Calvijn geeft een boekentip: De Mortalitate van Cyprianus. [5] Hij vind het namelijk vreemd dat sommige christenen banger voor de dood zijn dan filosofen. Christenen zouden weliswaar een natuurlijke neiging tegen de dood moeten hebben, maar geen angst voor de dood. Dit aardse en gebrekkige leven wordt ingeruild voor het hemelse leven. We worden in de dood niet ontkleed, maar juist bekleed. Geestelijke groei betekent ook blij zijn over de dag van de dood en dag van de opstanding.
[6]Als christenen hun geest op de hemel richten is het voor hen makkelijker om staande te blijven in alle leed , ellende en vervolging en kunnen ze in navolging van Christus ook als schapen naar de slachtbanken geleid worden. En de goddelozen die nu al de tijd van hun leven hebben, al dan niet ten koste van gelovigen, zullen geoordeeld worden na de dood. Dit mag een troost voor christenen zijn. De kracht van de opstanding triomfeert in het hart van de gelovigen over de duivel, het vlees, de zonde en de goddelozen.
In het nieuwe hoofdstuk gaat Calvijn uiteenzetten hoe we moeten leven en hoe we de middelen daartoe moeten gebruiken.[1] De Bijbel omschrijft het leven als een pelgrimsreis, dat bepaalt hoe we om moeten gaan en maat houden met zaken voor noodzakelijk levensonderhoud en ontspanning. Er waren vroeger mensen die alleen niet noodzakelijke als geoorloofd zagen. Met alle goede bedoelingen, maar het was wel te streng. Nu zijn er mensen die alle zaken aan het geweten over willen laten, maar de Schrift geeft wel algemene regels als richtlijn voor het persoonlijke geweten.
[2]Christenen moeten de spullen gebruiken waarvoor God ze gemaakt heeft. Bij voedsel gaat het niet alleen om voeding, maar God heeft er ook smaak en plezier in geschapen, kleding is niet alleen bedekking, maar ook sierlijkheid en eerbaarheid. God heeft schoonheid in de natuur gelegd.
[3]De mens heeft zintuigen van de Schepper gegeven en die mogen gebruikt worden ook. Maar deze vleselijke zintuigen kunnen ook lust oproepen en bovenmatig lustig worden. De regel is dat je God altijd moet kunnen danken. Dat kan je niet als je vreet en zuipt zodat je niet meer (vroom) je taken kan doen. Je kan ook God niet danken voor kleding(gebruik) waar je vol van jezelf door raakt.
[4]Maar uit de Bijbel komen hier duidelijke regels naar voren als het in het licht staat van het toekomende leven. Gebruik de wereld alsof je hem niet gebruikt, en verdraag armoede in kalmte en geduld net als overvloed in zelfbeheersing. Zo voorkom je dat aardse zaken het overdenken van het toekomende leven in de weg staan.
Morgen lezen we boek III.9.5 - III.10.4
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
donderdag 18 juni 2015
woensdag 17 juni 2015
17-06; Boek III.8.11 - III.9.4
Calvijn markeert het verschil tussen hem en de Stoa[11]. Een christen onderwerpt zich niet aan Gods wil omdat het ontsnappen hieraan niet mogelijk is. Gods wil is recht en billijk en een christen wordt terecht erdoor getuchtigd. Het heeft dus niet te maken met een apatisch alles laten overkomen, maar met een dankbaar en kalm gemoed het kruis dat god ons te dragen geeft op ons nemen.
[1]Het is een kwestie van dit leven verachten en het komende leven te overdenken, zo komen we enigszins los van redeloze liefde tot het tijdelijke. Allerlei ellende en kruisdragen ontmaskert het aardse en tijdelijke als ijdel en houdt de blik open tot wat dit alles overstijgt. [2] De mens moet namelijk kiezen om de wereld als waardeloos te zien of om door haar on onbeheerste liefde gevangen gehouden te worden. Iedereen zal de korte duur van het menselijk leven zo nu en dan beamen, maar iedereen leeft alsof deze onsterfelijk is. Als God ons een kruis te dragen geeft moeten we dit leren en de wereld te verachten en ons zetten op het overdenken van het toekomende leven.
Maar[3] desondanks het leven te verachten is, mag dit niet leiden tot ondankbaarheid voor God die het leven geeft. God zegent ons met gaven en bereidt ons voor op het hemelse leven en daar komen we niet zonder een strijd hier op aarde te voeren.
[4]Andere mensen hebben ook ingezien dat het leven ellendig is en dat de dood de op één na beste manier is om dit leven te verlaten. Calvijn stemt in, maar omdat die mensen God niet kenden moesten ze wel vervallen tot wanhoop, wat een christen dan weer niet hoeft. Het tegenwoordige leven verbleekt bij het toekomende leven. De christen moet het tegenwoordige leven zonder gemor en geklaag minachten voor zover het hem in zonde houdt en van Gods tegenwoordigheid afhoudt.
Morgen lezen we boek III.9.5 - III.10.4
Lees deze en andere posts terug lectiocalvini.blogpost.
[1]Het is een kwestie van dit leven verachten en het komende leven te overdenken, zo komen we enigszins los van redeloze liefde tot het tijdelijke. Allerlei ellende en kruisdragen ontmaskert het aardse en tijdelijke als ijdel en houdt de blik open tot wat dit alles overstijgt. [2] De mens moet namelijk kiezen om de wereld als waardeloos te zien of om door haar on onbeheerste liefde gevangen gehouden te worden. Iedereen zal de korte duur van het menselijk leven zo nu en dan beamen, maar iedereen leeft alsof deze onsterfelijk is. Als God ons een kruis te dragen geeft moeten we dit leren en de wereld te verachten en ons zetten op het overdenken van het toekomende leven.
Maar[3] desondanks het leven te verachten is, mag dit niet leiden tot ondankbaarheid voor God die het leven geeft. God zegent ons met gaven en bereidt ons voor op het hemelse leven en daar komen we niet zonder een strijd hier op aarde te voeren.
[4]Andere mensen hebben ook ingezien dat het leven ellendig is en dat de dood de op één na beste manier is om dit leven te verlaten. Calvijn stemt in, maar omdat die mensen God niet kenden moesten ze wel vervallen tot wanhoop, wat een christen dan weer niet hoeft. Het tegenwoordige leven verbleekt bij het toekomende leven. De christen moet het tegenwoordige leven zonder gemor en geklaag minachten voor zover het hem in zonde houdt en van Gods tegenwoordigheid afhoudt.
Morgen lezen we boek III.9.5 - III.10.4
Lees deze en andere posts terug lectiocalvini.blogpost.
dinsdag 16 juni 2015
16-06; Boek III.3.8.4 - III.8.10
God geeft ook volharding[4] en laat het zichtbaar zijn in de levens van de heiligen. Volharding is een goede gave, maar deze gave moet dan wel worden gebruikt, dus is er een kruis te dragen zodat de volharding zichtbaar wordt.
[5] Ook is een kruis soms nodig om onze verlangens onder de duim te houden. Als de teugels worden gevierd is de mens geneigd om Gods juk van de schouders af te schudden. Een beetje verlichting wordt al snel het afweren. God leert ons het vlees te beteugelen door middel van het kruis.
[6] Als de Heer ons straft kan dat ook vanwege een zonde in het verleden zijn. In een tuchtiging meten we dus ons verleden nog eens doornemen en hieruit geduld halen. God kastijdt ons hier zodat we later niet gestraft hoeven te worden. Dan moeten we ook op Gods mildheid en goedheid blijven zien, God kastijdt opdat we er beter van worden en niet onszelf verharden zoals de goddelozen doen als God ze straft.
[7] Vervolging om de gerechtigheid is een groot voorrecht in de krijgsdienst voor God. Als we vervolgd worden om de gerechtigheid hebben we een grote schat in de hemel en is datgene wat normaal grote rampspoed is (ballingschap, eerverlies, gevangenschap) het grootste geluk.
[8] Dit moet ons aansporen om dit alles dankbaar uit de hand van God te ontvangen, hoe gek dat ook moge klinken. Deze blijdschap is geen compensatie, anders zou het geen kruisdragen meer zijn.
[9] Kruisdragen is iets anders dan ongevoelig zijn, christenen zijn geen stoïcijnen(http://nl.wikipedia.org/wiki/Stoa). Stoïcijnen omschrijven een onmenselijke volharding. Er zijn wel stoïcijnse christenen voor wie zuchten en klagen niet alleen zonde is, maar bedroefd en bekommerd zijn ook. Calvijn zegt dat dat vaak mensen met een gemakkelijk leven zijn. Christus zuchtte en weende ook en sprak de treurende zalig, zodat niemand dit kon afkeuren.
[10]Calvijn schrijft dit alles om christenen voor wanhoop te bewaren. Het is desalniettemin wel menselijk om een botsing te merken tussen het lijden en de volharding. Petrus ging ook de dood tegemoet maar zou waarschijnlijk aan de ene kant bang geweest zijn, aan de andere kant vurig van geest.
Morgen lezen we boek III.3.8.11 - 3.9.4
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[5] Ook is een kruis soms nodig om onze verlangens onder de duim te houden. Als de teugels worden gevierd is de mens geneigd om Gods juk van de schouders af te schudden. Een beetje verlichting wordt al snel het afweren. God leert ons het vlees te beteugelen door middel van het kruis.
[6] Als de Heer ons straft kan dat ook vanwege een zonde in het verleden zijn. In een tuchtiging meten we dus ons verleden nog eens doornemen en hieruit geduld halen. God kastijdt ons hier zodat we later niet gestraft hoeven te worden. Dan moeten we ook op Gods mildheid en goedheid blijven zien, God kastijdt opdat we er beter van worden en niet onszelf verharden zoals de goddelozen doen als God ze straft.
[7] Vervolging om de gerechtigheid is een groot voorrecht in de krijgsdienst voor God. Als we vervolgd worden om de gerechtigheid hebben we een grote schat in de hemel en is datgene wat normaal grote rampspoed is (ballingschap, eerverlies, gevangenschap) het grootste geluk.
[8] Dit moet ons aansporen om dit alles dankbaar uit de hand van God te ontvangen, hoe gek dat ook moge klinken. Deze blijdschap is geen compensatie, anders zou het geen kruisdragen meer zijn.
[9] Kruisdragen is iets anders dan ongevoelig zijn, christenen zijn geen stoïcijnen(http://nl.wikipedia.org/wiki/Stoa). Stoïcijnen omschrijven een onmenselijke volharding. Er zijn wel stoïcijnse christenen voor wie zuchten en klagen niet alleen zonde is, maar bedroefd en bekommerd zijn ook. Calvijn zegt dat dat vaak mensen met een gemakkelijk leven zijn. Christus zuchtte en weende ook en sprak de treurende zalig, zodat niemand dit kon afkeuren.
[10]Calvijn schrijft dit alles om christenen voor wanhoop te bewaren. Het is desalniettemin wel menselijk om een botsing te merken tussen het lijden en de volharding. Petrus ging ook de dood tegemoet maar zou waarschijnlijk aan de ene kant bang geweest zijn, aan de andere kant vurig van geest.
Morgen lezen we boek III.3.8.11 - 3.9.4
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
maandag 15 juni 2015
15-06; Boek III.7.8 - III.8.3
Week 24 van Lectio Calvini.
Calvijn gaat verder over de zelfverloochening, en dan te beginnen met het gedeelte dat betrekking heeft op God[8]. Allereerst moeten we ons oordeel en onze hartewensen overleveren aan God. God zal onze verlangens temmen en bedwingen, en blijkbaar dus niet vervullen. Mensen willen graag voorspoed verkrijgen en armoede voorkomen. Maar christenen moeten niet denken uit een andere bron dan de zegen van God voorspoed te krijgen, daar moeten ze op vertrouwen. Op een andere manier rijk worden lukt wel, maar levert niks op, Gods vloek rust erop.
[9]We moeten ons meer laten lijden door de voorzienigheid en onze ogen gevestigd houden op de Heere. Dat voorkomt dat we op ongeoorloofde manier goederen of een positie bemachtigen. Het temt ook onze verlangens, en het bewaard ons voor ongeduld.
[10]Niet alleen daarin moeten we met kalmte en verdraagzaamheid vroom blijvenm maar ook in alle ellende die de mens in dit leven kan overkomen. Honger, ziekte, verlies van naaste. Een moet altijd op Gods goedheid zien en niet met God gaan twisten. Misschien lezen we hier ook wel waarom Calvijn geen commentaar op Job heeft achtergelaten. Een christen moet in ieder geval niks toeschrijven aan de fortuin, het lot.
[1]Een christen moet nog hoger reiken en Christus navolgen die ieder roept om zijn kruis te dragen. Christus Zelf droeg ook Zijn kruis, Zijn hele verblijf op aarde was een beproeving en kruisdragen. Door ons kruisdragen worden wij aan Christus gelijkvormig. Het is een troost dat we in alle rampen gemeenschap hebben aan het lijden van Christus. Deze troost wordt groter naarmate ons kruis groter wordt.
[2]Christus droeg Zijn kruis alleen maar uit gehoorzaamheid, wij dragen ons kruis om andere redenen. Zo tekent het onze zwakheid, zodat we niet op het vlees vertrouwen. door hun rkuis worden gelovigen op hun zwakheid gewezen met maken ze zich los van het vlees en keren zich tot Gods genade.
[3]Maar verdrukkingen werken geduldige volharding en volharding verwerkt beproefdheid. God heeft volharding belooft en dat merken de heiligen in verdrukking ook. Zo wordt Gods trouw zichtbaar. Kruisdragen is zo een noodzakelijke oefening, of praktijk(dat is hoe het anno nu genoemd wordt; https://josdouma.wordpress.com/2015/06/03/geloven-in-praktijken-1/ ). Afzien van jezelf en volledig vertrouwen op God, daar volharding en zekerheid in ervaren.
Morgen lezen we Boek III.8.4 - III.8.10
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Calvijn gaat verder over de zelfverloochening, en dan te beginnen met het gedeelte dat betrekking heeft op God[8]. Allereerst moeten we ons oordeel en onze hartewensen overleveren aan God. God zal onze verlangens temmen en bedwingen, en blijkbaar dus niet vervullen. Mensen willen graag voorspoed verkrijgen en armoede voorkomen. Maar christenen moeten niet denken uit een andere bron dan de zegen van God voorspoed te krijgen, daar moeten ze op vertrouwen. Op een andere manier rijk worden lukt wel, maar levert niks op, Gods vloek rust erop.
[9]We moeten ons meer laten lijden door de voorzienigheid en onze ogen gevestigd houden op de Heere. Dat voorkomt dat we op ongeoorloofde manier goederen of een positie bemachtigen. Het temt ook onze verlangens, en het bewaard ons voor ongeduld.
[10]Niet alleen daarin moeten we met kalmte en verdraagzaamheid vroom blijvenm maar ook in alle ellende die de mens in dit leven kan overkomen. Honger, ziekte, verlies van naaste. Een moet altijd op Gods goedheid zien en niet met God gaan twisten. Misschien lezen we hier ook wel waarom Calvijn geen commentaar op Job heeft achtergelaten. Een christen moet in ieder geval niks toeschrijven aan de fortuin, het lot.
[1]Een christen moet nog hoger reiken en Christus navolgen die ieder roept om zijn kruis te dragen. Christus Zelf droeg ook Zijn kruis, Zijn hele verblijf op aarde was een beproeving en kruisdragen. Door ons kruisdragen worden wij aan Christus gelijkvormig. Het is een troost dat we in alle rampen gemeenschap hebben aan het lijden van Christus. Deze troost wordt groter naarmate ons kruis groter wordt.
[2]Christus droeg Zijn kruis alleen maar uit gehoorzaamheid, wij dragen ons kruis om andere redenen. Zo tekent het onze zwakheid, zodat we niet op het vlees vertrouwen. door hun rkuis worden gelovigen op hun zwakheid gewezen met maken ze zich los van het vlees en keren zich tot Gods genade.
[3]Maar verdrukkingen werken geduldige volharding en volharding verwerkt beproefdheid. God heeft volharding belooft en dat merken de heiligen in verdrukking ook. Zo wordt Gods trouw zichtbaar. Kruisdragen is zo een noodzakelijke oefening, of praktijk(dat is hoe het anno nu genoemd wordt; https://josdouma.wordpress.com/2015/06/03/geloven-in-praktijken-1/ ). Afzien van jezelf en volledig vertrouwen op God, daar volharding en zekerheid in ervaren.
Morgen lezen we Boek III.8.4 - III.8.10
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
vrijdag 12 juni 2015
12-06; Boek III.7.3 - III.7.7
Calvijn is bezig met zelfverloochening breed uit te werken. [3] Op basis van Titus 2 formuleert Calvijn het volmaakte christelijke leven als de onlosmakelijke band tussen matigheid, rechtvaardigheid en godsvrucht. Deze staan tegenover de wereld en ons vleselijke begeertes. Om dit vol te houden worden we bemoedigt door de genade van God. We zijn vreemdelingen in de wereld en ons erfenis is in de hemel.
[4] De zelfverloochening brengt ook een dynamiek voort tussen het zelf, God en de ander. De eigenliefde verblindt de mens en denkt dat hij zelf op de voorgrond moet staan ten koste van de ander. Ook zal hij zich niet verootmoedigen omwille de gaven die God hem gegeven heeft, maar een reden vinden om trots en hoogmoedig te worden. En we zullen bij de ander dezelfde gaven weer verafschuwen. Iedere mens heeft diep in zijn hart de overtuiging dat hij/zij voortreffelijk is. Dit kan alleen voorkomen worden door middel van de Schrift, uiteraard. Door na te gaan wat ons tekort schiet vinden we telkens stof om ons over te verootmoedigen. Als we bij anderen Gods gaven zien zouden we die moeten eren, zoals God die mens geëerd heeft met Zijn gave. Zo zijn we niet alleen gematigd en bescheiden, maar ook voorkomend en vriendelijk naar alle mensen toe. Volgens mij loopt Calvijn hier parallel aan noties van zelfverloochening in de Imitatione Christi van Thomas à Kempis.
[5] Dit is onmogelijk zonder zelfverloochening. De gaven die we hebben worden al snel geperverteerd door onze natuur. Gods Woord geeft de regel aan hoe met de geestesgaven om te gaan, tot nut van de gemeente. Die regel moet ons helpen. De regel is ook een liefde die we als ledematen van hetzelfde Lichaam moeten betrachten. Iets is pas alleen van nut als het tot nu van allen is. Daarom moet persoonlijk belang ondergeschikt zijn aan het gemeenschappelijke nut en mogen deze in deze regel niet tot elkaar uitgespeeld worden. Deze notie kwam in het OT ook naar voren in het feit dat de eerstelingen aan God moesten worden gewijd. Maar omdat je niet tot God kan naderen, moet het nu aan Zijn heiligen op aarde wijden. Aalmoezen worden vergelijken met de heilige offeranden uit de tijd van de Wet.
[6] De regel van de liefde bepaald dat niet ons oordeel over de mens, maar het beeld van God in die mens bepalend is voor onze werken naar onze naasten. Aan God zijn we eer en liefde verschuldigt en een mens is Zijn beeld. Je hebt geen reden om je onttrekken van hulp aan te bieden.
[7] Naastenliefde is sterven aan jezelf en dit kan alleen met een liefdevolle gezindheid. Dus niet met een zuur gezicht of een moraliserende preek een aalmoes geven, maar een aalmoes geven en het aangenaam proberen te laten zijn. In een lichaam is het geen gunst dat de leden zich voor elkaar inzetten, maar meer een natuurwet, dat moet binnen de kerk ook zo zijn dus. (Zelfs moet ik direct denken aan het geven van geld in de binnenstad, toch moraliserend kijken en liever eten dan geld geven omdat hij er drank of drugs voor gaat kopen, valt dat hier ook onder...)
Volgende week lezen we boek III.7.8 - II.8.3
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[4] De zelfverloochening brengt ook een dynamiek voort tussen het zelf, God en de ander. De eigenliefde verblindt de mens en denkt dat hij zelf op de voorgrond moet staan ten koste van de ander. Ook zal hij zich niet verootmoedigen omwille de gaven die God hem gegeven heeft, maar een reden vinden om trots en hoogmoedig te worden. En we zullen bij de ander dezelfde gaven weer verafschuwen. Iedere mens heeft diep in zijn hart de overtuiging dat hij/zij voortreffelijk is. Dit kan alleen voorkomen worden door middel van de Schrift, uiteraard. Door na te gaan wat ons tekort schiet vinden we telkens stof om ons over te verootmoedigen. Als we bij anderen Gods gaven zien zouden we die moeten eren, zoals God die mens geëerd heeft met Zijn gave. Zo zijn we niet alleen gematigd en bescheiden, maar ook voorkomend en vriendelijk naar alle mensen toe. Volgens mij loopt Calvijn hier parallel aan noties van zelfverloochening in de Imitatione Christi van Thomas à Kempis.
[5] Dit is onmogelijk zonder zelfverloochening. De gaven die we hebben worden al snel geperverteerd door onze natuur. Gods Woord geeft de regel aan hoe met de geestesgaven om te gaan, tot nut van de gemeente. Die regel moet ons helpen. De regel is ook een liefde die we als ledematen van hetzelfde Lichaam moeten betrachten. Iets is pas alleen van nut als het tot nu van allen is. Daarom moet persoonlijk belang ondergeschikt zijn aan het gemeenschappelijke nut en mogen deze in deze regel niet tot elkaar uitgespeeld worden. Deze notie kwam in het OT ook naar voren in het feit dat de eerstelingen aan God moesten worden gewijd. Maar omdat je niet tot God kan naderen, moet het nu aan Zijn heiligen op aarde wijden. Aalmoezen worden vergelijken met de heilige offeranden uit de tijd van de Wet.
[6] De regel van de liefde bepaald dat niet ons oordeel over de mens, maar het beeld van God in die mens bepalend is voor onze werken naar onze naasten. Aan God zijn we eer en liefde verschuldigt en een mens is Zijn beeld. Je hebt geen reden om je onttrekken van hulp aan te bieden.
[7] Naastenliefde is sterven aan jezelf en dit kan alleen met een liefdevolle gezindheid. Dus niet met een zuur gezicht of een moraliserende preek een aalmoes geven, maar een aalmoes geven en het aangenaam proberen te laten zijn. In een lichaam is het geen gunst dat de leden zich voor elkaar inzetten, maar meer een natuurwet, dat moet binnen de kerk ook zo zijn dus. (Zelfs moet ik direct denken aan het geven van geld in de binnenstad, toch moraliserend kijken en liever eten dan geld geven omdat hij er drank of drugs voor gaat kopen, valt dat hier ook onder...)
Volgende week lezen we boek III.7.8 - II.8.3
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
donderdag 11 juni 2015
11-06; Boek III.6.2 - III.7.2
Hoe moet men christelijk leven? [3]Allereerst is het niet alleen leven als gerechtvaardigd in Christus, maar ook naar Zijn voorbeeld, het is de uitdrukking van hoe God ons wilt maken. Het is ook gek om de gerechtigheid van Christus niet te beantwoorden met het volgen van Zijn voorbeeld, dit is zelfs ondankbaarheid. Het christelijk leven is bestemd voor de hemel, onsterfelijkheid en onverderfelijkheid, daartoe moeten we ons nu al in bewaren.
[4]Als je echte kennis van Christus hebt, dan wordt dit zichtbaar in het afleggen van de oude mens en de begeertes. Anders mag je jezelf geen christen nomen. De leer is namelijk niet alleen in woorden, maar van het leven, omdat christendom allereerst zetelt in de genegenheden van het hart. Het kan niet zonder vrucht blijven.
[5] Calvijn wil niet alleen de volmaakte mensen christenen noemen, dan zou niemand zo mogen heten, maar hij wil wel dat dit het doel is van iedere christen. Niet dat mensen naar eigen voorkeuren zaken uit de Bijbel aannemen. God wil oprechtheid. Dit loop je niet fluitend in je dagelijks leven, maar Calvijn vind het al wat dat je kruipend naar voren komt hierin.
[1]De Wet is door God gegeven om het leven naar in te richten, maar God heeft nog meer gezegd. Het lichaam als een offer voor God, zo dien je God zoals Hij wil, dat betekent dat alles wat je zegt, denkt, doet of denkt, God moet eren, daarvoor ben je heilig. We zijn niet meer van onszelf, maar van God. Dit alles wordt door de vernieuwing van het gemoed genoemd(Ef. 4:23) en is de eerste stap om gericht te worden op de wil van God. In plaats van de menselijke rede op de hoogste plaats, met deze zich schikken onder de Heilige Geest.
[2] Zo moeten we alles van God zoeken en onze eigen hebzucht en machtszucht laten varen. Het moet een christen voor ogen staan dat hij met God te doen heeft in zijn leven. Filosofen hebben de deugd getypeerd als iets dat om zichzelf moet worden nagestreefd, maar het is duidelijk dat ook hen dit niet lukte, God schept hier geen behagen in. ER schuilt, volgens een oud spreekwoord, een wereld van ongerechtigheden in de ziel van een mens. Daar kan je je alleen door middel van zelfverloochening en zich op God richten vanaf komen.
Morgen lezen we boek III.7.3 - III.7.7
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[4]Als je echte kennis van Christus hebt, dan wordt dit zichtbaar in het afleggen van de oude mens en de begeertes. Anders mag je jezelf geen christen nomen. De leer is namelijk niet alleen in woorden, maar van het leven, omdat christendom allereerst zetelt in de genegenheden van het hart. Het kan niet zonder vrucht blijven.
[5] Calvijn wil niet alleen de volmaakte mensen christenen noemen, dan zou niemand zo mogen heten, maar hij wil wel dat dit het doel is van iedere christen. Niet dat mensen naar eigen voorkeuren zaken uit de Bijbel aannemen. God wil oprechtheid. Dit loop je niet fluitend in je dagelijks leven, maar Calvijn vind het al wat dat je kruipend naar voren komt hierin.
[1]De Wet is door God gegeven om het leven naar in te richten, maar God heeft nog meer gezegd. Het lichaam als een offer voor God, zo dien je God zoals Hij wil, dat betekent dat alles wat je zegt, denkt, doet of denkt, God moet eren, daarvoor ben je heilig. We zijn niet meer van onszelf, maar van God. Dit alles wordt door de vernieuwing van het gemoed genoemd(Ef. 4:23) en is de eerste stap om gericht te worden op de wil van God. In plaats van de menselijke rede op de hoogste plaats, met deze zich schikken onder de Heilige Geest.
[2] Zo moeten we alles van God zoeken en onze eigen hebzucht en machtszucht laten varen. Het moet een christen voor ogen staan dat hij met God te doen heeft in zijn leven. Filosofen hebben de deugd getypeerd als iets dat om zichzelf moet worden nagestreefd, maar het is duidelijk dat ook hen dit niet lukte, God schept hier geen behagen in. ER schuilt, volgens een oud spreekwoord, een wereld van ongerechtigheden in de ziel van een mens. Daar kan je je alleen door middel van zelfverloochening en zich op God richten vanaf komen.
Morgen lezen we boek III.7.3 - III.7.7
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
woensdag 10 juni 2015
10-06; Boek III.5.9 - III.6.1
Gisteravond was er een Corpsvergadering van FQI, daarom nu de lectio van vandaag.
Terug naar het vagevuur![9] 1 Korinthe 3:12. Maar deze tekst heeft het over een beproeving of kruisdragen voor alle gelovigen, i.t.t het vagevuur. De gedachte van mensen worden hier hout, hooi en stoppels genoemd dat verbrand wordt door het werk van de Geest, de metafoor slaat op verzinsels in minder belangrijke zaken.
[10Je lijdt dus schade als je iets hebt gebouwd, wat niet bij het fundament past. Paulus uitleg veegt ook het argument van tafel dat de kerk dit altijd heeft geloofd, dat geldt dus niet voor de apostolische kerk. Er wordt niet gebeden naar doden in de Schrift, ook niet bij uitvoerige beschrijvingen van begrafenissen. Wat je wel zou verwachten als het zo'n belangrijke zaak is. Ook de kerkleraars die de gebeden uitspraken missen een concrete opdracht en voorbeeld in de Bijbel. Calvijn noemt het lichtgelovigheid en kopiëren wat alle heidense godsdiensten ook doen, waarschijnlijk om het leed van verlies te verzachten. Gelovigen rusten na hun dood, en doen dus geen voorbede.
Nu volgt een hoofdstuk waarin Gods gerechtigheid de aanleiding is om ons als Gods kinderen gehoorzaamheid te laten zien, hoe we moeten leven. [1] Hier is al veel over geschreven. Calvijn wil geen uitgebreid vertoog, maar een korte regel. Want hij houdt van kort en bondig. NEt als de filosofische systemen kent de Bijbel ook een afbakening van wat goed en eerbaar is, alleen niet systematisch omdat de Geest niet wordt gedreven door eerzucht, in tegenstelling tot de streberige filosofen.
Morgen lezen we boek III.6.2 - III.7.2
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Terug naar het vagevuur![9] 1 Korinthe 3:12. Maar deze tekst heeft het over een beproeving of kruisdragen voor alle gelovigen, i.t.t het vagevuur. De gedachte van mensen worden hier hout, hooi en stoppels genoemd dat verbrand wordt door het werk van de Geest, de metafoor slaat op verzinsels in minder belangrijke zaken.
[10Je lijdt dus schade als je iets hebt gebouwd, wat niet bij het fundament past. Paulus uitleg veegt ook het argument van tafel dat de kerk dit altijd heeft geloofd, dat geldt dus niet voor de apostolische kerk. Er wordt niet gebeden naar doden in de Schrift, ook niet bij uitvoerige beschrijvingen van begrafenissen. Wat je wel zou verwachten als het zo'n belangrijke zaak is. Ook de kerkleraars die de gebeden uitspraken missen een concrete opdracht en voorbeeld in de Bijbel. Calvijn noemt het lichtgelovigheid en kopiëren wat alle heidense godsdiensten ook doen, waarschijnlijk om het leed van verlies te verzachten. Gelovigen rusten na hun dood, en doen dus geen voorbede.
Nu volgt een hoofdstuk waarin Gods gerechtigheid de aanleiding is om ons als Gods kinderen gehoorzaamheid te laten zien, hoe we moeten leven. [1] Hier is al veel over geschreven. Calvijn wil geen uitgebreid vertoog, maar een korte regel. Want hij houdt van kort en bondig. NEt als de filosofische systemen kent de Bijbel ook een afbakening van wat goed en eerbaar is, alleen niet systematisch omdat de Geest niet wordt gedreven door eerzucht, in tegenstelling tot de streberige filosofen.
Morgen lezen we boek III.6.2 - III.7.2
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Abonneren op:
Posts (Atom)