oorzakelijke verband. God geeft het eeuwige leven door middel van goede werken. Genade volgt op genade, eerst geeft God werken en aan die genade knoopt God als het ware de genade van het eeuwig leven aan vast.
[1] Het bovenstaande is als volgt samen te vatten; gerechtigheid moet op de gemeenschap met Christus(geloof) berusten of het kan niet voor Gods aangezicht bestaan als het op eigen werken steunt. In alle verwarrende gesprekken moet hieraan vastgehouden worden. En dat rechtvaardigheid uit werken volkomen en absolute onderhouding van de hele Wet is. Een andere vraag is of dde onvolkomen werken niet uit genade aangenomen worden.
[2] Calvijn is niet echt blij met diegene die het woord 'verdienste' als eerste heeft gebruikt in de theologie. Hij is sowieso geen fan buitenbijbelse woorden, zoals hij al aangaf in de discussie over de Drieëenheid. Ook hebben de kerkvaders blijkbaar aanleiding gegeven om het mis te verstaan. Augustinus, Chrysostomus en Bernardus houden vast aan de waarheid, maar Calvijn laat zien dat vooral de laatste van de drie de waarheid van zijn scherpte ontneemt.
[3] De bijbel leert dat onze werken vol ongerechtigheid zijn en dat de volkomen onderhouding van de Wet een schuldige plicht is in plaats van een beloning waardig. Maar aan de andere kant geeft God ons ook goede werken die Hij zal belonen. Desondanks is het pure ondankbaarheid om de eer hiervoor te verdelen in plaats van God alle eer hiervoor te geven. God geeft goede gaven die Hij beloont. Maar het is niet zo dat we hierop kunnen pochen, als een vrijgekochte slaaf die zich presenteert als een vrijgeborene.
Morgen lezen we boek III.15.4 - III.15.8
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Eerst verder wat Calvijn zegt. [19] Heiligen kunnen uit hun geweten troost putten en blijdschap halen, omdat het reine geweten een vrucht is van de roeping. Ze weten dat er nog veel vlees mee vermengd is, maar ze hebben eerst de goedheid van God omarmt, en vinden zo de mogelijkheid om Gods bijstand in moeilijke omstandigheden te verwachten. Het is ook een verkondiging van Gods weldaden, ze gaan niet de genade van God hierin voorbij, maar doordenken hoeveel liefde hier wel niet in zit.
[20] Gelovigen zien hun werken(naast een teken van hun uitverkiezing) als een gave van God en afhankelijk van de gerechtigheid in Christus. Ook Augustinus leerde dit. Het gelovig hart vraagt God om Zijn werk in de mens te zien, niet het werk van de mens zelf.
[21] Als er in de Bijbel staat dat God de werken van de gelovigen aanneemt, moet men dat volgens Calvijn op de volgende manier lezen. Het doel wordt in het spreken als oorzaak genoemd. Het is niet het oorzakelijke verband. God geeft het eeuwige leven door middel van goede werken. Genade volgt op genade, eerst geeft God werken en aan die genade knoopt God als het ware de genade van het eeuwig leven aan vast.
[1] Het bovenstaande is als volgt samen te vatten; gerechtigheid moet op de gemeenschap met Christus(geloof) berusten of het kan niet voor Gods aangezicht bestaan als het op eigen werken steunt. In alle verwarrende gesprekken moet hieraan vastgehouden worden. En dat rechtvaardigheid uit werken volkomen en absolute onderhouding van de hele Wet is. Een andere vraag is of dde onvolkomen werken niet uit genade aangenomen worden.
[2] Calvijn is niet echt blij met diegene die het woord 'verdienste' als eerste heeft gebruikt in de theologie. Hij is sowieso geen fan buitenbijbelse woorden, zoals hij al aangaf in de discussie over de Drieëenheid. Ook hebben de kerkvaders blijkbaar aanleiding gegeven om het mis te verstaan. Augustinus, Chrysostomus en Bernardus houden vast aan de waarheid, maar Calvijn laat zien dat vooral de laatste van de drie de waarheid van zijn scherpte ontneemt.
[3] De bijbel leert dat onze werken vol ongerechtigheid zijn en dat de volkomen onderhouding van de Wet een schuldige plicht is in plaats van een beloning waardig. Maar aan de andere kant geeft God ons ook goede werken die Hij zal belonen. Desondanks is het pure ondankbaarheid om de eer hiervoor te verdelen in plaats van God alle eer hiervoor te geven. God geeft goede gaven die Hij beloont. Maar het is niet zo dat we hierop kunnen pochen, als een vrijgekochte slaaf die zich presenteert als een vrijgeborene.
Morgen lezen we boek III.15.4 - III.15.8
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
woensdag 10 juni 2015
10-06; Boek III.5.9 - III.6.1
Gisteravond was er een Corpsvergadering van FQI, daarom nu de lectio van vandaag.
Terug naar het vagevuur![9] 1 Korinthe 3:12. Maar deze tekst heeft het over een beproeving of kruisdragen voor alle gelovigen, i.t.t het vagevuur. De gedachte van mensen worden hier hout, hooi en stoppels genoemd dat verbrand wordt door het werk van de Geest, de metafoor slaat op verzinsels in minder belangrijke zaken.
[10Je lijdt dus schade als je iets hebt gebouwd, wat niet bij het fundament past. Paulus uitleg veegt ook het argument van tafel dat de kerk dit altijd heeft geloofd, dat geldt dus niet voor de apostolische kerk. Er wordt niet gebeden naar doden in de Schrift, ook niet bij uitvoerige beschrijvingen van begrafenissen. Wat je wel zou verwachten als het zo'n belangrijke zaak is. Ook de kerkleraars die de gebeden uitspraken missen een concrete opdracht en voorbeeld in de Bijbel. Calvijn noemt het lichtgelovigheid en kopiëren wat alle heidense godsdiensten ook doen, waarschijnlijk om het leed van verlies te verzachten. Gelovigen rusten na hun dood, en doen dus geen voorbede.
Nu volgt een hoofdstuk waarin Gods gerechtigheid de aanleiding is om ons als Gods kinderen gehoorzaamheid te laten zien, hoe we moeten leven. [1] Hier is al veel over geschreven. Calvijn wil geen uitgebreid vertoog, maar een korte regel. Want hij houdt van kort en bondig. NEt als de filosofische systemen kent de Bijbel ook een afbakening van wat goed en eerbaar is, alleen niet systematisch omdat de Geest niet wordt gedreven door eerzucht, in tegenstelling tot de streberige filosofen.
Morgen lezen we boek III.6.2 - III.7.2
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Terug naar het vagevuur![9] 1 Korinthe 3:12. Maar deze tekst heeft het over een beproeving of kruisdragen voor alle gelovigen, i.t.t het vagevuur. De gedachte van mensen worden hier hout, hooi en stoppels genoemd dat verbrand wordt door het werk van de Geest, de metafoor slaat op verzinsels in minder belangrijke zaken.
[10Je lijdt dus schade als je iets hebt gebouwd, wat niet bij het fundament past. Paulus uitleg veegt ook het argument van tafel dat de kerk dit altijd heeft geloofd, dat geldt dus niet voor de apostolische kerk. Er wordt niet gebeden naar doden in de Schrift, ook niet bij uitvoerige beschrijvingen van begrafenissen. Wat je wel zou verwachten als het zo'n belangrijke zaak is. Ook de kerkleraars die de gebeden uitspraken missen een concrete opdracht en voorbeeld in de Bijbel. Calvijn noemt het lichtgelovigheid en kopiëren wat alle heidense godsdiensten ook doen, waarschijnlijk om het leed van verlies te verzachten. Gelovigen rusten na hun dood, en doen dus geen voorbede.
Nu volgt een hoofdstuk waarin Gods gerechtigheid de aanleiding is om ons als Gods kinderen gehoorzaamheid te laten zien, hoe we moeten leven. [1] Hier is al veel over geschreven. Calvijn wil geen uitgebreid vertoog, maar een korte regel. Want hij houdt van kort en bondig. NEt als de filosofische systemen kent de Bijbel ook een afbakening van wat goed en eerbaar is, alleen niet systematisch omdat de Geest niet wordt gedreven door eerzucht, in tegenstelling tot de streberige filosofen.
Morgen lezen we boek III.6.2 - III.7.2
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Abonneren op:
Posts (Atom)