[11]Calvijn neemt hier een positie van Augustinus over dat leden en ambtsdragers niet de Kerk moeten verlaten om een gebrek aan tucht. Ze moeten blijven waar ze zijn en zoveel mogelijk inzetten om de Kerk zondevrij te krijgen. De kerkelijke tucht is er voor de eenheid van de Geest. Als je je om de tucht afscheidt, dan is de tucht geen medicijn meer. Cyprianus zegt dat ieder met barmhartigheid moet proberen te verbeteren wat hij kan, maar met geduld verdragen wat hij niet kan verbeteren en daarvoor in liefde zuchten en treuren.
[12] Dit schrijft Augustinus nog met het oog op de donatisten die de Kerk verlieten als de bisschoppen wel met woorden, maar niet met ban mensen tuchtigen omdat dat het kwaad zou verergeren. In Calvijns tijd zijn het de wederdopers die de Kerk verlaten als deze niet zo zuiver als engelen is. Onder deze gestrengheid van tucht zit eigenliefde, er zit geen liefde voor de eenheid en kennis van de waarheid in.
[13] Augustinus vindt verder dat tucht streng en barmhartig tegelijk moet worden toegepast. Plannen tot afscheiding maken streelt alleen de ijdelheid van de planners en de zwakken raken erdoor in verwarring. Men moet de gemeente altijd streng waarschuwen en onderwijs geven moet de menigte getuchtigd worden, tegen de zonden van de enkeling moet men streng optreden.
[14] Het laatste gedeelte van de tucht gaat over de mogelijkheid van kerkleiders om aan te sporen tot vasten, openbare smeekbeden, boetedoening en geloof. Dit hebben de apostelen gedaan die het weer uit de Wet en de profeten haalden. De Kerk doet er goed aan om een vasten met buitengewone gebeden te organiseren als er een godsdienstig geschil voor een kerkelijke vergadering komt, als er ambtsdragers verkozen moeten worden of andere belangrijke moeilijke zaken. Maar ook rampen, pest, oorlog, hongersnood zijn goede aanleidingen. Maar om niet te vervallen tot bijgeloof is er wel een goede voorlichting nodig over vasten.
[15] Men kan om drie redenen vasten. Ten eerste om het vlees te bedwingen. Dit is meer een persoonlijk vasten. Ten tweede om beter voorbereid te zijn op gebed en overdenking. Dit gebeurt zowel persoonlijk als gemeenschappelijk. De laatste is als teken van berouw bij schuldbelijdenis. Als er een ramp gebeurt is het goed als de hele gemeente daar de tuchtiging van God in ziet en schuld belijdt. Als mensen persoonlijk zo iets ervaren kunnen ze ook persoonlijk, of met het gezin vasten. Het is voornamelijk een zaak van het hart, maar kan dan ook maar moeilijk niet tot uiting komen in uiterlijke zaken.
[16] Ook in de kerkelijke orde zou er meer gevast worden. Bijvoorbeeld bij ambtsdragers, zoals Paulus en Barnabas na gebed en vasten werden bevestigd in Antiochië en zo ook andere ambtsdragers in de gestichte gemeentes bevestigden. Het is zo vuriger van geest en beter toegerust tot het bidden worden. Zoals Anna deed in de tempel. Ook helpt het om van tijd tot tijd het huwelijksbed te onthouden om te wijden aan gebed. Vasten is hierbij slechts een middel.
[17] Als God een gevaar in een land laat ontstaan, wapent Hij zich zogezegd om het land Zijn toorn te laten voelen, dan moeten ambtsdragers een vasten afkondigen, zodat met een meelijwekkende houding van het volk misschien de gestrengheid van God afgebeden kan worden. Dat deed Joël ook, al was zak en as iets voor zijn tijd, maar bij elkaar komen, en wenen en vasten zijn wel voor alle tijden als de omstandigheden daarom vragen. Het is weliswaar wel een uiterlijke ceremonie, maar nog altijd een goed hulomiddel zoals het altijd is geweest voor alle gelovigen.
[18] Echte calvinisten eten al sober, maar tijdens een vastendag of periode moeten mensen zichzelf nog wat beperkingen opleggen voor eten en drinken. Ook moet men voor het gebed niks eten. Als je eet moet het goedkoop en eenvoudig voedsel zijn.
Volgende week lezen we boek IV.12.19 - IV.12.24
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Posts tonen met het label kerkregering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kerkregering. Alle posts tonen
vrijdag 16 oktober 2015
woensdag 14 oktober 2015
14-10; Boek IV.11.14 - IV.12.4
[15] De pausen hebben in de loop van de tijd rechtsbevoegdheden naar zich toe getrokken door middel van trouwbreuk en wapens. en dat terwijl paus Gregorius de Grote nog een concilie met een banvloek heeft georganiseerd over bewakers van kerkelijke goederen die onrechtmatig bezit verkregen. Ze schreven een eigendomsverklaring voor een landgoed dat ze op het oog hadden. Het wordt duidelijk dat als pausen in de jaren daarna zich hier niets van aantrokken het ze niet om de eer van Christus te doen is.
[16] Door de eigendommen denken de kerkelijke heren ontslagen te zijn van verplichtingen. Ze denken dat de verhevenheid van de Kerk erin ligt ontheven te zijn aan wetten en verplichtingen die voor iedereen gelden. Dit is historisch ook onjuist. Juist in de tijd van Ambrosius was duidelijk dat de Kerk over kerkelijke zaken ging, ook over de keizer als die erbij betrokken was. De keizer ging over de wereldlijke zaken, mensen konden zelfs de keizer voor het gerecht slepen, dat was normaal. De landerijen zouden in Ambrosius tijd gewoon belasting hebben betaald. Ook werd de bemoeienis van de keizer met de zaken van de Kerk afgeweerd door Gregorius I(de Grote)
[17] Deze heiloige mannen hadden geen bezwaar als de keizer zijn gezag in kerkelijke aangelegenheden liet gelden, maar zorgen ervoor dat dit tot nut van de orde en tucht was, niet ter verstoring, met geweld en willekeurig. De overheid zou de godsdienst met wetten, verordeningen en strafmaatregelen in stand moeten houden, pmdat de Kerk niet kan dwingen in maatschappelijke zin.
[1] Nu wil Calvijn de laatste zaken over de tucht in orde brengen, hiervoor maakt hij allereerst een onderscheid tussen de gewone gelovigen en de gelovigen die een ambt bekleden, de geestelijkheid. Mensen met een afkeer van het woord tucht moeten beseffen dat als een gezin of maatschappij orde heeft, dit nog meer van toepassing moet zijn in de Kerk, de tucht is als de spieren in het lichaam van Christus. Zonder de tucht ontspoort het.
[2] De grondregel is dat er persoonlijke vermaning moet zijn, allereerst tussen alle gelovigen onderling, maar met de ambtsdragers in het bijzonder. Zo deed Paulus het ook. Luistert de persoon niet, dan moet deze bij de rechtbank van de Kerk, dat is de vergadering van de ouderlingen langs voor een vermaning. Als dat niet werkt moet hij uit de gemeenschap van gelovigen gestoten worden.
[3] bedekte zonden, die verborgen zijn, moeten tussen mensen onderling besproken worden, openlijke zondes of die bij iedereen bekend geworden is moet in het openbaar bestraft worden, zoals Paulus aan Timotheüs schrijft(1 Tim. 5:20). Hij deed dit zelf ook bij Paulus. Bij verborgen zonden moet de eerst genoemde procedure gevolgd worden, bij openbare zondes moet er meteen overgegaan worden naar een officiële berisping.
[4] Een ander onderscheid is tussen overtredingen en misdaden of schanddaden. Bij de laatste soort moet ook men ook de ban uitspreken(1 Kor. 5:3). Als de Kerk zo mensen die blijven volharden in minachting voor de Kerk uitbant is dit haar door de Heere gegeven bevoegdheid. Het is niet iets menselijk, het is de bekendmaking van het vonnis van God Zelf. De Kerk kan dus ook de gelovigen na berouw weer opnemen in de Kerk. Mensen vergissen zich als ze denken dat de Kerk zich lang zonder te tucht kunnen handhaven.
Altijd spannend over de tucht. Ik heb zelf niet veel meegemaakt over de tucht, direct of indirect.
Morgen lezen we boek IV.12.5 - IV.12.10
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[16] Door de eigendommen denken de kerkelijke heren ontslagen te zijn van verplichtingen. Ze denken dat de verhevenheid van de Kerk erin ligt ontheven te zijn aan wetten en verplichtingen die voor iedereen gelden. Dit is historisch ook onjuist. Juist in de tijd van Ambrosius was duidelijk dat de Kerk over kerkelijke zaken ging, ook over de keizer als die erbij betrokken was. De keizer ging over de wereldlijke zaken, mensen konden zelfs de keizer voor het gerecht slepen, dat was normaal. De landerijen zouden in Ambrosius tijd gewoon belasting hebben betaald. Ook werd de bemoeienis van de keizer met de zaken van de Kerk afgeweerd door Gregorius I(de Grote)
[17] Deze heiloige mannen hadden geen bezwaar als de keizer zijn gezag in kerkelijke aangelegenheden liet gelden, maar zorgen ervoor dat dit tot nut van de orde en tucht was, niet ter verstoring, met geweld en willekeurig. De overheid zou de godsdienst met wetten, verordeningen en strafmaatregelen in stand moeten houden, pmdat de Kerk niet kan dwingen in maatschappelijke zin.
[1] Nu wil Calvijn de laatste zaken over de tucht in orde brengen, hiervoor maakt hij allereerst een onderscheid tussen de gewone gelovigen en de gelovigen die een ambt bekleden, de geestelijkheid. Mensen met een afkeer van het woord tucht moeten beseffen dat als een gezin of maatschappij orde heeft, dit nog meer van toepassing moet zijn in de Kerk, de tucht is als de spieren in het lichaam van Christus. Zonder de tucht ontspoort het.
[2] De grondregel is dat er persoonlijke vermaning moet zijn, allereerst tussen alle gelovigen onderling, maar met de ambtsdragers in het bijzonder. Zo deed Paulus het ook. Luistert de persoon niet, dan moet deze bij de rechtbank van de Kerk, dat is de vergadering van de ouderlingen langs voor een vermaning. Als dat niet werkt moet hij uit de gemeenschap van gelovigen gestoten worden.
[3] bedekte zonden, die verborgen zijn, moeten tussen mensen onderling besproken worden, openlijke zondes of die bij iedereen bekend geworden is moet in het openbaar bestraft worden, zoals Paulus aan Timotheüs schrijft(1 Tim. 5:20). Hij deed dit zelf ook bij Paulus. Bij verborgen zonden moet de eerst genoemde procedure gevolgd worden, bij openbare zondes moet er meteen overgegaan worden naar een officiële berisping.
[4] Een ander onderscheid is tussen overtredingen en misdaden of schanddaden. Bij de laatste soort moet ook men ook de ban uitspreken(1 Kor. 5:3). Als de Kerk zo mensen die blijven volharden in minachting voor de Kerk uitbant is dit haar door de Heere gegeven bevoegdheid. Het is niet iets menselijk, het is de bekendmaking van het vonnis van God Zelf. De Kerk kan dus ook de gelovigen na berouw weer opnemen in de Kerk. Mensen vergissen zich als ze denken dat de Kerk zich lang zonder te tucht kunnen handhaven.
Altijd spannend over de tucht. Ik heb zelf niet veel meegemaakt over de tucht, direct of indirect.
Morgen lezen we boek IV.12.5 - IV.12.10
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
dinsdag 13 oktober 2015
13-10; Boek IV.11.8 - IV.11.13
[8] Kortom, Calvijn vindt de geestelijke macht van de bisschoppen niet geestelijk en al helemaal niet bijbels. Over de zwaardmacht laat Calvijn het even voor wat het is. Hij gaat niet zozeer om bepaalde mensen, maar om de gemeenschappelijke zonde van de geestelijkheid. Ze houden de Kerk van het woord weg en zouden zich niet zoveel met wereldlijke regering moeten bemoeien, alleen Mozes bekleedde twee ambten, geestelijk en ambtelijk, en maar voor korte tijd.
[9] De zwaardmacht is pas aan de bisschoppen gegeven nadat ze de geestelijke macht naar zich toe hadden getrokken en gedelegeerd om te voorkomen dat ze helemaal niks deden. Dat is ten dage dan ook de voornaamste bezigheid van hun omdat ze denken dat de waardigheid van het koninkrijk Gods verbonden is aan hun eigen waardigheid. Als het waar is dat Christus gediend is met voor de bisschop sidderende vorsten gaat er iets fout volgens de leer van Christus. Ze zouden wat kunnen leren van de apostelen, die zelfs de bediening van de tafels aan andere toedeelden omdat ze zich op hun kerntaak stortte.
[10] Stukje bij beetje hebben de bisschoppen door dreiging en bangmakerij macht afgedwongen van de vorsten. Het gaat blijkbaar door middel van wereldlijke rechtspraak en geweldadige partijvorming. Of ze hebben misbruik gemaakt van vrome bedoelingen van toegeeflijke vorsten. Zo zijn de bisschoppen blind door begeerte de afgrond ingesleurd.
[11] De Paus was niet tevreden met kleine rijkjes of koninkrijken, maar wilde het keizerrijk dat hij toen roofde. Dit wordt op allerlei manieren onderbouwd, maar het kan gewoonweg niet apostolisch zijn, aldus Bernardus van Clairvaux. Voor aardse zaken zijn er aardse rechters. Geestelijken moeten zich niet schamen als ze dat ambt niet krijgen.
[12] Het document Donatio Constantini(https://nl.wikipedia.org/wiki/Donatio_Constantini) is een vervalsing. Maar we kunnen ook kijken naar Gregorius de Grote die de keizers hun heer en slaaf tegelijk noemen. Dat is wat anders dan de vorsten alleen slaven van zichzelf zien.
[13] Blijkbaar is rond het jaar 1000 door Hendrik IV een kans geboden aan Gregorius VII. De keizer Hendrik bracht delen van zijn rijk op de markt en het leek een vrome zaak voor velen als Gregorius VII deze overnam. Het fijne van de kwestie wordt niet door Calvijn vermeld.
Morgen lezen we boek IV.11.14 - IV.12.4
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[9] De zwaardmacht is pas aan de bisschoppen gegeven nadat ze de geestelijke macht naar zich toe hadden getrokken en gedelegeerd om te voorkomen dat ze helemaal niks deden. Dat is ten dage dan ook de voornaamste bezigheid van hun omdat ze denken dat de waardigheid van het koninkrijk Gods verbonden is aan hun eigen waardigheid. Als het waar is dat Christus gediend is met voor de bisschop sidderende vorsten gaat er iets fout volgens de leer van Christus. Ze zouden wat kunnen leren van de apostelen, die zelfs de bediening van de tafels aan andere toedeelden omdat ze zich op hun kerntaak stortte.
[10] Stukje bij beetje hebben de bisschoppen door dreiging en bangmakerij macht afgedwongen van de vorsten. Het gaat blijkbaar door middel van wereldlijke rechtspraak en geweldadige partijvorming. Of ze hebben misbruik gemaakt van vrome bedoelingen van toegeeflijke vorsten. Zo zijn de bisschoppen blind door begeerte de afgrond ingesleurd.
[11] De Paus was niet tevreden met kleine rijkjes of koninkrijken, maar wilde het keizerrijk dat hij toen roofde. Dit wordt op allerlei manieren onderbouwd, maar het kan gewoonweg niet apostolisch zijn, aldus Bernardus van Clairvaux. Voor aardse zaken zijn er aardse rechters. Geestelijken moeten zich niet schamen als ze dat ambt niet krijgen.
[12] Het document Donatio Constantini(https://nl.wikipedia.org/wiki/Donatio_Constantini) is een vervalsing. Maar we kunnen ook kijken naar Gregorius de Grote die de keizers hun heer en slaaf tegelijk noemen. Dat is wat anders dan de vorsten alleen slaven van zichzelf zien.
[13] Blijkbaar is rond het jaar 1000 door Hendrik IV een kans geboden aan Gregorius VII. De keizer Hendrik bracht delen van zijn rijk op de markt en het leek een vrome zaak voor velen als Gregorius VII deze overnam. Het fijne van de kwestie wordt niet door Calvijn vermeld.
Morgen lezen we boek IV.11.14 - IV.12.4
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
vrijdag 9 oktober 2015
09-10; Boek IV.10.22 - IV.10.28
Calvijn gaat verder over de onnodige ceremoniën en zwakke consciënties van kerkgangers.
[22] Zo kan een trouw herder in een gemeente wel verbieden om vlees te eten of te werken op feestdagen(katholieke instellingen), niet om een nieuwe wet in te stellen, maar om geen ergernis bij zwakkere broeders te veroorzaken. De apostelen hebben in het apostelconvent gezegd dat het als een gebod van de Heere is om de zwakke broeder niet te ergeren. Daarom mag dit niet gebruikt worden om eigen tirannie uit te breiden over mensen.
[23] Maar toch moeten Calvijn c.s. zich onderwerpen aan het gezag omdat het hun niet is toegestaan zich hiervan te onttrekken. Dat vinden zijn tegenstanders. Maar vanuit het Woord is de vrijheid in Christus ons aangezegd, die van het geweten. God dienen volgens de regels van mensen is Jezus' heerschappij over ons wegnemen. God vindt dit belangrijk, Israëls fout was ook deels een eigen bedachte eredienst aan Hem. Eerbied voor God is namelijk Hem doenen op de manier zoals Hij dat geboden heeft. Ook al is de eigen godsdienst niet openlijk goddeloos ofzo. Menselijke bedenksels bederven de zuiverheid van de eredienst.
[24] Als mensen wisten dat het belangrijk is om alleen van God afhankelijk te zijn in de godsdienst zou duidelijk worden dat eigen bedachte regels niet vroom zijn, maar het voorschrijven van wetten aan God is, desondanks ze zich zelf ook aan deze wetten houden.
[25] De weerlegging hiervan is dat Samuël in Rama offerde, maar dit gaat niet op omdat de plaats van de ark nog niet bepaald was(1 Sam. 7:17). Manoah(Richt. 13:19) kreeg een opdracht van God en bedacht het niet zelf. Gideon bedacht wel iets zelf en dat nam God hem en het volk niet in dank af. Eigen verzinsels zijn een aantasting van echte deugdzaamheid.
[26] Jezus wil ook dat de leerlingen zich waakten voor het zuurdesem van de leringen van Farizeeën, niet dat ze hun lasten droegen. De mensen moesten niet het voorbeeld van de Farizeeën volgen, maar wel van hun leren omdat ze op de stoel van Mozes zaten.
[27] Een andere dwaling is dan weer van ongeletterde mensen die alle kerkelijke inzettingen afschaffen. Maar er is in iedere gemeenschap toch een ordening nodig om de eenheid en vrede te garanderen, ook in de Kerk. Er zijn zoals in iedere samenleving wetten en vaste rituelen nodig. Anders wordt de Kerk uiteengeslagen. Maar de regels ogen niet als noodzakelijk voor de zaligheid beschouwd worden.
[28] Goede regels zorgen dat alles in de vergadering van gelovigen op betamelijke en waardige wijze plaatsvindt zodat alles bijeen wordt gehouden door banden van beschaving en ingetogenheid. Betamelijk is dat er ceremoniën zijn die eerbied opwekken en aanzetten tot vroomheid., maar ook ingetogenheid en waardigheid laten zien.
Morgen lezen we boek IV.10.29 - IV.11.1
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[22] Zo kan een trouw herder in een gemeente wel verbieden om vlees te eten of te werken op feestdagen(katholieke instellingen), niet om een nieuwe wet in te stellen, maar om geen ergernis bij zwakkere broeders te veroorzaken. De apostelen hebben in het apostelconvent gezegd dat het als een gebod van de Heere is om de zwakke broeder niet te ergeren. Daarom mag dit niet gebruikt worden om eigen tirannie uit te breiden over mensen.
[23] Maar toch moeten Calvijn c.s. zich onderwerpen aan het gezag omdat het hun niet is toegestaan zich hiervan te onttrekken. Dat vinden zijn tegenstanders. Maar vanuit het Woord is de vrijheid in Christus ons aangezegd, die van het geweten. God dienen volgens de regels van mensen is Jezus' heerschappij over ons wegnemen. God vindt dit belangrijk, Israëls fout was ook deels een eigen bedachte eredienst aan Hem. Eerbied voor God is namelijk Hem doenen op de manier zoals Hij dat geboden heeft. Ook al is de eigen godsdienst niet openlijk goddeloos ofzo. Menselijke bedenksels bederven de zuiverheid van de eredienst.
[24] Als mensen wisten dat het belangrijk is om alleen van God afhankelijk te zijn in de godsdienst zou duidelijk worden dat eigen bedachte regels niet vroom zijn, maar het voorschrijven van wetten aan God is, desondanks ze zich zelf ook aan deze wetten houden.
[25] De weerlegging hiervan is dat Samuël in Rama offerde, maar dit gaat niet op omdat de plaats van de ark nog niet bepaald was(1 Sam. 7:17). Manoah(Richt. 13:19) kreeg een opdracht van God en bedacht het niet zelf. Gideon bedacht wel iets zelf en dat nam God hem en het volk niet in dank af. Eigen verzinsels zijn een aantasting van echte deugdzaamheid.
[26] Jezus wil ook dat de leerlingen zich waakten voor het zuurdesem van de leringen van Farizeeën, niet dat ze hun lasten droegen. De mensen moesten niet het voorbeeld van de Farizeeën volgen, maar wel van hun leren omdat ze op de stoel van Mozes zaten.
[27] Een andere dwaling is dan weer van ongeletterde mensen die alle kerkelijke inzettingen afschaffen. Maar er is in iedere gemeenschap toch een ordening nodig om de eenheid en vrede te garanderen, ook in de Kerk. Er zijn zoals in iedere samenleving wetten en vaste rituelen nodig. Anders wordt de Kerk uiteengeslagen. Maar de regels ogen niet als noodzakelijk voor de zaligheid beschouwd worden.
[28] Goede regels zorgen dat alles in de vergadering van gelovigen op betamelijke en waardige wijze plaatsvindt zodat alles bijeen wordt gehouden door banden van beschaving en ingetogenheid. Betamelijk is dat er ceremoniën zijn die eerbied opwekken en aanzetten tot vroomheid., maar ook ingetogenheid en waardigheid laten zien.
Morgen lezen we boek IV.10.29 - IV.11.1
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
donderdag 8 oktober 2015
08-10; Boek IV.10.16 - IV.10.21
[16] Met wat hier is gezegd probeert Calvijn niet alleen voor zijn tijd wat in te stellen, maar een regel die in alle eeuwen nuttig is. Gods vloek voor verblinding en verstandsverbijstering voor diegene die Hem eigenzinnig eren gelden voor alle tijden. De regel dat wetten buiten het Woord om over het dienen van God en het binden van gewetens aan bepaalde manier van godsdienst door de gelovigen dienen te worden afgewezen is de kern van het betoog van Calvijn.
[17] Maar de RKK zegt dat de tradities als openbaring van de Heilige Geest gelden omdat de Kerk geleid wordt door God en zo niet kan dwalen. Daar is al het nodige over gezegd, maar Calvijn benadrukt dat Jezus een Kerk wil die zich an Zijn inzettingen houdt en er niets afdoet of bijdoet. Zo valt te zien dat de term kerk bij Calvijns tegenstanders een dekmantel is om te wentelen in eigen bedenksels. De Wet blijft en profetieën en evangelisten zijn eerder vervullingen dan aanvullingen.
[18] Daarom keert Calvijn zich met een gerust hart tegen de tirannie van menselijke tradities. De Kerk kan je geen grotere eer bewijzen dan gehoorzaamheid, wat Calvijn nu doet. Aansluiten bij het oordeel van de Kerk is dus zoeken wat de Heere ons en Zijn Kerk heeft voorgeschreven. De roomse leer kan dus ook niet teruggaan op de apostolische tradities omdat deze leer de eredienst zuiver wilde houden en ook de gewetens van mensen niet wilde bezwaren. Calvijn vindt het belachelijk dat datgene wat de apostelen niet begrepen en door de handelingen van de Kerk uiteindelijk in de traditie is beland, te gebruiken als basis voor de joodse en heidense rituele die Christus verbergen en onwetende priesters opvoeren. Enkele noodzakelijke maatregelen die bisschoppen na da apostelen hebben ingezet werden daarna door bisschoppen met een verkeerde naijver overtroeft. Alsof het om een wedstrijdje wettenschrijven ging.
[19]Een voorbeeld is het Heilig Avondmaal. Dit was bij de apostelen heel sober. Hun directe opvolgers hebben om de waardigheid van het sacrament meer luister bij te zetten een en ander toegevoegd wat niet af te keuren is. Maar hun opvolgers hebben er veel dingen bijgeplaatst en doen alsof het direct teruggaat op de apostelen. Met een woord van Augustinus wordt dit gerechtvaardigd(hij benadrukt de apostolische inzettingen en het gezag van de concilies), maar Augustinus heeft het over de eenvoudige en sobere ceremoniën uit zijn tijd, niet over de tijd van Calvijn, waarin heet al uitgebreider was.
[20] Wijwater is een ander voorbeeld waar direct apostelen geldt als bron, terwijl de geschiedenisboeken bisschop van Rome Alexander I(109-116) noemen. Wat Calvijn trouwens betwijfeld, aangezien Augustinus de voetwassing niet meer gebruikte omdat het teveel op de Doop leek. Ook wil Calvijn meer zekerheid dan de vermoedens van Augustinus in andere zaken. En zelfs dan mag het niet als verplicht gesteld worden. In ieder geval zijn er veel inzettingen geweest die tot misbruik leidden dus nu zonder wroeging afgeschaft mogen worden.
[21] Het apostelconvent in Ahnd. 15 gedlt als voorbeeld en hielden Calvijns tegenstanders zich hier maar aan. De apostelen gingen niet op eigen gezag aan de gang en legden ook niet in eigen gezag een juk op. De heidenen worden met een beroep op naastenliefde(wat ook een gebod is) ontheven aan de plicht van de Wet. Heidenen moeten gebruik maken van hun vrijheid zonder hun broeders te ergeren.
Morgen lezen we boek IV.10-22 - IV.10.28
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[17] Maar de RKK zegt dat de tradities als openbaring van de Heilige Geest gelden omdat de Kerk geleid wordt door God en zo niet kan dwalen. Daar is al het nodige over gezegd, maar Calvijn benadrukt dat Jezus een Kerk wil die zich an Zijn inzettingen houdt en er niets afdoet of bijdoet. Zo valt te zien dat de term kerk bij Calvijns tegenstanders een dekmantel is om te wentelen in eigen bedenksels. De Wet blijft en profetieën en evangelisten zijn eerder vervullingen dan aanvullingen.
[18] Daarom keert Calvijn zich met een gerust hart tegen de tirannie van menselijke tradities. De Kerk kan je geen grotere eer bewijzen dan gehoorzaamheid, wat Calvijn nu doet. Aansluiten bij het oordeel van de Kerk is dus zoeken wat de Heere ons en Zijn Kerk heeft voorgeschreven. De roomse leer kan dus ook niet teruggaan op de apostolische tradities omdat deze leer de eredienst zuiver wilde houden en ook de gewetens van mensen niet wilde bezwaren. Calvijn vindt het belachelijk dat datgene wat de apostelen niet begrepen en door de handelingen van de Kerk uiteindelijk in de traditie is beland, te gebruiken als basis voor de joodse en heidense rituele die Christus verbergen en onwetende priesters opvoeren. Enkele noodzakelijke maatregelen die bisschoppen na da apostelen hebben ingezet werden daarna door bisschoppen met een verkeerde naijver overtroeft. Alsof het om een wedstrijdje wettenschrijven ging.
[19]Een voorbeeld is het Heilig Avondmaal. Dit was bij de apostelen heel sober. Hun directe opvolgers hebben om de waardigheid van het sacrament meer luister bij te zetten een en ander toegevoegd wat niet af te keuren is. Maar hun opvolgers hebben er veel dingen bijgeplaatst en doen alsof het direct teruggaat op de apostelen. Met een woord van Augustinus wordt dit gerechtvaardigd(hij benadrukt de apostolische inzettingen en het gezag van de concilies), maar Augustinus heeft het over de eenvoudige en sobere ceremoniën uit zijn tijd, niet over de tijd van Calvijn, waarin heet al uitgebreider was.
[20] Wijwater is een ander voorbeeld waar direct apostelen geldt als bron, terwijl de geschiedenisboeken bisschop van Rome Alexander I(109-116) noemen. Wat Calvijn trouwens betwijfeld, aangezien Augustinus de voetwassing niet meer gebruikte omdat het teveel op de Doop leek. Ook wil Calvijn meer zekerheid dan de vermoedens van Augustinus in andere zaken. En zelfs dan mag het niet als verplicht gesteld worden. In ieder geval zijn er veel inzettingen geweest die tot misbruik leidden dus nu zonder wroeging afgeschaft mogen worden.
[21] Het apostelconvent in Ahnd. 15 gedlt als voorbeeld en hielden Calvijns tegenstanders zich hier maar aan. De apostelen gingen niet op eigen gezag aan de gang en legden ook niet in eigen gezag een juk op. De heidenen worden met een beroep op naastenliefde(wat ook een gebod is) ontheven aan de plicht van de Wet. Heidenen moeten gebruik maken van hun vrijheid zonder hun broeders te ergeren.
Morgen lezen we boek IV.10-22 - IV.10.28
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
vrijdag 2 oktober 2015
02-10; IV.9.12 - IV.10.2
[12] Als uiteindelijk argument zeggen de roomse tegenstanders van Calvijn dat het woord blijft gelden dat concilies gehoorzaamd moeten worden. Maar als Jozua werd gewijd en geen centimeter mocht afwijken van de Wet, mogen roomse ambtsdragers dat zeker niet. Ook waarschuwt God in de Bijbel vaak om valse profeten niet te volgen en om geesten te beproeven. Als dit waar is hoeven we niet op basis van titels ons mee te laten sleuren in een afgrond door wie dan ook.
[13] Een synode of concilie is een prachtmiddel om een geschil in een leerstuk op te lossen. Dat is handiger dan ieder voor zich, ook is het overleg hoe het leerstuk vormgegeven moet worden makkelijker en het is de manier waarop Paulus instelt dat de kerken zich moeten gedragen. Zo zijn het arianisme en het nestorianisme op concilies uitgebannen.
[14] De roomse kerk heeft een ander idee van concilies en gebruikt dit om leerstellingen waarover de Schrift niets zeg(vagevuur, tussenkomst van heiligen, oorbiecht) te bekrachtigen. Zo zijn verkeerde Schriftuitleggingen die tegen de Bijbel ingaan bekrachtigd op concilies, zoals dat alleen de priester bij het Heilig Avondmaal de wijn drinkt, het verbod op trouwen voor priesters. Ook is niet duidelijk op wel concilie is besloten dat de macht over de uitleg ligt bij een concilie.
[1] Het tweede deel was de macht om wetten uit te vaardigen. Net als farizeeërs hebben de Roomsen de kerkgangers vermoeid met de last van tradities die ze zelf niet wensten te dragen, zoals bijv de biecht. Het is de vraag of de Kerk gewetens mag binden met wetten over hoe God gediend kan worden zoals het moet. Het is gebruikelijk geworden om alles waarbij door mensen besloten is over de dienst van God die niet rechtstreeks uit het Woord voortkomen, menselijke overleveringen te noemen. Daar strijd Calvijn tegen omdat het wetten zijn voor de ziel die nodig zijn om het eeuwige leven te verkrijgen. Dit doet de macht van de enige Koning te kort, namelijk Jezus.
[2] De inzettingen zijn zwaar en zonder godsvrucht. Ze zouden kunnen leren van Paulus die geen strik voor gewetens wilde leggen. De inzettingen van de roomse kerk zijn veel en niet uit te voeren.
Volgende week lezen we boek IV.10.3 - IV.10.8
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[13] Een synode of concilie is een prachtmiddel om een geschil in een leerstuk op te lossen. Dat is handiger dan ieder voor zich, ook is het overleg hoe het leerstuk vormgegeven moet worden makkelijker en het is de manier waarop Paulus instelt dat de kerken zich moeten gedragen. Zo zijn het arianisme en het nestorianisme op concilies uitgebannen.
[14] De roomse kerk heeft een ander idee van concilies en gebruikt dit om leerstellingen waarover de Schrift niets zeg(vagevuur, tussenkomst van heiligen, oorbiecht) te bekrachtigen. Zo zijn verkeerde Schriftuitleggingen die tegen de Bijbel ingaan bekrachtigd op concilies, zoals dat alleen de priester bij het Heilig Avondmaal de wijn drinkt, het verbod op trouwen voor priesters. Ook is niet duidelijk op wel concilie is besloten dat de macht over de uitleg ligt bij een concilie.
[1] Het tweede deel was de macht om wetten uit te vaardigen. Net als farizeeërs hebben de Roomsen de kerkgangers vermoeid met de last van tradities die ze zelf niet wensten te dragen, zoals bijv de biecht. Het is de vraag of de Kerk gewetens mag binden met wetten over hoe God gediend kan worden zoals het moet. Het is gebruikelijk geworden om alles waarbij door mensen besloten is over de dienst van God die niet rechtstreeks uit het Woord voortkomen, menselijke overleveringen te noemen. Daar strijd Calvijn tegen omdat het wetten zijn voor de ziel die nodig zijn om het eeuwige leven te verkrijgen. Dit doet de macht van de enige Koning te kort, namelijk Jezus.
[2] De inzettingen zijn zwaar en zonder godsvrucht. Ze zouden kunnen leren van Paulus die geen strik voor gewetens wilde leggen. De inzettingen van de roomse kerk zijn veel en niet uit te voeren.
Volgende week lezen we boek IV.10.3 - IV.10.8
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
woensdag 30 september 2015
30-09; Boek IV.8.13 - IV.9.3
[13] De voorstanders van de Roomse kerk beweren dat de Kerk wordt bestuurd door Gods Geest en dat daarom alles wat ze ook maar zegt moet worden gezien als Gods uitspraken. De Kerk kan immers niet dwalen. Calvijn vindt ook dat de Kerk niet kan dwalen in zaken die nodig zijn voor onze zaligheid. MAar dan juist omdat ze afziet van eigen wijsheid en zich door het Woord en dus door de Geest hierin laat leiden. De Roomsen leggen het gezag buiten het Woord, de reformatoren leggen het gezag vast aan het Woord en willen niet dat het daarvan losgemaakt wordt. De Kerk moet niet meer willen weten dan Christus heeft gesproken, we moeten niet meer van de Heilige Geest verwachten dan dat Hij ons verstand verlicht om te begrijpen dat de leer van Jezus waarheid is. Met Chrysostomus wantrouwt Calvijn alles wat mensen naast het Evangelie stellen en onder de naam Geest schuiven. De Geest is met een onlosmaakbare band verbonden aan het Woord.
[14] De tegenstanders beroepen zich op dat de discipelen nog veel moesten leren van de Geest(!oh. 16:12). Daardoor moest de Schrift aangevuld worden. Alsof de discipelen nog steeds onnozel waren toen ze de leer op schrift stelden. Maar dan nog is het vervuld in de geschriften van de apostelen.
[15] Mensen moeten zich schikken naar de uitspraken van de Kerk voor zover deze overeen stemt met het Woord. Mensen mogen geen nieuwe leren erbij verzinnen, dat zou ook gevaarlijk zijn.
[16] Enkele voorbeelden om de Roomse praktijk te ondersteunen weerspreekt Calvijn. De kinderdoop is deels op het besluit van de Kerk, maar niet alleen, dat zou wel heel miserabel zijn.
Het eenswezen zijn met van de Zoon met de Vader staat niet letterlijk in de Bijbel, maar is wel bedoeld in de Bijbel zodat de leeruitspraak niet afhankelijk is van een uitspraak van het Concilie van Nicea. Het is ook gefundeerd in het Woord.
[1] Alles wat Calvijns tegenstanders over de Kerk zeggen wordt direct op concilies toegepast als vertegenwoordiging van de Kerk. Calvijn lijkt onbuigzaam om concilies te erkennen, maar dit ligt anders. Calvijn respecteert concilies, maar in zoverre ze worden voorgezeten door Christus in de beraadslaging door Woord en Geest. Ten tweede is Calvijn ervan overtuigd dat de concilies zijn zaak steunen, desondanks hij dus minder aan concilies hecht dan zijn tegenstanders.
[2] Desondanks het meer over kleinere bijeenkomsten gaat, ligt de Bijbelse basis voor concilies in Matth. 18:20(Waar twee of drie in Mijn naam bij elkaar zijn...). Het laat ook zien dat een concilie pas een concilie is als deze vergaderd in Christus' Naam. Mensen die buiten het woord om zelf dingen verzinnen zijn ongetwijfeld niet in Christus' Naam vergaderd en vallen niet onder de belofte, ze spannen tegen Christus samen. De tekst is dus een kenmerk voor een waar en een vals concilie.
[3] In de Bijbel wordt ook vaak gesproken dat de Kerk blind is en dingen niet ziet aankomen, zoals in Jesaja. Priesters en profeten spreken leugens, sterker nog, God verblindt soms priesters en profeten. Dit is voornamelijk te lezen in de profetische Bijbelboeken.
Morgen lezen we boek IV.9.4 - IV.9.11
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[14] De tegenstanders beroepen zich op dat de discipelen nog veel moesten leren van de Geest(!oh. 16:12). Daardoor moest de Schrift aangevuld worden. Alsof de discipelen nog steeds onnozel waren toen ze de leer op schrift stelden. Maar dan nog is het vervuld in de geschriften van de apostelen.
[15] Mensen moeten zich schikken naar de uitspraken van de Kerk voor zover deze overeen stemt met het Woord. Mensen mogen geen nieuwe leren erbij verzinnen, dat zou ook gevaarlijk zijn.
[16] Enkele voorbeelden om de Roomse praktijk te ondersteunen weerspreekt Calvijn. De kinderdoop is deels op het besluit van de Kerk, maar niet alleen, dat zou wel heel miserabel zijn.
Het eenswezen zijn met van de Zoon met de Vader staat niet letterlijk in de Bijbel, maar is wel bedoeld in de Bijbel zodat de leeruitspraak niet afhankelijk is van een uitspraak van het Concilie van Nicea. Het is ook gefundeerd in het Woord.
[1] Alles wat Calvijns tegenstanders over de Kerk zeggen wordt direct op concilies toegepast als vertegenwoordiging van de Kerk. Calvijn lijkt onbuigzaam om concilies te erkennen, maar dit ligt anders. Calvijn respecteert concilies, maar in zoverre ze worden voorgezeten door Christus in de beraadslaging door Woord en Geest. Ten tweede is Calvijn ervan overtuigd dat de concilies zijn zaak steunen, desondanks hij dus minder aan concilies hecht dan zijn tegenstanders.
[2] Desondanks het meer over kleinere bijeenkomsten gaat, ligt de Bijbelse basis voor concilies in Matth. 18:20(Waar twee of drie in Mijn naam bij elkaar zijn...). Het laat ook zien dat een concilie pas een concilie is als deze vergaderd in Christus' Naam. Mensen die buiten het woord om zelf dingen verzinnen zijn ongetwijfeld niet in Christus' Naam vergaderd en vallen niet onder de belofte, ze spannen tegen Christus samen. De tekst is dus een kenmerk voor een waar en een vals concilie.
[3] In de Bijbel wordt ook vaak gesproken dat de Kerk blind is en dingen niet ziet aankomen, zoals in Jesaja. Priesters en profeten spreken leugens, sterker nog, God verblindt soms priesters en profeten. Dit is voornamelijk te lezen in de profetische Bijbelboeken.
Morgen lezen we boek IV.9.4 - IV.9.11
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
dinsdag 29 september 2015
29-09; Boek IV.8.8 - IV.8.12
[8] In de Kerk mag er dus geen ruimte geboden worden aan wat niet in de Wet, Profeten. of bij de Apostelen te lezen valt. De apostelen hadden ook deze regel en mochten zich daarom geen meester laten noemen. En omdat ze in zekere zin ook onkundig waren, belooft Jezus hun de Geest der Waarheid om hen te leiden.
[9] Wie spreekt moet dan volop vertrouwend op de opdrachten van God de woorden van God spreken. Dit betekent dus de verzinsels van welke mens ook aan de kant schuiven. Dit Woord van God is de macht bij uitstek van de herders van de Kerk. Ze regeren door de kracht van het Woord. Apostelen waren wel als het ware de ware en oorspronkelijke secretarissen van de Heilige Geest en daarom moeten hun geschriften als de woorden van God beschouwd worden. Hun opvolgers hebben de taak te onderwijzen wat er in die geschriften geopenbaard en vastgelegd is. Dit geldt voor mensen, maar ook voor de Kerk als geheel. Paulus leert dit als hij zegt dat profetische getuigenissen beoordeeld moeten worden. Voor de Kerk geldt dat het geloof uit het horen is uit het woord van God, dus er is geen ruimte voor woorden uit de wereld. Plus dat God de enige is die nieuwe leerstukken kan maken omdat Hij de Enige is die niet kan liegen en bedriegen.
[10] Het verschil met macht en gezag in het pausdom is heel erg groot. Ten eerste gaan ze ervan uit dat concilies ware beelden van de Kerk zijn en rechtstreeks door de Heilige Geest geleid worden. Maar ze geven zelf vorm aan concilies en leiden deze. Daarom verdedigen ze hun eigen gezag en smeden nieuwe willekeurige leerstellingen met verachting voor het Woord. Hiermee moet men het eens zijn, anders mag men geen christen heten. Het is volgens hun aan de Kerk om nieuwe geloofsartikelen te maken.
[11] Hun argumenten voor deze taak van Kerk is dat de bruidegom nooit door Christus verlaten zou worden. Maar dit geldt niet minder voor de individuele gelovigen. Ook als Jezus de Geest der Waarheid belooft(Joh. 14), geldt dit voor de discipelen en de discipelen die er later bij zouden komen. Het gaat ook om de individuele gelovigen en hun troost hierin. Zeggen dat het alleen voor de Kerk gaat is verdraaiing, desondanks dit óók waar is. God staat de Zijnen altijd bij zodat ze steeds meer vooruitgang maken in hun heiliging.
[12] De Kerk krijgt van God wel gaven zodat deze in het hele Lichaam niet ontbreken, maar de Kerk zal nooit die opperste volkomenheid bevatten die de papisten wel claimen dat ze heeft. De Kerk maakt als geheel een proces door doordat haar leden van dag tot dag vernieuwd en geheiligd worden. Er blijven altijd wat vlekken en rimpels over. De heiliging van de Kerk is waar, maar we zien slechts het begin hiervan. De volheid van de heiligheid komt pas als Christus hiervoor zorgt. Anders moeten we betogen met de pelagianen dat de gerechtigheid van de gelovigen al in dit leven te bereiken is en met de katharen en donatisten dat we geen onvolkomenheden in de Kerk mogen toestaan. De Kerk is vast en pilaar van waarheid door de dienst van de prediking. De waarheid in de Kerk wordt door Jezus in stand gehouden. Als het hoeden van de waarheid ligt in de dienst van profeten en apostelen, is dit in het geheel afhnkelijk van het woord van de Heere.
Morgen lezen we boek IV.8.13 - IV.9.3
Lees deze en andere pots terug op lectiocalvini.blogspot.com
[9] Wie spreekt moet dan volop vertrouwend op de opdrachten van God de woorden van God spreken. Dit betekent dus de verzinsels van welke mens ook aan de kant schuiven. Dit Woord van God is de macht bij uitstek van de herders van de Kerk. Ze regeren door de kracht van het Woord. Apostelen waren wel als het ware de ware en oorspronkelijke secretarissen van de Heilige Geest en daarom moeten hun geschriften als de woorden van God beschouwd worden. Hun opvolgers hebben de taak te onderwijzen wat er in die geschriften geopenbaard en vastgelegd is. Dit geldt voor mensen, maar ook voor de Kerk als geheel. Paulus leert dit als hij zegt dat profetische getuigenissen beoordeeld moeten worden. Voor de Kerk geldt dat het geloof uit het horen is uit het woord van God, dus er is geen ruimte voor woorden uit de wereld. Plus dat God de enige is die nieuwe leerstukken kan maken omdat Hij de Enige is die niet kan liegen en bedriegen.
[10] Het verschil met macht en gezag in het pausdom is heel erg groot. Ten eerste gaan ze ervan uit dat concilies ware beelden van de Kerk zijn en rechtstreeks door de Heilige Geest geleid worden. Maar ze geven zelf vorm aan concilies en leiden deze. Daarom verdedigen ze hun eigen gezag en smeden nieuwe willekeurige leerstellingen met verachting voor het Woord. Hiermee moet men het eens zijn, anders mag men geen christen heten. Het is volgens hun aan de Kerk om nieuwe geloofsartikelen te maken.
[11] Hun argumenten voor deze taak van Kerk is dat de bruidegom nooit door Christus verlaten zou worden. Maar dit geldt niet minder voor de individuele gelovigen. Ook als Jezus de Geest der Waarheid belooft(Joh. 14), geldt dit voor de discipelen en de discipelen die er later bij zouden komen. Het gaat ook om de individuele gelovigen en hun troost hierin. Zeggen dat het alleen voor de Kerk gaat is verdraaiing, desondanks dit óók waar is. God staat de Zijnen altijd bij zodat ze steeds meer vooruitgang maken in hun heiliging.
[12] De Kerk krijgt van God wel gaven zodat deze in het hele Lichaam niet ontbreken, maar de Kerk zal nooit die opperste volkomenheid bevatten die de papisten wel claimen dat ze heeft. De Kerk maakt als geheel een proces door doordat haar leden van dag tot dag vernieuwd en geheiligd worden. Er blijven altijd wat vlekken en rimpels over. De heiliging van de Kerk is waar, maar we zien slechts het begin hiervan. De volheid van de heiligheid komt pas als Christus hiervoor zorgt. Anders moeten we betogen met de pelagianen dat de gerechtigheid van de gelovigen al in dit leven te bereiken is en met de katharen en donatisten dat we geen onvolkomenheden in de Kerk mogen toestaan. De Kerk is vast en pilaar van waarheid door de dienst van de prediking. De waarheid in de Kerk wordt door Jezus in stand gehouden. Als het hoeden van de waarheid ligt in de dienst van profeten en apostelen, is dit in het geheel afhnkelijk van het woord van de Heere.
Morgen lezen we boek IV.8.13 - IV.9.3
Lees deze en andere pots terug op lectiocalvini.blogspot.com
vrijdag 25 september 2015
25-09; IV.7.23 - IV.7.30
Vandaag voor de laatste keer over hoe het pausdom zich heeft ontwikkeld tot een tirannieke macht. Best bijzonder om dit dan te lezen nu Paus Fransiscus mijn tijdlijn op Facebook domineert nu hij Amerika bezoekt. Er is gelukkig in de loop van de geschiedenis veel veranderd vanaf de tijd van Calvijn tot nu.
[23] Maar als al het voorgaande ook waar zou zijn, ziet Calvijn nog geen mogelijkheid tot een paus of apostolische stoel in Rome, simpelweg omdat hij geen bisschop ziet. Er is niemand met het ambt dat ook uit bepaalde taken bestaat. Kardinalen zijn nauwelijks ouderlingen te noemen. Er is geen Kerk in Rome omdat er niks antwoord aan de kenmerken van de Kerk, prediking, Sacramenten en de tucht.
[24] Een bisschop is geen koning die de eer en titel behoudt als hij niets uitvoert. De paus kan dus geen hoogste bisschop zijn omdat hij geen bisschop is. De pausen werken de Reformatie tegen omdat het Evangelie hun heerschappij aantast. Daaruit blijkt dat ze niet een plaatsvervanger van Christus zijn. 'Rome mag dan oudtijds de moeder van alle kerken geweest zijn, maar sinds het de zetel van de antichrist is geworden, is het niet langer meer wat het is.
[25] Sommigen vinden dit te grote woorden, maar het zijn de woorden van Paulus. Paulus schrijft dat de antichrist in de tempel van God zijn zetel heeft. Zijn tirannie zal ook meer gaan over lichamen dan over de zielen en tegen het geestelijke rijk van Christus. Ook zal de zetel opgericht worden als de hele Kerk door verval in beslag zal worden genomen. Ook zal de antichrist Gods eer roven voor zichzelf. Calvijn vindt dit van toepassing op de paus.
[26] Wat de oudheid ook zegt, God is in staat om gemeente te verplaatsen, dus de eer van het primaat aan een plaats verbinden, zeker als het een tegenstander van het Evangelie is, is belachelijk en dwaas. Ook is er een groot verschil tussen een gepaste en ordelijke kerkinrichting en de hofstoet van de paus. Dit is als zodanig tegenovergesteld aan het karakter van de Kerk
[27] Calvijn schertst dat de laatste vier pausen niks weten van het christendom dan dat ze hebben geleerd van een van de grootste en felste bestrijders hiervan, Lucianus van Samosate(https://nl.wikipedia.org/wiki/Lucianus_van_Samosata). Het pausdom lijkt zich te gedragen alsof er geen God is, geen Christus en geen opstanding of eeuwig leven.
[28] Nu wordt dit gebracht alsof het geheime theologie was,maar juist een paus als Johannes XXII(https://nl.wikipedia.org/wiki/Paus_Johannes_XXII) heeft openlijk verklaard dat zielen sterfelijk zijn en tot de opstanding sterven met het lichaam. De kardinalen hebben dit niet tegengesproken. Weerstand kwam van de universiteit van Parijs. Een tekst voor Petrus waarin Jezus voor Petrus blijft bidden(Luk. 22:32) is geen garantie voor pauselijke onfeilbaarheid, Petrus wordt ook door Jezus een satan genoemd(Matth. 16:23).
[29] Maar zonder grappen, Calvijn vindt het onredelijk, naast beledigend voor Jezus, om Hem, de Heilige Geest en de Kerk zo aan een plaats te binden dat een persoon daar de leiding heeft over de Kerk, al zou dit de duivel zelf kunnen zijn. Ook de zedenverwildering van de pausen maken het ze onmogelijk tucht uit te oefenen over het volk.
[30] Over de kardinalen. Gregorius beschrijft kardinalen, niet als iets wat bij Rome hoort, maar wat bij andere willekeurige kerken hoort. Kardinaalspriesters zijn bisschoppen. Ze stonden lager dan bisschoppen. Ze namen de laatste plaatsen in, terwijl ze nu aan koningen gelijk zijn. Dit om het verschil tussen hoe het vroeger was en nu is aan de kaak te stellen.
Volgende week lezen we boek IV.8.1 - IV.8.7
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[23] Maar als al het voorgaande ook waar zou zijn, ziet Calvijn nog geen mogelijkheid tot een paus of apostolische stoel in Rome, simpelweg omdat hij geen bisschop ziet. Er is niemand met het ambt dat ook uit bepaalde taken bestaat. Kardinalen zijn nauwelijks ouderlingen te noemen. Er is geen Kerk in Rome omdat er niks antwoord aan de kenmerken van de Kerk, prediking, Sacramenten en de tucht.
[24] Een bisschop is geen koning die de eer en titel behoudt als hij niets uitvoert. De paus kan dus geen hoogste bisschop zijn omdat hij geen bisschop is. De pausen werken de Reformatie tegen omdat het Evangelie hun heerschappij aantast. Daaruit blijkt dat ze niet een plaatsvervanger van Christus zijn. 'Rome mag dan oudtijds de moeder van alle kerken geweest zijn, maar sinds het de zetel van de antichrist is geworden, is het niet langer meer wat het is.
[25] Sommigen vinden dit te grote woorden, maar het zijn de woorden van Paulus. Paulus schrijft dat de antichrist in de tempel van God zijn zetel heeft. Zijn tirannie zal ook meer gaan over lichamen dan over de zielen en tegen het geestelijke rijk van Christus. Ook zal de zetel opgericht worden als de hele Kerk door verval in beslag zal worden genomen. Ook zal de antichrist Gods eer roven voor zichzelf. Calvijn vindt dit van toepassing op de paus.
[26] Wat de oudheid ook zegt, God is in staat om gemeente te verplaatsen, dus de eer van het primaat aan een plaats verbinden, zeker als het een tegenstander van het Evangelie is, is belachelijk en dwaas. Ook is er een groot verschil tussen een gepaste en ordelijke kerkinrichting en de hofstoet van de paus. Dit is als zodanig tegenovergesteld aan het karakter van de Kerk
[27] Calvijn schertst dat de laatste vier pausen niks weten van het christendom dan dat ze hebben geleerd van een van de grootste en felste bestrijders hiervan, Lucianus van Samosate(https://nl.wikipedia.org/wiki/Lucianus_van_Samosata). Het pausdom lijkt zich te gedragen alsof er geen God is, geen Christus en geen opstanding of eeuwig leven.
[28] Nu wordt dit gebracht alsof het geheime theologie was,maar juist een paus als Johannes XXII(https://nl.wikipedia.org/wiki/Paus_Johannes_XXII) heeft openlijk verklaard dat zielen sterfelijk zijn en tot de opstanding sterven met het lichaam. De kardinalen hebben dit niet tegengesproken. Weerstand kwam van de universiteit van Parijs. Een tekst voor Petrus waarin Jezus voor Petrus blijft bidden(Luk. 22:32) is geen garantie voor pauselijke onfeilbaarheid, Petrus wordt ook door Jezus een satan genoemd(Matth. 16:23).
[29] Maar zonder grappen, Calvijn vindt het onredelijk, naast beledigend voor Jezus, om Hem, de Heilige Geest en de Kerk zo aan een plaats te binden dat een persoon daar de leiding heeft over de Kerk, al zou dit de duivel zelf kunnen zijn. Ook de zedenverwildering van de pausen maken het ze onmogelijk tucht uit te oefenen over het volk.
[30] Over de kardinalen. Gregorius beschrijft kardinalen, niet als iets wat bij Rome hoort, maar wat bij andere willekeurige kerken hoort. Kardinaalspriesters zijn bisschoppen. Ze stonden lager dan bisschoppen. Ze namen de laatste plaatsen in, terwijl ze nu aan koningen gelijk zijn. Dit om het verschil tussen hoe het vroeger was en nu is aan de kaak te stellen.
Volgende week lezen we boek IV.8.1 - IV.8.7
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
woensdag 23 september 2015
23-09; Boek IV.7.11 - IV.7.17
[11] In de geschiedenis zijn er veel brieven met onzin geschreven over het pausdom. Maar ook zinnige brieven, van bijvoorbeeld de geleerde paus Leo I. Hij stond bekend als een machtsbelust man. Hij heeft in andere landen plaatsvervangers van zichzelf aangesteld. Maar deze plaatsvervangers mochten de metropolieten niet hinderen in hun werk. Het was een vorm van bemiddelen op afstand.
[12] In de zesde eeuw bij Gregorius I waren er veel crisissen in Europa en Africa en zochten de bisschoppen eenheid in het geloof door zich aan te sluiten bij Rome. De macht van de paus werd hierdoor vergroot desondanks het nog geen ongeremde alleenheerschappij van één man was. Hij is er wel trots op maar deed niet zelf iets om zijn macht te vergroten.
[13] Gregorius was een buitengewoon middel pom anderen te ondersteunen, niet om tegen te staan. Ook was het wel tegen zijn zin, hij wilde bisschop zijn en was bang nu te veel met wereldse verwikkelingen bezig te zijn in plaats van bisschop te zijn. Hij zag zichzelf primair als gelijke en was geen werelds heerser, hij stelde zich onder de keizer.
[14] Innocentirus I in de 5de eeuw was verwikkeld in de machtsstrijd tussen Rome en Constantinopel, waar de zetel van het Romeinse rijk naartoe was verplaatst. Op het Concilie van Turijn was bepaald dat de bisschops- of metropolietzetel in de belangrijkste bestuurlijke stad moest staan, wast Innocentius tegensprak. Maar men moet het concilie boven de uitspraak van een man die voor eigen belang pleit verkiezen.
[15] Op het Concilie van Constantinopel was het besluit genomen dat deze stad de privileges van Rome zou krijgen omdat het het nieuwe Rome was, op Chalcedon was dit ook besloten. Leo sputterde heftig tegen.Dit vindt Calvijn een uiting van machtswellust. Als de politieke situatie veranderd moet de Kerk hier van tijd tot tijd op inspelen. De erepositie kan toegekend worden en ook weer zo opgeheven worden.
[16] Daarna was er een Johannes die de grenzen van zijn bisdom wilde laten samenvallen met de grenzen van het rijk. Gregorius heeft zich hiertegen verzet. Hij wilde zich ook niet 'algemene paus' laten noemen.
[17] En byzantijnse keizer Phocas stelde in de 6/7de eeuw door toedoen van Bonifacius III in een decreet dat Rome het hoofd van alle kerken werd. Dit scheen niet veel te helpen in de geschiedenis. De band met Griekenland en Klein-Azië is later doorgeknipt en Frankrijk gehoorzaamde alleen naar believen en moest eerst veroverd worden voordat er gehoorzaamd werd. Later werd de macht van Rome ook met Karel de Grote gevestigd. Er was verval en afwijking van de oude situatie.
Morgen lezen we Boek IV.7.18 - IV.7.22
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[12] In de zesde eeuw bij Gregorius I waren er veel crisissen in Europa en Africa en zochten de bisschoppen eenheid in het geloof door zich aan te sluiten bij Rome. De macht van de paus werd hierdoor vergroot desondanks het nog geen ongeremde alleenheerschappij van één man was. Hij is er wel trots op maar deed niet zelf iets om zijn macht te vergroten.
[13] Gregorius was een buitengewoon middel pom anderen te ondersteunen, niet om tegen te staan. Ook was het wel tegen zijn zin, hij wilde bisschop zijn en was bang nu te veel met wereldse verwikkelingen bezig te zijn in plaats van bisschop te zijn. Hij zag zichzelf primair als gelijke en was geen werelds heerser, hij stelde zich onder de keizer.
[14] Innocentirus I in de 5de eeuw was verwikkeld in de machtsstrijd tussen Rome en Constantinopel, waar de zetel van het Romeinse rijk naartoe was verplaatst. Op het Concilie van Turijn was bepaald dat de bisschops- of metropolietzetel in de belangrijkste bestuurlijke stad moest staan, wast Innocentius tegensprak. Maar men moet het concilie boven de uitspraak van een man die voor eigen belang pleit verkiezen.
[15] Op het Concilie van Constantinopel was het besluit genomen dat deze stad de privileges van Rome zou krijgen omdat het het nieuwe Rome was, op Chalcedon was dit ook besloten. Leo sputterde heftig tegen.Dit vindt Calvijn een uiting van machtswellust. Als de politieke situatie veranderd moet de Kerk hier van tijd tot tijd op inspelen. De erepositie kan toegekend worden en ook weer zo opgeheven worden.
[16] Daarna was er een Johannes die de grenzen van zijn bisdom wilde laten samenvallen met de grenzen van het rijk. Gregorius heeft zich hiertegen verzet. Hij wilde zich ook niet 'algemene paus' laten noemen.
[17] En byzantijnse keizer Phocas stelde in de 6/7de eeuw door toedoen van Bonifacius III in een decreet dat Rome het hoofd van alle kerken werd. Dit scheen niet veel te helpen in de geschiedenis. De band met Griekenland en Klein-Azië is later doorgeknipt en Frankrijk gehoorzaamde alleen naar believen en moest eerst veroverd worden voordat er gehoorzaamd werd. Later werd de macht van Rome ook met Karel de Grote gevestigd. Er was verval en afwijking van de oude situatie.
Morgen lezen we Boek IV.7.18 - IV.7.22
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
maandag 21 september 2015
21-09; Boek IV.6.17 - IV.7.4
De 38ste week van Lectio Calvini.
[17] Dat de kerk van Rome stabiel was, is geen reden om haar oppermacht over andere kerken te brengen. Dat doet ook geen recht aan de vroege Kerk. Hieronymus behandelt in de kerkorde geen paus, Cyprianus behandelt geen paus, maar legt de eenheid van de Kerk in het bisschopsambt. In het bijzonder het episcopaat van Christus en het daarvan afgeleide ambt waarin de bisschoppen een deel en toch de volheid van delen.
[1] Op het Concilie van Nicea in 325 werd Rome wel een belangrijke, maar niet de hoofdplaats in. Ook op het Concilie van Efeze(431) werd er geen machtspositie toegekend, maar wel op een gekke manier de bisschop van Rome gekoppeld aan het voorzitterschap. Ook op het Tweede Concilie van Efeze (449) namen de afgevaardigden van Rome geen bijzondere plaats in tussen de andere. En de bisschoppen van Rome stonden bekend dat ze wel tumult maakten om iets te claimen wat hun toekwam, dus als ze wel een machtspositie hadden, dan was dat wel uitgekomen.
[2] Op het Concilie van Chalcedon nam Rome wel een bijzondere plaats, maar dit was op verzoek van de keizer en aldus een bijzonder voorrecht, aldus Leo I. De Oosterse bisschoppen hadden de boel namelijk al in het honderd laten lopen en Rome kon goed voorzitten met rust en gezag. Maar dit is geen algemene regel. Op het Vijfde Concilie van Constantipnopel heeft zonder morren weer een andere bisschop voorgezeten. Ook zo op het Concilie van Carthago. Het Concilie van Aquileia werd zelfs gehouden zonder Rome erbij.
[3] Ook waren er eerder geen bijzondere titels voor de bisschop van Rome. Cyprianus schrijft zelfs wat hard tegen een paus over zijn domheid en arrogantie, als broeder. Het concliie van Carthago verbiedt expliciet iemand de vorst van de priesters of eerste bisschop te noemen, Hieronymus weigert als priester van Rome de stad boven de wereld te plaatsen.
[4] Gregorius I heeft zich tegen een Johannes, bisschop van Constantinopel gekeerd die zich universeel bisschop wilde laten noemen. De zelfverheffing die hier in zit noemt Gregorius de voorbode van de antichrist. Op het Concilie van Chalcedon schijnt deze titel aan Leo I aangeboden te zijn, maar dit is onwaarschijnlijk en ook nergens wat van terug te vinden, desondanks Leo geweigerd zou hebben.
Morgen lezen we boek IV.7.5 - IV.7.10
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[17] Dat de kerk van Rome stabiel was, is geen reden om haar oppermacht over andere kerken te brengen. Dat doet ook geen recht aan de vroege Kerk. Hieronymus behandelt in de kerkorde geen paus, Cyprianus behandelt geen paus, maar legt de eenheid van de Kerk in het bisschopsambt. In het bijzonder het episcopaat van Christus en het daarvan afgeleide ambt waarin de bisschoppen een deel en toch de volheid van delen.
[1] Op het Concilie van Nicea in 325 werd Rome wel een belangrijke, maar niet de hoofdplaats in. Ook op het Concilie van Efeze(431) werd er geen machtspositie toegekend, maar wel op een gekke manier de bisschop van Rome gekoppeld aan het voorzitterschap. Ook op het Tweede Concilie van Efeze (449) namen de afgevaardigden van Rome geen bijzondere plaats in tussen de andere. En de bisschoppen van Rome stonden bekend dat ze wel tumult maakten om iets te claimen wat hun toekwam, dus als ze wel een machtspositie hadden, dan was dat wel uitgekomen.
[2] Op het Concilie van Chalcedon nam Rome wel een bijzondere plaats, maar dit was op verzoek van de keizer en aldus een bijzonder voorrecht, aldus Leo I. De Oosterse bisschoppen hadden de boel namelijk al in het honderd laten lopen en Rome kon goed voorzitten met rust en gezag. Maar dit is geen algemene regel. Op het Vijfde Concilie van Constantipnopel heeft zonder morren weer een andere bisschop voorgezeten. Ook zo op het Concilie van Carthago. Het Concilie van Aquileia werd zelfs gehouden zonder Rome erbij.
[3] Ook waren er eerder geen bijzondere titels voor de bisschop van Rome. Cyprianus schrijft zelfs wat hard tegen een paus over zijn domheid en arrogantie, als broeder. Het concliie van Carthago verbiedt expliciet iemand de vorst van de priesters of eerste bisschop te noemen, Hieronymus weigert als priester van Rome de stad boven de wereld te plaatsen.
[4] Gregorius I heeft zich tegen een Johannes, bisschop van Constantinopel gekeerd die zich universeel bisschop wilde laten noemen. De zelfverheffing die hier in zit noemt Gregorius de voorbode van de antichrist. Op het Concilie van Chalcedon schijnt deze titel aan Leo I aangeboden te zijn, maar dit is onwaarschijnlijk en ook nergens wat van terug te vinden, desondanks Leo geweigerd zou hebben.
Morgen lezen we boek IV.7.5 - IV.7.10
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
zaterdag 19 september 2015
19-09; Boek IV.4.10 - UV.10.16
[10] Het is duidelijk dat Christus niet meer zichtbaar aanwezig is in de Kerk, maar Zich wel vertoont in de ambten die Hij wil gebruiken. Dit wordt duidelijk uit Efeze 4, waarin niks staat over een opperpriester of iets wat lijkt op een paus. Er wordt niet gesproken over hiërarchie. Men kan dus ook niet de aardse hiërarchie vergelijken met een hemelse, zoals sommige roomsen doen, maar we moeten blijven met wat is ingezet doot Jezus.
[11] Maar zelfs als Calvijn toe zou geven dat Petrus een eeuwigdurende opvolging had gekregen, waaruit volgt dan dat dit gebonden was aan Rome? Als de reden is dat Petrus in Rome is gestorven zouden de Joden de zetel van het primaat in de woestijn moeten hebben, waar Mozes gestorven is.
[12] Het is logisch om te denken dat de eerste gemeente waar Petrus was het primaatschap bezit. Dat zou de kerk van Antiochië zijn. Desondanks heeft Paus Marcellus geschreven aan de ouderlingen van Antiochië dat de stoel van Petrus naar Rome is gekomen. Calvijn vraagt nu of het privilege aan de persoon of aan de zaak of aan allebei is verbonden, want de prakijtk is onduidelijk. En Calvijn zal tegen iedere keuze ingaan natuurlijk.
[13] Maar zelfs dan. Waarom is Antiochië niet de tweede gemeente in rangorde geworden? Waarom zijn de kerken niet gerangschikt naar de apostelen? Paulus noemt drie pilaren van de kerk, Jakobus, Petrus en Johannes, hoe is de rangorde van hun gemeentes in Jeruzalem en Efeze? Blijkbaar klopt er toch iets niet.
[14] Calvijn trekt in twijfel of Petrus ooit wel in Rome heeft gezeteld. Uit Galaten is te lezen dat Petrus ongeveer 20 jaar na de dood van Christus in Jeruzalem is geweest en daarna naar Antiochië is gegaan, voor een periode die verschillend wordt vermeld door schrijvers. In ieder geval is het lastig dat Nero's heerschappij, waaronder Petrus ter dood gebracht is, was afgelopen, 37 jaar na de dood van Christus. Dus dan moeten er 17 jaren verdeeld worden voor Petrus' zetelen. Hij kan dus niet, of heel kort in Rome een zetel hebben gehad. Ook noemt Paulus Petrus niet als hij in de brief aan de Romeinen schrijft, zelfs niet in de lange lijst van mensen die hij groet.
[15] Ook in verdere stukken in de Bijbel wordt er geen blijk gegeven van Petrus in Rome. Ook bij de kerkvaders Eusebius, Irenaeus, Tertullianus en Augustinus verschillen de verhalen onderling zo groot dat het onmogelijk is om te achterhalen wat er toen werkelijk gebeurd is. Calvijn wil accepteren dat Petrus in Rome is gestorven, maar dat hij er bisschop is geweest niet.
[16] De vroege Kerk wordt ook verdraaid om het primaatschap van de paus te handhaven. Nu volgt Calvijn de vroege Kerk wel in het ontzag voor de kerk van Rome vanwege de opbouw tijdens de bediening van Petrus, dat er in Rome veel geleerde en wijze mannen waren omdat het de hoofdstad was en omdat Rome een rustigere gemeente was en daarom als derde partij kon bemiddelen in de meer opvliegende karakters uit Azië en Africa.
Volgende week lezen weboek IV.6.17 - IV.7.4
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[11] Maar zelfs als Calvijn toe zou geven dat Petrus een eeuwigdurende opvolging had gekregen, waaruit volgt dan dat dit gebonden was aan Rome? Als de reden is dat Petrus in Rome is gestorven zouden de Joden de zetel van het primaat in de woestijn moeten hebben, waar Mozes gestorven is.
[12] Het is logisch om te denken dat de eerste gemeente waar Petrus was het primaatschap bezit. Dat zou de kerk van Antiochië zijn. Desondanks heeft Paus Marcellus geschreven aan de ouderlingen van Antiochië dat de stoel van Petrus naar Rome is gekomen. Calvijn vraagt nu of het privilege aan de persoon of aan de zaak of aan allebei is verbonden, want de prakijtk is onduidelijk. En Calvijn zal tegen iedere keuze ingaan natuurlijk.
[13] Maar zelfs dan. Waarom is Antiochië niet de tweede gemeente in rangorde geworden? Waarom zijn de kerken niet gerangschikt naar de apostelen? Paulus noemt drie pilaren van de kerk, Jakobus, Petrus en Johannes, hoe is de rangorde van hun gemeentes in Jeruzalem en Efeze? Blijkbaar klopt er toch iets niet.
[14] Calvijn trekt in twijfel of Petrus ooit wel in Rome heeft gezeteld. Uit Galaten is te lezen dat Petrus ongeveer 20 jaar na de dood van Christus in Jeruzalem is geweest en daarna naar Antiochië is gegaan, voor een periode die verschillend wordt vermeld door schrijvers. In ieder geval is het lastig dat Nero's heerschappij, waaronder Petrus ter dood gebracht is, was afgelopen, 37 jaar na de dood van Christus. Dus dan moeten er 17 jaren verdeeld worden voor Petrus' zetelen. Hij kan dus niet, of heel kort in Rome een zetel hebben gehad. Ook noemt Paulus Petrus niet als hij in de brief aan de Romeinen schrijft, zelfs niet in de lange lijst van mensen die hij groet.
[15] Ook in verdere stukken in de Bijbel wordt er geen blijk gegeven van Petrus in Rome. Ook bij de kerkvaders Eusebius, Irenaeus, Tertullianus en Augustinus verschillen de verhalen onderling zo groot dat het onmogelijk is om te achterhalen wat er toen werkelijk gebeurd is. Calvijn wil accepteren dat Petrus in Rome is gestorven, maar dat hij er bisschop is geweest niet.
[16] De vroege Kerk wordt ook verdraaid om het primaatschap van de paus te handhaven. Nu volgt Calvijn de vroege Kerk wel in het ontzag voor de kerk van Rome vanwege de opbouw tijdens de bediening van Petrus, dat er in Rome veel geleerde en wijze mannen waren omdat het de hoofdstad was en omdat Rome een rustigere gemeente was en daarom als derde partij kon bemiddelen in de meer opvliegende karakters uit Azië en Africa.
Volgende week lezen weboek IV.6.17 - IV.7.4
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
donderdag 17 september 2015
17-09; Boek IV.6.4 - IV.6.9
[4] Om het weer eens te benadrukken, de sleutelmacht is de prediking van het Evangelie die sommige door bekering het koninkrijk der hemelen binnenbrengt. Lastig is het ook dat de paus volhoudt dat dit alleen tegen Petrus gezegd wordt. Zo gaat de leer verder mank. Even later in het Bijbelboek worden alle apostelen bevolen het Evangelie te prediken. Johannes Eck zegt dan dat het voorrecht van Petrus zit dat hij iets krijgt wat de apostelen allemaal gemeenschappelijk heeft gekregen. Maar Augustinus en Cyprianus benadrukken dat de sleutelmacht de eenheid van de Kerk uitdrukt.
[5] Maar het primaatschap van de paus als opvolger zit erin dat Christus op de rots/petrus de gemeente zal bouwen(Matth. 16:18). Maar Christus zegt hier tegen Petrus niets anders dan wat Petrus en Paulus over alle gelovigen zeggen. Christus is de hoeksteen en daarop worden we als gelovigen als stenen gebouwd als een tempel. Petrus mag dan eervol als eerste genoemd worden, maar er volgt niet uit dat hij macht over andere christenen krijgt. We zien in de Bijbel dat Petrus een zekere eer had en vaker het woord had, maar geen macht.
[6] De weerlegging over het woordspel tussen petra(rots) en Petrus hoeft niet weerlegd of besproken te worden, zelfs als kerkvaders(Leo I) daarmee aankomen. Het gaat duidelijk tegen de Schrift in. Petrus belijdt namens allen dat Christus de Zoon van God is. Die belijdenis is dan ook de rots waarop gebouwd wordt. Het gaat niet zozeer om het gezag van de kerkvaders voor Calvijn, dat behandelen zou de kwestie alleen maar onnodig vermoeiend maken.
[7] Op basis van andere Bijbelse gegevens is te zien dat Petrus weliswaar soms de voorzitter van de groep lijkt, maar dat hij andere apostelen hun mening laat uitspreken, de beslissing aan hen laat en zich daarnaar voegt. In zijn brief presenteert Petrus zich als gelijke. Hij verdedigt zijn handelen, volgt andermans bevelen op. Ook de eerste twee hoofdstukken van Galaten laten zien dat Paulus in alles gelijk is aan Petrus.
[8] Maar zelfs al zou Calvijn meegaan met de verdedigers, dan is er geen reden om van een bijzondere gebeurtenis een algemene en eeuwige regel te maken omdat de zaken wat het betreft verschillend zijn, 1 leider van 12 is iets anders dan 1 de leider van duizenden. Het is logisch dat er in een groep mensen een soort leider een voorzitter optreedt. Maar hieruit volgt niet dat iemand de macht over de hele wereld moet krijgen. Niemand kan die als enkeling regeren. Het voorbeeld van de bijen die een leider hebben accepteert Calvijn maar vindt hij niet van toepassing omdat er een koning(in)bij per korf is en deze wordt niet gekozen in een verzameling van alle bijen. Ook kunnen geen voorbeelden uit de Griekse wijsheid gehaald worden, die beweren alleen dat een rijk geen twee koningen verdraagt.
[9] Maar dan nog volgt daar niet uit dat als de hele wereld door een man geregeerd zou kunnen worden, dit ook moet gelden voor de kerk. Christus is het Hoofd en in Hem zijn we verzameld volgens de door Hem ingestelde orde. Alleen Christus mag de titel Hoofd hebben(Ef. 4:15). En een verzonnen ministerieel hoofd is niet geboden door Christus Zelf. NErgens is te lezen dat Christus een plaatsvervanger heeft aangesteld.
Morgen lezen we boek IV. 6.10 - IV.6.16
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[5] Maar het primaatschap van de paus als opvolger zit erin dat Christus op de rots/petrus de gemeente zal bouwen(Matth. 16:18). Maar Christus zegt hier tegen Petrus niets anders dan wat Petrus en Paulus over alle gelovigen zeggen. Christus is de hoeksteen en daarop worden we als gelovigen als stenen gebouwd als een tempel. Petrus mag dan eervol als eerste genoemd worden, maar er volgt niet uit dat hij macht over andere christenen krijgt. We zien in de Bijbel dat Petrus een zekere eer had en vaker het woord had, maar geen macht.
[6] De weerlegging over het woordspel tussen petra(rots) en Petrus hoeft niet weerlegd of besproken te worden, zelfs als kerkvaders(Leo I) daarmee aankomen. Het gaat duidelijk tegen de Schrift in. Petrus belijdt namens allen dat Christus de Zoon van God is. Die belijdenis is dan ook de rots waarop gebouwd wordt. Het gaat niet zozeer om het gezag van de kerkvaders voor Calvijn, dat behandelen zou de kwestie alleen maar onnodig vermoeiend maken.
[7] Op basis van andere Bijbelse gegevens is te zien dat Petrus weliswaar soms de voorzitter van de groep lijkt, maar dat hij andere apostelen hun mening laat uitspreken, de beslissing aan hen laat en zich daarnaar voegt. In zijn brief presenteert Petrus zich als gelijke. Hij verdedigt zijn handelen, volgt andermans bevelen op. Ook de eerste twee hoofdstukken van Galaten laten zien dat Paulus in alles gelijk is aan Petrus.
[8] Maar zelfs al zou Calvijn meegaan met de verdedigers, dan is er geen reden om van een bijzondere gebeurtenis een algemene en eeuwige regel te maken omdat de zaken wat het betreft verschillend zijn, 1 leider van 12 is iets anders dan 1 de leider van duizenden. Het is logisch dat er in een groep mensen een soort leider een voorzitter optreedt. Maar hieruit volgt niet dat iemand de macht over de hele wereld moet krijgen. Niemand kan die als enkeling regeren. Het voorbeeld van de bijen die een leider hebben accepteert Calvijn maar vindt hij niet van toepassing omdat er een koning(in)bij per korf is en deze wordt niet gekozen in een verzameling van alle bijen. Ook kunnen geen voorbeelden uit de Griekse wijsheid gehaald worden, die beweren alleen dat een rijk geen twee koningen verdraagt.
[9] Maar dan nog volgt daar niet uit dat als de hele wereld door een man geregeerd zou kunnen worden, dit ook moet gelden voor de kerk. Christus is het Hoofd en in Hem zijn we verzameld volgens de door Hem ingestelde orde. Alleen Christus mag de titel Hoofd hebben(Ef. 4:15). En een verzonnen ministerieel hoofd is niet geboden door Christus Zelf. NErgens is te lezen dat Christus een plaatsvervanger heeft aangesteld.
Morgen lezen we boek IV. 6.10 - IV.6.16
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
woensdag 16 september 2015
16-09; IV.5.16 - IV.6.3
[16] De verdeling van het geld zoals die vroeger was ingezet en was weergegeven door Calvijn in IV.4.7, is zo goed als afgeschaft. Priesters en bisschoppen verrijkten zichzelf met kerkelijk geld ten koste van de armen. Calvijn vindt dit zeer oneerbiedig en gewoonweg kerkroof.
[17] Er zijn mensen die deze praktijken verdedigen door te wijzen op de waardigheid en de eer van de kerk. Per slot van rekening zijn er teksten die de luister van het koninkrijk beschrijven met termen als goud en zilver. Calvijn vindt het niet de moeite waard om ze te weerleggen, maar vraagt zich wel af wat de lieden zelf zouden vinden als een Jood deze teksten op zichzelf toepast en de geestelijke zaken niet-geestelijk opvat. Er zijn wel momenten geweest in de kerkgeschiedenis dat keizers hun keizerlijke kleren aflegden en met het volk boetedoening deden voor het aangezicht van God. Maar toen baadden de priesters niet in overdaad van geld en goud. Ambrosius heeft op het Concilie van Aquileia benadrukt dat priesters moeten roemen in hun armoede.
[18] Calvijn vat het samen. Er is een Bijbelse norm voor wat mag worden uitgegeven ter versiering van de kerkgebouwen in de aard van de versierde dingen zelf. Nu wordt het geld besteed aan zaken waar Christus gen opdracht heeft gegeven, en dat terwijl het armen van de honger omkomen. Sterker nog, waar het geld dan wel aan wordt uitbesteed is beargumenteerd met bijgeloof van de priesters en bisschoppen.
[19] Ook is het dwaasheid om de kerkregering te betrekken op het huis- en landerijenbezitten van de geestelijken. Het staat in tegenspraak met de soberheid en matigheid die ons wel in de Bijbel wordt voorgehouden voor ambtsdragers. Waarschijnlijk vinden de ambtsdragers van nu het veel te streng van Hieronymus als deze schrijft dat armen en vreemdelingen en met heb Christus als gasten aan hun tafel moeten zijn. De titel van diakenschap is toen in ieder geval verloren gegaan.
[1] Calvijn heeft het verval van de inzettingen van de vroege Kerk laten zien. Nu gaat hij het hebben over de paus, de waarborg dat de Roomse kerk de echte katholieke Kerk is. Het primaat van de stoel van Rome is niet een inzetting van vroeger of van de Bijbel. Iedereen probeert de protestanten te overtuigen dat de enige band van kerkelijke eenheid in de gehoorzaamheid aan de stoel van Rome ligt.Er wordt gedacht vanuit het axioma dat de paus van Rome, als plaatsvervanger van Christus die het Hoofd van de Kerk is, in Zijn plaats de leiding over de hgehele Kerk heeft en dat er slechts dan een goede kerkinrichting is indien deze stoel het primaat boven alle bisschopszetels houdt.
[2] De vraag is dus of er een primaat van een bisschopzetel nodig is, zodat deze het hoofd van het lichaam wordt? Het hogepriesterschap wordt aangevoerd als argument, ten onrechte. Voor het land Israël was één man genoeg om de eenheid te bewaren, maar om alle macht over Oost en West in de handen van een man te leggen is te gek. Maar de hogepriester was ten diepste ook een type van Christus, en dus moet het priesterschap en het recht overgedragen worden, maar niet aan de paus, maar aan Christus.
[3] Het tijdelijke priesterschap was dus geen eeuwige wet. In het NT is er dan ook geen bevestiging behalve Matth. 16:18, waarbij nog moet worden aangetoond dat het gaat over gezag voeren over de hele wereld is. Ook moet worden aangetoond dat er meer aan PEtrus is gegeven dan aan de andere discipelen. Die tekst leert uiteindelijk dat alle apostelen de opdracht als dienaren van het Evangelie mensen te verzoenen met God en de macht hebben om straffend op te treden als ze niet luisteren.
Morgen lezen we boek IV.6.4 - IV.6.9
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[17] Er zijn mensen die deze praktijken verdedigen door te wijzen op de waardigheid en de eer van de kerk. Per slot van rekening zijn er teksten die de luister van het koninkrijk beschrijven met termen als goud en zilver. Calvijn vindt het niet de moeite waard om ze te weerleggen, maar vraagt zich wel af wat de lieden zelf zouden vinden als een Jood deze teksten op zichzelf toepast en de geestelijke zaken niet-geestelijk opvat. Er zijn wel momenten geweest in de kerkgeschiedenis dat keizers hun keizerlijke kleren aflegden en met het volk boetedoening deden voor het aangezicht van God. Maar toen baadden de priesters niet in overdaad van geld en goud. Ambrosius heeft op het Concilie van Aquileia benadrukt dat priesters moeten roemen in hun armoede.
[18] Calvijn vat het samen. Er is een Bijbelse norm voor wat mag worden uitgegeven ter versiering van de kerkgebouwen in de aard van de versierde dingen zelf. Nu wordt het geld besteed aan zaken waar Christus gen opdracht heeft gegeven, en dat terwijl het armen van de honger omkomen. Sterker nog, waar het geld dan wel aan wordt uitbesteed is beargumenteerd met bijgeloof van de priesters en bisschoppen.
[19] Ook is het dwaasheid om de kerkregering te betrekken op het huis- en landerijenbezitten van de geestelijken. Het staat in tegenspraak met de soberheid en matigheid die ons wel in de Bijbel wordt voorgehouden voor ambtsdragers. Waarschijnlijk vinden de ambtsdragers van nu het veel te streng van Hieronymus als deze schrijft dat armen en vreemdelingen en met heb Christus als gasten aan hun tafel moeten zijn. De titel van diakenschap is toen in ieder geval verloren gegaan.
[1] Calvijn heeft het verval van de inzettingen van de vroege Kerk laten zien. Nu gaat hij het hebben over de paus, de waarborg dat de Roomse kerk de echte katholieke Kerk is. Het primaat van de stoel van Rome is niet een inzetting van vroeger of van de Bijbel. Iedereen probeert de protestanten te overtuigen dat de enige band van kerkelijke eenheid in de gehoorzaamheid aan de stoel van Rome ligt.Er wordt gedacht vanuit het axioma dat de paus van Rome, als plaatsvervanger van Christus die het Hoofd van de Kerk is, in Zijn plaats de leiding over de hgehele Kerk heeft en dat er slechts dan een goede kerkinrichting is indien deze stoel het primaat boven alle bisschopszetels houdt.
[2] De vraag is dus of er een primaat van een bisschopzetel nodig is, zodat deze het hoofd van het lichaam wordt? Het hogepriesterschap wordt aangevoerd als argument, ten onrechte. Voor het land Israël was één man genoeg om de eenheid te bewaren, maar om alle macht over Oost en West in de handen van een man te leggen is te gek. Maar de hogepriester was ten diepste ook een type van Christus, en dus moet het priesterschap en het recht overgedragen worden, maar niet aan de paus, maar aan Christus.
[3] Het tijdelijke priesterschap was dus geen eeuwige wet. In het NT is er dan ook geen bevestiging behalve Matth. 16:18, waarbij nog moet worden aangetoond dat het gaat over gezag voeren over de hele wereld is. Ook moet worden aangetoond dat er meer aan PEtrus is gegeven dan aan de andere discipelen. Die tekst leert uiteindelijk dat alle apostelen de opdracht als dienaren van het Evangelie mensen te verzoenen met God en de macht hebben om straffend op te treden als ze niet luisteren.
Morgen lezen we boek IV.6.4 - IV.6.9
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Labels:
Ambrosius,
ambt,
armoede,
bisschop,
Cassiodorus,
Concilie van Aquileia,
diaken,
geld,
Johannes Cochlaeus,
Johannes Eck,
kerkregering,
lectiocalvini,
paus,
priester,
Thomas de Vio Cajetanus
dinsdag 15 september 2015
15-09; Boek IV.5.8 - IV.5.15
[8] In vroegere tijden was het niet mogelijk om monnik te zijn en te behoren tot de geestelijkheid. ER zijn pausen geweest die dit gebruik met een woord aan de kant hebben geschoven. En dat terwijl Hieronymus zegt dat hij zijn priesterschap niet uitoefent als hij onder de monniken is, en dat hij zich ziet als man uit het volk. Het is nooit de bedoeling geweest van Christus om monniken in hun schuilhoekje de mis te laten prevelen. Een presbyter is er om leiding te geven aan een gemeente. En juist monniken moeten geen openbare dienst beleggen, in hun klooster blijven en al helemaal niet de sacramenten bedienen.
[9] Daarnaast heb je dus de wereldgeestelijken, die voor een gedeelte bestaan uit de beneficiarissen, en mensen die leven van het onderhouden van de mis. Allebei de soorten wereldgeestelijkheid hebben te maken met misbruik en perverteringen. Ze doen de waardigheid van de presbyter teniet, Calvijn vindt het geen wettig ambt, omdat ze de inzetting van vroeger niet uitvoeren.
[10] Er zijn ook veel functies, die buiten de pracht en praal van ceremonieën geen enkele waarde hebben, er zit geen dienst aan de Kerk in door bijvoorbeeld woordverkondiging, tucht of zorg voor Sacramenten. Ze zullen niet eens weten wat de vereisten in de Bijbel zijn voor een presbyter. Kanunniken hadden ouderling(presbyter) moeten worden, andere titels hebben weinig tot niets te maken met degelijke kerkregering. Ze beweren wel presbyters te zijn, maar dat is gewoonweg niet waar.
[11] Bisschoppen en bestuurders van de parochies hebben een vroom en uitnemend ambt, maar voeren hier niet veel van uit. Meestal hebben ze de taken aan iemand anders overgedragen. Vaak komen ze niet een keer per jaar in hun kerk. Of ze houden alleen zaken in de gaten die opbrengst kunnen leveren.
[12] Bij Gregorius is al te lezen dat er een kiem van dit kwaad bestond in de Kerk. Hij schrijft erover dat de bestuurders nalatig werden in het geven van onderwijs. Hij klaagt in preken erover dat herders de taken laten liggen. Ook Bernardus van Clairvaux maakt in zijn tijd nog werk van dit probleem in zijn preken.
[13] Met het pausdom zoals Calvijn het kende was er geen grotere roversbende te vinden. Alles was in strijd met de inzetting van Christus en de oude Kerk en logisch nadenken. En toch verdedigen mensen zoals Pighius deze eerbiedwaardige hiërarchie als overgeleverd van vroeger. Maar de inzetting van vroeger heeft niets te maken met de chaos van die tijd. Nu is alles versplinterd en verward.
[14] Ook is er in de levenswandel van de priesters niks te zien van het zout der aarde zijn of het licht van de wereld zijn. Priesters zitten vol met ondeugden en zijn asociale lui. Veel, zo niet alle priesters zouden geëxcommuniceerd moeten worden volgens de maatstaven van de tucht van de oude kerkelijke bepalingen.
[15] En diakenen doen nu niet meer datgene waar ze voor aangesteld zijn, namelijk armenzorg. Behalve dan heel misschien als ze voor de consecratie de offergaven ophalen. Desondanks vroeger de kerkgangers eerst elkaar een kus gaven en hun gaven zelf naar voren brachten. Tegenwoordig(toen in Calvijns tijd dus) kan je beter je offergaven in zee gooien, dan heb je even grote kans dat ze bij de armen komen. Het fantasiediaconaat is de draak steken met de kerk. Het licht van Gods Woord is gedoofd en na zo de Kerk als het ware vermoord te hebben hebben ze de buit geplunderd.
Morgen lezen we boek IV.5.16 - IV.6.3
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[9] Daarnaast heb je dus de wereldgeestelijken, die voor een gedeelte bestaan uit de beneficiarissen, en mensen die leven van het onderhouden van de mis. Allebei de soorten wereldgeestelijkheid hebben te maken met misbruik en perverteringen. Ze doen de waardigheid van de presbyter teniet, Calvijn vindt het geen wettig ambt, omdat ze de inzetting van vroeger niet uitvoeren.
[10] Er zijn ook veel functies, die buiten de pracht en praal van ceremonieën geen enkele waarde hebben, er zit geen dienst aan de Kerk in door bijvoorbeeld woordverkondiging, tucht of zorg voor Sacramenten. Ze zullen niet eens weten wat de vereisten in de Bijbel zijn voor een presbyter. Kanunniken hadden ouderling(presbyter) moeten worden, andere titels hebben weinig tot niets te maken met degelijke kerkregering. Ze beweren wel presbyters te zijn, maar dat is gewoonweg niet waar.
[11] Bisschoppen en bestuurders van de parochies hebben een vroom en uitnemend ambt, maar voeren hier niet veel van uit. Meestal hebben ze de taken aan iemand anders overgedragen. Vaak komen ze niet een keer per jaar in hun kerk. Of ze houden alleen zaken in de gaten die opbrengst kunnen leveren.
[12] Bij Gregorius is al te lezen dat er een kiem van dit kwaad bestond in de Kerk. Hij schrijft erover dat de bestuurders nalatig werden in het geven van onderwijs. Hij klaagt in preken erover dat herders de taken laten liggen. Ook Bernardus van Clairvaux maakt in zijn tijd nog werk van dit probleem in zijn preken.
[13] Met het pausdom zoals Calvijn het kende was er geen grotere roversbende te vinden. Alles was in strijd met de inzetting van Christus en de oude Kerk en logisch nadenken. En toch verdedigen mensen zoals Pighius deze eerbiedwaardige hiërarchie als overgeleverd van vroeger. Maar de inzetting van vroeger heeft niets te maken met de chaos van die tijd. Nu is alles versplinterd en verward.
[14] Ook is er in de levenswandel van de priesters niks te zien van het zout der aarde zijn of het licht van de wereld zijn. Priesters zitten vol met ondeugden en zijn asociale lui. Veel, zo niet alle priesters zouden geëxcommuniceerd moeten worden volgens de maatstaven van de tucht van de oude kerkelijke bepalingen.
[15] En diakenen doen nu niet meer datgene waar ze voor aangesteld zijn, namelijk armenzorg. Behalve dan heel misschien als ze voor de consecratie de offergaven ophalen. Desondanks vroeger de kerkgangers eerst elkaar een kus gaven en hun gaven zelf naar voren brachten. Tegenwoordig(toen in Calvijns tijd dus) kan je beter je offergaven in zee gooien, dan heb je even grote kans dat ze bij de armen komen. Het fantasiediaconaat is de draak steken met de kerk. Het licht van Gods Woord is gedoofd en na zo de Kerk als het ware vermoord te hebben hebben ze de buit geplunderd.
Morgen lezen we boek IV.5.16 - IV.6.3
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Labels:
ambt,
Bernardus van Clairvaux,
bisschop,
diaken,
Gregorius I,
Hieronymus,
Kerk,
kerkregering,
lectiocalvini,
monnik,
Pighius,
presbyter,
Pseudo-Basilius
zaterdag 12 september 2015
12-09; Boek IV.4.11 - IV.5.1
Twee dagen later, er stonden vier dagen deze week, dus ik nam het er lekker van. Nu gaan we met Calvijn wat dieper de kerkgeschiedenis in wat betreft het ambt.
[11] Uit de geschiedenis, zoals het Concilie van Antiochië, is duidelijk te zien en vastgelegd dat er nooit een bisschop is gekozen tegen de wil van het volk in. Bij Augustinus en in de kerkelijke geschiedenis van Theodoretus is te zien dat bisschoppen hun opvolger mochten aanwijzen, maar deze nog steeds de instemming van het volk nodig had.
[12] Er is wel op het Concilie van Laodicea een besluit genomen om de verhoudingen geestelijkheid/volk in een besluit in balans te houden. De geestelijken maakten een keuze, deze werd voorgelegd aan de overheid, raad of de leiders. Na goedkeuring werd de zaak aan het volk voorgelegd. De kans op tumult of een verdeling in twee kampen van het volk werd zo voorkomen. Het volk werd ook van te voren geraadpleegd om geschikte kandidaten te vinden. Ook Leo I schrijft hierover.
[13] Deze manier van verkiezen was lang in gebruik gebleven, ook bij Gregorius in de zesde eeuw. Er zijn zo nog rondom het jaar duizend pausen verkozen. Alleen in Rome en Constantinopel was toestemming van de keizer nodig, omdat hij daar woonde. Ambrosius heeft ooit een keer in een ernstig verdeelde stad toezicht gehouden, maar dat was een noodsituatie. Dat soms de keizer om toestemming van een wijding werd gevraagd, is niet in tegenspraak met de regels, deze verhinderen juist dat een vorst buiten de kerkelijke regels om zomaar iemand kan aanstellen met machtsmisbruik. Dit is iets anders dan een keizer te eren met het bekrachtigen van een wettige verkiezing met zijn gezag.
[14] De wijding in de vroeger Kerk vond plaats met de metropoliet en de bisschoppen uit de provincie, zoals ook was vastgelegd in het Concilie van Nicea. Het blijkt dat ze vroeger ook bij de verkiezing aanwezig waren. Dit is wel in onbruik geraakt, reizen was niet zo makkelijk als nu en mensen konden in deze gang van zaken misbruik maken van de situatie. Cyprianus vermeldt dat het daarom voldoende was voor de andere bisschoppen om aanwezig te zijn bij de wijding en daar ook het onderzoek naar leer en leven te houden.
[15] Later vond de verbastering van deze gewoonte ingang, namelijk om na de verkiezing in de hoofdstad een verzoek tot wijding in te dienen. Dit ontspoorde later zo dat alle bisschoppen van Italië naar Rome gingen om hun verzoek toen Rome machtiger werd. Milaan deed niet mee an deze dingen. De Ceremonie bestond uit het opleggen van handen, van iets anders is niets te lezen. Bisschoppen hadden een plechtiger gewaad aan waardoor ze te onderscheiden waren van andere presbyters. Elke bisschop ordende zijn eigen presbyters en diakenen. Een presbyter en een bisschop verschilden alleen in de mogelijkheid die de laatste had om mensen te ordenen.
[1] Bovenstaande is ernstig vertekent onder het pausdom ten tijde van Calvijn. Dit laat hij zien door te onderzoeken hoe mensen nu tot bisschop kan worden gewijd. Een onderzoek is niet meer aan de orde. Daardoor zijn er laatste honderd jaar(toen) weinig bisschoppen gewijd met theologische kennis. Ook over het leven valt vaak wat te zeggen. Er zijn zelfs met toestemming van de paus jongens van nauwelijks tien jaar tot bisschop gewijd. Wie dit precies is weet ik niet, maar het klinkt ook in mijn oren als een slecht idee. Calvijn vindt dat de eerbied voor God bij de verkiezingen weg is.
Volgende week lezen we boek IV.5.1 - IV.5.7
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[11] Uit de geschiedenis, zoals het Concilie van Antiochië, is duidelijk te zien en vastgelegd dat er nooit een bisschop is gekozen tegen de wil van het volk in. Bij Augustinus en in de kerkelijke geschiedenis van Theodoretus is te zien dat bisschoppen hun opvolger mochten aanwijzen, maar deze nog steeds de instemming van het volk nodig had.
[12] Er is wel op het Concilie van Laodicea een besluit genomen om de verhoudingen geestelijkheid/volk in een besluit in balans te houden. De geestelijken maakten een keuze, deze werd voorgelegd aan de overheid, raad of de leiders. Na goedkeuring werd de zaak aan het volk voorgelegd. De kans op tumult of een verdeling in twee kampen van het volk werd zo voorkomen. Het volk werd ook van te voren geraadpleegd om geschikte kandidaten te vinden. Ook Leo I schrijft hierover.
[13] Deze manier van verkiezen was lang in gebruik gebleven, ook bij Gregorius in de zesde eeuw. Er zijn zo nog rondom het jaar duizend pausen verkozen. Alleen in Rome en Constantinopel was toestemming van de keizer nodig, omdat hij daar woonde. Ambrosius heeft ooit een keer in een ernstig verdeelde stad toezicht gehouden, maar dat was een noodsituatie. Dat soms de keizer om toestemming van een wijding werd gevraagd, is niet in tegenspraak met de regels, deze verhinderen juist dat een vorst buiten de kerkelijke regels om zomaar iemand kan aanstellen met machtsmisbruik. Dit is iets anders dan een keizer te eren met het bekrachtigen van een wettige verkiezing met zijn gezag.
[14] De wijding in de vroeger Kerk vond plaats met de metropoliet en de bisschoppen uit de provincie, zoals ook was vastgelegd in het Concilie van Nicea. Het blijkt dat ze vroeger ook bij de verkiezing aanwezig waren. Dit is wel in onbruik geraakt, reizen was niet zo makkelijk als nu en mensen konden in deze gang van zaken misbruik maken van de situatie. Cyprianus vermeldt dat het daarom voldoende was voor de andere bisschoppen om aanwezig te zijn bij de wijding en daar ook het onderzoek naar leer en leven te houden.
[15] Later vond de verbastering van deze gewoonte ingang, namelijk om na de verkiezing in de hoofdstad een verzoek tot wijding in te dienen. Dit ontspoorde later zo dat alle bisschoppen van Italië naar Rome gingen om hun verzoek toen Rome machtiger werd. Milaan deed niet mee an deze dingen. De Ceremonie bestond uit het opleggen van handen, van iets anders is niets te lezen. Bisschoppen hadden een plechtiger gewaad aan waardoor ze te onderscheiden waren van andere presbyters. Elke bisschop ordende zijn eigen presbyters en diakenen. Een presbyter en een bisschop verschilden alleen in de mogelijkheid die de laatste had om mensen te ordenen.
[1] Bovenstaande is ernstig vertekent onder het pausdom ten tijde van Calvijn. Dit laat hij zien door te onderzoeken hoe mensen nu tot bisschop kan worden gewijd. Een onderzoek is niet meer aan de orde. Daardoor zijn er laatste honderd jaar(toen) weinig bisschoppen gewijd met theologische kennis. Ook over het leven valt vaak wat te zeggen. Er zijn zelfs met toestemming van de paus jongens van nauwelijks tien jaar tot bisschop gewijd. Wie dit precies is weet ik niet, maar het klinkt ook in mijn oren als een slecht idee. Calvijn vindt dat de eerbied voor God bij de verkiezingen weg is.
Volgende week lezen we boek IV.5.1 - IV.5.7
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Labels:
ambt,
Athanasius,
Augustinus,
bisschop,
Concilie van Antiochië,
Concilie van Laodicea,
Cyprianus,
Keizer,
Kerk,
kerkregering,
lectiocalvini,
Leo I,
Theodoretus
dinsdag 8 september 2015
08-09; Boek IV.3.16 - IV.4.4
[16] En hoe bevestigen we een ambtsdrager? Met handoplegging, zoals de apostelen dat deden. Waarschijnlijk een uitvloeisel van een gewoonte van de Hebreeën en gebruikten de apostelen die om aan te geven dat ze de onder handen genomen ambtsdrager aan God opdroegen. Dit gebruik mag weer opnieuw ingevoerd worden als betekenis symbool, niet als iets bijgelovigs.
[1] Hoe was de kerkregering geregeld voor het pausdom? In de vroege kerk hadden de bisschoppen veel regelingen ingezet die schijnbaar tegen de Schrift ingingen, maar toch stevig door de Bijbel genormeerd was. Bij Hieronymus kom je vijf geledingen in de Kerk tegen, bisschoppen(opzieners), presbyters(ouderlingen of priesters), diakenen, gelovigen en doopleerlingen. Meer geestelijkheid of clerus en monniken kent hij geen plaats toe.
[2] De leerambten was dus de presbyter die uit hun midden per stad een bisschop kozen. Desondanks was de bisschop niet de baas over de priesters, hij was iemand die leiding gaf aan alles wat gebeurde met adviezen, raad en het peilen van meningen. De bisschop is een menselijk besluit om tweedracht in de gemeente te voorkomen. Presbyters moeten weten dat ze ondergeschikt aan de leiding zijn, bisschoppen moeten weten dat ze uit gewoonte boen de presbyters staan. Het is wel een oude gewoonte. Iedere stad had dus een groep presbyters, dus herders en leraren, die de taak die Paulus aan opzieners geeft, op zich te nemen. De bisschop stond er in zekere zin wel boven, maar moest zich toch voegen naar het besluit van deze vergadering. Er waren ook nog landbisschoppen, chorepiscopi, aangesteld als hulp in een groot gebied. Deze vertegenwoordigde de bisschop in minder belangrijke taken.
[3] Presbyters en bisschoppen moesten zich in ieder geval wijden aan de bediening van het Woord en de Sacramenten. Alleen in Alexandrië was een uitzondering omdat Arius daar de kerk in beroering had gebracht. In ieder geval werd van alle ambtsdragers door alle eeuwen heen verlangd dat ze hun taken uitvoerden. Ook in de tijd van Gregorius de Eerste was een niet prekende bisschop niet de bedoeling.
[4] Aartsbisschoppen en patriarchen, weer twee tredes boven de bisschop, werden op het concilie van Nicea ingesteld voor de handhaving van de tucht. Dit had echter beperkt praktisch nut. Zo werd er een hierarchie gekweekt, een woord waar Calvijn niet dol op is. Plus dat het meer is dan de Bijbel leert en meer dan de oude bisschoppen aan wilden.
Morgen lezen we boek IV.4.5 - IV.4.10
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[1] Hoe was de kerkregering geregeld voor het pausdom? In de vroege kerk hadden de bisschoppen veel regelingen ingezet die schijnbaar tegen de Schrift ingingen, maar toch stevig door de Bijbel genormeerd was. Bij Hieronymus kom je vijf geledingen in de Kerk tegen, bisschoppen(opzieners), presbyters(ouderlingen of priesters), diakenen, gelovigen en doopleerlingen. Meer geestelijkheid of clerus en monniken kent hij geen plaats toe.
[2] De leerambten was dus de presbyter die uit hun midden per stad een bisschop kozen. Desondanks was de bisschop niet de baas over de priesters, hij was iemand die leiding gaf aan alles wat gebeurde met adviezen, raad en het peilen van meningen. De bisschop is een menselijk besluit om tweedracht in de gemeente te voorkomen. Presbyters moeten weten dat ze ondergeschikt aan de leiding zijn, bisschoppen moeten weten dat ze uit gewoonte boen de presbyters staan. Het is wel een oude gewoonte. Iedere stad had dus een groep presbyters, dus herders en leraren, die de taak die Paulus aan opzieners geeft, op zich te nemen. De bisschop stond er in zekere zin wel boven, maar moest zich toch voegen naar het besluit van deze vergadering. Er waren ook nog landbisschoppen, chorepiscopi, aangesteld als hulp in een groot gebied. Deze vertegenwoordigde de bisschop in minder belangrijke taken.
[3] Presbyters en bisschoppen moesten zich in ieder geval wijden aan de bediening van het Woord en de Sacramenten. Alleen in Alexandrië was een uitzondering omdat Arius daar de kerk in beroering had gebracht. In ieder geval werd van alle ambtsdragers door alle eeuwen heen verlangd dat ze hun taken uitvoerden. Ook in de tijd van Gregorius de Eerste was een niet prekende bisschop niet de bedoeling.
[4] Aartsbisschoppen en patriarchen, weer twee tredes boven de bisschop, werden op het concilie van Nicea ingesteld voor de handhaving van de tucht. Dit had echter beperkt praktisch nut. Zo werd er een hierarchie gekweekt, een woord waar Calvijn niet dol op is. Plus dat het meer is dan de Bijbel leert en meer dan de oude bisschoppen aan wilden.
Morgen lezen we boek IV.4.5 - IV.4.10
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Abonneren op:
Posts (Atom)