De 19de week van Lectio Calvini
Desondanks is niet alles wat de wil van God is, geloofgevend. Er is ook de wil van God die voor Hem weg laat vluchten(zoals dat God tegen Adam zegt dat hij zal sterven en Kaïn dat het bloed roept). Niet ieder kennen van de wil van God mag geloof heten. Het gaat erom dat we ons heil bij God leren zoeken, dus vertrouwen op en geloven aan de belofte van God dat Hij een welgezinde Vader is. Gods goedheid en waarheid worden daarom in de Psalmen vaak naast elkaar gezet. Ook heeft Calvijn al eerder laten zien dat Christus het onderpand van die liefde is, zonder Hem zien we alleen de tekenen van Gods haat en toorn. Zo wordt Calvijns definitie van geloof dus; een vaste en stellige kennis van Gods goedgunstigheid jegens ons, die haar grond vindt in de waarheid van de genadige belofte in Christus en door de Heilige Geest aan ons verstand geopenbaard en in ons hart verzegeld.
Calvijn gaat eerst in op het scholastische onderscheid tussen een gevormd en een ongevormd geloof, de laatste is een geloof zonder godsvrucht of geraaktheid door godsvrucht. Het is een instemmend geloof, niet meer dan dat. Geloof heeft al de gerechtigheid in zich vanaf het begin. Het geloof wordt niet later gevormd met een vrome genegenheid. Deze zit er vanaf het begin al in. Geloof is betrokken op de heiliging van de gelovige.
De scholastici gebruiken 1 Kor. 12:2 als bewijs voor ongevormd geloof, dat zou geloof zonder liefde zijn. Calvijn rekent dit op exegetische gronden af. Het probleem van de scholastici is dat ze een woord dezelfde betekenis toekennen op alle plaatsen waar het voorkomt, terwijl een woord meerdere betekenissen kan hebben op evenveel plaatsen. De context bepaalt ook de betekenis van een woord op zijn plaats. In dit gedeelte staat geloof voor de gaven die door God gegeven zijn en daarom is het vreemd om deze los te zien van de liefde van God. Desondanks kent Calvijn ook wel twee soorten geloof, een onecht geloof wat het algemene beamen van de waarheid van de Bijbel is(een constatering en geloven van feiten) en een geloof dat verder gaat; ook onder de indruk raken van de belofte en dreigementen van God.
Maar de eerste mag eigenlijk geen geloof heten. het lijkt alleen in uiterlijke zin op geloof. Hier wordt vaak van verteld in de Bijbel. Veel mensen lijken het zaad van het Woord op te laten groeien, maar het wordt verstikt. Mensen bedriegen zichzelf als ze denken dat ze het Woord van God openlijk niet verachten, maar het woord dringt niet door, het schiet geen wortel in de kern.
Een vals geloof is een lagere wering van de Geest in ongelovigen. Sommige mensen steigeren omdat het geloof een vrucht van de uitverkiezing is, maar het is ook zo dat uitverkorenen en verworpenen hetzelfde kunnen ervaren. In die zin hebben ze de hemelse gaven gesmaakt, maar ze hebben in de genade van de Geest en het licht van het ware geloof niet ten volle gedeeld, maar hun hart met zichzelf gevuld. Alleen in de uitverkorenen drukt God zo sterk het stempel van Zijn Geest dat deze altijd veranderd blijft. De vergeving van zonde en aanneming tot kinderen verzegelt de Geest in de harten van de uitverkorenen. Toch aanvaarden de verworpenen de genade van God, de verzoening, maar blijft hun begrip daarvan onhelder en onduidelijk, daardoor lijkt het of ze delen in hetzelfde geloofsbeginsel. Alleen de uitverkorenen volharden tot het einde.
Morgen lezen we boek III..2.11 - III.2.15
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
maandag 11 mei 2015
vrijdag 8 mei 2015
09-05; Boek III.2.1 - III.2.6
Voor de goeie orde is het belangrijk om tot den duidelijke omschrijving van geloof te komen. Daarvoor is het nodig om het een en ander opnieuw in overweging te nemen. Dit zijn namelijk de punten dat God straft wie Zijn Wet overtreedt, dat niemand Zijn Wet kan volbrengen en we daarom niks van onszelf te verwachten hebben. Ten slotte moeten we weten dat de enige manier om uit deze penarie te komen de openbaring van Jezus Christus als verlosser is. Dit moeten we geloven. En dan niet oppervlakkig mee instemmen, maar geloven in Christus als verlosser. Zoals Paulus gepredikt hebben en Augustinus ook mooi over heeft geschreven.
Scholastici hebben het impliciete geloof bedacht, dat bestaat uit onderwerping en gehoorzaamheid aan wat de kerk leert. Maar dit is schadelijk van het echte geloof zoals Calvijn dat omschrijft; kennis dat God goedgunstig is geweest en Jezus christus heeft gegeven tot gerechtigheid, heiligheid en leven. Expliciete kennis. De voetnoten geven hier de Summa van Thomas van Aquino aan(http://www.newadvent.org/summa/3002.htm#article2).
Calvijn ontkent niet dat er altijd impliciete of onbekende zaken zijn in het geloof, maar dat heeft te maken met onze onvoltooide staat en die zullen we uiteindelijk pas kennen als we bij God zijn. Geloof is in de Bijbel altijd verbonden aan kennis, en niet aan blinde gehoorzaamheid aan uitspraken en ook dwalingen van de kerk alsof het godsspraak is.
Impliciet geloof heb je altijd, er zijn altijd veel dingen verborgen en omgeven door dwalingen. Daarom is het wijs om altijd een leerling te blijven en nederig te blijven. Ook de discipelen waren echte gelovigen, maar snapten ook veel niet, vooral rondom de opstanding van Jezus. Het geloof lag als zaad opgesloten in hun hart en kwam toen in een keer op. Ze hadden waar geloof omdat ze Christus als enige leermeester wilden kennen.
Impliciet geloof zou eigenlijk een voorstadium van het geloof genoemd kunnen worden. In de Bijbel is het ook te zien dat er eerst een geloof is dat bestaat uit de vrijwillige onderwerping, de tweede keer bestaat het in aanvaarding en schikking van gezag en leer van Christus. Het impliciet geloof is hier een bereidheid te leren die afstaat van de roomse onwetendheid.
Het ware kennen van Jezus is dus wanneer wij Hem aannemen zoals Hij door de Vader wordt voorgesteld; in het gewaad van het Evangelie. Maar ook weer niet zo strikt christologisch dat Mozes en de profeten ons niks over het geloof kunnen leren. In de Bijbel is er wel een sterke nadruk op de band tussen geloof en het Woord. De gelovigen worden hierdoor over God geleerd. Het geloof rust op het Woord en als het daar niet zijn doel in vindt, doolt het geloof. Het gaat dus niet alleen om geloof dat God bestaat, maar ook over de kennis van Zijn wil.
Volgende week lezen we boek III.2.7 - III.2.10
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Scholastici hebben het impliciete geloof bedacht, dat bestaat uit onderwerping en gehoorzaamheid aan wat de kerk leert. Maar dit is schadelijk van het echte geloof zoals Calvijn dat omschrijft; kennis dat God goedgunstig is geweest en Jezus christus heeft gegeven tot gerechtigheid, heiligheid en leven. Expliciete kennis. De voetnoten geven hier de Summa van Thomas van Aquino aan(http://www.newadvent.org/summa/3002.htm#article2).
Calvijn ontkent niet dat er altijd impliciete of onbekende zaken zijn in het geloof, maar dat heeft te maken met onze onvoltooide staat en die zullen we uiteindelijk pas kennen als we bij God zijn. Geloof is in de Bijbel altijd verbonden aan kennis, en niet aan blinde gehoorzaamheid aan uitspraken en ook dwalingen van de kerk alsof het godsspraak is.
Impliciet geloof heb je altijd, er zijn altijd veel dingen verborgen en omgeven door dwalingen. Daarom is het wijs om altijd een leerling te blijven en nederig te blijven. Ook de discipelen waren echte gelovigen, maar snapten ook veel niet, vooral rondom de opstanding van Jezus. Het geloof lag als zaad opgesloten in hun hart en kwam toen in een keer op. Ze hadden waar geloof omdat ze Christus als enige leermeester wilden kennen.
Impliciet geloof zou eigenlijk een voorstadium van het geloof genoemd kunnen worden. In de Bijbel is het ook te zien dat er eerst een geloof is dat bestaat uit de vrijwillige onderwerping, de tweede keer bestaat het in aanvaarding en schikking van gezag en leer van Christus. Het impliciet geloof is hier een bereidheid te leren die afstaat van de roomse onwetendheid.
Het ware kennen van Jezus is dus wanneer wij Hem aannemen zoals Hij door de Vader wordt voorgesteld; in het gewaad van het Evangelie. Maar ook weer niet zo strikt christologisch dat Mozes en de profeten ons niks over het geloof kunnen leren. In de Bijbel is er wel een sterke nadruk op de band tussen geloof en het Woord. De gelovigen worden hierdoor over God geleerd. Het geloof rust op het Woord en als het daar niet zijn doel in vindt, doolt het geloof. Het gaat dus niet alleen om geloof dat God bestaat, maar ook over de kennis van Zijn wil.
Volgende week lezen we boek III.2.7 - III.2.10
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
donderdag 7 mei 2015
07-05; Boek III.1.1 - III.1.4
Boek III, 'De wijze waarop wij deel krijgen aan de genade van Christus, welke vruchten daaruit voor ons voortkomen en wat dit in ons uitwerkt.'
Zolang we buiten Christus zijn baat ons alles in het vorige boek niets. Alles was Christus heeft verworven verkrijgt een mens door geloof. Maar we zien ook dat niet iedereen het Evangelie aangrijpt. Daarom moeten we zoeken naar de verborgen werking van de Geest. Deze wordt namelijk een zegel genoemd en de Heilige Geest is de band tussen Christus en de gelovigen.
De Geest is dan ook door Christus gegeven om ons te voeden en onderhouden met algemene kracht en de wortel en het zaad is van het hemelse leven in ons. Omdat de Geest wordt gegeven door de Vader aan de Zoon om de Geest weer aan ons uit te delen wordt de Geest soms de Geest van de Vader en dan weer de Geest van de Zoon genoemd.
Om wat meer zicht op de Geest te krijgen volgt er een overzicht met benamingen voor de Geest. Hij is de Geest tot aanneming van kinderen, zegel en onderpand van onze erfenis, het leven door de gerechtigheid, water om dorst weg te nemen of om te reinigen, olie en zalving, of vuur en ook een fontein. Deze namen laten zien dat Christus zonder de Geest werkeloos op afstand blijft staan. Juist de Geest maakt ons één met Christus.
Maar het voornaamste werk van de Heilige Geest is het geloof. Geloof is een bovennatuurlijke gave door de Geest gegeven, de Geest is in die zin een inwendige leraar die de belofte van zaligheid in ons hart werkt.
Morgen lezen we boek III.2.1 - III.2.6
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Zolang we buiten Christus zijn baat ons alles in het vorige boek niets. Alles was Christus heeft verworven verkrijgt een mens door geloof. Maar we zien ook dat niet iedereen het Evangelie aangrijpt. Daarom moeten we zoeken naar de verborgen werking van de Geest. Deze wordt namelijk een zegel genoemd en de Heilige Geest is de band tussen Christus en de gelovigen.
De Geest is dan ook door Christus gegeven om ons te voeden en onderhouden met algemene kracht en de wortel en het zaad is van het hemelse leven in ons. Omdat de Geest wordt gegeven door de Vader aan de Zoon om de Geest weer aan ons uit te delen wordt de Geest soms de Geest van de Vader en dan weer de Geest van de Zoon genoemd.
Om wat meer zicht op de Geest te krijgen volgt er een overzicht met benamingen voor de Geest. Hij is de Geest tot aanneming van kinderen, zegel en onderpand van onze erfenis, het leven door de gerechtigheid, water om dorst weg te nemen of om te reinigen, olie en zalving, of vuur en ook een fontein. Deze namen laten zien dat Christus zonder de Geest werkeloos op afstand blijft staan. Juist de Geest maakt ons één met Christus.
Maar het voornaamste werk van de Heilige Geest is het geloof. Geloof is een bovennatuurlijke gave door de Geest gegeven, de Geest is in die zin een inwendige leraar die de belofte van zaligheid in ons hart werkt.
Morgen lezen we boek III.2.1 - III.2.6
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
woensdag 6 mei 2015
06-05; Boek II.17.1 - II.17.6
Hoofdstuk zeventien, het laatste hoofdstuk van het tweede boek.
Er zijn mensen die niet willen spreken van de verdienste van Christus, dit zou de genade naar de achtergrond verdringen. Nu is het wel zo dat Christus ook niet op grond van Zijn werken de Christus en Middelaar is geworden, dit was ook puur uit barmhartigheid van God. Maar Christus was wel gezonden om voor ons de zaligheid te verwerven. En dat kon alleen door Gods barmhartigheid, dus moeten we niet Christus' verdienste tegenover Gods barmhartigheid stellen. In mijn ervaring is wat Rooms-katholieken en Orthodoxen leren dat de mens vanuit Gods barmhartigheid wel dingen kunnen verdienen met goede werken(kort door de bocht), nu is dit blijkbaar in de gedachte van Calvijn alleen waar voor Christus.
Bewijs hiervoor is bijv. Joh. 3:16, waarin Gods liefde de eerste oorzaak is voor het komen van Christus naar de wereld, daarna wordt er pas gesproken over het geloof in Christus. God heeft Christus dus als weg aangewezen voor de verzoening. Zo wordt ook uit de Bijbel duidelijk dat Christus verdienste onderdeel is van Gods ontferming zodat er weer verzoening plaatsvindt. Er zijn meer plaatsen in de Bijbel aan te wijzen waaruit duidelijk wordt dat Christus voor ons de genade heeft verdiend. En dit betekent dat wij dat we door Zijn bloed gereinigd zijn en dat Zijn dood een verzoening is voor onze zonde. Calvijn gebruikt hiervoor de Schriftplaatsen die in de lopende tekst wel te vinden zijn. Ook bij het gedeelte waarin het Bijbelse getuigenis van de apostelen wordt verhaald; Christus heeft de prijs betaald waardoor wij verlost zijn van de doodschuld.
Ten slotte krijgen Lombardus, Bonaventura en Thomas van Aquino nog een veeg uit de pan met hun malle vraag of Christus iets voor Zichzelf gewonnen heeft. Christus zoekt niks voor Zichzelf in Zijn offer.
Morgen lezen we boek III.1.1 - III.1.4
Er zijn mensen die niet willen spreken van de verdienste van Christus, dit zou de genade naar de achtergrond verdringen. Nu is het wel zo dat Christus ook niet op grond van Zijn werken de Christus en Middelaar is geworden, dit was ook puur uit barmhartigheid van God. Maar Christus was wel gezonden om voor ons de zaligheid te verwerven. En dat kon alleen door Gods barmhartigheid, dus moeten we niet Christus' verdienste tegenover Gods barmhartigheid stellen. In mijn ervaring is wat Rooms-katholieken en Orthodoxen leren dat de mens vanuit Gods barmhartigheid wel dingen kunnen verdienen met goede werken(kort door de bocht), nu is dit blijkbaar in de gedachte van Calvijn alleen waar voor Christus.
Bewijs hiervoor is bijv. Joh. 3:16, waarin Gods liefde de eerste oorzaak is voor het komen van Christus naar de wereld, daarna wordt er pas gesproken over het geloof in Christus. God heeft Christus dus als weg aangewezen voor de verzoening. Zo wordt ook uit de Bijbel duidelijk dat Christus verdienste onderdeel is van Gods ontferming zodat er weer verzoening plaatsvindt. Er zijn meer plaatsen in de Bijbel aan te wijzen waaruit duidelijk wordt dat Christus voor ons de genade heeft verdiend. En dit betekent dat wij dat we door Zijn bloed gereinigd zijn en dat Zijn dood een verzoening is voor onze zonde. Calvijn gebruikt hiervoor de Schriftplaatsen die in de lopende tekst wel te vinden zijn. Ook bij het gedeelte waarin het Bijbelse getuigenis van de apostelen wordt verhaald; Christus heeft de prijs betaald waardoor wij verlost zijn van de doodschuld.
Ten slotte krijgen Lombardus, Bonaventura en Thomas van Aquino nog een veeg uit de pan met hun malle vraag of Christus iets voor Zichzelf gewonnen heeft. Christus zoekt niks voor Zichzelf in Zijn offer.
Morgen lezen we boek III.1.1 - III.1.4
dinsdag 5 mei 2015
05-05; Boek II.16.15 - II.16.19
'Gezeten aan de rechterhand'; Hiermee wordt bedoeld dat Christus Zijn taak op Zich heeft genomen, om van Zijn plaats om te regeren over alles. De vruchten voor het geloof hiervan is dt we de hemel niet alleen in het geloof bezitten, maar ook in ons Hoofd, we hebben voorspraak bij God de Vader, en Hij deelt de hemelse gaven aan Zijn volk uit die Hij heeft geroofd van de vijand.
'Vanwaar Hij zal komen om te oordelen over de levenden en de doden'; Hiermee worden we geacht de dag te overdenken dat Jezus terugkomt. Er zijn kerkleraars geweest die dit artikel anders wilden opvatten, maar de gewone taal pleit voor de interpretatie van Calvijn.
Er is troost in het feit dat onze Rechter ook onze Verlosser is. Deze verlost Zijn volk, ook van een sidderend geweten. In ieder geval is dit alles de boodschap van de Apostolische geloofsbelijdenis, waarvan Calvijn uitgaat dat deze door de apostelen is opgesteld.
Calvijn maakt nog eens duidelijk dat alles bij Christus te halen is en bij niemand anders. Hij heeft alles in overvloed.
Morgen lezen we boek II.17.1 - II.17.6
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
'Vanwaar Hij zal komen om te oordelen over de levenden en de doden'; Hiermee worden we geacht de dag te overdenken dat Jezus terugkomt. Er zijn kerkleraars geweest die dit artikel anders wilden opvatten, maar de gewone taal pleit voor de interpretatie van Calvijn.
Er is troost in het feit dat onze Rechter ook onze Verlosser is. Deze verlost Zijn volk, ook van een sidderend geweten. In ieder geval is dit alles de boodschap van de Apostolische geloofsbelijdenis, waarvan Calvijn uitgaat dat deze door de apostelen is opgesteld.
Calvijn maakt nog eens duidelijk dat alles bij Christus te halen is en bij niemand anders. Hij heeft alles in overvloed.
Morgen lezen we boek II.17.1 - II.17.6
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
maandag 4 mei 2015
04-05; Boek II.16.12 - II.16.14
Dit is week 18 van Lectio Calvini. Een vakantieweek, dus een mooie week om eventueel achterstallig leeswerk in te halen :p
Het is nu tijd voor Calvijn om zijn leer te verdedigen. Er zijn namelijk mensen die beweren dat het ongepast is om over de angst voor het heil van de Ziel van Jezus te praten. Hiermee gaan ze al tegen de duidelijke taal van de evangelisten in, maar Calvijn legt uit dat Jezus' goedheid naar voren komt door Zich niet te schamen om onze zwakheden op Zich te nemen. Dit is niet iets verkeerd aan Jezus opleggen. Jezus is in alles aan de mens gelijk, behalve de zondigheid, zo is de angst bij Hem niet iets zondigs. Dat Jezus drie maal gebeden heeft en uiteindelijk alleen door engelen getroost kon worden laat zien dat Christus een moeilijkere en zwaardere doodstrijd had dan andere mensen. Ook zegt Calvijn dat op dat moment Jezus naar Zijn menselijke natuur de gang van zaken niet wilden, maar naar Zijn goddelijke natuur weer wel. Maar Calvijn gaat niet in op de details hierover(Volgens mij schrijft Benedictus XVI in zijn Jezus boeken hier ook over, maar dan met een andere conclusie...).
'Ten derde dage opgestaan uit de doden'; De opstanding was noodzakelijk. Desondanks dat deze inwisselbaar is met de dood, er wordt namelijk weinig over dood zonder opstanding gesproken en andersom ook, heeft de opstanding voor ons drie vruchten: we moeten de dingen die boven zijn zoeken, we krijgen een nieuw leven in gerechtigheid en we hebben als het ware een onderpand als verzekering voor onze opstanding uit de dood.
'Opgevaren ten hemel'; Christus is pas echt begonnen met heerschappij na de hemelvaart. Christus moest niet alleen naar de hemel gaan om de Geest te laten komen, maar kan ons nu niet alleen gelukkig laten leven, maar creëert ook de mogelijkheid om gelukkig te sterven.
Morgen lezen we boek II.16.15 - II.16.19
Het is nu tijd voor Calvijn om zijn leer te verdedigen. Er zijn namelijk mensen die beweren dat het ongepast is om over de angst voor het heil van de Ziel van Jezus te praten. Hiermee gaan ze al tegen de duidelijke taal van de evangelisten in, maar Calvijn legt uit dat Jezus' goedheid naar voren komt door Zich niet te schamen om onze zwakheden op Zich te nemen. Dit is niet iets verkeerd aan Jezus opleggen. Jezus is in alles aan de mens gelijk, behalve de zondigheid, zo is de angst bij Hem niet iets zondigs. Dat Jezus drie maal gebeden heeft en uiteindelijk alleen door engelen getroost kon worden laat zien dat Christus een moeilijkere en zwaardere doodstrijd had dan andere mensen. Ook zegt Calvijn dat op dat moment Jezus naar Zijn menselijke natuur de gang van zaken niet wilden, maar naar Zijn goddelijke natuur weer wel. Maar Calvijn gaat niet in op de details hierover(Volgens mij schrijft Benedictus XVI in zijn Jezus boeken hier ook over, maar dan met een andere conclusie...).
'Ten derde dage opgestaan uit de doden'; De opstanding was noodzakelijk. Desondanks dat deze inwisselbaar is met de dood, er wordt namelijk weinig over dood zonder opstanding gesproken en andersom ook, heeft de opstanding voor ons drie vruchten: we moeten de dingen die boven zijn zoeken, we krijgen een nieuw leven in gerechtigheid en we hebben als het ware een onderpand als verzekering voor onze opstanding uit de dood.
'Opgevaren ten hemel'; Christus is pas echt begonnen met heerschappij na de hemelvaart. Christus moest niet alleen naar de hemel gaan om de Geest te laten komen, maar kan ons nu niet alleen gelukkig laten leven, maar creëert ook de mogelijkheid om gelukkig te sterven.
Morgen lezen we boek II.16.15 - II.16.19
zaterdag 2 mei 2015
01-05; Boek II.16.7 - II.16.11
Hierna volgt in het Apostolicum dat Jezus gestorven en begraven is(een
paar woorden die ik niet zonder melodietje in mijn hoofd te horen kan
lezen, een bijzondere gewaarwording...). Dit deed Christus om de dood te
verzwelgen, die ons anders verzwolgen zou hebben. De vruchten hiervan
voor ons zijn dat de angst voor de dood weggenomen is voor ons, we
hoeven de dood niet meer te vrezen. De tweede vrucht is dat we delen in
Zijn begrafenis en zo onze oude mens steeds meer kunnen doden.
Hierna het 'nedergedaald ter helle'. Dit is volgens Calvijn een latere toevoeging aan de belijdenis. Niet alle vroege christenen schrijven erover, wel alle kerkvaders, die er dan wel weer vaak iets verschillend onder verstaan. Waar het om gaat is dat dity ook belangrijk is. Met nedergedaald ter helle wordt niet hetzelfde gezegd als begraven, zoals sommigen zeggen.
Sommige mensen hebben hieronder verstaan dat Jezus het evangelie heeft gebracht in de onderwereld, zoals Thomas van Aquino. Dit is gebaseerd op een verkeerde exegese van PS. 107:16 en Zach. 9:11. Daar gaat het om de verlossing en vergelijking met Babel. Het punt van zielen opsluiten in een kerker vind Calvijn onzinnig. Wel deelt hij de overtuiging dat de gelovigen voor het punt van Golgotha delen in dezelfde hoop in Christus. Maar het gaat wel om een scherp onderscheid tussen gelovigen en ongelovigen, ook na de dood.
Met nedergedaald ter helle wordt bedoeld dat Jezus de toorn en de verwerping van God gevoeld heeft en ermee geworsteld heeft. Het is namelijk niet alleen een lichamelijke straf die Jezus droeg. Dit is omdat het voor de ogen van mensen heeft plaatsgevonden en zo duidelijk is geworden dat het een ergere en grotere toorn van God was dan alleen een lichamelijke straf. Eigenlijk is het dus dat de hel is nedergedaald op Christus aan het kruis.
Bewijs hiervoor is dat Petrus het heeft over de smarten van de dood, die oorzaak zijn van de dood en vrucht van de vloek en de toorn van God. Jezus heeft ook de angstige dood niet geschuwd voor ons, er is geen grotere afgrond dan niet door God gehoord te worden en verworpen te zijn. Christus heeft zo de vrees overwonnen die alle stervelingen in zijn greep houdt. Christus is voor ons de strijd aangegaan en heeft overwonnen.
Maandag lezen we boek II.16.12 - II.16.14
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Hierna het 'nedergedaald ter helle'. Dit is volgens Calvijn een latere toevoeging aan de belijdenis. Niet alle vroege christenen schrijven erover, wel alle kerkvaders, die er dan wel weer vaak iets verschillend onder verstaan. Waar het om gaat is dat dity ook belangrijk is. Met nedergedaald ter helle wordt niet hetzelfde gezegd als begraven, zoals sommigen zeggen.
Sommige mensen hebben hieronder verstaan dat Jezus het evangelie heeft gebracht in de onderwereld, zoals Thomas van Aquino. Dit is gebaseerd op een verkeerde exegese van PS. 107:16 en Zach. 9:11. Daar gaat het om de verlossing en vergelijking met Babel. Het punt van zielen opsluiten in een kerker vind Calvijn onzinnig. Wel deelt hij de overtuiging dat de gelovigen voor het punt van Golgotha delen in dezelfde hoop in Christus. Maar het gaat wel om een scherp onderscheid tussen gelovigen en ongelovigen, ook na de dood.
Met nedergedaald ter helle wordt bedoeld dat Jezus de toorn en de verwerping van God gevoeld heeft en ermee geworsteld heeft. Het is namelijk niet alleen een lichamelijke straf die Jezus droeg. Dit is omdat het voor de ogen van mensen heeft plaatsgevonden en zo duidelijk is geworden dat het een ergere en grotere toorn van God was dan alleen een lichamelijke straf. Eigenlijk is het dus dat de hel is nedergedaald op Christus aan het kruis.
Bewijs hiervoor is dat Petrus het heeft over de smarten van de dood, die oorzaak zijn van de dood en vrucht van de vloek en de toorn van God. Jezus heeft ook de angstige dood niet geschuwd voor ons, er is geen grotere afgrond dan niet door God gehoord te worden en verworpen te zijn. Christus heeft zo de vrees overwonnen die alle stervelingen in zijn greep houdt. Christus is voor ons de strijd aangegaan en heeft overwonnen.
Maandag lezen we boek II.16.12 - II.16.14
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Abonneren op:
Posts (Atom)