[18] In 1 Tim. 5:12 staat dat weduwen zich met een gelofte aan de Kerk wijdden. Maar dit konden ze alleen doen als ze ontslagen waren van de huwelijksband. Dan waren ze zelfstandig en in staat dit te doen. Als ze wel gingen trouwen was dit vanwege een lossere levensstijl. Trouwen paste niet bij de taak van de weduwen, Calvijn kan niet accepteren dat deze taak bleef gelden als ze door de prikkels van het vlees ook tot onzedelijk gedrag (dreigden) te vallen. Maar de leeftijdscategorie maakt dit ook niet aannemelijk.
[19] De vrouwen zijn diaconessen en geen nonnen, ze waren aan de naastenliefde en bediening van de armen gewijd, niet om zich terug te trekken. Ze legden hun geloftes pas af boven de 60 jaar, en concilies hebben deze leeftijd steeds verder naar beneden gebracht. Andere geloftes(armoede en gehoorzaamheid) gaat Calvijn niet op in, maar noemt wel dat ze gepaard gaan met bijgeloof.
[20] Nu zijn er mensen die beloftes hebben gedaan die eigenlijk zondig zijn. Deze mensen kunnen er niet mee ophouden en er ook niet mee doorgaan omdat beide zondig zou zijn. Calvijn stelt de mensen gerust door te stellen dat onwettige beloftes voor God geen waarde hebben en dus verbroken mogen worden.
[21] Dit is ook een middel voor mensen die uit een klooster komen. Het is een gelofte die God niet vraagt en de gelofte is gedaan in een tijd van onwetendheid voordat de ex-monnik in de vrijheid van Christus stond. Ook celibaatgeloftes zijn zulke onmenselijke geloftes dat de ziel eraan ten onder kan gaan, wat God niet wil, dus dan kan de gelofte beter verbroken worden.
[1] Nu gaat Calvijn over de Sacramenten beginnen. Dit zijn hulpmiddelen voor het geloof naast de prediking. Het zijn tekenen waarmee God Zijn belofte geeft om ons zwakke geloof te sterken en wij laten van onze kant voor Hem en mensen de vrome gezindheid jegens Hem zien.
[2] Het is niet duidelijk waarom het woord 'sacrament' gebruikt wordt. In de oude Latijnse vertaling is het woord sacramentum gebruikt voor het Griekse woord mysterion in het NT, vaak als het over goddelijke zaken gaat. Het staat in plaats van arcanum(geheim) en de vertaler wilde meer uitdrukken dan een gehiem voor mysterion. Sacramentum is een woord dat gebruikt wordt voor hoge geestelijke zaken.
[3] Uit de definitie blijkt dat er een belofte moet zijn voor een sacrament, bedoeld om ons te helpen omdat we traag en zwak zijn. Feitelijk is Gods woord genoeg, maar onze zwakheid en ons ongeloof heeft hulp nodig. Zolang we in het vlees leven geeft God ons daarom in het vlees tekens van geestelijke dingen. Ze zijn niet in de natuur te vinden, maar zijn door God zo ingesteld.
Volgende week lezen we boek IV.14.4 - IV.14.9
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Posts tonen met het label gelofte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gelofte. Alle posts tonen
zaterdag 24 oktober 2015
vrijdag 23 oktober 2015
23-10; Boek IV.13.11 - IV.13.17
[11] Het monnikendom gold in de tijd van Calvijn als de volmaakte levensvorm. Volmaaktheid slaat dan niet op hoe ze leven, maar dat het de beste levensvorm is om volmaaktheid te bereiken. Wat eigenlijk wel vreemd is,want deze vorm van leven wordt nergens door God geboden, zou hij dan beter genoemd kunnen worden dan de andere v ormen die God wel heeft ingesteld?
[12] Het blijkt dat monniken zichzelf extra last van gehoorzaamheid aan Christus toeschuiven, alles wat in de bergrede wordt gebruikt. Ze vatten sommige uitspraken van Christus op als aanbevelingen, maar juist de kerkvaders leren dat alles wat Christus heeft gezegd een bevel is en geen optie.
[13] Hiervoor is het bewijs Matth. 19:21, het verhaal van de rijke jongeman die alles moet verkopen om Jezus te volgen. Monniken gaan er prat op dat zij ook alles hebben achtergelaten. Maar dit werk is onvolkomen omdat de liefde er niet bij zit. De rijke jongeling werd ook in zijn persoonlijke situatie aangesproken, het is geen algemene regel. De man was overmoedig en was stiekem gesteld op zijn geld, gierigheid was zijn gekoesterde zonde. In die zin moeten we allemaal onze zonde laten varen, maar het gaat om de ontmaskering. De weg naar volmaaktheid bestaat niet in het achterlaten van bezit.
[14] De kerkvaders hebben ook nooit een tweede soort van christendom willen instellen, wat nu wel gebeurt, doordat de het klooster ingaan wordt gezien als een soort tweede doop. Monniken houden de Sacramenten apart van de Kerk, hebben hun eigen altaar en samenkomsten. Hierin verschillen ze van vroegere monniken die altijd bij de normale kerkmensen zaten en de Sacramenten met hen deelden.
[15] Bovenstaande gaat over de professie, wat betreft de levenswandel zijn er wel wat overeenkomsten met vroeger. Nu zijn kloosters eerder geneigd tot een hoerentent te zijn dan tot een heilig oord. Maar ook Augustinus klaagt in zijn tijd ook over monniken die het soort mensen kwaad aandoen door ontucht, smerige handel. Desondanks de tucht in koosters zitten er altijd hypocriete mensen tussen. Maar nu is het omgedraaid als toen, nu zijn er weinig goede mensen te vinden.
[16] Calvijn laat zien dat een beroep op de oudere vormen onterecht is. Desondanks is er ook veel wat Calvijn niet moet hebben bij de oude monniken, het was te ijverig en een te grote hang naar het bijzondere. Een vrome godsvrezende huisvader die zijn beroep goed uitoefend en voor zijn gezin zorgt heeft God liever dan monniken.
[17] De gelofte van een monnik zijn af te keuren op twee gronden. Ten eerste dat ze een eigen verzonnen vorm van godsdienst zijn, en ten tweede dat ze ondoordacht zijn. Zeker de gelofte van altijddurende maagdelijkheid is overmoedig. Ze ontslaan zich van de plicht om te trouwen als ze branden van begeerte. Deze begeerte is even innerlijk als uiterlijk. Het is weliswaar een oud gebruik, maar de strenge tucht hierbij is later erin gekomen. Mensen mochten de gelofte van maagdelijkheid van zich af zetten als ze het niet meer konden opbrengen en dus trouwen. Dit is te zien in de tijd van Cyprianus.
Morgen lezen we boek IV.13.18 - IV.14.3
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[12] Het blijkt dat monniken zichzelf extra last van gehoorzaamheid aan Christus toeschuiven, alles wat in de bergrede wordt gebruikt. Ze vatten sommige uitspraken van Christus op als aanbevelingen, maar juist de kerkvaders leren dat alles wat Christus heeft gezegd een bevel is en geen optie.
[13] Hiervoor is het bewijs Matth. 19:21, het verhaal van de rijke jongeman die alles moet verkopen om Jezus te volgen. Monniken gaan er prat op dat zij ook alles hebben achtergelaten. Maar dit werk is onvolkomen omdat de liefde er niet bij zit. De rijke jongeling werd ook in zijn persoonlijke situatie aangesproken, het is geen algemene regel. De man was overmoedig en was stiekem gesteld op zijn geld, gierigheid was zijn gekoesterde zonde. In die zin moeten we allemaal onze zonde laten varen, maar het gaat om de ontmaskering. De weg naar volmaaktheid bestaat niet in het achterlaten van bezit.
[14] De kerkvaders hebben ook nooit een tweede soort van christendom willen instellen, wat nu wel gebeurt, doordat de het klooster ingaan wordt gezien als een soort tweede doop. Monniken houden de Sacramenten apart van de Kerk, hebben hun eigen altaar en samenkomsten. Hierin verschillen ze van vroegere monniken die altijd bij de normale kerkmensen zaten en de Sacramenten met hen deelden.
[15] Bovenstaande gaat over de professie, wat betreft de levenswandel zijn er wel wat overeenkomsten met vroeger. Nu zijn kloosters eerder geneigd tot een hoerentent te zijn dan tot een heilig oord. Maar ook Augustinus klaagt in zijn tijd ook over monniken die het soort mensen kwaad aandoen door ontucht, smerige handel. Desondanks de tucht in koosters zitten er altijd hypocriete mensen tussen. Maar nu is het omgedraaid als toen, nu zijn er weinig goede mensen te vinden.
[16] Calvijn laat zien dat een beroep op de oudere vormen onterecht is. Desondanks is er ook veel wat Calvijn niet moet hebben bij de oude monniken, het was te ijverig en een te grote hang naar het bijzondere. Een vrome godsvrezende huisvader die zijn beroep goed uitoefend en voor zijn gezin zorgt heeft God liever dan monniken.
[17] De gelofte van een monnik zijn af te keuren op twee gronden. Ten eerste dat ze een eigen verzonnen vorm van godsdienst zijn, en ten tweede dat ze ondoordacht zijn. Zeker de gelofte van altijddurende maagdelijkheid is overmoedig. Ze ontslaan zich van de plicht om te trouwen als ze branden van begeerte. Deze begeerte is even innerlijk als uiterlijk. Het is weliswaar een oud gebruik, maar de strenge tucht hierbij is later erin gekomen. Mensen mochten de gelofte van maagdelijkheid van zich af zetten als ze het niet meer konden opbrengen en dus trouwen. Dit is te zien in de tijd van Cyprianus.
Morgen lezen we boek IV.13.18 - IV.14.3
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
donderdag 22 oktober 2015
22-10; Boek IV.13.4 - IV.13.10
[4] De laatste van de drie dingen waarop gelet moet worden met geloftes, is de gezindheid waarmee je een gelofte doet. Calvijn onderscheid twee soorten geloftes, die gaan over het verleden en die gaan over de toekomst. Deze hebben ook weer twee soorten onder zich. Allereerst die voor het verleden. Daarvoor heb je die van dankbetoon, zoals Jakob die God de tienden belooft als hij uit zijn ballingschap terugkeert. Dit kan vandaag de dag ook als God ons heeft gered van ernstige ziekte of ander gevaar. De ander is voor boetedoening. Bijvoorbeeld iemand die zondigt door gulzigheid en een gelofte aflegt om zich een tijd lang van lekkernijen te onthouden om zijn onmatigheid te straffen.
[5] Geloftes voor de toekomst maken ons voorzichtiger, maar sporen ons ook aan om onze plicht te doen. Dit kan dus bijvoorbeeld een sieraad niet dragen als je hierdoor verlokt wordt tot begeertes, maar ook een gelofte om godsdienstplichten, of met een mooier hedendaags woord, geloofspraktijken te onderhouden. Soms lijken deze geloftes op het opvoeden van en klein kind, maar onervaren en onvolmaakte mensen kunnen er veel aan hebben.
[6] In algemene zin doet iedere christen een gelofte bij de Doop die wordt bevestigd door kerkelijk onderricht en Avondmaal. Het is het afzweren van de duivel en God te volgen in plaats van onze eigen gedachtes. Niet dat iedereen zich hieraan kan houden, maar deze gelofte hoort bij het genadeverbond van God die daarmee ook vergeving van zonden en de Geest van heiliging geeft. Bij bijzondere geloften moet gelet worden op de drie zaken die Calvijn net heeft genoemd. Alleen moet men niet te vaak geloftes afleggen, dan zou het bijgeloof kunnen worden of gemakzucht. Ook moet je er wel een tijd bij afspreken, anders loop je kans om moeite of tegenzin te ondervinden.
[7] Calvijn ergert zich aan de eeuwenlange praktijk van zinloze, kinderachtige geloftes die mensen doen alsof het iets bijzonders is en een heilige zaak. Met de regels van Calvijn kan dit voorkomen worden en blijken die geloftes een zelfverzonnen godsdienst en God haat verzonden godsdienst.
[8] Calvijn wil niet uitgebreid de gekke geloftes behandelen, maar de kloostergeloftes vindt hij toch wel belangrijk genoeg om te behandelen. In zijn tijd werd het monnikdom verdedigd door het lange bestaan ervan. Maar vroeger was het kloosterwezen iets heel anders, er heerste spartaanse tucht en de mensen daar werden opgeleid tot een ambt in de Kerk. Een klooster was een voorbereiding op het bisschopsambt. Hiervoor haalt Calvijn Augustinus aan om het te bewijzen.
[9] Calvijn geeft een samenvatting van wat Augustinus schrijft ter verdediging van monniken tegen losbandige monniken en manicheeërs. Monniken leven samen en doen veel aan bidden, lezen en met elkaar praten onder leiding van een een man die veel kennis van theologie heet en vader genoemd wordt. Hier luisteren ze 's avonds na. Ze leven sober, eten niet te veel eten geen vlees en drinken geen wijn. De liefde staat centraal en ze dwingen elkaar tot niks.
[10] Calvijn wil de lezers de monniken van zijn dagen vergelijken met de weergave van Augustinus. Daarin is geen plaats voor onwrikbare eisen en vaste regels, alleen de liefde is het belangrijkste. Ook is monnikendom niet een nieuwe soort christendom, maar een voorbeeld voor de eenheid van de hele Kerk.
Volgende lezing is Boek IV.13.11 - IV.13.17
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[5] Geloftes voor de toekomst maken ons voorzichtiger, maar sporen ons ook aan om onze plicht te doen. Dit kan dus bijvoorbeeld een sieraad niet dragen als je hierdoor verlokt wordt tot begeertes, maar ook een gelofte om godsdienstplichten, of met een mooier hedendaags woord, geloofspraktijken te onderhouden. Soms lijken deze geloftes op het opvoeden van en klein kind, maar onervaren en onvolmaakte mensen kunnen er veel aan hebben.
[6] In algemene zin doet iedere christen een gelofte bij de Doop die wordt bevestigd door kerkelijk onderricht en Avondmaal. Het is het afzweren van de duivel en God te volgen in plaats van onze eigen gedachtes. Niet dat iedereen zich hieraan kan houden, maar deze gelofte hoort bij het genadeverbond van God die daarmee ook vergeving van zonden en de Geest van heiliging geeft. Bij bijzondere geloften moet gelet worden op de drie zaken die Calvijn net heeft genoemd. Alleen moet men niet te vaak geloftes afleggen, dan zou het bijgeloof kunnen worden of gemakzucht. Ook moet je er wel een tijd bij afspreken, anders loop je kans om moeite of tegenzin te ondervinden.
[7] Calvijn ergert zich aan de eeuwenlange praktijk van zinloze, kinderachtige geloftes die mensen doen alsof het iets bijzonders is en een heilige zaak. Met de regels van Calvijn kan dit voorkomen worden en blijken die geloftes een zelfverzonnen godsdienst en God haat verzonden godsdienst.
[8] Calvijn wil niet uitgebreid de gekke geloftes behandelen, maar de kloostergeloftes vindt hij toch wel belangrijk genoeg om te behandelen. In zijn tijd werd het monnikdom verdedigd door het lange bestaan ervan. Maar vroeger was het kloosterwezen iets heel anders, er heerste spartaanse tucht en de mensen daar werden opgeleid tot een ambt in de Kerk. Een klooster was een voorbereiding op het bisschopsambt. Hiervoor haalt Calvijn Augustinus aan om het te bewijzen.
[9] Calvijn geeft een samenvatting van wat Augustinus schrijft ter verdediging van monniken tegen losbandige monniken en manicheeërs. Monniken leven samen en doen veel aan bidden, lezen en met elkaar praten onder leiding van een een man die veel kennis van theologie heet en vader genoemd wordt. Hier luisteren ze 's avonds na. Ze leven sober, eten niet te veel eten geen vlees en drinken geen wijn. De liefde staat centraal en ze dwingen elkaar tot niks.
[10] Calvijn wil de lezers de monniken van zijn dagen vergelijken met de weergave van Augustinus. Daarin is geen plaats voor onwrikbare eisen en vaste regels, alleen de liefde is het belangrijkste. Ook is monnikendom niet een nieuwe soort christendom, maar een voorbeeld voor de eenheid van de hele Kerk.
Volgende lezing is Boek IV.13.11 - IV.13.17
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
dinsdag 20 oktober 2015
20-10; Boek IV.12.25 - IV.13.3
[25] Voorstanders van het celibaat gebruiken een bijbels argument dat de levitische priesters zich tijdens hun dienst moesten onthouden van seks met hun vrouw. Maar de priesters waren geen voorbeeld voor dienaars van het Evangelie, maar voorafbeeldingen van Jezus Christus die later in de hemelse rechtbank de verzoening bracht die in de tabernakel onvolkomen was. Ook de Apostelen hadden wel vrouwen die ze soms meenamen(1 Kor. 9:5).
[26] Wat moeten de tegenstanders van Calvijn dan ook met de vroege Kerk, waarin huwelijk zelfs wel aanbevolen? Er is wel geprobeerd op het concilie van Nicea het celibaat in te voeren, maar dit vond Calvijn aandachtstrekkende en bijgelovige stumperds. Het concilie besloot ook met de uitsprak dat het kuis is om bij je eigen vrouw te slapen. Het huwelijk bleef heilig en geen smet op het ambt.
[27] Na dit concilie werd het celibaat en maagdelijkheid bezongen als het allerbeste van de mens ten koste van de eer voor het huwelijk. Priesters mochten niet meer trouwen. Het is dus wel een oude instelling, maar nog eerder was het huwelijk een normale en heilige zaak voor apostelen en eerdere bisschoppen en herders. Ook vindt Calvijn de houding tegenover het huwelijk onbillijk, wat komt doordat mensen veel te hoog dachten over maagdelijkheid. Ook waren mensen nooit zo streng hierin. Wie trouwde moest zijn ambt opgeven.
[28] Voorstanders van het celibaat moet men antwoorden dat de oude tucht weer ingesteld wordt. en ze moeten daarna nadenken over wat nu precies noodzakelijkheid is en wat het beste zou zijn voor de Kerk. Calvijn ziet wel ruimte voor een verplichte celibaat, maar om de tegenstanders te laten begrijpen met welke onbeschaamdheid ze bezig zijn. Ze moeten ook nadenken over Hieronymus die maagdelijkheid de zuiverste kuisheid vond, maar het huwelijk daar direct na als tweede(Wat dus stiekem niet Hieronymus is, maar een pree van Erasmus.
[1] Calvijn snijdt een nieuw onderwerp aan, de geloften. Het is namelijk al erg genoeg dat de Kerk vervuilt is met een massa tradities die tiranniek opgelegd zijn, mensen doen dit voor zichzelf door geloftes. Calvijn houdt hoog dat de manier voor leven voor de mens wordt uitgelegd in de Wet, ook is het duidelijk dat we er zelf niks bij moeten verzinnen. Het beste wat een mens kan doen is gehoorzaamheid laten zien. Geen beloftes doen dus aan God. Christenen hebben soms te makkelijk geloftes gedaan en net als heidenen om ieder wissewasje een gelofte aan God gedaan, vrij lomp en onnadenkend.
[2] We moeten weten aan wie we een gelofte doen. Dat is aan God, die niks anders wil dan gehoorzaamheid en alles wat eigenwillig wordt opgedrongen als dienst aan Hem vervloekt. We moeten niet de vrijheid nemen iets te verzinnen waar de Bijbel niets over zegt.
[3] Ten tweede moeten we God niet verzoeken om geloftes te doen waarbij we afhankelijk zijn van zaken buiten onze macht. We hebben vrijheid gekregen van God. Voorbeelden zijn de gelofte van de moordenaars die Paulus willen doden(zelfs al wilden ze iets goed doen), Jefta, maar ook de priester die tegen hun menselijke natuur beloven celibaat te leven. We mogen ook niks beloven wat onze roeping op onze plaats belemmert, zoals een vader die iets belooft en daarom zijn gezin moet achterlaten. We zijn in de vrijheid gezet door God en we moeten ons niet tot slaven maken van uitwendige zaken.
Morgen lezen we boek IV.13.4 - IV.13.10
lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[26] Wat moeten de tegenstanders van Calvijn dan ook met de vroege Kerk, waarin huwelijk zelfs wel aanbevolen? Er is wel geprobeerd op het concilie van Nicea het celibaat in te voeren, maar dit vond Calvijn aandachtstrekkende en bijgelovige stumperds. Het concilie besloot ook met de uitsprak dat het kuis is om bij je eigen vrouw te slapen. Het huwelijk bleef heilig en geen smet op het ambt.
[27] Na dit concilie werd het celibaat en maagdelijkheid bezongen als het allerbeste van de mens ten koste van de eer voor het huwelijk. Priesters mochten niet meer trouwen. Het is dus wel een oude instelling, maar nog eerder was het huwelijk een normale en heilige zaak voor apostelen en eerdere bisschoppen en herders. Ook vindt Calvijn de houding tegenover het huwelijk onbillijk, wat komt doordat mensen veel te hoog dachten over maagdelijkheid. Ook waren mensen nooit zo streng hierin. Wie trouwde moest zijn ambt opgeven.
[28] Voorstanders van het celibaat moet men antwoorden dat de oude tucht weer ingesteld wordt. en ze moeten daarna nadenken over wat nu precies noodzakelijkheid is en wat het beste zou zijn voor de Kerk. Calvijn ziet wel ruimte voor een verplichte celibaat, maar om de tegenstanders te laten begrijpen met welke onbeschaamdheid ze bezig zijn. Ze moeten ook nadenken over Hieronymus die maagdelijkheid de zuiverste kuisheid vond, maar het huwelijk daar direct na als tweede(Wat dus stiekem niet Hieronymus is, maar een pree van Erasmus.
[1] Calvijn snijdt een nieuw onderwerp aan, de geloften. Het is namelijk al erg genoeg dat de Kerk vervuilt is met een massa tradities die tiranniek opgelegd zijn, mensen doen dit voor zichzelf door geloftes. Calvijn houdt hoog dat de manier voor leven voor de mens wordt uitgelegd in de Wet, ook is het duidelijk dat we er zelf niks bij moeten verzinnen. Het beste wat een mens kan doen is gehoorzaamheid laten zien. Geen beloftes doen dus aan God. Christenen hebben soms te makkelijk geloftes gedaan en net als heidenen om ieder wissewasje een gelofte aan God gedaan, vrij lomp en onnadenkend.
[2] We moeten weten aan wie we een gelofte doen. Dat is aan God, die niks anders wil dan gehoorzaamheid en alles wat eigenwillig wordt opgedrongen als dienst aan Hem vervloekt. We moeten niet de vrijheid nemen iets te verzinnen waar de Bijbel niets over zegt.
[3] Ten tweede moeten we God niet verzoeken om geloftes te doen waarbij we afhankelijk zijn van zaken buiten onze macht. We hebben vrijheid gekregen van God. Voorbeelden zijn de gelofte van de moordenaars die Paulus willen doden(zelfs al wilden ze iets goed doen), Jefta, maar ook de priester die tegen hun menselijke natuur beloven celibaat te leven. We mogen ook niks beloven wat onze roeping op onze plaats belemmert, zoals een vader die iets belooft en daarom zijn gezin moet achterlaten. We zijn in de vrijheid gezet door God en we moeten ons niet tot slaven maken van uitwendige zaken.
Morgen lezen we boek IV.13.4 - IV.13.10
lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Abonneren op:
Posts (Atom)