Posts tonen met het label geweten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geweten. Alle posts tonen

vrijdag 9 oktober 2015

09-10; Boek IV.10.22 - IV.10.28

Calvijn gaat verder over de onnodige ceremoniën en zwakke consciënties van kerkgangers.

[22] Zo kan een trouw herder in een gemeente wel verbieden om vlees te eten of te werken op feestdagen(katholieke instellingen), niet om een nieuwe wet in te stellen, maar om geen ergernis bij zwakkere broeders te veroorzaken. De apostelen hebben in het apostelconvent gezegd dat het als een gebod van de Heere is om de zwakke broeder niet te ergeren. Daarom mag dit niet gebruikt worden om eigen tirannie uit te breiden over mensen.

[23] Maar toch moeten Calvijn c.s. zich onderwerpen aan het gezag omdat het hun niet is toegestaan zich hiervan te onttrekken. Dat vinden zijn tegenstanders. Maar vanuit het Woord is de vrijheid in Christus ons aangezegd, die van het geweten. God dienen volgens de regels van mensen is Jezus' heerschappij over ons wegnemen. God vindt dit belangrijk, Israëls fout was ook deels een eigen bedachte eredienst aan Hem. Eerbied voor God is namelijk Hem doenen op de manier zoals Hij dat geboden heeft. Ook al is de eigen godsdienst niet openlijk goddeloos ofzo. Menselijke bedenksels bederven de zuiverheid van de eredienst.

[24] Als mensen wisten dat het belangrijk is om alleen van God afhankelijk te zijn in de godsdienst zou duidelijk worden dat eigen bedachte regels niet vroom zijn, maar het voorschrijven van wetten aan God is, desondanks ze zich zelf ook aan deze wetten houden.

[25] De weerlegging hiervan is dat Samuël in Rama offerde, maar dit gaat niet op omdat de plaats van de ark nog niet bepaald was(1 Sam. 7:17). Manoah(Richt. 13:19) kreeg een opdracht van God en bedacht het niet zelf. Gideon bedacht wel iets zelf en dat nam God hem en het volk niet in dank af. Eigen verzinsels zijn een aantasting van echte deugdzaamheid.

[26] Jezus wil ook dat de leerlingen zich waakten voor het zuurdesem van de leringen van Farizeeën, niet dat ze hun lasten droegen. De mensen moesten niet het voorbeeld van de Farizeeën volgen, maar wel van hun leren omdat ze op de stoel van Mozes zaten.

[27] Een andere dwaling is dan weer van ongeletterde mensen die alle kerkelijke inzettingen afschaffen. Maar er is in iedere gemeenschap toch een ordening nodig om de eenheid en vrede te garanderen, ook in de Kerk. Er zijn zoals in iedere samenleving wetten en vaste rituelen nodig. Anders wordt de Kerk uiteengeslagen. Maar de regels ogen niet als noodzakelijk voor de zaligheid beschouwd worden.

[28] Goede regels zorgen dat alles in de vergadering van gelovigen op betamelijke en waardige wijze plaatsvindt zodat alles bijeen wordt gehouden door banden van beschaving en ingetogenheid. Betamelijk is dat er ceremoniën zijn die eerbied opwekken en aanzetten tot vroomheid., maar ook ingetogenheid en waardigheid laten zien.

Morgen lezen we boek IV.10.29 - IV.11.1

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

donderdag 8 oktober 2015

08-10; Boek IV.10.16 - IV.10.21

[16] Met wat hier is gezegd probeert Calvijn niet alleen voor zijn tijd wat in te stellen, maar een regel die in alle eeuwen nuttig is. Gods vloek voor verblinding en verstandsverbijstering voor diegene die Hem eigenzinnig eren gelden voor alle tijden. De regel dat wetten buiten het Woord om over het dienen van God en het binden van gewetens aan bepaalde manier van godsdienst door de gelovigen dienen te worden afgewezen is de kern van het betoog van Calvijn.

[17] Maar de RKK zegt dat de tradities als openbaring van de Heilige Geest gelden omdat de Kerk geleid wordt door God en zo niet kan dwalen. Daar is al het nodige over gezegd, maar Calvijn benadrukt dat Jezus een Kerk wil die zich an Zijn inzettingen houdt en er niets afdoet of bijdoet. Zo valt te zien dat de term kerk bij Calvijns tegenstanders een dekmantel is om te wentelen in eigen bedenksels. De Wet blijft en profetieën en evangelisten zijn eerder vervullingen dan aanvullingen.

[18] Daarom keert Calvijn zich met een gerust hart tegen de tirannie van menselijke tradities. De Kerk kan je geen grotere eer bewijzen dan gehoorzaamheid, wat Calvijn nu doet. Aansluiten bij het oordeel van de Kerk is dus zoeken wat de Heere ons en Zijn Kerk heeft voorgeschreven. De roomse leer kan dus ook niet teruggaan op de apostolische tradities omdat deze leer de eredienst zuiver wilde houden en ook de gewetens van mensen niet wilde bezwaren. Calvijn vindt het belachelijk dat datgene wat de apostelen niet begrepen en door de handelingen van de Kerk uiteindelijk in de traditie is beland, te gebruiken als basis voor de joodse en heidense rituele die Christus verbergen en onwetende priesters opvoeren. Enkele noodzakelijke maatregelen die bisschoppen na da apostelen hebben ingezet werden daarna door bisschoppen met een verkeerde naijver overtroeft. Alsof het om een wedstrijdje wettenschrijven ging.

[19]Een voorbeeld is het Heilig Avondmaal. Dit was bij de apostelen heel sober. Hun directe opvolgers hebben om de waardigheid van het sacrament meer luister bij te zetten een en ander toegevoegd wat niet af te keuren is. Maar hun opvolgers hebben er veel dingen bijgeplaatst en doen alsof het direct teruggaat op de apostelen. Met een woord van Augustinus wordt dit gerechtvaardigd(hij benadrukt de apostolische inzettingen en het gezag van de concilies), maar Augustinus heeft het over de eenvoudige en sobere ceremoniën uit zijn tijd, niet over de tijd van Calvijn, waarin heet al uitgebreider was.

[20] Wijwater is een ander voorbeeld waar direct apostelen geldt als bron, terwijl de geschiedenisboeken bisschop van Rome Alexander I(109-116) noemen. Wat Calvijn trouwens betwijfeld, aangezien Augustinus de voetwassing niet meer gebruikte omdat het teveel op de Doop leek. Ook wil Calvijn meer zekerheid dan de vermoedens van Augustinus in andere zaken. En zelfs dan mag het niet als verplicht gesteld worden. In ieder geval zijn er veel inzettingen geweest die tot misbruik leidden dus nu zonder wroeging afgeschaft mogen worden.

[21] Het apostelconvent in Ahnd. 15 gedlt als voorbeeld en hielden Calvijns tegenstanders zich hier maar aan. De apostelen gingen niet op eigen gezag aan de gang en legden ook niet in eigen gezag een juk op. De heidenen worden met een beroep op naastenliefde(wat ook een gebod is) ontheven aan de plicht van de Wet. Heidenen moeten gebruik maken van hun vrijheid zonder hun broeders te ergeren.

Morgen lezen we boek IV.10-22 - IV.10.28

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

maandag 5 oktober 2015

05-10; Boek IV.10.3 - IV.10.8

Week 40 van Lectio Calvini. Ik weet niet of er nog mensen meelezen, maar nu is het nog maar tien weken lezen. Dit is 4/5 van het rooster.

[3] Calvijn moet even wat uitleggen over het geweten, als hij zegt dat de roomse kerk de gewetens teistert. Er moet namelijk een onderscheid maken tussen wat dan de uitwendige rechterstoel heet en de rechterstoel van het geweten. De laatste is een directe link waarin de mens zich voor het oordeel en de rechterstoel van God geplaatst weet. Het is het weten dat er iets niet verborgen kan blijven. Het is een bewaker die kijkt naar alles wat er in de mens schuil gaat.

[4] Volgens Paulus is het geweten een levende genegenheid om God te dienen en oprecht en vroom te leven. Het geweten ziet op God en is gebonden door de Wet. Met middelmatige zaken is het wel zo dat een wet als bijvoorbeeld over het offervlees eten, een uiterlijke handeling bindt, maar het geweten vrij laat.

[5] Mensenwetten daarentegen hebben niets met het geweten te maken. Maar in par. 3 wordt wel een probleem geschetst dat we de overheid moeten gehoorzamen om het geweten(Rom. 13:1), maar de overheid gaat niet over de gewetens. Maar dit is dus dat we in algemene zin, en niet in bijzondere zin in ons geween gebonden worden. God heeft namelijk wel de overheden verordend en laat ons die gehoorzamen. Ook binden de goede en rechtvaardige wetten niet het geweten omdat ze gehoorzamen een algemene strekking heeft en ligt niet gelegen in de dingen die geboden worden.

[6] De bisschoppen zegen dat ze de macht hebben om nieuwe wetten in te stellen die het christenvolk noodzakelijk moet onderhouden. Calvijn erkend deze bisschoppen niet als bisschop, maar zal toch een uitwerking van de echte macht en gezag van de bisschoppen uitwerken.

[7] De Wet is volmaakt en mensen kunnen hier niets aan toevoegen. Wie oordeel heeft over de Wet plaatst zich als rechter verboden. Oordeel over leven en dood komt toe aan Hem die zeggenschap heeft over de ziel, dat komt geen mens toe. God is de enige Rechter van de zielen. Gezag over mensen voeren of liever tegen mensen voeren is afgoderij omdat het op mensen overdraagt wat alleen op God van toepassing is.

[8] God is de enige Wetgever, dus mogen mensen dat niet op zichzelf toepassen. God wil dus Zijn wil als volmaakt norm voor heiligheid en gerechtigheid laten zijn, waarin de kennis van de goede manier van leven ligt. En dat we ons door Zijn wil laten leiden. Dit zie je in de Bijbel terug waar Paulus schrijft tegen mensen die de gemeenten onder nieuwe lasten willen stoppen, in Kol. 2 en Gal. 5.

Morgen lezen we boek IV.10.9 - IV.10.15

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

vrijdag 2 oktober 2015

02-10; IV.9.12 - IV.10.2

[12] Als uiteindelijk argument zeggen de roomse tegenstanders van Calvijn dat het woord blijft gelden dat concilies gehoorzaamd moeten worden. Maar als Jozua werd gewijd en geen centimeter mocht afwijken van de Wet, mogen roomse ambtsdragers dat zeker niet. Ook waarschuwt God in de Bijbel vaak om valse profeten niet te volgen en om geesten te beproeven. Als dit waar is hoeven we niet op basis van titels ons mee te laten sleuren in een afgrond door wie dan ook.

[13] Een synode of concilie is een prachtmiddel om een geschil in een leerstuk op te lossen. Dat is handiger dan ieder voor zich, ook is het overleg hoe het leerstuk vormgegeven moet worden makkelijker en het is de manier waarop Paulus instelt dat de kerken zich moeten gedragen. Zo zijn het arianisme en het nestorianisme op concilies uitgebannen.

[14] De roomse kerk heeft een ander idee van concilies en gebruikt dit om leerstellingen waarover de Schrift niets zeg(vagevuur, tussenkomst van heiligen, oorbiecht) te bekrachtigen. Zo zijn verkeerde Schriftuitleggingen die tegen de Bijbel ingaan bekrachtigd op concilies, zoals dat alleen de priester bij het Heilig Avondmaal de wijn drinkt, het verbod op trouwen voor priesters. Ook is niet duidelijk op wel concilie is besloten dat de macht over de uitleg ligt bij een concilie.

[1] Het tweede deel was de macht om wetten uit te vaardigen. Net als farizeeërs hebben de Roomsen de kerkgangers vermoeid met de last van tradities die ze zelf niet wensten te dragen, zoals bijv de biecht. Het is de vraag of de Kerk gewetens mag binden met wetten over hoe God gediend kan worden zoals het moet. Het is gebruikelijk geworden om alles waarbij door mensen besloten is over de dienst van God die niet rechtstreeks uit het Woord voortkomen, menselijke overleveringen te  noemen. Daar strijd Calvijn tegen omdat het wetten zijn voor de ziel die nodig zijn om het eeuwige leven te verkrijgen. Dit doet de macht van de enige Koning te kort, namelijk Jezus.

[2] De inzettingen zijn zwaar en zonder godsvrucht. Ze zouden kunnen leren van Paulus die geen strik voor gewetens wilde leggen. De inzettingen van de roomse kerk zijn veel en niet uit te voeren.

Volgende week lezen we boek IV.10.3 - IV.10.8

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

zaterdag 18 juli 2015

17-07; Boek III.19.8 - III.19.12

[8]Met het woord van Paulus in Rom. 14:14 laat Calvijn zien dat het geweten uiteindelijk het laatste woord heeft in de christelijke vrijheid. Het gaat erom dat je in de middelmatige uitwendige zaken dat wat je doet, voor Gods aangezicht kunt verantwoorden. God heeft goederen gegeven, dus mogen we Hem ervoor danken. Ook ceremoniële handelingen hoeven ons geweten niet te beangstigen, als we het maar tot stichting gebruiken.

[9] De christelijke vrijheid is een geestelijke vrijheid en zeker geen smoes om je eigen begeertes te volgen of om geen rekening te hoeven houden met zwakke broeders. Er zijn mensen die hun rijkdom goedpraten met dat geld uiteindelijk maar een middelmatige zaak, daarom valt het onder de christelijke vrijheid. Calvijn is het daarmee wel eens, maar als je zwelgt in bezit en rijkdom, ermee loopt te patsen en steeds meer en nieuwer wilt worden je bezittingen bezoedelt en worden zondig. Het staat ver van het wettig gebruik van Gods gaven af. Zonder matigheid of soberheid is alles al snel zondig. Iedereen moet tevreden zijn met wat-ie heeft in het besef dat God voedt om te leven.

[10] Er zijn ook weer mensen die de christelijke vrijheid niet scherp toepassen. Ze denken dat de christelijke vrijheid alleen lijkt te bestaan als andere mensen het zien. Calvijn heeft het over vlees eten op vrijdag, een katholieke vastendag. Sommige mensen gaan dan juist vlees eten, demonstratief. Maar de christelijke vrijheid bestaat voor God en niet voor mensen. Vrijheid is zowel in dingen wel doen, als in dingen niet doen. De grote fout erin is dat de broeders ook geërgerd worden, God heeft ons zwakke broeders gegeven om voor te zorgen.

[11] Calvijn geeft een korte uitwerking van ergernis. Er zijn er twee, ergernis die je geeft, waarbij de schuld voor de veroorzaakte ergernis ligt bij de handelend persoon. En ergernis die ontvangen wordt, buiten de schuld van de persoon die iets doet om, maar door de schuld van een bijstander. Bij de eerste soort gaat het volgens de Bijbel om geen ergernis te geven aan de zwakken in het geloof. We moeten dan niet onszelf behagen, maar de ander steunen en stichten. Bij de tweede ergernis, die vooral bij Farizeeërs voorkomt, moeten we ons er niet zoveel van aantrekken.

[12] Het is wel handig om een juist onderscheid te hanteren tussen zwakken en Farizeeërs. De regel die Calvijn geeft om de christelijke vrijheid te hanteren is dat we gebruik moeten maken van de christelijke vrijheid als het de naaste sticht, maar niet als het niet in die zin het belang van de naaste dient. Uiteindelijk is de christen een vrij man in uitwendige zaken om beter de plichten van de naastenliefde te kunnen vervullen. Dat is ook het verschil tussen de besnijdenissen van Timotheüs en Titus(die dus uiteindelijk niet werd besneden omdat het zeurende Farizeeërs waren).

Volgende week lezen we boek III.19.13 - III.19.16

Les deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

maandag 29 juni 2015

29-06; Boek III.12.6 - III.3.3

Week 26 van Lectio Calvini, gaat lekker!

[6] Ootmoed is de totale ontlediging van het zelf, wie nog een klein beetje rechtvaardiging achter houdt is niet ootmoedig en is zelfs niet bescheiden. Ootmoed is verslagen neerliggen in je armoede. Het gaat om de verbrijzeling van het hart, die je het onmogelijk maakt om op te staan.

[7] De vergelijking van de tollenaar spreekt boekdelen(Luk. 18) De tollenaar heeft oprechte verootmoediging. De farizeeër erkent dat zijn gerechtigheid een gave van God is, maar de manier waarop hij hiermee omgaat leidt hem direct weg van het aangezicht van God als onwelgevallig en gehaat. Ons hart zit zo dus direct op slot en kan de barmhartigheid niet ontvangen. Jezus is gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar de zondaren.

[8] We moeten ons ontdoen van de ongevoeligheid voor zonden en de toorn van God, als ook van vertrouwen in onszelf, om tot Christus te vluchten en door Hem vervuld te worden. We kunnen alleen getroost worden als we niet van alle troost in onszelf afzien.

[1] Gods eer staat als een huis en hier is niks aan af te dingen. Wie in zichzelf roemt doet Gods eer te kort, dit laat de Bijbel ook vaak genoeg zien. Gods eer wordt op de juiste manier gezien als God als enige rechtvaardig wordt gezien.

[2]In jezelf roemen is tegen God roemen is de vuistregel van Calvijn. Tegenover God is zelfvertrouwen ongepast, want zo'n vertrouwen is roemen in zichzelf. Alles wat de mens aan rechtvaardigheid voor zichzelf claimt, rooft hij in dezelfde mate van de goddelijke gerechtigheid.

[3] "Wie al zeggen: ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben gereinigd van mijn zonde'?(Spr. 20:9) Van Calvijn mag je het proberen, maar bij gewetensonderzoek komt er genoeg bovendrijven om geoordeeld te worden naar zijn werken. Er kunnen dan twee dingen gebeuren, of rust vinden in Zijn oordeel, of bevangen worden dor de verschrikkingen van de hel. Ons geloof zou leeg zijn als de gerechtigheid uit de werken was. Mensen zullen zichzelf daarom of bedriegen of wanhopen. Maar geloof is moed putten uit een standvastige zekerheid en een onwrikbare gerustheid als vaste grond.

Morgen lezen we boek III.13.4 - III.14.5

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

vrijdag 26 juni 2015

26-06; Boek III.12.1 - III.12.5

[1]We moeten onze rechtvaarfigheid niet afmeten als voor een gewone rechtbank, maar voor de rechterstoel van God in de hemel, dat zorgt ervoor dat je niet hoog van jezelf opgeeft. Want daar is zo'n zuiverheid nodig die je niet bij mensen vindt. De heiligheid van God is zo groot dat God de heiligheid van de engelen nog niet genoeg vindt, niemand kan in die zin zo voor God komen. Daarom vindt Calvijn het vreemd dat veel mensen zo zorgeloos zijn terwijl ieder die de Wet niet onderhoudt, vervloekt is. Job stond te kijken van de heiligheid van God, die blijkbaar nog verder gaat dan alleen de onderhouding van de Wet.

[2]Mensen kunnen elkaar onderling goed vergelijken en daardoor roemen, maar wie naar God kijkt komt daar zo'n complete andere categorie tegen dat je wel begint te sidderen en zo heel snel het roemen in rechtvaardigheid afleert. God verafschuwt roemen in eigen rechtvaardigheid. [3]Dit is niet alleen bijbels, maar ook de manier hoe Bernardus van Clairvaux en Augustinus erover dachten. Die vertrouwden op Christus en niet op werken.

[4]In Gods oordeel zullen alle diepst verborgen gedachtes en gevoelens openbaar komen, God doorlicht de mens totaal. Het vertrouwen op God is het enige wat het geweten als toevluchtsoord kan ervaren. In zo'n streng oordeel helpen goede werken niet, de beste werken blijken nog onzuiver in Gods ogen.

[5]Mesen onderzoeken zichzelf altijd positiever dan God peilt. We moeten daarom in ons gewetenonderzoek voor de rechterstoel van God komen. Dit laat ons hart buigen voor God als voorbereiding op genade. Alleen wie alle verhevenheid van hart heeft laten varen kan genade genieten.

Volgende week gaan we beginnen met de tweede helft van het jaar en lezen we boek III.12.6 - III.13.3

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com