Ook Augustinus dacht dat er een verschil was in de zwakheid van de Wet en de kracht van het Evangelie. De oude aartsvaders deelden in het nieuwe verbond omdat ze voorbij de tijdelijke dingen keken en iets beters verwachtten.
Nog een belangrijk vijfde verschil is dat het oude verbond tot en volk beperkt was. Toen de volheid van de tijd gekomen was werd de scheidingsmuur weggenomen en werd de barmhartigheid uitgebreid naar alle volken op de aarde. Dit is al voorzegd door de profeten. Uiteindelijk heeft het plaatsgevonden, nadat de verlossing helemaal door Christus voltooid is.
Een bezwaar dat Calvijn direct weerlegt is het bezwaar uit de Godsleer dat God onveranderlijk is en dus niet alles in een keer om kan gooien of zou afkeuren wat Hij eerder geboden had. Maar net zo min we een boer van wisselvalligheid betichten al hij 's zomers en 's winters verschillende activiteiten doet en een vader dat hij oude en jongere kinderen verschillend behandel, mogen we dit bij God doen.
Ook maken mensen bezwaar dat God eigenlijk meteen na de komst van Christus zonder tekenen en sacramenten had kunnen vertellen wat Hij bedoelde. Het is vreemd om in plaats van Gods verborgen wijsheid te accepteren met God te gaan discussiëren over de manier waarop Hij handelt. Ook is het geen bezwaar dat God nu geen plezier meer heeft in dierlijke offers, God heeft die nooit gewild om de offers in zichzelf, maar om het heil van de mensen.
Morgen lezen we boek II.12.1 - II.12.5
maandag 20 april 2015
zaterdag 18 april 2015
17-04; Boek II.11.4 - II.11.9
Het tweede verschil tussen Oud en Nieuwe Testament. In het OT was de volle werkelijkheid van het NT en het lichaam nog niet geopenbaard, maar werd in beeld- en schaduwvorm gezien. Dit wordt het duidelijkst in de brief aan de Hebreeën. Daar wordt de Wet een schaduw van het goede dat komen zou genoemd en een inleiding op het betere dat door het Evangelie wordt verkondigd. Dan wordt het nieuwe verbond ook nieuw genoemd omdat de krachteloze Wet, die niks tot volmaaktheid kon brengen, geheiligd en bekrachtigd wordt door het bloed van Jezus.
De Joden die onder de Wet waren zijn als kinderen die ondergebracht zijn bij een opvoeder, omdat ze het niet konden snappen waar het echt om ging. Desondanks er mensen waren in het OT die grotere kennis en licht van de zaak hadden. Het gaat hier niet om de uitzonderingen, maar om de algemene regel waarop God handelde.
Het derde verschil dat Calvijn behandelt is het verschil dat Jeremia en Paulus ook hanteren. Wet en Evangelie; dood, leven; letter, Geest; etc. Calvijn behandelt de dingen die Paulus noemt. 2 Kor. 1, het oude verbond is afgekondigd zonder de Geest, de nieuwe verbond is van de Geest die op geestelijke manier in harten van mensen schrijft. De tweede is een toelichting op de eerste. Het gaat er hier niet om het failliet van de Wet aan te tonen, maar om de overvloed van genade van het Evangelie aan te tonen.
Hieruit volgt ook het vierde verschil. De Wet is slavendienst die vrees verwekt, terwijl het nieuwe verbond vrijheid wordt genoemd en oproept tot vertrouwen. Maar er zijn inderdaad mensen in het OT geweest die hebben gedeeld in de vrijheid en vreugde ie wij nu ook kennen. Maar deze mensen zijn in hun geweten afgemat en hebben de toevlucht genomen tot het Evangelie. Ze bleven nog wel de ceremoniën volgen, als een handtekening onder de verklaring dat de zondaars waren, zonder ontslagen te zijn aan de verplichtingen van het oude verbond.
Overmorgen lezen we boek I.11.10 - II.11.14
De Joden die onder de Wet waren zijn als kinderen die ondergebracht zijn bij een opvoeder, omdat ze het niet konden snappen waar het echt om ging. Desondanks er mensen waren in het OT die grotere kennis en licht van de zaak hadden. Het gaat hier niet om de uitzonderingen, maar om de algemene regel waarop God handelde.
Het derde verschil dat Calvijn behandelt is het verschil dat Jeremia en Paulus ook hanteren. Wet en Evangelie; dood, leven; letter, Geest; etc. Calvijn behandelt de dingen die Paulus noemt. 2 Kor. 1, het oude verbond is afgekondigd zonder de Geest, de nieuwe verbond is van de Geest die op geestelijke manier in harten van mensen schrijft. De tweede is een toelichting op de eerste. Het gaat er hier niet om het failliet van de Wet aan te tonen, maar om de overvloed van genade van het Evangelie aan te tonen.
Hieruit volgt ook het vierde verschil. De Wet is slavendienst die vrees verwekt, terwijl het nieuwe verbond vrijheid wordt genoemd en oproept tot vertrouwen. Maar er zijn inderdaad mensen in het OT geweest die hebben gedeeld in de vrijheid en vreugde ie wij nu ook kennen. Maar deze mensen zijn in hun geweten afgemat en hebben de toevlucht genomen tot het Evangelie. Ze bleven nog wel de ceremoniën volgen, als een handtekening onder de verklaring dat de zondaars waren, zonder ontslagen te zijn aan de verplichtingen van het oude verbond.
Overmorgen lezen we boek I.11.10 - II.11.14
donderdag 16 april 2015
16-04; Boek II.10.21 - II.11.3
Ook het visioen van de dorre beenderen in Ezechiël laat zien dat God krachtig werkt en Zich niet laat stoppen door de dood. Ook in Jesaja en Daniël staan soortgelijke passages. We mogen echt niet denken dat de Joden op iets anders mochten hopen dan waar wij op hopen. Sterker nog, als Petrus in Hand. 3 zegt dat de Joden dezelfde Geest hebben, dan moeten ze ook dezelfde erfenis hebben.
Maar er zijn ook verschillen tussen het NT en het OT. Calvijn weet er vier, deze hebben meer betrekking op de uitvoering, dan op het wezen van het verbond. God gaf wel materiële zegeningen, maar als voorproefje van de hemelse zegeningen.
Het volk Israël was een jonge erfgenaam die geoefend moest worden. Eerst leren vertrouwen da op Kanaän als oefening voorde grotere onzichtbare erfenis.
Ook de straffen van God waren meer lichamelijk en aards. God uit nu Zijn neiging tot toorn op een manier.
Morgen lezen we boek II.11.4 - II.11.9
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Maar er zijn ook verschillen tussen het NT en het OT. Calvijn weet er vier, deze hebben meer betrekking op de uitvoering, dan op het wezen van het verbond. God gaf wel materiële zegeningen, maar als voorproefje van de hemelse zegeningen.
Het volk Israël was een jonge erfgenaam die geoefend moest worden. Eerst leren vertrouwen da op Kanaän als oefening voorde grotere onzichtbare erfenis.
Ook de straffen van God waren meer lichamelijk en aards. God uit nu Zijn neiging tot toorn op een manier.
Morgen lezen we boek II.11.4 - II.11.9
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
woensdag 15 april 2015
15-04; Boek II.10.14 - II.10.20
Jakob, Bileam en David geven er blijk van dat ze nog meer heil verwachten na de dood.
Als we de psalmen van David lezen zet hij vaak de tijdelijkheid van de schepping tegenover de eeuwigheid van het heil of van God. Zie bijv. Ps. 102. Daarop richt David ook vaak de aandacht van de gelovigen op in zijn psalmen. Dit geldt des temeer wanneer gelovigen in dit leven in verdrukking komen. Hieruit kunnen we opmaken dat de gelovigen van het OT wisten dat God Zijn belofte vaak niet in dit leven vervult. Het koninkrijk van God zal zich openbaren als de gedaante van deze wereld verandert. Zo konden ze ook zeggen dat beproeving een ogenblik duurt, terwijl hun leven vaak te typeren valt als een grote beproeving.
Job doet in Job 19:25-27 een bijzondere uitspraak die niet alleen kan slaan op een dag dat het hem weer voorspoedig gaat. En anders had hij daar niet aan kunnen komen door alleen naar het aardse te kijken. De dood ontnam Job de hoop niet. Job was zo een leraar die verborgenheden van het geloof openlijk uitsprak.
God heeft de inhoud van Zijn verbond duidelijker gemaakt naar mate de tijd vorderde. Ook de profeten hebben wel tijdelijke zegeningen genoemd, maar wel op zo'n manier dat de gelovigen wel moesten nadenken over het geluk van het toekomende leven.
Morgen lezen we boek II.10.21 - II.11.3
Als we de psalmen van David lezen zet hij vaak de tijdelijkheid van de schepping tegenover de eeuwigheid van het heil of van God. Zie bijv. Ps. 102. Daarop richt David ook vaak de aandacht van de gelovigen op in zijn psalmen. Dit geldt des temeer wanneer gelovigen in dit leven in verdrukking komen. Hieruit kunnen we opmaken dat de gelovigen van het OT wisten dat God Zijn belofte vaak niet in dit leven vervult. Het koninkrijk van God zal zich openbaren als de gedaante van deze wereld verandert. Zo konden ze ook zeggen dat beproeving een ogenblik duurt, terwijl hun leven vaak te typeren valt als een grote beproeving.
Job doet in Job 19:25-27 een bijzondere uitspraak die niet alleen kan slaan op een dag dat het hem weer voorspoedig gaat. En anders had hij daar niet aan kunnen komen door alleen naar het aardse te kijken. De dood ontnam Job de hoop niet. Job was zo een leraar die verborgenheden van het geloof openlijk uitsprak.
God heeft de inhoud van Zijn verbond duidelijker gemaakt naar mate de tijd vorderde. Ook de profeten hebben wel tijdelijke zegeningen genoemd, maar wel op zo'n manier dat de gelovigen wel moesten nadenken over het geluk van het toekomende leven.
Morgen lezen we boek II.10.21 - II.11.3
dinsdag 14 april 2015
14-04; Boek II.10.8 - II.10.13
Als in het OT God zegt dat de Joden Zijn volk zijn en Hij hun tot een God is, ligt daarin de belofte van eeuwig leven en zaligheid besloten. Dit gaat niet over aards geluk. En Gods zegen overstijgt de grenzen van het eigen leven, als God zegt dat Hij ook het nageslacht zegent. Gods zegen laat zich niet beperken door de dood.
Nu laat het leven van verschillende personen zien dat zij op het komende leven gericht moeten zijn. Allereerst omdat hun leven geen pretje was en ze er slecht aan toe waren als hun leven het enige leven zou zijn. Zoals Adam die de vloek kende en de herinnering aan het paradijs had. Noach die hard werkte terwijl de wereld feestte en daarna zat hij in de dierenpoep. Abraham die zijn familie verlaat, hongersnood kent, zijn vrouw wordt geroofd, hij zwerft rond, gedoe met slavinnen, offert bijna zijn zoon. Izaäk heeft wel iets mindere rampspoed gekend. Jakob is het diepste toonbeeld van ellende.
De aartsvaders hadden een gelukkig leven voor ogen, maar dit moet wel een ander leven zijn dat het aardse leven. Anders waren ze botter dan blokken hout om onhaalbare beloftes na te jagen.
Morgen lezen we boek II.10.14 - II.10.20
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Nu laat het leven van verschillende personen zien dat zij op het komende leven gericht moeten zijn. Allereerst omdat hun leven geen pretje was en ze er slecht aan toe waren als hun leven het enige leven zou zijn. Zoals Adam die de vloek kende en de herinnering aan het paradijs had. Noach die hard werkte terwijl de wereld feestte en daarna zat hij in de dierenpoep. Abraham die zijn familie verlaat, hongersnood kent, zijn vrouw wordt geroofd, hij zwerft rond, gedoe met slavinnen, offert bijna zijn zoon. Izaäk heeft wel iets mindere rampspoed gekend. Jakob is het diepste toonbeeld van ellende.
De aartsvaders hadden een gelukkig leven voor ogen, maar dit moet wel een ander leven zijn dat het aardse leven. Anders waren ze botter dan blokken hout om onhaalbare beloftes na te jagen.
Morgen lezen we boek II.10.14 - II.10.20
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
maandag 13 april 2015
13-10; Boek II.10.1 - II.10.7
De vijftiende week van Lectio Calvini, gaat lekker. Ik hoop dat iedereen nog een beetje op schema ligt of er in ieder geval al wat aan gehad heeft.
Uit het voorgaande blijkt dus dat het oude en het nieuwe verbond hetzelfde verbond zijn. De mensen ten tijde van het oude verbond verschillen wel in positie, maar niet in erfenis en genade en zaligheid. Dat is wat Calvijn nu gaat laten zien. Dit moet omdat Servet en de wederdopers een groot verschil tussen oud en nieuw verbond maken. Alsof de aarde voor het volk Israël is en de onsterfelijkheid in de hemel voor de nieuwverbondsgelovigen.
De verbonden zijn hetzelfde, er is één verbond dat in de uitvoering verschilt. Eerst de eenheid. ten eerste zit deze erin dat de Joden niet vleselijke voorspoed voorgehouden is, maar de hoop op onsterfelijkheid. Ten tweede dat de verdiensten van de Wet niet de reden was voor het verbond met hen, maar de barmhartigheid van God. Ten derde hebben ze Christus gehad en gekend als Middelaar.
Onder de Wet was het Evangelie van Gods Zoon aangekondigd door de profeten, aldus Paulus in de Romeinenbrief. Hieruit blijkt dus dat het OT ook heel duidelijk het toekomstige leven voor ogen stelde.
Hier speelt ook mee dat God het oude verbond heeft opgericht uit barmhartigheid en door Christus is bevestigd. De leer van rechtvaardiging uit geloof is ook aan hun toebedeeld.
Ook hadden de Joden dezelfde tekenen van genade in het oude verbond, dit zegt Paulus in 1 Korintiërs. De Corinthiërs konden zich niet achter tekenen van genade verschuilen, net zo min als de Joden zich daarachter konden verschuilen. Ook het manna getuigt hiervan, desondanks dit niet het hoofdpunt is in een discussie die Jezus voert over manna in Joh. 6. Het gaat niet over het voeden van mensen, maar om een voorbeeld van de geestelijke levendmaking in Christus.
Een bewijs uit het OT zelf i.p.v. het NT is dat God Zijn levendmakende Woord had gegeven als band tussen Hem en Zijn volk. Hierdoor zijn de zielen van de vromen verlicht tot de kenns van God en één met Hem geworden.
Morgen lezen we boek II.10.8 - II.10.13
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Uit het voorgaande blijkt dus dat het oude en het nieuwe verbond hetzelfde verbond zijn. De mensen ten tijde van het oude verbond verschillen wel in positie, maar niet in erfenis en genade en zaligheid. Dat is wat Calvijn nu gaat laten zien. Dit moet omdat Servet en de wederdopers een groot verschil tussen oud en nieuw verbond maken. Alsof de aarde voor het volk Israël is en de onsterfelijkheid in de hemel voor de nieuwverbondsgelovigen.
De verbonden zijn hetzelfde, er is één verbond dat in de uitvoering verschilt. Eerst de eenheid. ten eerste zit deze erin dat de Joden niet vleselijke voorspoed voorgehouden is, maar de hoop op onsterfelijkheid. Ten tweede dat de verdiensten van de Wet niet de reden was voor het verbond met hen, maar de barmhartigheid van God. Ten derde hebben ze Christus gehad en gekend als Middelaar.
Onder de Wet was het Evangelie van Gods Zoon aangekondigd door de profeten, aldus Paulus in de Romeinenbrief. Hieruit blijkt dus dat het OT ook heel duidelijk het toekomstige leven voor ogen stelde.
Hier speelt ook mee dat God het oude verbond heeft opgericht uit barmhartigheid en door Christus is bevestigd. De leer van rechtvaardiging uit geloof is ook aan hun toebedeeld.
Ook hadden de Joden dezelfde tekenen van genade in het oude verbond, dit zegt Paulus in 1 Korintiërs. De Corinthiërs konden zich niet achter tekenen van genade verschuilen, net zo min als de Joden zich daarachter konden verschuilen. Ook het manna getuigt hiervan, desondanks dit niet het hoofdpunt is in een discussie die Jezus voert over manna in Joh. 6. Het gaat niet over het voeden van mensen, maar om een voorbeeld van de geestelijke levendmaking in Christus.
Een bewijs uit het OT zelf i.p.v. het NT is dat God Zijn levendmakende Woord had gegeven als band tussen Hem en Zijn volk. Hierdoor zijn de zielen van de vromen verlicht tot de kenns van God en één met Hem geworden.
Morgen lezen we boek II.10.8 - II.10.13
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
zaterdag 11 april 2015
10-04; Boek II.91 - II.9.5
In het Oude Testament was Christus ook al bekend. De patriarchen wisten ook van Christus, alleen op een veel mindere heldere manier dan dat de personen uit het NT het zagen. Het was in het eerste geval vaag en in schaduwbeelden, bij Zijn komst werd Christus helder en duidelijk gezien.
Het Evangelie is dan ook de heldere openbaring van de verborgen Christus. In ruimere zin is Evangelie de blijken van barmhartigheid en vaderlijke genegenheid van God de Vader, maar dit wordt misschien nog wel het duidelijkst on Christus. Christus bracht onsterfelijkheid en leven. De patriarchen wisten dit ook, maar de manier is nu veranderd. Christus heeft de belofte in Zijn vlees gedragen en de hemel weer geopend.
Servet zegt dat de Wet en de beloften van het Evangelie zijn vervuld. Hier is Calvijn best wel ontstemd over. Christus heeft ons namelijk alle geestelijke goedern aangeboden, maar die genieten wij door hoop. Dit zal zo blijven tot we de sterfelijkheid hebben afgedaan en Christus direct zien.
De tegenstelling tussen Wet en Evangelie moet we genuanceerd worden gebracht. Wet is inderdaad een levensregel waar de dood het loon van is als we ons daar niet aan houden. Maar het is niet alsof de Wet een andere manier van zalig worden leert. Alle mensen tot aan Johannes hebben de eerste beginselen van het onderwijs gehad. Het Evangelie verschilt slechts in helderheid van de openbaring van de Wet als geheel.
Johannes de Doper is dan een interessant persoon, hij staat op de grens tussen Wet en Evangelie. Hij duidde Jezus als het Lam van God tot verzoening, maar sprak nog niet over de kracht en heerlijkheid die openbaar werd bij de opstanding. Hij is net geen apostel, desondanks hij deze wel heeft voorbereid, maar hij heeft wel de kern van het Evangelie verkondigd.
Maandag lezen we boek II.10.1 - II.10.7
Het Evangelie is dan ook de heldere openbaring van de verborgen Christus. In ruimere zin is Evangelie de blijken van barmhartigheid en vaderlijke genegenheid van God de Vader, maar dit wordt misschien nog wel het duidelijkst on Christus. Christus bracht onsterfelijkheid en leven. De patriarchen wisten dit ook, maar de manier is nu veranderd. Christus heeft de belofte in Zijn vlees gedragen en de hemel weer geopend.
Servet zegt dat de Wet en de beloften van het Evangelie zijn vervuld. Hier is Calvijn best wel ontstemd over. Christus heeft ons namelijk alle geestelijke goedern aangeboden, maar die genieten wij door hoop. Dit zal zo blijven tot we de sterfelijkheid hebben afgedaan en Christus direct zien.
De tegenstelling tussen Wet en Evangelie moet we genuanceerd worden gebracht. Wet is inderdaad een levensregel waar de dood het loon van is als we ons daar niet aan houden. Maar het is niet alsof de Wet een andere manier van zalig worden leert. Alle mensen tot aan Johannes hebben de eerste beginselen van het onderwijs gehad. Het Evangelie verschilt slechts in helderheid van de openbaring van de Wet als geheel.
Johannes de Doper is dan een interessant persoon, hij staat op de grens tussen Wet en Evangelie. Hij duidde Jezus als het Lam van God tot verzoening, maar sprak nog niet over de kracht en heerlijkheid die openbaar werd bij de opstanding. Hij is net geen apostel, desondanks hij deze wel heeft voorbereid, maar hij heeft wel de kern van het Evangelie verkondigd.
Maandag lezen we boek II.10.1 - II.10.7
Abonneren op:
Posts (Atom)