En dan nu over de sacramenten die geen sacramenten zijn.
[1] Nu gaat Calvijn in tegen de algemene opvatting van vijf sacramenten. Calvijn zal ze bespreken zonder alle opsmuk erbij. De discussie moet dan beginnen over het woord Sacrament, je kan met andere zaken een woord kiezen en het definiëren naar believen, maar het woord Sacrament is anders. De roomse theologen hanteren de definitie van een Sacrament dat het een zichtbare gestalte van een onzichtbare genade is. Het zijn vaten van de Heilige Geest, instrumenten tot gerechtigheid en oorzaken om genade te verkrijgen. Di geldt wat hun betreft niet voor de Sacramenten uit het OT. Het woord wordt wel toegepast op willekeurige rituelen als het laatste oliesel en bijzonder geacht omdat het een Sacrament zou zijn. Maar Calvijn treft geen belofte en gevel aan in de Bijbel voor het laatste oliesel.
[2] Een Sacrament is bedoeld voor een mensengeweten te sterken met een beloften. En alleen God kan van Zichzelf getuigen en kan dus Sacramenten instellen. Je moet wel een onderscheid maken tussen Sacramenten en ceremoniën, anders worden de manieren die de heiligen in de Bijbel deden opeens een Sacrament. Calvijn vindt het bijzaken, maar merkt wel nadelige gevolgen van de verwarring tussen Sacrament en ceremonie.
[3] Het doet Calvijn niks dat men de Oude Kerk als argument erbij haalt, nergens wordt een melding gedan van zeven Sacramenten, ook is het niet bekend wanneer de zeven de Kerk zijn binnengeslopen. Vroeger was het woord Sacrament wel wat losser gebruikt. Maar het blijkt in ieder geval uit werk van Augustinus dat er sowieso twee waren, Doop en Avondmaal en dat er over andere Sacramenten hiernaast wordt gezwegen.
[4] De comfirmatie, dit was voor de kinderen van gelovigen een punt dat ze geloofsbelijdenis aflegden voor de bisschop, waarna ze de handen opgelegd krijgen. Calvijn verwart hier volgens de voetnoten he gebruik van ketters die weer in de Kerk worden opgenomen en niet opnieuw gedoopt hoeven te worden. Mijns insziens bedoelt Calvijn alleen te zeggen dat het handen opleggen en bevestigen van volwaardig gemeentelid zijn te maken met de Doop, maar niet als een handeling los van de Doop. Er wordt niet nieuwe genade aangezegd. Dat is in de Doop al gebeurd
[5] Later is dit dus een Sacrament geworden, de confirmatie. Dit zou de genade van de Doop vermeerderen. Er wordt gezalfd en mensen worden toegesproken. Maar er is geen woord van in de Bijbel te vinden. De vraag die Calvijn stelt o de confirmatie als Sacrament uit de mensen of uit de hemel is.
[6] Maar de roomsen voeren het voorbeeld van de apostelen aan in Hand. 8. De Samaritanen kregen de heilige Geest door de handoplegging. Calvijn denkt eerder dat de handoplegging een teken was van bijzondere aanbeveling bij God, een ceremonie, niet een diepere verborgenheid. Het hoorde dan ok bij de apostelen, maar de apostelen en de wondertekens die ze verrichtten door handoplegging zijn nu niet meer in de Kerk. Niet dat de Kerk zonder iets is gebleven, ze heeft het Woord.
Volgende week maandag lezen we boek IV.19.7 - IV.19.13
Posts tonen met het label apostelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label apostelen. Alle posts tonen
vrijdag 4 december 2015
donderdag 8 oktober 2015
08-10; Boek IV.10.16 - IV.10.21
[16] Met wat hier is gezegd probeert Calvijn niet alleen voor zijn tijd wat in te stellen, maar een regel die in alle eeuwen nuttig is. Gods vloek voor verblinding en verstandsverbijstering voor diegene die Hem eigenzinnig eren gelden voor alle tijden. De regel dat wetten buiten het Woord om over het dienen van God en het binden van gewetens aan bepaalde manier van godsdienst door de gelovigen dienen te worden afgewezen is de kern van het betoog van Calvijn.
[17] Maar de RKK zegt dat de tradities als openbaring van de Heilige Geest gelden omdat de Kerk geleid wordt door God en zo niet kan dwalen. Daar is al het nodige over gezegd, maar Calvijn benadrukt dat Jezus een Kerk wil die zich an Zijn inzettingen houdt en er niets afdoet of bijdoet. Zo valt te zien dat de term kerk bij Calvijns tegenstanders een dekmantel is om te wentelen in eigen bedenksels. De Wet blijft en profetieën en evangelisten zijn eerder vervullingen dan aanvullingen.
[18] Daarom keert Calvijn zich met een gerust hart tegen de tirannie van menselijke tradities. De Kerk kan je geen grotere eer bewijzen dan gehoorzaamheid, wat Calvijn nu doet. Aansluiten bij het oordeel van de Kerk is dus zoeken wat de Heere ons en Zijn Kerk heeft voorgeschreven. De roomse leer kan dus ook niet teruggaan op de apostolische tradities omdat deze leer de eredienst zuiver wilde houden en ook de gewetens van mensen niet wilde bezwaren. Calvijn vindt het belachelijk dat datgene wat de apostelen niet begrepen en door de handelingen van de Kerk uiteindelijk in de traditie is beland, te gebruiken als basis voor de joodse en heidense rituele die Christus verbergen en onwetende priesters opvoeren. Enkele noodzakelijke maatregelen die bisschoppen na da apostelen hebben ingezet werden daarna door bisschoppen met een verkeerde naijver overtroeft. Alsof het om een wedstrijdje wettenschrijven ging.
[19]Een voorbeeld is het Heilig Avondmaal. Dit was bij de apostelen heel sober. Hun directe opvolgers hebben om de waardigheid van het sacrament meer luister bij te zetten een en ander toegevoegd wat niet af te keuren is. Maar hun opvolgers hebben er veel dingen bijgeplaatst en doen alsof het direct teruggaat op de apostelen. Met een woord van Augustinus wordt dit gerechtvaardigd(hij benadrukt de apostolische inzettingen en het gezag van de concilies), maar Augustinus heeft het over de eenvoudige en sobere ceremoniën uit zijn tijd, niet over de tijd van Calvijn, waarin heet al uitgebreider was.
[20] Wijwater is een ander voorbeeld waar direct apostelen geldt als bron, terwijl de geschiedenisboeken bisschop van Rome Alexander I(109-116) noemen. Wat Calvijn trouwens betwijfeld, aangezien Augustinus de voetwassing niet meer gebruikte omdat het teveel op de Doop leek. Ook wil Calvijn meer zekerheid dan de vermoedens van Augustinus in andere zaken. En zelfs dan mag het niet als verplicht gesteld worden. In ieder geval zijn er veel inzettingen geweest die tot misbruik leidden dus nu zonder wroeging afgeschaft mogen worden.
[21] Het apostelconvent in Ahnd. 15 gedlt als voorbeeld en hielden Calvijns tegenstanders zich hier maar aan. De apostelen gingen niet op eigen gezag aan de gang en legden ook niet in eigen gezag een juk op. De heidenen worden met een beroep op naastenliefde(wat ook een gebod is) ontheven aan de plicht van de Wet. Heidenen moeten gebruik maken van hun vrijheid zonder hun broeders te ergeren.
Morgen lezen we boek IV.10-22 - IV.10.28
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[17] Maar de RKK zegt dat de tradities als openbaring van de Heilige Geest gelden omdat de Kerk geleid wordt door God en zo niet kan dwalen. Daar is al het nodige over gezegd, maar Calvijn benadrukt dat Jezus een Kerk wil die zich an Zijn inzettingen houdt en er niets afdoet of bijdoet. Zo valt te zien dat de term kerk bij Calvijns tegenstanders een dekmantel is om te wentelen in eigen bedenksels. De Wet blijft en profetieën en evangelisten zijn eerder vervullingen dan aanvullingen.
[18] Daarom keert Calvijn zich met een gerust hart tegen de tirannie van menselijke tradities. De Kerk kan je geen grotere eer bewijzen dan gehoorzaamheid, wat Calvijn nu doet. Aansluiten bij het oordeel van de Kerk is dus zoeken wat de Heere ons en Zijn Kerk heeft voorgeschreven. De roomse leer kan dus ook niet teruggaan op de apostolische tradities omdat deze leer de eredienst zuiver wilde houden en ook de gewetens van mensen niet wilde bezwaren. Calvijn vindt het belachelijk dat datgene wat de apostelen niet begrepen en door de handelingen van de Kerk uiteindelijk in de traditie is beland, te gebruiken als basis voor de joodse en heidense rituele die Christus verbergen en onwetende priesters opvoeren. Enkele noodzakelijke maatregelen die bisschoppen na da apostelen hebben ingezet werden daarna door bisschoppen met een verkeerde naijver overtroeft. Alsof het om een wedstrijdje wettenschrijven ging.
[19]Een voorbeeld is het Heilig Avondmaal. Dit was bij de apostelen heel sober. Hun directe opvolgers hebben om de waardigheid van het sacrament meer luister bij te zetten een en ander toegevoegd wat niet af te keuren is. Maar hun opvolgers hebben er veel dingen bijgeplaatst en doen alsof het direct teruggaat op de apostelen. Met een woord van Augustinus wordt dit gerechtvaardigd(hij benadrukt de apostolische inzettingen en het gezag van de concilies), maar Augustinus heeft het over de eenvoudige en sobere ceremoniën uit zijn tijd, niet over de tijd van Calvijn, waarin heet al uitgebreider was.
[20] Wijwater is een ander voorbeeld waar direct apostelen geldt als bron, terwijl de geschiedenisboeken bisschop van Rome Alexander I(109-116) noemen. Wat Calvijn trouwens betwijfeld, aangezien Augustinus de voetwassing niet meer gebruikte omdat het teveel op de Doop leek. Ook wil Calvijn meer zekerheid dan de vermoedens van Augustinus in andere zaken. En zelfs dan mag het niet als verplicht gesteld worden. In ieder geval zijn er veel inzettingen geweest die tot misbruik leidden dus nu zonder wroeging afgeschaft mogen worden.
[21] Het apostelconvent in Ahnd. 15 gedlt als voorbeeld en hielden Calvijns tegenstanders zich hier maar aan. De apostelen gingen niet op eigen gezag aan de gang en legden ook niet in eigen gezag een juk op. De heidenen worden met een beroep op naastenliefde(wat ook een gebod is) ontheven aan de plicht van de Wet. Heidenen moeten gebruik maken van hun vrijheid zonder hun broeders te ergeren.
Morgen lezen we boek IV.10-22 - IV.10.28
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
zaterdag 19 september 2015
19-09; Boek IV.4.10 - UV.10.16
[10] Het is duidelijk dat Christus niet meer zichtbaar aanwezig is in de Kerk, maar Zich wel vertoont in de ambten die Hij wil gebruiken. Dit wordt duidelijk uit Efeze 4, waarin niks staat over een opperpriester of iets wat lijkt op een paus. Er wordt niet gesproken over hiërarchie. Men kan dus ook niet de aardse hiërarchie vergelijken met een hemelse, zoals sommige roomsen doen, maar we moeten blijven met wat is ingezet doot Jezus.
[11] Maar zelfs als Calvijn toe zou geven dat Petrus een eeuwigdurende opvolging had gekregen, waaruit volgt dan dat dit gebonden was aan Rome? Als de reden is dat Petrus in Rome is gestorven zouden de Joden de zetel van het primaat in de woestijn moeten hebben, waar Mozes gestorven is.
[12] Het is logisch om te denken dat de eerste gemeente waar Petrus was het primaatschap bezit. Dat zou de kerk van Antiochië zijn. Desondanks heeft Paus Marcellus geschreven aan de ouderlingen van Antiochië dat de stoel van Petrus naar Rome is gekomen. Calvijn vraagt nu of het privilege aan de persoon of aan de zaak of aan allebei is verbonden, want de prakijtk is onduidelijk. En Calvijn zal tegen iedere keuze ingaan natuurlijk.
[13] Maar zelfs dan. Waarom is Antiochië niet de tweede gemeente in rangorde geworden? Waarom zijn de kerken niet gerangschikt naar de apostelen? Paulus noemt drie pilaren van de kerk, Jakobus, Petrus en Johannes, hoe is de rangorde van hun gemeentes in Jeruzalem en Efeze? Blijkbaar klopt er toch iets niet.
[14] Calvijn trekt in twijfel of Petrus ooit wel in Rome heeft gezeteld. Uit Galaten is te lezen dat Petrus ongeveer 20 jaar na de dood van Christus in Jeruzalem is geweest en daarna naar Antiochië is gegaan, voor een periode die verschillend wordt vermeld door schrijvers. In ieder geval is het lastig dat Nero's heerschappij, waaronder Petrus ter dood gebracht is, was afgelopen, 37 jaar na de dood van Christus. Dus dan moeten er 17 jaren verdeeld worden voor Petrus' zetelen. Hij kan dus niet, of heel kort in Rome een zetel hebben gehad. Ook noemt Paulus Petrus niet als hij in de brief aan de Romeinen schrijft, zelfs niet in de lange lijst van mensen die hij groet.
[15] Ook in verdere stukken in de Bijbel wordt er geen blijk gegeven van Petrus in Rome. Ook bij de kerkvaders Eusebius, Irenaeus, Tertullianus en Augustinus verschillen de verhalen onderling zo groot dat het onmogelijk is om te achterhalen wat er toen werkelijk gebeurd is. Calvijn wil accepteren dat Petrus in Rome is gestorven, maar dat hij er bisschop is geweest niet.
[16] De vroege Kerk wordt ook verdraaid om het primaatschap van de paus te handhaven. Nu volgt Calvijn de vroege Kerk wel in het ontzag voor de kerk van Rome vanwege de opbouw tijdens de bediening van Petrus, dat er in Rome veel geleerde en wijze mannen waren omdat het de hoofdstad was en omdat Rome een rustigere gemeente was en daarom als derde partij kon bemiddelen in de meer opvliegende karakters uit Azië en Africa.
Volgende week lezen weboek IV.6.17 - IV.7.4
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[11] Maar zelfs als Calvijn toe zou geven dat Petrus een eeuwigdurende opvolging had gekregen, waaruit volgt dan dat dit gebonden was aan Rome? Als de reden is dat Petrus in Rome is gestorven zouden de Joden de zetel van het primaat in de woestijn moeten hebben, waar Mozes gestorven is.
[12] Het is logisch om te denken dat de eerste gemeente waar Petrus was het primaatschap bezit. Dat zou de kerk van Antiochië zijn. Desondanks heeft Paus Marcellus geschreven aan de ouderlingen van Antiochië dat de stoel van Petrus naar Rome is gekomen. Calvijn vraagt nu of het privilege aan de persoon of aan de zaak of aan allebei is verbonden, want de prakijtk is onduidelijk. En Calvijn zal tegen iedere keuze ingaan natuurlijk.
[13] Maar zelfs dan. Waarom is Antiochië niet de tweede gemeente in rangorde geworden? Waarom zijn de kerken niet gerangschikt naar de apostelen? Paulus noemt drie pilaren van de kerk, Jakobus, Petrus en Johannes, hoe is de rangorde van hun gemeentes in Jeruzalem en Efeze? Blijkbaar klopt er toch iets niet.
[14] Calvijn trekt in twijfel of Petrus ooit wel in Rome heeft gezeteld. Uit Galaten is te lezen dat Petrus ongeveer 20 jaar na de dood van Christus in Jeruzalem is geweest en daarna naar Antiochië is gegaan, voor een periode die verschillend wordt vermeld door schrijvers. In ieder geval is het lastig dat Nero's heerschappij, waaronder Petrus ter dood gebracht is, was afgelopen, 37 jaar na de dood van Christus. Dus dan moeten er 17 jaren verdeeld worden voor Petrus' zetelen. Hij kan dus niet, of heel kort in Rome een zetel hebben gehad. Ook noemt Paulus Petrus niet als hij in de brief aan de Romeinen schrijft, zelfs niet in de lange lijst van mensen die hij groet.
[15] Ook in verdere stukken in de Bijbel wordt er geen blijk gegeven van Petrus in Rome. Ook bij de kerkvaders Eusebius, Irenaeus, Tertullianus en Augustinus verschillen de verhalen onderling zo groot dat het onmogelijk is om te achterhalen wat er toen werkelijk gebeurd is. Calvijn wil accepteren dat Petrus in Rome is gestorven, maar dat hij er bisschop is geweest niet.
[16] De vroege Kerk wordt ook verdraaid om het primaatschap van de paus te handhaven. Nu volgt Calvijn de vroege Kerk wel in het ontzag voor de kerk van Rome vanwege de opbouw tijdens de bediening van Petrus, dat er in Rome veel geleerde en wijze mannen waren omdat het de hoofdstad was en omdat Rome een rustigere gemeente was en daarom als derde partij kon bemiddelen in de meer opvliegende karakters uit Azië en Africa.
Volgende week lezen weboek IV.6.17 - IV.7.4
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
donderdag 17 september 2015
17-09; Boek IV.6.4 - IV.6.9
[4] Om het weer eens te benadrukken, de sleutelmacht is de prediking van het Evangelie die sommige door bekering het koninkrijk der hemelen binnenbrengt. Lastig is het ook dat de paus volhoudt dat dit alleen tegen Petrus gezegd wordt. Zo gaat de leer verder mank. Even later in het Bijbelboek worden alle apostelen bevolen het Evangelie te prediken. Johannes Eck zegt dan dat het voorrecht van Petrus zit dat hij iets krijgt wat de apostelen allemaal gemeenschappelijk heeft gekregen. Maar Augustinus en Cyprianus benadrukken dat de sleutelmacht de eenheid van de Kerk uitdrukt.
[5] Maar het primaatschap van de paus als opvolger zit erin dat Christus op de rots/petrus de gemeente zal bouwen(Matth. 16:18). Maar Christus zegt hier tegen Petrus niets anders dan wat Petrus en Paulus over alle gelovigen zeggen. Christus is de hoeksteen en daarop worden we als gelovigen als stenen gebouwd als een tempel. Petrus mag dan eervol als eerste genoemd worden, maar er volgt niet uit dat hij macht over andere christenen krijgt. We zien in de Bijbel dat Petrus een zekere eer had en vaker het woord had, maar geen macht.
[6] De weerlegging over het woordspel tussen petra(rots) en Petrus hoeft niet weerlegd of besproken te worden, zelfs als kerkvaders(Leo I) daarmee aankomen. Het gaat duidelijk tegen de Schrift in. Petrus belijdt namens allen dat Christus de Zoon van God is. Die belijdenis is dan ook de rots waarop gebouwd wordt. Het gaat niet zozeer om het gezag van de kerkvaders voor Calvijn, dat behandelen zou de kwestie alleen maar onnodig vermoeiend maken.
[7] Op basis van andere Bijbelse gegevens is te zien dat Petrus weliswaar soms de voorzitter van de groep lijkt, maar dat hij andere apostelen hun mening laat uitspreken, de beslissing aan hen laat en zich daarnaar voegt. In zijn brief presenteert Petrus zich als gelijke. Hij verdedigt zijn handelen, volgt andermans bevelen op. Ook de eerste twee hoofdstukken van Galaten laten zien dat Paulus in alles gelijk is aan Petrus.
[8] Maar zelfs al zou Calvijn meegaan met de verdedigers, dan is er geen reden om van een bijzondere gebeurtenis een algemene en eeuwige regel te maken omdat de zaken wat het betreft verschillend zijn, 1 leider van 12 is iets anders dan 1 de leider van duizenden. Het is logisch dat er in een groep mensen een soort leider een voorzitter optreedt. Maar hieruit volgt niet dat iemand de macht over de hele wereld moet krijgen. Niemand kan die als enkeling regeren. Het voorbeeld van de bijen die een leider hebben accepteert Calvijn maar vindt hij niet van toepassing omdat er een koning(in)bij per korf is en deze wordt niet gekozen in een verzameling van alle bijen. Ook kunnen geen voorbeelden uit de Griekse wijsheid gehaald worden, die beweren alleen dat een rijk geen twee koningen verdraagt.
[9] Maar dan nog volgt daar niet uit dat als de hele wereld door een man geregeerd zou kunnen worden, dit ook moet gelden voor de kerk. Christus is het Hoofd en in Hem zijn we verzameld volgens de door Hem ingestelde orde. Alleen Christus mag de titel Hoofd hebben(Ef. 4:15). En een verzonnen ministerieel hoofd is niet geboden door Christus Zelf. NErgens is te lezen dat Christus een plaatsvervanger heeft aangesteld.
Morgen lezen we boek IV. 6.10 - IV.6.16
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[5] Maar het primaatschap van de paus als opvolger zit erin dat Christus op de rots/petrus de gemeente zal bouwen(Matth. 16:18). Maar Christus zegt hier tegen Petrus niets anders dan wat Petrus en Paulus over alle gelovigen zeggen. Christus is de hoeksteen en daarop worden we als gelovigen als stenen gebouwd als een tempel. Petrus mag dan eervol als eerste genoemd worden, maar er volgt niet uit dat hij macht over andere christenen krijgt. We zien in de Bijbel dat Petrus een zekere eer had en vaker het woord had, maar geen macht.
[6] De weerlegging over het woordspel tussen petra(rots) en Petrus hoeft niet weerlegd of besproken te worden, zelfs als kerkvaders(Leo I) daarmee aankomen. Het gaat duidelijk tegen de Schrift in. Petrus belijdt namens allen dat Christus de Zoon van God is. Die belijdenis is dan ook de rots waarop gebouwd wordt. Het gaat niet zozeer om het gezag van de kerkvaders voor Calvijn, dat behandelen zou de kwestie alleen maar onnodig vermoeiend maken.
[7] Op basis van andere Bijbelse gegevens is te zien dat Petrus weliswaar soms de voorzitter van de groep lijkt, maar dat hij andere apostelen hun mening laat uitspreken, de beslissing aan hen laat en zich daarnaar voegt. In zijn brief presenteert Petrus zich als gelijke. Hij verdedigt zijn handelen, volgt andermans bevelen op. Ook de eerste twee hoofdstukken van Galaten laten zien dat Paulus in alles gelijk is aan Petrus.
[8] Maar zelfs al zou Calvijn meegaan met de verdedigers, dan is er geen reden om van een bijzondere gebeurtenis een algemene en eeuwige regel te maken omdat de zaken wat het betreft verschillend zijn, 1 leider van 12 is iets anders dan 1 de leider van duizenden. Het is logisch dat er in een groep mensen een soort leider een voorzitter optreedt. Maar hieruit volgt niet dat iemand de macht over de hele wereld moet krijgen. Niemand kan die als enkeling regeren. Het voorbeeld van de bijen die een leider hebben accepteert Calvijn maar vindt hij niet van toepassing omdat er een koning(in)bij per korf is en deze wordt niet gekozen in een verzameling van alle bijen. Ook kunnen geen voorbeelden uit de Griekse wijsheid gehaald worden, die beweren alleen dat een rijk geen twee koningen verdraagt.
[9] Maar dan nog volgt daar niet uit dat als de hele wereld door een man geregeerd zou kunnen worden, dit ook moet gelden voor de kerk. Christus is het Hoofd en in Hem zijn we verzameld volgens de door Hem ingestelde orde. Alleen Christus mag de titel Hoofd hebben(Ef. 4:15). En een verzonnen ministerieel hoofd is niet geboden door Christus Zelf. NErgens is te lezen dat Christus een plaatsvervanger heeft aangesteld.
Morgen lezen we boek IV. 6.10 - IV.6.16
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
zaterdag 5 september 2015
04-09; Boek IV.3.1 - IV.3.7
[1] God bestuurt zijn kerk door mensen te gebruiken als instrumenten, omdat Hij niet met een zichtbare tegenwoordigheid onder ons is. Dit doet God allereerst om Zijn goedgunstigheid richting ons, we zijn ècht Gods tempel. Ten tweede is het een oefening in nederigheid om van iemand anders, een mensje uit het stof verrezen, het Evangelie te horen verkondigen. Zo is het ambt door God aangewezen als een middel om de eenheid te bewaren. In deze zin mag Ef. 4:4-16 gelezen worden, dat gaat over het ambt.
[2] Het ambt is gericht op eenheid in de Kerk en is de enige manier om de Kerk ongeschonden te bewaren, steunend op de middelen die God heeft besloten te gebruiken. Zich niet aan deze orde toeleggen is de Kerk vernietigen. Zoals in het dagelijks leven licht, eten en drinken nodig zijn om te leven, zo zijn ambt van apostel en herder hier op aarde om de Kerk in leven te houden.
[3] God acht het ambt hoog. Dit is al te zien hoe Hij spreekt over profeten en over de apostelen, die het zout van de aarde zijn. Wij mogen dan ook niet het ambt laten verachten en geheel laten verdwijnen. Het is een noodzakelijk ambt, Cornelius hoorde van engel dat hij een apostel moest zoeken. Paulus moest ook na het voorval onderweg naar Damascus onderwijs van een mens krijgen. God bewijst zo hoe belangrijk Hij het ambt ziet.
[4] Van de apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars hebben we alleen de eerste twee. De eerste drie waren voornamelijk van de vroegere periode van de Kerk en komen nu nog incidenteel voor als de tijd dat nodig heeft. Apostelen moesten de wereld over en de wereld overtuigen en brengen tot gehoorzaamheid van God en overal de fundamenten van de Kerk leggen. De profeten blonken vroeger uit door bijzondere openbaring, Evangelisten hadden iets minder aanzien dan apostelen en leken qua taak daarop. Het zijn Lukas, Timoteüs, Titus en de zeventig apostelen naast de discipelen. Deze ambten waren voornamelijk ingesteld om niet altijd te zijn, maar om het Evangelie verder te brengen naar plaatsen waar Mozes of Christus nog niet gehoord was. Desondanks zijn er af en toe nog apostelen, of meer evangelisten te vinden in tijden van grote afval in de Kerk. Het zijn buitengewone ambten.
De gewone ambten die de Kerk nooit kan missen, zijn herder en leraar. Leraars zijn er voor de zuivere uitleg van de Schrift en ervoor zorgen dat er geen dwaalleren komen, herders hebben dit ook, maar gaan ook over tuchtoefening, Sacramenten en vermaningen en aansporingen.
[5] Leraars lijken op oude profeten, herders lijken op apostelen. In feite zijn ook alle dienaren van de Kerk een soort apostel, maar de twaalf+Paulus apostelen zijn toch bijzonder, omdat het duidelijk moest zijn en dat men zekerheid nodig had over de zending van de nieuwe boodschap. De herders zijn ok toegewezen aan een bepaalde gemeente.
[6] De apostelen was opgedragen te evangeliseren, te dopen en brood en wijn te bedienen. Indirect is dit ook de opdracht aan de herders in de Bijbel. Wat apostelen voor de wereld deden, moet de herder voor de gemeente doen.
[7] Herders mogen zich wel af en toe lenen voor bijstand in andere gemeentes, maar in de regel blijven ze bij één gemeente. Herders moeten niet voor hun gemak zich van een gemeente losmaken, ze moeten wachten tot de gezagsdragers hen ergens plaatsen.
Volgende week lezen we boek IV.3.8 - IV.3.15
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[2] Het ambt is gericht op eenheid in de Kerk en is de enige manier om de Kerk ongeschonden te bewaren, steunend op de middelen die God heeft besloten te gebruiken. Zich niet aan deze orde toeleggen is de Kerk vernietigen. Zoals in het dagelijks leven licht, eten en drinken nodig zijn om te leven, zo zijn ambt van apostel en herder hier op aarde om de Kerk in leven te houden.
[3] God acht het ambt hoog. Dit is al te zien hoe Hij spreekt over profeten en over de apostelen, die het zout van de aarde zijn. Wij mogen dan ook niet het ambt laten verachten en geheel laten verdwijnen. Het is een noodzakelijk ambt, Cornelius hoorde van engel dat hij een apostel moest zoeken. Paulus moest ook na het voorval onderweg naar Damascus onderwijs van een mens krijgen. God bewijst zo hoe belangrijk Hij het ambt ziet.
[4] Van de apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars hebben we alleen de eerste twee. De eerste drie waren voornamelijk van de vroegere periode van de Kerk en komen nu nog incidenteel voor als de tijd dat nodig heeft. Apostelen moesten de wereld over en de wereld overtuigen en brengen tot gehoorzaamheid van God en overal de fundamenten van de Kerk leggen. De profeten blonken vroeger uit door bijzondere openbaring, Evangelisten hadden iets minder aanzien dan apostelen en leken qua taak daarop. Het zijn Lukas, Timoteüs, Titus en de zeventig apostelen naast de discipelen. Deze ambten waren voornamelijk ingesteld om niet altijd te zijn, maar om het Evangelie verder te brengen naar plaatsen waar Mozes of Christus nog niet gehoord was. Desondanks zijn er af en toe nog apostelen, of meer evangelisten te vinden in tijden van grote afval in de Kerk. Het zijn buitengewone ambten.
De gewone ambten die de Kerk nooit kan missen, zijn herder en leraar. Leraars zijn er voor de zuivere uitleg van de Schrift en ervoor zorgen dat er geen dwaalleren komen, herders hebben dit ook, maar gaan ook over tuchtoefening, Sacramenten en vermaningen en aansporingen.
[5] Leraars lijken op oude profeten, herders lijken op apostelen. In feite zijn ook alle dienaren van de Kerk een soort apostel, maar de twaalf+Paulus apostelen zijn toch bijzonder, omdat het duidelijk moest zijn en dat men zekerheid nodig had over de zending van de nieuwe boodschap. De herders zijn ok toegewezen aan een bepaalde gemeente.
[6] De apostelen was opgedragen te evangeliseren, te dopen en brood en wijn te bedienen. Indirect is dit ook de opdracht aan de herders in de Bijbel. Wat apostelen voor de wereld deden, moet de herder voor de gemeente doen.
[7] Herders mogen zich wel af en toe lenen voor bijstand in andere gemeentes, maar in de regel blijven ze bij één gemeente. Herders moeten niet voor hun gemak zich van een gemeente losmaken, ze moeten wachten tot de gezagsdragers hen ergens plaatsen.
Volgende week lezen we boek IV.3.8 - IV.3.15
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Abonneren op:
Posts (Atom)