donderdag 19 november 2015

19-11; Boek IV.17.25 - IV.17.28

[25] De tegenstanders van Calvijn zeggen dat ze het woord hebben, Calvijn vindt dat ze het Woord hebben, maar wel in zoverre hun vooronderstellingen het toelaten. De tegenstanders bedenken eerst het wonderlijkste en als er uit die leer verschrikkelijke ongerijmdheden tevoorschijn komen verschuilen ze zich achter Gods almacht. En dan verwijten ze Calvijn dat hij Gods eer onrecht doet door hem in te perken. Calvijn wil juist de Bijbel laten spreken, hier naar luisteren zonder er een verzinsel of filosofie erin te leggen en daar hardnekkig aan vast te houden.

[26] Niet Aristoteles, maar de Heilige Geest leert dat Jezus lichamelijk in de hemel is en blijft(en dus niet in stukjes brood op aarde is). De Heilige Geest is in plaats van Jezus gekomen. Dit zei Jezus ook al toen Hij zei dat Hij niet altijd bij Zijn discipelen op aarde zou zijn(Matt. 26). Het gaat hier niet om het wel of niet arm zijn van Jezus. Dit is ook wat Augustinus zegt, Jezus is in de hemel en niet naar lichamelijke aanwezigheid aanwezig bij Zijn discipelen, maar door Zijn majesteit, voorzienigheid en onuitsprekelijke genade, wat volgens Calvijn de gemeenschap aan Zijn lichaam en bloed is.

[27] De hemelvaart krijgt in de verkeerde uitleg dan niet de betekenis dat JEzus nu in de hemel is, maar dat Zijn Rijk verheven is. Christus is onzichtbaar geworden, maar heeft de aarde niet verlaten. Dit spreekt alle teksten natuurlijk tegen.

[28] Calvijn bediscussieert de Augustinus citaten die worden aangehaald in de discussie, die ga ik niet opsommen, maar ze zijn of onvolledig geciteerd of spreken samen met andere gedeeltes waaruit blijkt dat Augustinus het lichaam van Jezus in de hemel situeert en niet in de sacramenten.

Morgen lezen we boek IV.17.29 - IV.17.32

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

woensdag 18 november 2015

18-11; Boek IV.17.21 - IV.17.24

[21] De instellingswoorden zijn een sacramentele manier van spreken, het is figuurlijk, maar naar zekere analogie. Daarom krijgen de tekens ook de naam van de betekende zaak, vergelijkbaar met een metonymie. Vergelijkbaar met dat je een portretschilderij aanduidt met de persoon die het schilderij afbeeldt. We hebben het vaak over 'de Nachtwacht', maar niet over 'het schilderij van de Nachtwacht'. Dit komt ook vaak voor in de Bijbel. Desondanks Augustinus het niet over het Avondmaal heeft spreekt hij wel over Sacramenten als metonymieën, dus wat Calvijn zegt is geen nieuwerwets verzinsel.

[22] Er zijn stijfkoppen(zoals blijkbaar Luther) die blijven vasthouden aan de woorden 'dit is' en hierom blijven hameren op hun interpretatie(dit geval dus consubstantiatie). Dit koppelwerkwoord is weliswaar belangrijk, maar dit koppelwerkwoord wordt bij Paulus gebruikt voor de gemeenschap aan het lichaam van Christus, wat iets anders is dan het lichaam van Christus. En op wel meer plaatsen wordt er 'dit is' gezegd zonder dat er een gelijksoortige interpretatie aan wordt gegeven.

[23] Een al te letterlijke interpretatie is niet mogelijk van de instellingswoorden. Dit was de fout van de antropomorfieten, die iedere vergelijkend spreken van God letterlijk op wilde vatten en het de kerkvaders hiermee moeilijk maakten. Ook de reactie van de discipelen geeft aan dat ze vertrouwd met een sacramentele wijze eten en drinken. Een letterlijke interpretatie van brood èn wijn kan ook niet, hoe kunnen die twee überhaupt gescheiden zijn, dat zou van de uitspraak van Jezus verwarrend zijn, lichaam en bloed kunnen niet van elkaar gescheiden worden. Zo blijken de mensen die vasthouden aan de letterlijke zin helemaal niet zo trouw aan de woorden van Christus, maar deze juist te verdraaien.

[24] Nu is er ook en bezwaar dat Calvijn met zijn leer God afhankelijk maakt van het menselijk verstand en van de wetten in de natuur. Wat natuurlijk onzin is volgens Calvijn. De menselijke rede is niet de maatstaf voor het Sacrament. Er is niets bovennatuurlijker dan gemeenschap hebben met het lichaam van Christus terwijl die op een afstand van hemel en aarde weg is. De tegenstanders van Calvijn vragen juist aan God of Zijn lichaam tegelijk kan zijn en niet zij. door hun leer over het Avondmaal.

Morgen lezen we boek IV.17.25 - IV.17.28

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

dinsdag 17 november 2015

17-11; Boek IV.17.16 - IV.17.20

[16] De analogie tussen teken en betekende zaak kan niet doorbroken worden zonder het wezen van het sacrament te kort te doen. Zo ook enkele volgelingen van Luther die op zich wel de samenhang van teken en betekende zaak hebben die Calvijn kan volgen, maar de het lichaam van Jezus op een ruimtelijke manier aan het brood willen binden. Het lichaam van Christus zit opgesloten in het brood. Want het lichaam is onzichtbaar, zeggen ze.

[17] Er zijn dus mensen die het lichaam van Jezus zien als in dimensies van hemel en aarde, en het leven van Jezus op aarde is door een beschikking te zien geweest voor iedereen. Dit maakt van Jezus een schijngestalte. Er zijn andere die zeggen dat we in het Avondmaal het verheerlijkte lichaam hebben, maar dit kan dan weer niet volgens het laatste Avondmaal met de discipelen, waar de nadruk lag op de vernedering van de kruisiging.

[18] Om te weten hoe de verbintenis zit moeten eerst weer brood en wijn van elkaar gescheiden worden. Sommigen hebben beweerd dat het bloed ook in het lichaam zat en andersom. Calvijn vindt de twee tekenen verschillend. We moeten onze ogen opheffen naar de hemel en daar Christus zoeken als Koning die regeert waar Hij wil en zo aanwezig is door de kracht van de Geest. Zo voedt Hij ons in het Avondmaal met Zichzelf.

[19] We mogen in het spreken over Jezus en het Avondmaal nooit iets zeggen wat Zijn verheerlijking te kort doet. Dus dat Hij gebonden zou zijn aan aardse elementen. Maar ok niet iets war Zijn ware menselijke natuur niet kan hebben, zoals op meerdere plaatsen fysiek aanwezig zijn of een lichaam zo wijd en hoog als hemel en aarde hebben. Buiten dit wil Calvijn ver mee gaan met mensen die het Avondmaal in woorden willen uitdrukken. Desondanks is er veel weerstand vanwege de veelheid van visies in de tijd van Calvijn.

[20] Daarom nu verder de discussie. De transsubstantiatie-aanhangers leggen volgens Calvijn te veel nadruk op de instellingswoorden, 'dit' zou slaan op het uiterlijke gedaante van het brood in plaats van het brood zelf. Zo ook een consubstantialist, die het lichaam in met en onder het brood lokaliseert. De paradox die Calvijn opmerkt is dat het letterlijk vasthouden aan de woorden van Jezus zorgt voor interpretaties en redenaties die uiteindelijk zo ver van de woorden afstaan. Sommigen staan te sterk achter de woorden dat het Brood Christus en God is, anderen staan er wat te slap achter. Maar wat de mensen over het hoofd zien is dat de uitspraak van Jezus een sacramentele spreekwijze is, dus dat de grammaticale regels niet leidend zijn voor de betekenis. Er zijn ook meer woorden die aanduiden dat het testament in het lichaam van Jezus is, dan dat het brood Jezus' lichaam is. Dit gaat Calvijn hierna uitwerken wat dit betekent. We hebben namelijk alleen iets met dit verbond als we de gemeenschap met Christus hebben.

Morgen lezen we boek IV.17.21 - IV.17.24

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

maandag 16 november 2015

16-11; Boek IV.17.12 - IV.17.15

Nou, nog vijf weken, volgens mij stopt het rooster als de kerstvakantie ingaat. Dus nu maar beginnen met week 46 van Lectio Calvini.

[12] Calvijn begint met het tegenspreken van dwalingen over het Heilig Avondmaal. Allereerst de overtuiging dat Jezus ruimtelijk aanwezig is in het brood. We raken het aan, vermalen het en slikken het door. Dat is gruwelijke onzin die ook door Petrus Lombardus niet wordt aangehangen. Calvijn is ervan overtuigd dat het ontoelaatbaar is om het lichaam van Jezus samen te laten vallen met aardse elementen. Zijn lichaam is in de hemel en wij worden naar ziel, geest en lichaam één met Hem door Zijn Geest.

[13] De scholastici hebben moeilijke woorden gebruikt om uiteindelijk onbegrijpelijke zaken te stellen. Jezus moet men zoeken in het Avondmaal in de zichtbare gestalte van het brood. Hij is wel in het Sacrament aanwezig, maar blijft in de hemel. Uiteindelijk is het brood een masker voor Jezus waardoor Hij niet te zien is. Uiteraard gaat deze constructie buiten het waar geloof om, wat Calvijn juist het belangrijkste vindt om gemeenschap met Christus te hebben.

[14] Dus die plaatselijke tegenwoordigheid werd al snel door de scholastiek omgewerkt tot de transubstantiatie-leer. Jezus maakt de substantie van brood en wijn te niet en verbergt Zich in de gestalte van brood. Oude kerkvaders gebruikten wel het woord verandering, maar niet in deze zin, zij zagen het Avondmaal in een hemels en een aards deel uiteen vallen. Dat ze anders waren is dat ze tekenen waren voor de geestelijke zaken en niet alleen voedsel. De roomse kerk zijn hiermee van het spoor van de oude Kerk afgedwaald, desondanks ze het doopwater ook niet laten veranderen, gek genoeg. Het aardse teken zou verdwijnen als het losgemaakt wordt van de betekeniszaak van de hemel. De belofte van het Avondmaal wordt teniet gedaan als het brood geen teken is, het is slechts een ondersteuning van onze zwakheid.

[15] De RKK had van de consecratie een toverformule gemaakt. Maar ze vergaten daardoor dat het Sacrament bij het Woord hoort. Als de Israëlieten dezelfde geestelijke drank dronken toen er water uit de rots kwam(Ex. 17:6/1 Kor. 10:4) betekent het er alleen iets ten opzichte van de mens veranderd voor zover het de belofte aangaat. De transsubstantiatie wordt ondersteund door de scholastici door het verhaal van de staf van Mozes. Zoals de staf een staf bleef maar later ook slang genoemd mocht worden naar wat waarneembaar was, zo is het met het brood dat naar in een andere substantie overgaat. Mear de verandering van de staf van Mozes was niet een substantieverandering. En wat moeten we met de staffen van de tovenaars die toch meer goochelarij waren? Ze willen het uiterlijke symbool dezelfde substantie laten hebben als waarnaar het verwijst. Een laatste reden voor substantiatie is de uitroepen van Jeremia 11:19 en Psalm 69:22 die allegorisch worden gelezen voor het kruis. Calvijn vindt dit niet geloofwaardig.

Morgen lezen we boek IV.17.16 - IV.17.20

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

zaterdag 14 november 2015

14-11; Boek IV.17.6 - IV.17.11

[6] Calvijn spreekt Zwinglie(genoemd in de voetnoot) niet tegen als deze zegt dat het een eten in geloof is en niet met de mond. Maar toch vindt Calvijn het te weinig. Het gelovig overdenken van het offer is nuttig en aangenaam, maar in het geloof omhelzen we niet een Jezus die hoog boven ons is, maar Die Zich met ons verenigt en tot een lichaam maakt. Ook Chrysostomus zegt dat met het Avondmaal Jezus ons tot Zijn lichaam maakt.

[7] Calvijn kan ook niet mee gaan met mensen die zeggen dat je met het Avondmaal deel hebt aan de Geest van Christus, daarmee worden de woorden van Jezus Zelf in Johannes 6 veel te kort gedaan. Het zijn mensen die overdrijven en een manier van eten drinken uitdenken die van Jezus een soort spookgestalte maakt. Calvijn zelf vraagt zich af hoe ze zoveel kunnen denken, hij kan zo ver niet komen met zijn denken, laat staan met zijn schrijven. Calvijn noemt het Avondmaal een groot mysterie.

[8] Jezus is vanaf het begin de bron van het leven geweest omdat Hij het Woord va de Vader is. Dit zagen we pas toen Jezus in het vlees Zichzelf openbaarde. Als wij delen in Zijn vlees krijgen wij ook de onsterfelijkheid. We hebben hierin nieuwe troost die makkelijk en dichtbij is. De gemeenschap met het leven is in Hem te vinden.

[9] Het vlees van Jezus heeft in zichzelf niet zoveel kracht, het was ook sterfelijk, maar omdat het is het doortrokken van de volheid van het leven, leeft het nu niet uit eigen kracht. Zo is het vlees de bron, maar niet het leven zelf, zie het voorbeeld van de bron. En zo wordt de Kerk ook het Lichaam van Christus genoemd, vooral in de Efeze brief.

[10] Doordat we een heilige gemeenschap hebben aan het lichaam en bloed van Jezus worden onze zielen gevoed op dezelfde manier als onze lichamen worden gevoed met het brood en de wijn. Anders gaat de analogie van het teken niet op. Daarvoor zorgt de verborgen kracht van de Heilige Geest die iedereen die de maaltijd met vroom geloof neemt vrucht laat dragen. Het breken van het brood is niet alleen maar een symbool, maar we mogen aannemen dat God geeft wat Hij ons in de tekenen voorhoudt. Welk ander doel zou God hebben met een teken dan te verzekeren dat we werkelijk deel aan Hem hebben?

[11] Het heilig Avondmaal heeft in de Kerk altijd al gestaan voor twee zaken, namelijk het teken die ons een beeld geven van de onzichtbare werkelijkheid. en de geestelijke werkelijkheid die ons worden gegeven met de afbeeldingen ervan. In toenmalige scholastieke termen. Christus is de substantie van de tekenen, en het effect is de verlossing, gerechtigheid, heiliging en het eeuwige leven en andere weldaden van Jezus. Ze hebben te maken met het geloof, maar Calvijn bedoelt absoluut niet dat Jezus alleen met het verstand aangenomen kan worden. Calvijn snapt niet hoe iemand dit überhaupt kan, of steun kan vinden in het kruis van verlossing, zonder eerst zijn steun te vinden in de gemeenschap met Christus zelf. Eerst met Hem verenigd zijn, daarna Zijn kracht ervaren.

Volgende week lezen we boek IV.17.12 - IV.17.15

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

donderdag 12 november 2015

12-11; Boek IV.17.1 - IV.17.5

Dat was de Doop, laten we nu gaan naar het Avondmaal.

[1] God de Vader voedt ons ons hele leven lang als een Vader voor Zijn kinderen zorgt. Hij voedt ons met een geestelijke maaltijd waarin Jezus Christus het levendmakende brood is onze zielen tot onsterfelijkheid. Brood en wijn vertegenwoordigen het vlees en bloed van Jezus dat eenmaal voor ons is geofferd en geeft erin een beeld en gelijkenis van onze onzichtbare gemeenschap met Christus. De kracht van de voorgestelde dood van Jezus moet ons tot de overtuiging brengen dat het zal werken in ons leven.

[2] Omdat we in het Sacrament de getuigenis krijgen van onze eenheid met Christus kunnen we volop geloofsvertrouwen krijgen. Christus is met ons mensenkind geworden zodat wij kinderen van God geworden zijn. Het is een wonderlijke ruil.

[3] Het Sacrament is zo'n duidelijk getuigenis dat het is alsof Jezus ons voor ogen wordt gesteld. We leren dat Jezus om ons Zijn Lichaam heeft aangenomen en heeft afgelegd. We worden door het Sacrament door middel van een zekere analogie tot geestelijke zaken geleid. Zoals brood en wijn ons voeden, verkwikken en vrolijk stemmen, zo doen het Lichaam en Bloed van Jezus dat ook.

[4] Dus het Sacrament moet niet gedachteloos genoten worden, maar geldt als een verzegeling van de belofte dat Jezus' lichaam het enige levende brood is dat ons voedt en deelgenoot maakt van Zijn goddelijke onsterfelijkheid.

[5] Het Sacrament maakt niet dat Jezus het levende brood wordt genoemd. Juist alles wat Jezus zegt of deed was om ons levend te maken. In de tweede plaats is het Sacrament eeuwige levendmaking, anders hadden we in Christus geen eeuwigdurende en onvergankelijke zaken. Jezus heeft Zijn lichaam gemaakt tot het levende brood toen deze aan het kruis geslagen werd.  en we hebben er deel aan door de verkondiging van het Evangelie of in het Avondmaal want het is een teken van wat God innerlijk aan ons voltrekt. We moeten aan de ene kant niet te veel letten op de innerlijke zaken ten koste van de tekenen zoals Zwingli, maar aan de andere kant ook weer niet teveel op de tekenen letten zodat de innerlijke zaken in de schaduw komen te staan, zoals bij Luther.  Christus heeft niet zomaar iets gezegd toen Hij sprak over het levende brood. Eten is een gevolg van geloven.

Morgen lezen we boek IV.17.6 - IV.17.11

woensdag 11 november 2015

11-11/2; Boek IV.16.31 - IV.16.32

Met een goeie calvinistiche arbeidsethos kan je makkelijk twee items per dag maken voor een keertje.

[31] Calvijn besteedt veel aandacht aan de voornaamste wederdoper, Servet, al een paar keer eerder voorbij gekomen. Calvijn weerlegt Servet op een aantal punten, zoals de bewering dat het Sacrament voor volmaakte mensen is bedoeld. Juist de Doop roept de mens tot volmaaktheid voor de rest van zijn leven. Servet past het zelfonderzoek op de Doop toe in plaats van het Avondmaal. Ook legt hij bijbelteksten over het oordeel en toorn van God verkeerd uit. Servet kan ook niet bewijzen dat er voorafgaand aan het geestelijk leven een aantal jaren zijn voorgeschreven tot iemand klaar is tot de Doop. Hij denkt door een allegorie van een verhaal van David(1 Sam. 5:8) dat het geloof niet voor blinden en kreupelen is, zoals een gekke uitleg dat de apostelen vissers van mensen en geen kinderen waren. Kinderen zijn niet geestelijk en mogen daarom geen Doop, een geestelijke zaak, ontvangen. Bijna 20 argumenten die Calvijn weerlegt, vaak op exegetische gronden. De Bijbeluitleg van Servet is of niet duidelijk, of tekstplukkerij of een rare allegorie. Servet betrekt vaak op kinderen wat in de Bijbel alleen tot de volwassenen wordt gezegd. Calvijn sluit af met dat Servet een gestoorde geest is, vroeger mocht je als theoloog schelden.

[32] Calvijn ziet in deze discussie de satan aan het werk die de vreugde van de kinderdoop wel wegnemen uit de Kerk. In de kinderdoop hebben we een bevestiging dat God als een zorgzame huisvader wil laten zien dat Hij ook voor het nageslacht van de gelovigen zorgt. Het is een blijk van Zijn goedheid. Dit al afwijzen is een ondankbaarheid, maar het remt mensen ook af om hun kinderen vroom op te voeden. De Doop is een aansporing voor oprecht geloof en gehoorzaamheid aan de Wet bij te brengen bij de kinderen. God verleent de kinderen een plaats in Zijn gezin als leden van de Kerk.

Is dit ook de ervaring van mensen die als kind gedoopt zijn? Zelf ben ik op mijn 13de gedoopt en kan me niet een voorstelling maken van hoe de Doop fungeerde in mijn opvoeding.

Morgen lezen we boek IV.17.1 - IV.17.5

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com