Posts tonen met het label sleutelmacht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sleutelmacht. Alle posts tonen

maandag 12 oktober 2015

12-10; Boek IV.11.2 - IV.11.7

De 31ste week van Lectio Calvini.

 [2] Goed. De macht om te (ont)binden wordt gevonden in Matt. 18. Deze tekst gaat over de tucht, de eerdere tekst(Joh. 20) over de prediking. Dit is geen veroordeling tot eeuwig oordeel, maar een veroordeling van leven. Deze uitspraak van de Kerk wordt in de hemel als een geldig vonnis erkend. De roomse theologen hebben deze teksten op van alles n nog wat van toepassing laten zijn, maar ze gaan over hetzelfde.

[3] Sommigen zeggen dat dit slechts van toepassing was toen de regeringen net christelijk waren, maar de soorten machten vindt Calvijn daarvoor te verschillend. De Kerk heeft gen machts- en pressiemiddelen en ook geen zwaard. Ook wordt er niemand tegen zijn wil in gestraft, er is alleen boetedoening. De Kerk kan alleen onthouden van het Avondmaal. Desondanks moeten Kerk en overheid zo met elkaar verbonden zijn dat ze elkaar steunen en niet hinderen.

[4] Dit is een blijvende instelling. Dat blijkt uit de woorden, maar ook omdat Jezus Zich aansluit bij een bestaande praktijk. Een christelijke overheid zal ook niets verlangen wat naast de Kerk kan bestaan. Een goeie keizer hoort in de Kerk, niet erboven.

[5] De kerkelijke rechtspleging is er in de eerste plaats tegen ergernis. Deze mag niet met de zwaardmacht samengaan en niet door één persoon gepleegd worden. De Kerk heeft genoeg aa het Woord van God. In de prediking wordt al een hoop uitgelegd en beoordeeld en ieder die de christelijke leer volgt moet zich hieraan onderwerpen.

[6] In de tijd van Cyprianus wordt de hele geestelijkheid betrokken bij de rechtspraak. Het volk heeft ook een hand in de rechtspraak. Al ten tijde van (Pseudo-)Ambrosius was er al verval. De rechtspraak kwam steeds meer in handen van één persoon.

[7] En de bisschoppen hebben het weer doorgeschoven naar speciale ambtenaren hiervoor, kwaad immers, brengt ander kwaad voort. En de rechtsspraak gaat niet over geestelijke, maar aardse zaken. Dit heeft niks te maken met de instelling van Christus. En het is ook nog eens niet helemaal ter bestrijding van zonden, maar soms zelfs ter bescherming daarvan.

Morgen lezen we boek IV.11.8 - IV.11.13

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

zaterdag 10 oktober 2015

10-10; Boek IV.10.29 - IV.11.1

[29] Calvijn wilt de ceremoniën niet zoals hij ze ziet in de roomse kerk, nutteloze schone schijn en overdadig. Als er ceremoniën zijn, moeten ze passend zijn, maar ook de gelovigen leren vroom, ingetogen en eerbiedig ze met deze dingen bezig horen te zijn. Ook moeten de ceremoniën tot Christus leiden. Calvijn kan twee soorten kerkelijke inzettingen bedenken. Een voor de vaste gebruiken en ceremoniën(waardig op de knieën en met bloot hoofd bidden, Sacramenten eerbiedig ontvangen e.d.) en de orde en vrede in de Kerk(tijden voor eredienst, catechese en voor Calvijn dus ook geen vrouwen in het ambt).

[30] Maar Calvijn keurt alleen de menselijke inzettingen goed die in de autoriteit van God gefundeerd en aan de Bijbel ontleend zijn. De Bijbel geeft de algemene regel en de mensen kunnen deze vorm geven naar de behoefte van tijd en plaats als de onderlingen liefde maar blijft. Voorbeeld is knielen bij het gebed tijdens de eredienst wat ze toen deden. Staat niet in de Bijbel dat het zo moet, er staat wel dat alles betamelijk en passend moet gebeuren, wat knielen in gebed is.

[31] Mensen moeten deze regels dus met een vrij geweten gehoorzamen, zonder er minachtend op neer te zien of vanuit een hooghartige en eigenwijze houding overtreden. De regels zijn een oefenschool voor menselijke zwakheid. Het is niet zo dat er een bepaald mysterie of consequentie verbonden is aan de regels. Het is betamelijk om je aan dat soort regels te houden, maar niemand kan bijvoorbeeld toch moeilijk een persoon die niet kan knielen door ziekte kwalijk nemen dat hij dat dan niet doet? De regels overtreden uit vergeetachtigheid o.i.d. is geen zonde, maar alleen uit minachting wel, omdat dat eigenzinnigheid is. Er zijn gewoon regels nodig voor de vrede en de orde, wat wel een goddelijk gebod is.

[32] Daarom moeten de regels duidelijk zijn wat ze leren en moeten het er gewoon niet teveel zijn. En ze moeten zo uitgelegd worden dat ze geen aanleiding kunnen vormen voor dwaling. Iedereen heeft vrijheid maar levert zonder gewetensnood een stukje in voor het betamelijke en de naastenliefde.

[1] De derde manier van kerkelijke inzettingen was de rechtspraak. Dat heeft te maken met de tucht. Het is een ordening die niet tegenover het burgerlijke bestuur staat en gericht is op de handhaving van geestelijke regering. In de Bijbel zijn er ook ouderlingen die niet met het Woord bezig zijn, maar zich met de tucht bezighouden. Het gaat hier niet om het leergezag, maar het recht van het Sanhedrin van de toekomst wordt overgedragen op de kudde van Jezus Christus. Het gaat hier ook om zaken van Matt. 16. De vergeving van de zonden is in het Woord gelegen en is de binding en ontbinding die de apostelen kunnen toepassen op aarde. De sleutelmacht is niet een macht maar een bediening van de prediking omdat Jezus deze macht Zelf altijd in handen houdt.

Volgende week lezen we boek IV.11.2 - IV.11.7

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

donderdag 17 september 2015

17-09; Boek IV.6.4 - IV.6.9

[4] Om het weer eens te benadrukken, de sleutelmacht is de prediking van het Evangelie die sommige door bekering het koninkrijk der hemelen binnenbrengt. Lastig is het ook dat de paus volhoudt dat dit alleen tegen Petrus gezegd wordt. Zo gaat de leer verder mank. Even later in het Bijbelboek worden alle apostelen bevolen het Evangelie te prediken. Johannes Eck zegt dan dat het voorrecht van Petrus zit dat hij iets krijgt wat de apostelen allemaal gemeenschappelijk heeft gekregen. Maar Augustinus en Cyprianus benadrukken dat de sleutelmacht de eenheid van de Kerk uitdrukt.

[5] Maar het primaatschap van de paus als opvolger zit erin dat Christus op de rots/petrus de gemeente zal bouwen(Matth. 16:18). Maar Christus zegt hier tegen Petrus niets anders dan wat Petrus en Paulus over alle gelovigen zeggen. Christus is de hoeksteen en daarop worden we als gelovigen als stenen gebouwd  als een tempel. Petrus mag dan eervol als eerste genoemd worden, maar er volgt niet uit dat hij macht over andere christenen krijgt. We zien in de Bijbel dat Petrus een zekere eer had en vaker het woord had, maar geen macht.

[6] De weerlegging over het woordspel tussen petra(rots) en Petrus hoeft niet weerlegd of besproken te worden, zelfs als kerkvaders(Leo I) daarmee aankomen. Het gaat duidelijk tegen de Schrift in. Petrus belijdt namens allen dat Christus de Zoon van God is. Die belijdenis is dan ook de rots waarop gebouwd wordt. Het gaat niet zozeer om het gezag van de kerkvaders voor Calvijn, dat behandelen zou de kwestie alleen maar onnodig vermoeiend maken.

[7] Op basis van andere Bijbelse gegevens is te zien dat Petrus weliswaar soms de voorzitter van de groep lijkt, maar dat hij andere apostelen hun mening laat uitspreken, de beslissing aan hen laat en zich daarnaar voegt. In zijn brief presenteert Petrus zich als gelijke. Hij verdedigt zijn handelen, volgt andermans bevelen op. Ook de eerste twee hoofdstukken van Galaten laten zien dat Paulus in alles gelijk is aan Petrus.

[8] Maar zelfs al zou Calvijn meegaan met de verdedigers, dan is er geen reden om van een bijzondere gebeurtenis een algemene en eeuwige regel te maken omdat de zaken wat het betreft verschillend zijn, 1 leider van 12 is iets anders dan 1 de leider van duizenden. Het is logisch dat er in een groep mensen een soort leider een voorzitter optreedt. Maar hieruit volgt niet dat iemand de macht over de hele wereld moet krijgen. Niemand kan die als enkeling regeren. Het voorbeeld van de bijen die een leider hebben accepteert Calvijn maar vindt hij niet van toepassing omdat er een koning(in)bij per korf is en deze wordt niet gekozen in een verzameling van alle bijen. Ook kunnen geen voorbeelden uit de Griekse wijsheid gehaald worden, die beweren alleen dat een rijk geen twee koningen verdraagt.

[9] Maar dan nog volgt daar niet uit dat als de hele wereld door een man geregeerd zou kunnen worden, dit ook moet gelden voor de kerk. Christus is het Hoofd en in Hem zijn we verzameld volgens de door Hem ingestelde orde. Alleen Christus mag de titel Hoofd hebben(Ef. 4:15). En een verzonnen ministerieel hoofd is niet geboden door Christus Zelf. NErgens is te lezen dat Christus een plaatsvervanger heeft aangesteld.

Morgen lezen we boek IV. 6.10 - IV.6.16

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

donderdag 3 september 2015

03-09; Boek IV.2.6 - IV.2.12

Vandaag de eerste taalfout/drukfout die ik in De Niet tegenkom, op blz 248. Er staat in de rechterkolom uidrukkelijk in plaats van uitdrukkelijk. Jammer maar helaas. We zullen verder lezen over de Kerk.

[6] Calvijn stemt overeen met Cyprianus in het schrijven over de Kerk, dat de Kerk haar eenheid ontleent aan het bisschopsambt van Christus. Het schrijven De Catholicae Ecclesiae Unitate is hier terug te vinden: http://www.newadvent.org/fathers/050701.htm . Zo beschouwd zijn de protestanten geen ketters en scheurmakers, het is onterecht, laat staan de verwensingen en vervloekingen die erbij horen. Jezus had al gezegd tegen de apostelen dat ze uit de synagogen geworpen zouden worden, die toen beschouwd werden als echte kerken.

[7] De RKK was te vergelijken met het volk in het Oude Israël. Ze hadden de Waarheid in de Wet, de bediening daarvan in priester en profeet en de sacramenten in de besnijdenis. Desondanks is het verval van de Wet en de invoering van afgodendienst een reden geweest om de voorrechten voor een deel te laten vervallen. Aan de ene kant moeten we niet te snel een Kerk geen Kerk noemen als er Woord en Sacrament zijn, aan de andere kant moeten we een Kerk niet te snel Kerk noemen als het Woord wordt vertrapt en de dienst van het Woord prijsgegeven wordt.

[8] Was er helemaal geen godsdienst meer? Er zijn trappen van verval zegt Calvijn. In Israël had Jerobeam afgodendienst ingevoerd. In Juda was de levenswandel goddeloos en onzuiver. In Israël is de godsdienst steeds verder vervallen, in Juda was er tenminste nog onderricht.

[9] De leer en afgoderij van de RKK is nog steeds erg. Wat ze eisen is dat de gereformeerden meedoen aan alle gebeden, sacramenten en rituelen. En dat datalle eer macht en zeggenschap van Christus aan hun kerk wordt overgedragen. Wat het eerste betreft, de profeten hebben nooit een eigen bijeenkomst belegd en zijn altijd naar de tempel blijven komen, maar aan de andere kant zijn ze nooit gedwongen tot afgodendienst, ze deden niets wat God niet geboden had. En de vorm van gemeenschap binnen de RKK is de mis die door gereformeerden wordt gezien als heiligschennis. De gemeenschap betekent niet zoveel dat deze gezegd moet worden als hier onheilige en onreine ceremoniën in plaats vindt.

[10] Er is ook geen noodzaak ons aan de RKK te onderwerpen in dit gedachtespoor. De kerken zouden de sleutelmacht moeten hebben als het echte kerken waren, maar dan hadden ze ook de sleutelmacht. Maar met die sleutelmacht stoten ze mensen uit die zich beroepen op het Woord, dus klopt er iets niet. Of de sleutelmachtbelofte van Christus klopt niet, of het is geen kerk.

[11] God heeft nog wel sporen van een Kerk achtergelaten in de roomse kerk. Het volk Israël had ook nog de sporen van het verbond, desondanks hun grote goddeloosheid. De satan heeft de kerk niet tot op het fundament afgebroken.

[12] Calvijn ontkent dus niet dat er hier en daar een Kerk onder de roomsen te vinden is. Het geschil gaat over de wettige inrichting van de Kerk, de Sacramenten en de leer. Paulus en Daniël waarschuwden al dat de Antichrist zich zou zetelen in de tempel. Dit betekent dat het de naam van Christus en Kerk niet zal afschaffen, maar zal ontheiligen. Chrisuts blijft halfbegraven in die kerken. Zo zijn de gelovigen verspreid, hier en daar kentekenen van de Kerk overgebleven. In elke vergadering en in het lichaam in het geheel wordt de hele gestalte van de Kerk gemist.

Morgen lezen we boek IV.3.1 - IV.3.7

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

dinsdag 1 september 2015

01-09; Boek IV.1.22 - IV.1.29

[22] De sleutelmacht is ook gegeven voor de blijvende vergeving. Het is niet alleen tot vergeving voor de mensen die tot geloof komen, maar ook voor de gelovigen die in de Kerk zitten. Ook de vromen kunnen gesterkt worden met de belofte die door de ambtsdragers wordt voorgehouden. Gods kinderen hebben Gods vergeving nodig om voor Zijn aangezicht te kunnen blijven en dit krijgen ze alleen door deel uit te maken van de gemeenschap van de Kerk. Daar wordt deze weldaad gegeven door de ambtsdragers in prediking en Sacrament.

[23]Novatianisme is weer terug in de kerk bij de wederdopers(https://en.wikipedia.org/wiki/Novatianism). Het is de leer dat mensen na hun doop geen smet meer hebben, daardoor is de zonde na de doop een enkeltje oordeel. Het is een dwaalleer, de Bijbel leert namelijk dat we iedere dag het vergeef ons onze schulden uit het Onze Vader moeten bidden. Ook moeten we 7 maal 70 keer onze broeders vergeven. Er is vergeving ook voor de heiligen, hun hele leven lang.

[24] De gelovigen onder het oude verbond deden allemaal rare fratsen en kregen toch vergeving, zoals de gelovige bij uitstek van het OT, David. Ook aartsvaders maakten het behoorlijk bond, nadat ze waren opgenomen in het verbond.

[25] De OT Profeten beloofden veel vergeving voor het volk. Het volk kan nog zo zondig zijn, de profeten blijven barmhartigheid beloven. Salomo liet bij de tempel gebeden inzetten voor vergeving van zonden, ook werden er dagelijks offers ter vergeving geofferd. God zag dat Zijn volk aan ongeneesbare kwalen van de zonde zou lijden en had hierdoor een geneesmiddel ingesteld.

[26] De genadige weldaad is niet weggenomen toen Christus op aarde kwam, maar veel meer toegenomen. Petrus heeft Jezus geloochend en wordt weer vergeven. Zelfs Simon de Tovenaar wordt niet aan wanhoop overgeleverd.

[27] Zelfs hele kerken worden niet uitgesloten van barmhartigheden, de Galaten en Korintiërs maakten zich schuldig aan grote zonden maar werden ook opgeroepen zich te bekeren. We worden dus bepaald dat de genade plaats heeft in de Kerk van Christus. Het gaat namelijk eerst over de Kerk en daarna komt de vergeving van zonden.

[28] Sommigen gaat het novatianisme te ver en zeggen dat alleen onbewuste zonden vergeven kunnen worden. Calvijn weerlegd dit door te zeggen dat het offer van Christus ook hiervoor de kracht heeft en dat de lichamelijke offers er als tekenen naar wezen. Het is ook niet overtuigend als alle voorgenoemde mensen beschouwd werden alsof ze alles onbewust deden. Onze onwelwillendheid staat niet de barmhartige welwillendheid van God in de weg.

[29] Calvijn is bekend met het feit dat in de Oude Kerk de boetedoening eenmalig en onherhaalbaar was, net als de Doop. De dagelijkse vergeving was voor lichte zonden. Dit was niet omdat bij God geen vergeving was, maar om mensen af te schrikken, het was meer pedagogisch, het gaat ook over openlijk bekende misdaden die de Kerk schandalig vond.

Morgen lezen we boek IV.2.1 - IV.2.5

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

maandag 1 juni 2015

01-06; Boek III.4.10 - III.4.15

Week 22 van Lectio Calvini.

Wie zich voor God bekeert, zal ook voor mensen willen belijden. Indien het nog is zal op een belijdenis aan God vrijwillig een belijdenis aan mensen volgen. Zo gebeurde het ook in de tempel.

Zo moet het ook regelmatig in de kerk plaatsvinden. De hele kerk moet in tijden van pest, oorlog of misoogst rouwen en vasten of andere tekenen van schulderkenning laten zien waarbij de schuldbelijdenis zeker niet mag ontbreken. Maar ook is een schuldbelijdenis op zijn plaats als we ons verzamelen voor het aangezicht van God en de engelen. Daarom is het goed dat er - zoals al in sommige kerken gebeurd - er een formulier wordt voorgelezen om regelmatig schuld te belijden. Schuldbelijdenis is een sleutel om persoonlijk en openbaar gebed te openen.

Er zijn twee soorten van particuliere schuldbelijdenis. De een is gebaseerd op elkaar de zonden belijden(Jak. 5:16), de tweede is om met mensen die schade door ons hebben geleden te verzoenen. Wat betreft de eerste mag het niet in een regel gelegd worden, maar het wordt wel aanbevolen om als je dan toch iemand moet kiezen, de herder, dus de dominee, te kiezen. Hij is aangesteld om te onderwijzen, ook particulier. Maar dit is geen regel die dwingend wordt en ook mag binnen die pastorale situatie ook geen regel gelden om alle zonden uit iemand te persen, de person zelf mag bepalen wat hij wil bespreken tot troost.

De tweede vorm is gebaseerd op het verzoenen voordat je iets gaat offeren(Matt. 5:23 e.v.). Dus belijden dat dor schuld de liefde tot en van de ander beschadigt is. Concreet is dit de schuldbelijdenis voor mensen die ergernis van de hele gemeente hebben gegeven.

Bij deze drie vormen van schuldbelijdenis is de sleutelmacht van toepassing. Het uitspreken van de vergeving in Christus naam kan zowel de gemeente, als iemand die bijvoorbeeld weer in de gemeente komt, als ook in 1 op 1 gesprekken een welkom woord zijn dat vruchtbaar werkt. Maar deze sleutelmacht moet nooit los staan van het Evangelie.

De roomse kerk leert dat iedereen vanaf de leeftijd dat ze het snappen één keer per jaar moeten biechten en dat ze niet de hemel inkomen als ze niet gehoorzamen aan dit voornemen als de mogelijkheid er wel is. Er is wel discussie over hoe absoluut de sleutelmacht is en hoeveel kennis je hiervoor nodig hebt. Sommige zegen dat kennis hier niet noodzakelijk is, andere zeggen dat kennis een andere sleutel is en nog anderen proberen vanwege wangedrag van de priesters de sleutelmacht te laten bestaan als iets wat Christus bij Zijn oordeel goedkeurt op basis van het gedrag van de priester.







Morgen lezen we boek III.4.16 - III.4.20

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com