De dertigste week van Lectio Calvini. Deze week maak ik wegens omstandigheden gebruik van de Sizoo vertaling, kijken of dat heel veel uit maakt. De Niet heeft wel veel meer voetnoten! En tussenkopjes. Sizoo heeft wel veel minder voorgekauwd voor de hongerige lezer.
Over de Middelaar van het gebed[18]. Zelfs de hogepriester in de tabernakel met de namen van Israël op de edelstenen liet iets schaduwachtigs zien van een Middelaar van het gebed. Zo draagt Christus ons voor het aangezicht van God om in onze plaats te bidden, Hij is onze Middelaar in het gebed als wij in Zijn naam bidden. Ook dat het bloed reiniging bracht en het offer kracht gaf aan het gebed. Daarom geeft Christus op een gegeven moment Zijn naam aan om in te bidden(Joh. 16).
[19]De Kerk drukt haar eenheid uit als de gelovigen voor elkaar bidden. Zo wijzen ze elkaar vanuit de liefde op hun Hoofd Jezus Christus. Het is niet dat iedereen nu voor zichzelf bidt, maar dat we ok voor elkaar mogen bidden, als het gebed zich maar richt tot Jezus.
[20] De heiligen zijn niet de bemiddelaars van voorbede, na Christus als bemiddelaar van de verlossing. Dat is 'louter beuzelpraat'. De Bijbel laat duidelijk zien dat Christus de Voorspraak bij God de Vader is. Dit vond Augustinus ook al. Gelovigen mogen voor elkaar bidden, dat is goed, Bijbels en geeft eenheid, maar alleen in de naam van Christus. Christus blijft dankzij Zijn offer voorbede voor Zijn Kerk doen tot de voleinding van de wereld.
[21] We moeten dan ook niet denken dat de heiligen die gestorven zijn naar het vlees een andere weg tot God hebben als ze bidden. Het is gek om via de heiligen een weg naar de Vader te zoeken, wat wel is gebeurd onder het pausdom. De verdiensten van de heiligen worden God opgedrongen en in hun naam wordt gebeden. De reden dat mensen dit doen is niet een reden ui de Bijbel, maar omdat ze bang zijn, misschien dat Christus' offer tekort schiet of te streng is. Maar daardoor ontnemen ze Jezus van de titel Middelaar en daarmee verwerpen ze de goedheid van de Vader die ons gegeven is. Ook Ambrosius wijst op Christus als enige voorspraak. Wat ik wel bijzonder vindt, Ambrosius is vanuit de werken van Augustinus wel te zien als iemand die begon de graven van de martelaren en de activiteiten daar naar de kerk toe te halen. In ieder geval meldt Calvijn dat er in de litanieën, hymnen en prozagebeden voor de doden Christus daarin niet genoemd wordt.
[22] Dit bijgeloof is ontspoort en zo heeft iedere heilige zijn eigen ambt gekregen. Er waren op een gegeven moment zoveel heiligen als mensen en iedere heilige kreeg de zaligheid van een persoon toegewezen om deze te beschermen. Het is ontspoort. Op het concilie te Carthago is verboden dat aan het altaar rechtstreeks gebeden werd tot de heiligen. Dat het later wel een gewoonte is geworden zou door geldlustige priesters zij gebeurd.
Morgen lezen we boek III.20.23 - III.20.27
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Posts tonen met het label middelaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label middelaar. Alle posts tonen
maandag 27 juli 2015
dinsdag 21 april 2015
21-04; Boek II.12.1 - II.12.5
Er was een Middelaar nodig tussen de zuiverheid van God en de onreinheid van de mens. De kloof hiertussen dichten was geen absolute of enkele noodzaak maar alleen het besluit van God(Volgens mij wordt het belang van deze nuancering van Calvijn niet direct duidelijk, ik ga dit eens uitzoeken). Het kon geen engel of mens zijn, het moest God Zelf zijn. Zo daalde God naar ons af, als God met ons, in verbinding met de goddelijke en de menselijke natuur.
Mensen hebben nu het broederschap met Jezus als onderpand. Zo zijn we deelgenoten van nde hemelse erfenis. Dit komt omdat God het leven, de gerechtigheid en de macht over de hemel heeft en zo dus de dood, de ongerechtigheid en de macht van de aarde en de lucht kon verslaan. Ook heeft Jezus met Zijn gehoorzaamheid voldaan aan de eis van God in onze plaats.
En Jezus heeft de goddelijke en de menselijke natuur in Zichzelf me elkaar verbonden omdat de menselijke natuur de dood niet kon overwinnen de goddelijke natuur niet kon sterven.
Jezus is naar de aarde gekomen met het doel om te sterven en zo voldoening te brengen. Er zijn mensen die wat speculatief m.i. zeggen dat Jezus sowieso in het vlees was gekomen, ook als de mens niet was gevallen. Calvijn vindt dit tegen veel Schriftplaatsen in gaan en volgens mij afdoen aan de glorie van Christus.
Maar dit betekent nog steeds niet dat het zou kunnen, zeggen sommige, zoals Andreas Osiander. Calvijn zegt eerst dat de Bijbel de komst van God in het vlees en de verlossing door Hem altijd zo dicht op elkaar betrekt dat het bijna een andere Christus zoeken is om hiervan af te wijken. Ook noemt Calvijn dat God ons vóór de schepping en zelfs voor de val heeft uitgekozen om te redden. Dit is supralapsarisme. Dit bewaart ook tegen de goddeloze stelling van Willliam van Ocam dat God ook de natuur van een ezel had kunnen aannemen. Volgens mij is dit de sterke reformatorische afkeer van scholastiek en nutteloze filosofie over God die mensen geen steek verder helpt.
Morgen lezen we boek II.12.6 - II.13.1
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Mensen hebben nu het broederschap met Jezus als onderpand. Zo zijn we deelgenoten van nde hemelse erfenis. Dit komt omdat God het leven, de gerechtigheid en de macht over de hemel heeft en zo dus de dood, de ongerechtigheid en de macht van de aarde en de lucht kon verslaan. Ook heeft Jezus met Zijn gehoorzaamheid voldaan aan de eis van God in onze plaats.
En Jezus heeft de goddelijke en de menselijke natuur in Zichzelf me elkaar verbonden omdat de menselijke natuur de dood niet kon overwinnen de goddelijke natuur niet kon sterven.
Jezus is naar de aarde gekomen met het doel om te sterven en zo voldoening te brengen. Er zijn mensen die wat speculatief m.i. zeggen dat Jezus sowieso in het vlees was gekomen, ook als de mens niet was gevallen. Calvijn vindt dit tegen veel Schriftplaatsen in gaan en volgens mij afdoen aan de glorie van Christus.
Maar dit betekent nog steeds niet dat het zou kunnen, zeggen sommige, zoals Andreas Osiander. Calvijn zegt eerst dat de Bijbel de komst van God in het vlees en de verlossing door Hem altijd zo dicht op elkaar betrekt dat het bijna een andere Christus zoeken is om hiervan af te wijken. Ook noemt Calvijn dat God ons vóór de schepping en zelfs voor de val heeft uitgekozen om te redden. Dit is supralapsarisme. Dit bewaart ook tegen de goddeloze stelling van Willliam van Ocam dat God ook de natuur van een ezel had kunnen aannemen. Volgens mij is dit de sterke reformatorische afkeer van scholastiek en nutteloze filosofie over God die mensen geen steek verder helpt.
Morgen lezen we boek II.12.6 - II.13.1
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
maandag 23 maart 2015
23-03; Boek II.5.18 - II.6.2
Calvijn was bezig wat bewijsplaatsen van tegenstanders te behandelen.
Ecclesiasticus(Jezus Sirach, deuterocanniek) 15:14-17
Calvijn noemt eerst de auteurschap twijfelachtig. Ik zou hier persoonlijk zelf wat meer van willen weten. Er zijn ook protestantse stemmen die het belang van de deuterocanonieke boeken voor het verstaan van het NT benadrukken. Niet dat ze daarmee canoniek zijn. Maar Calvijn gaat voor de aardigheid mee met zijn tegenstanders. Er staat dat de mens vanaf zijn schepping de keus had tussen goed en kwaad. Dat mag dan wel zo zijn, maar dan wil Calvijn graag daarbij zeggen dat dit allemaal verloren is gegaan door de zondeval. Dan erkennen Calvijn en zijn tegenstanders samen dat de mens geen advocaat maar een arts nodig heeft.
Lucas 10:30
Dit is het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Mensen hebben hier in gezien dat de reiziger halfdood werd achtergelaten. Dus er is nog iets achtergelaten. Calvijn stelt hier duidelijk onderwijs over dat de mens dood is voordat hij wordt geroepen door God. Je kan alleen de vergelijking op de mens betrekken door middel van een allegorie, maar een allegorie heeft de rest van de Bijbel als norm.
Het blijft gewoon staan, het verstand van de mens is door de zonde zo verduisterd dat er niks goeds uit kan komen en dat het hart doordrenkt is met het gif van de zonde dat het alleen nog maar een walgelijke stank kan verspreiden.
Nieuw hoofdstuk waarin Christus aan bod komt.
De mens is door de zondeval van het leven in de dood gevallen en kan buiten Christus om geen kennis verkrijgen die leidt tot heil. Nu komen we overal de vloek van God tegen. We kunnen God niet zien als onze Vader door de wereld. We beroven God hierdoor van Zijn eer. Zijdelings wil ik opmerken dat naar mijn idee er vaak over het hoofd wordt gezien dat God eren een belangrijk aspect van geloof is, geloof heeft een sterk liturgisch aspect. Calvijn denkt sterker liturgisch en minder sterk juridisch, in tegenstelling tot wat veel mensen van hem denken. De enige weg om in de hemel te komen is door Christus, dit geldt voor alle mensen in alle tijden. Alle andere volekn waren niet in staat om zonder onderscheid en bedrog God te aanbidden, daarom heeft nooit een godsdienst God behaagd omdat deze niet naar Christus wees.
Dit gold ook in het OT. Het volk heeft nooit op genade gehoopt buiten de Middelaar om. Dit blijkt door de lijn van het nageslacht van Abraham. Het nageslacht van Abraham komt telkens terug in de gebeden en psalmen van David. Ook zijn deze terug te vinden bij Jeremia. De Middelaar was nog niet geboren. Dat wisten alle oude vaderen van het OT.
Morgen lezen we Boek II.6.3 - II.7.1
Ecclesiasticus(Jezus Sirach, deuterocanniek) 15:14-17
Calvijn noemt eerst de auteurschap twijfelachtig. Ik zou hier persoonlijk zelf wat meer van willen weten. Er zijn ook protestantse stemmen die het belang van de deuterocanonieke boeken voor het verstaan van het NT benadrukken. Niet dat ze daarmee canoniek zijn. Maar Calvijn gaat voor de aardigheid mee met zijn tegenstanders. Er staat dat de mens vanaf zijn schepping de keus had tussen goed en kwaad. Dat mag dan wel zo zijn, maar dan wil Calvijn graag daarbij zeggen dat dit allemaal verloren is gegaan door de zondeval. Dan erkennen Calvijn en zijn tegenstanders samen dat de mens geen advocaat maar een arts nodig heeft.
Lucas 10:30
Dit is het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Mensen hebben hier in gezien dat de reiziger halfdood werd achtergelaten. Dus er is nog iets achtergelaten. Calvijn stelt hier duidelijk onderwijs over dat de mens dood is voordat hij wordt geroepen door God. Je kan alleen de vergelijking op de mens betrekken door middel van een allegorie, maar een allegorie heeft de rest van de Bijbel als norm.
Het blijft gewoon staan, het verstand van de mens is door de zonde zo verduisterd dat er niks goeds uit kan komen en dat het hart doordrenkt is met het gif van de zonde dat het alleen nog maar een walgelijke stank kan verspreiden.
Nieuw hoofdstuk waarin Christus aan bod komt.
De mens is door de zondeval van het leven in de dood gevallen en kan buiten Christus om geen kennis verkrijgen die leidt tot heil. Nu komen we overal de vloek van God tegen. We kunnen God niet zien als onze Vader door de wereld. We beroven God hierdoor van Zijn eer. Zijdelings wil ik opmerken dat naar mijn idee er vaak over het hoofd wordt gezien dat God eren een belangrijk aspect van geloof is, geloof heeft een sterk liturgisch aspect. Calvijn denkt sterker liturgisch en minder sterk juridisch, in tegenstelling tot wat veel mensen van hem denken. De enige weg om in de hemel te komen is door Christus, dit geldt voor alle mensen in alle tijden. Alle andere volekn waren niet in staat om zonder onderscheid en bedrog God te aanbidden, daarom heeft nooit een godsdienst God behaagd omdat deze niet naar Christus wees.
Dit gold ook in het OT. Het volk heeft nooit op genade gehoopt buiten de Middelaar om. Dit blijkt door de lijn van het nageslacht van Abraham. Het nageslacht van Abraham komt telkens terug in de gebeden en psalmen van David. Ook zijn deze terug te vinden bij Jeremia. De Middelaar was nog niet geboren. Dat wisten alle oude vaderen van het OT.
Morgen lezen we Boek II.6.3 - II.7.1
Abonneren op:
Posts (Atom)