vrijdag 27 februari 2015

27-02; Boek II.1.1 - II.1.4

Boek II; De kennis van God de Verlosser in Christus, die eerst aan de vaderen onder de wet en daarna ook aan ons in het Evangelie bekendgemaakt is.

Boek I begon met kennis, de dubbele kennis van God en van onszelf. Hier komt Calvijn nu op terug als hij spreekt over goede en slechte kennis van onszelf. Filosofen hebben de neiging om de verkeerde kennis over onszelf te stimuleren. Maar de juiste zelfkennis leert ons ten eerste hoe voortreffelijk de menselijke natuur zou zijn geweest; ten tweede hoe erg de toestand na de val is. Bedenken we dit, dan leren we nederig in plaats van opgeblazen over onszelf te denken.

We moeten oppassen voor kennis die onze eigenliefde voedt. Wanneer dit oppassen lukt overdenken we ons doel van onze schepping en worden we geleid tot het overdenken van het toekomstig leven en de dienst aan God. Als we overdenken wat we kunnen ontdekken we onze gebreken.

Kijken we naar Genesis 3 dan leren we dat de eerste zonde geen honger was, maar ongeloof. Hierdoor schudde de mens de eerbied van God van zich af en kwam ondankbaarheid op die niet keek naar wat de mens had, maar naar wat de mens niet had. Ook stemde de mens in met de onwaarheden die over God verkondigd werden door de slang.

Maandag lezen we boek II.1.5 - II.1.8

donderdag 26 februari 2015

26-02; Boek I.18.3 - I.18.4

Nu Calvijn dit leerstuk uiteen heeft gezet, gaat hij in op twee belangrijke bezwaren, nadat hij de bezwaarden brutaal en als honden met schuim op de bek heeft genoemd.

Er is één wil van God. en God wil het goede dat Hij dan door middel van slechte mensen uitvoert. Zo gaat het slechte wat Hij niet wil buiten Zijn wil om. Mensen kunnen dit niet of slecht zien. Het is de zwakheid van het menselijk verstand die problemen geeft.

Het tweede bezwaar: als God slechte mensen gebruikt is God de bewerker van hun misdaden. Dit gaat, volgens Calvijn, in tegen het verschil tussen Gods bevel en Gods wil. Het verhaal van David die wordt uitgescholden door Simeï bewijst dit. David erkent het wel als Gods wil maar gaat er niet van uit dat Simeï een concrete roeping of bevel tot schelden heeft ontvangen. In een werk kan de schuld van de mens naast de gerechtigheid van God oplichten. Dat kan ook liggen dat er een ding was dat wordt gedaan, maar er twee verschillende redenen zijn om het te doen.

Wie dit niet snapt moet volgens Calvijn hier eerst maar eens een tijdje over na gaan denken.

Zo, dat was boek I. Nieuwe dingen geleerd, ontdekt? Wat blijft je bij van wat je tot nu toe hebt gelezen?

Morgen lezen we Boek II.1.1 - II.1.4

woensdag 25 februari 2015

25-02; Boek I.17.13 - I.18.2

God is onveranderlijk en kan Hij dus geen berouw hebben. Het is een manier van spreken om het begrijpelijk te maken voor het zwakke menselijke verstand. Als er iets verandert, is dat niet God, maar Gods handelen, Zijn werk verandert.

De betekent dat God altijd Zijn plan uitvoert, dat de oordeelaankondigingen niet het brengen van het oordeel op zich zijn, maar de bekering van aan wie deze wordt gebracht. Het verhaal van Jona laat dit zien.

De Bijbel is te duidelijk over het actief handelen van de voorzienende God om te spreken over Gods toelating. Mensen kunnen niks doen zonder Gods verborgen wil en leiding. Gods wil is de oorzaak van alle dingen. Gods voorzienigheid stuurt al het denken en doen van alle mensen, dus net alleen de uitverkorenen die leven naar en volgens Gods wil. Hier komen we later op terug als Calvijn leert over de vrije of gebonden wil van de mens.


Wat Calvijn hier doet is alles radicaal in de macht van de mens leggen, niet vanuit een filosofisch systeem(die willen altijd de vrijheid van de mens als uitgangspunt nemen), maar simpelweg de Bijbel voor zichzelf laten spreken. Hij gaat hier een stuk verder dan alle andere theologen.

Morgen lezen we Boek I.18.3 - I.18.4

dinsdag 24 februari 2015

24-02; Boek I.17.3 - I.17.12

Niet alleen in goede tijden hebben we wat aan Gods voorzienigheid, maar ook in tegenspoed. Calvijn noemt Jozef, Job en David die in tegenspoed het oog op God gericht konden houden. Als alles wat God wil juist en nuttig is, dan moet dit wel bij de gelovige woede en ongeduld voorkomen. God zou ons wel eens kunnen leren volharden door middel van geestelijke strijd. Mocht er zonder toe doen van mensen iets gebeuren dan moeten we de Wet in gedachte nemen(Deut. 28:2) en ons of dankbaar tot God wenden of ons berouwvol bekeren.

Het leerstuk van de voorzienigheid mag ons niet nalatig maken. Calvijn leert ons dat we God in het oog moeten houden, maar daarom niet minder actief middelen aangrijpen om het goede te doen of voorzorgsmaatregelen treffen om het kwade te weren. Ook mogen we actief plannen maken voor de toekomst, in het volle vertrouwen op Gods almacht.

Met een kort gedachte-experiment laat Calvijn zien dat het leven geen krentebol is. Je zou gek worden als je ziet wat er in je dagelijks leven je allemaal zou kunnen overkomen, je leven is al in zekere zin met de dood verbonden. Wie rijles heeft, kan paragraaf 10 misschien beter overslaan. Of misschien juist dan goed lezen. :p

Maar juist de voorzienigheid leert ons dat we vrijmoedig dit leven in mogen wandelen. Dit is ook de overtuiging geweest van Paulus op zijn reizen. Het ergste wat een mens kan overkomen is de voorzienigheid niet te kennen, het grootste geluk in deze wel te kennen.

Een tegenargument, of moeilijkheid in de voorzienigheid is dat er in de bijbel word gesproken over het berouw van god, alsof God niet onveranderlijk is en de toekomst niet kan zien. Maar, zegt Calvijn, dit is een beeldende uitdrukking, en zegt niet veel over de aard van God, vaak wordt in hetzelfde gedeelte de onveranderlijkheid van God genoemd.
Morgen lezen we Boek I.17.13 - I.18.2

maandag 23 februari 2015

23-02; Boek I.17.3 - I.17.7

We houden onze verantwoordelijkheden bij de voorzienigheid van God. Calvijn spreekt in dit gedeelte de sekte van de Libertijnen tegen, als ik mij niet vergis zijn deze ook onder de naam Loïsten bekend, maar op het internet is e nagenoeg niks over te vinden.

Deze sekte vond het nutteloos om middelen in het leven te gebruiken als God toch alles beschikt had in Zijn voorzienigheid. Ook zagen zij alles wat in de (recente) geschiedenis was gebeurd als Gods voorzienigheid. Denk dan aan geen medicijnen nemen, want God bepaalt wanneer je sterft, medicijnen kunnen Gods wil niet beïnvloeden. Of dat als er iemand wordt vermoord, deze moordenaar handelde naar Gods voorzienigheid.

Calvijn stelt hier tegenover dat God middelen geeft om Zijn voorzienigheid te laten gebeuren. Hij geeft bij ziekte medicijnen zodat je niet dan sterft, maar op het tijdstip dat God heeft bepaald. We weten niet wat Gods wil voor de toekomst is, juist daarom moeten we de middelen gebruiken die God geeft.

De moordenaar volgt Gods wil niet, maar zijn eigen slechtheid. God is wel zo soeverein, dat Hij alle slechte daden ten goede kan keren, maar Hij wil de zonde niet. God kan goede dingen doen met slechte werktuigen. En Zijn voorzienigheid is betrokken op de slechte daden op de mens zoals het voorbeeld van het kadaver duidelijk maakt. Een kadaver stinkt doordat de zon erop schijnt, maar niemand zal beweren dat zonnestralen stinken.

Een christen die in voorzienigheid gelooft, zal in alles op God zien als de allereerste oorzaak, maar ook oorzaken van een lagere orde bezien. Mensen zullen net zo veel doen als God hun toestaat, goedschiks en kwaadschiks. Dit zien we ook bewezen in de Bijbelse geschiedenis.
Zo zullen we in voorspoed niet alleen dankbaar zijn, maar een rotsvast vertrouwen voor de toekomst hebben.

Morgen lezen we boek I.17.8 - I.17.12

vrijdag 20 februari 2015

20-02; boek I.16.9 - I.17.2

Desondanks wat eerder gezegd is kunnen we Gods voorzienigheid niet peilen. Daardoor lijkt het voor ons wel een toevallige gebeurtenis, maar het komt uit de verborgen wil van God voort. Als christenen mogen we gebeurtenissen als toevallig beschouwen, zonder dat we daarvoor ons geloof in de voorzienigheid van God moeten opgeven. Mensen kunnen nooit tot de diepste oorzaak doordringen, maar deze ook nooit helemaal uit hun gedachten houden. Op het laatst wordt het wel wat ingewikkeld. Wat God heeft vastgesteld moet ook zo gebeuren, maar er is geen noodzaak in de gebeurtenis in absolute zin of noodzakelijk volgens de eigen aard. Zie het voorbeeld van de beenderen van Christus. In de scholastiek is hiervoor het onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten noodzaak. Wie dit interessant vindt, raad ik aan Cur Deus Homo van Anselmus van Canterbury te lezen(wie dit niet interessant vindt trouwens ook, het is best een fundamenteel boek). Mijn voetnoot in de Versie De Niet verwijst naar de Summa van de Aquiaat(http://www.newadvent.org/summa/1019.htm#article3) en van Melanchton die helaas nergens online als website te bezoeken is.

Nieuw hoofdstuk; wat kunnen we hiermee?
We mogen leren dat God waakt over alles, maar in het bijzonder het bestuur van Zijn kerk. We moeten hierom geduldig wachten, dan blijkt dat God goede redenen heeft voor Zijn bestuur. Ook moeten we niet te snel gevoelsmatig in opstand komen als we zien dat God voor ons gevoel niet zachtzinnig is. Christus zegt dat Gods heerlijkheid zichtbaar schittert in Zijn bestuur, daar moeten we naar zoeken met een zuivere blik. Calvijn gaat hier best pastoraal om met dit moeilijke leerstuk.

God Zelf leert in de Bijbel ook eerbied over dit leerstuk. We mogen meer weten over de wil van God dan Hij in de wet heeft gezegd. ER zijn wel onzichtbare dingen voor God bestemd. God heeft recht om de wereld te besturen, meer dan sommige mensen Hem gunnen binnen de kaders van hun verstand.

Maandag lezen we Boek I.17.3 - I.17.7

donderdag 19 februari 2015

19-02; Boek I.16.4 - I.16.8

Maar waaruit bestaat voorzienigheid? Het is meer dan alleen vooruit zien wat er gaat gebeuren. He is ook niet dat Gods leiding over dingen in de dingen zelf opgaat en zo in een contigent, dat wil zeggen om het even(een minder sterk woord dan toevallig, denk ik) wereld resulteert. God bestuurt deze wereld actief.

Dit bestuur gaat over alle dingen. God heeft niet natuurwetten ingesteld om er daarna Zijn handen vanaf te trekken. als dat waar was dan zouden bijvoorbeeld de seizoenen ieder jaar op precies dezelfde manier verlopen. En ook als we alle ingewikkeldere factoren van het klimaat meenemen dan zouden we nog geen wetmatigheden op grotere termijn kunnen onderscheiden, om maar Calvijn bij te vallen. In de Bijbel staat vaak dat God Zelf regen of droogte geeft, als dit niet handelen van God is, kunnen we hierin niet Gods oordeel of gunst zien. N.B.: voorzienigheid wordt hier aan Gos oordeel of zegen gekoppeld, een Bijbels gegeven dat in onze tijd volgens mij minder speelt. Ik ben benieuwd of dit nog wordt uitgewerkt later.

Met een paar Bijbelteksten laat Calvijn zien dat ook menselijk handelen onder de voorzienigheid valt. Het gaat er niet om dat de mens in beweging wordt gezet door de mens, maar de mens handelt ook zoals God dat wilt.

Ook afzonderlijke gebeurtenissen worden door God bestuurt. Gods almacht wordt vaak gekoppeld aan buitengewone gebeurtenissen buiten de orde van de natuur om. Maar Calvijn beweert juist dat de gewone gang van zaken ook door God bestuurd wordt. Gods almacht richt zich niet allen op de natuurlijke orde om deze in stand te houden, maar ook het bijzondere doel dat ieder schepsel op zich heeft. Heel de schepping staat as het ware te wachten op Zijn bevel.

Dit roept wel wat vragen op natuurlijk, en misschien nog erger, een fatalistisch wereldbeeld. Het woord stoïcijns kan al bij iemand opgekomen zijn, en aangezien Calvijn verder gaat met een stuk om het verschil tussen zichzelf en de Stoïcijnen duidelijk te maken. Het verschil zit in Gods actief en betrokken handelen en niet een keten van oorzaak en gevolg, zoals de Stoïcijnen dachten. Dat is een verwijt dat Augustinus ook al eens is gemaakt. Hij citeert Augustinus dan ook uitvoerig om te laten zien dat Gods wil de drijvende kracht achter alles was. Zelfs als God iets toelaat, is dat Zijn actieve wil.

Zo, bij mij is in ieder geval alle D.V.'s op alle communicatie weer eens stevig afgestoft. Geloof niet in toeval, geloof in God.

Morgen lezen we Boek I.16.9 - I.17.2