[4] De kracht van de belofte ligt ook in het geloof, niet in de verdiensten. De belofte van God vindt zijn grond in Gods ontferming. Zo is er in de prediking niet waaraan je hoeft te twijfelen(Augustinus). Dus de beloften zijn alleen van kracht als ze in vertrouwen met geloof worden aangenomen, hiertegenover staan twijfel en je gerustheid vinden in werken. Christenen hebben hun zekerheid te vinden in Christus. [5] Aan de hand van Paulus wordt dit nog eens bevestigd door Calvijn. Hij is m.i. wat breedsprakig over dit onderwerp.
[1] Nu een stuk antropologie, er zijn vier soorten mensen ten opzichte van de rechtvaardiging.
- Mensen in afgodendienst zonder kennis van God.
- Ingewijde mensen(gedoopt), maar leven niet volgens Gods wil. Naamchristenen.
- Geveinsden, mensen die moedwillig de boel bedriegen(waar die van soort 2 te onderscheiden zijn wordt hopelijk uitgewerkt, want ik zie het nu niet.
- Echt weder geboren mensen die heilig proberen te leven.
Bij de eerste soort mensen is er geen gerechtigheid te vinden. Ze kunnen indrukwekkende daden doen en eerbaar leven, maar het gaat om de bron waar dit alles uitvloeit, hun hart.
[2] Uiteraard zijn alle deugden aan hen geschenken van God, we mogen ook wel in die zin goede en slechte mensen zien. Ongelovigen die fatsoenlijk leven moet je niet voor de dictators en losbandige mensen houden. Uiterlijke deugden hebben hun waarden en daarom beloont God deze met tijdelijke goederen.
[3] Maar Augustinus heeft ook gelijk, dat tegelijkertijd deze mensen straf verdienen, omdat ze dit alles alleen maar uit eerzucht en eigenliefde nastreven. De onzuiverheid van hun hart zorgt ervoor dat de deugden in de oorsprong aangetast zijn. Ze hebben geen oog voor het doel dat God in Zijn wijsheid aanwijst.
[4] Buiten Christus is er geen leven, geen deugd. Augustinus zegt dat het geloof van wat eerst goede werken leken, zonde maakt. Dat het beter is te hinken op de weg dan te rennen naast de weg. Zonder de gemeenschap met Christus is er geen heiligmaking
[5] De ongelovige mens is dood en kan niks bijdragen qua werken. De mens is tot niets in staat. Hiervan getuigt de Bijbel vaak en duidelijk. Als we dit belijden ontzeggen we onszelf de gerechtigheid en belijden we echt dat Christus gekomen is om zondaren te roepen en niet de rechtvaardigen die met hun eigen werken komen aanzetten.
Morgen lezen we boek III.14.6 - III.14.11
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
dinsdag 30 juni 2015
maandag 29 juni 2015
29-06; Boek III.12.6 - III.3.3
Week 26 van Lectio Calvini, gaat lekker!
[6] Ootmoed is de totale ontlediging van het zelf, wie nog een klein beetje rechtvaardiging achter houdt is niet ootmoedig en is zelfs niet bescheiden. Ootmoed is verslagen neerliggen in je armoede. Het gaat om de verbrijzeling van het hart, die je het onmogelijk maakt om op te staan.
[7] De vergelijking van de tollenaar spreekt boekdelen(Luk. 18) De tollenaar heeft oprechte verootmoediging. De farizeeër erkent dat zijn gerechtigheid een gave van God is, maar de manier waarop hij hiermee omgaat leidt hem direct weg van het aangezicht van God als onwelgevallig en gehaat. Ons hart zit zo dus direct op slot en kan de barmhartigheid niet ontvangen. Jezus is gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar de zondaren.
[8] We moeten ons ontdoen van de ongevoeligheid voor zonden en de toorn van God, als ook van vertrouwen in onszelf, om tot Christus te vluchten en door Hem vervuld te worden. We kunnen alleen getroost worden als we niet van alle troost in onszelf afzien.
[1] Gods eer staat als een huis en hier is niks aan af te dingen. Wie in zichzelf roemt doet Gods eer te kort, dit laat de Bijbel ook vaak genoeg zien. Gods eer wordt op de juiste manier gezien als God als enige rechtvaardig wordt gezien.
[2]In jezelf roemen is tegen God roemen is de vuistregel van Calvijn. Tegenover God is zelfvertrouwen ongepast, want zo'n vertrouwen is roemen in zichzelf. Alles wat de mens aan rechtvaardigheid voor zichzelf claimt, rooft hij in dezelfde mate van de goddelijke gerechtigheid.
[3] "Wie al zeggen: ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben gereinigd van mijn zonde'?(Spr. 20:9) Van Calvijn mag je het proberen, maar bij gewetensonderzoek komt er genoeg bovendrijven om geoordeeld te worden naar zijn werken. Er kunnen dan twee dingen gebeuren, of rust vinden in Zijn oordeel, of bevangen worden dor de verschrikkingen van de hel. Ons geloof zou leeg zijn als de gerechtigheid uit de werken was. Mensen zullen zichzelf daarom of bedriegen of wanhopen. Maar geloof is moed putten uit een standvastige zekerheid en een onwrikbare gerustheid als vaste grond.
Morgen lezen we boek III.13.4 - III.14.5
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[6] Ootmoed is de totale ontlediging van het zelf, wie nog een klein beetje rechtvaardiging achter houdt is niet ootmoedig en is zelfs niet bescheiden. Ootmoed is verslagen neerliggen in je armoede. Het gaat om de verbrijzeling van het hart, die je het onmogelijk maakt om op te staan.
[7] De vergelijking van de tollenaar spreekt boekdelen(Luk. 18) De tollenaar heeft oprechte verootmoediging. De farizeeër erkent dat zijn gerechtigheid een gave van God is, maar de manier waarop hij hiermee omgaat leidt hem direct weg van het aangezicht van God als onwelgevallig en gehaat. Ons hart zit zo dus direct op slot en kan de barmhartigheid niet ontvangen. Jezus is gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar de zondaren.
[8] We moeten ons ontdoen van de ongevoeligheid voor zonden en de toorn van God, als ook van vertrouwen in onszelf, om tot Christus te vluchten en door Hem vervuld te worden. We kunnen alleen getroost worden als we niet van alle troost in onszelf afzien.
[1] Gods eer staat als een huis en hier is niks aan af te dingen. Wie in zichzelf roemt doet Gods eer te kort, dit laat de Bijbel ook vaak genoeg zien. Gods eer wordt op de juiste manier gezien als God als enige rechtvaardig wordt gezien.
[2]In jezelf roemen is tegen God roemen is de vuistregel van Calvijn. Tegenover God is zelfvertrouwen ongepast, want zo'n vertrouwen is roemen in zichzelf. Alles wat de mens aan rechtvaardigheid voor zichzelf claimt, rooft hij in dezelfde mate van de goddelijke gerechtigheid.
[3] "Wie al zeggen: ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben gereinigd van mijn zonde'?(Spr. 20:9) Van Calvijn mag je het proberen, maar bij gewetensonderzoek komt er genoeg bovendrijven om geoordeeld te worden naar zijn werken. Er kunnen dan twee dingen gebeuren, of rust vinden in Zijn oordeel, of bevangen worden dor de verschrikkingen van de hel. Ons geloof zou leeg zijn als de gerechtigheid uit de werken was. Mensen zullen zichzelf daarom of bedriegen of wanhopen. Maar geloof is moed putten uit een standvastige zekerheid en een onwrikbare gerustheid als vaste grond.
Morgen lezen we boek III.13.4 - III.14.5
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
vrijdag 26 juni 2015
26-06; Boek III.12.1 - III.12.5
[1]We moeten onze rechtvaarfigheid niet afmeten als voor een gewone rechtbank, maar voor de rechterstoel van God in de hemel, dat zorgt ervoor dat je niet hoog van jezelf opgeeft. Want daar is zo'n zuiverheid nodig die je niet bij mensen vindt. De heiligheid van God is zo groot dat God de heiligheid van de engelen nog niet genoeg vindt, niemand kan in die zin zo voor God komen. Daarom vindt Calvijn het vreemd dat veel mensen zo zorgeloos zijn terwijl ieder die de Wet niet onderhoudt, vervloekt is. Job stond te kijken van de heiligheid van God, die blijkbaar nog verder gaat dan alleen de onderhouding van de Wet.
[2]Mensen kunnen elkaar onderling goed vergelijken en daardoor roemen, maar wie naar God kijkt komt daar zo'n complete andere categorie tegen dat je wel begint te sidderen en zo heel snel het roemen in rechtvaardigheid afleert. God verafschuwt roemen in eigen rechtvaardigheid. [3]Dit is niet alleen bijbels, maar ook de manier hoe Bernardus van Clairvaux en Augustinus erover dachten. Die vertrouwden op Christus en niet op werken.
[4]In Gods oordeel zullen alle diepst verborgen gedachtes en gevoelens openbaar komen, God doorlicht de mens totaal. Het vertrouwen op God is het enige wat het geweten als toevluchtsoord kan ervaren. In zo'n streng oordeel helpen goede werken niet, de beste werken blijken nog onzuiver in Gods ogen.
[5]Mesen onderzoeken zichzelf altijd positiever dan God peilt. We moeten daarom in ons gewetenonderzoek voor de rechterstoel van God komen. Dit laat ons hart buigen voor God als voorbereiding op genade. Alleen wie alle verhevenheid van hart heeft laten varen kan genade genieten.
Volgende week gaan we beginnen met de tweede helft van het jaar en lezen we boek III.12.6 - III.13.3
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[2]Mensen kunnen elkaar onderling goed vergelijken en daardoor roemen, maar wie naar God kijkt komt daar zo'n complete andere categorie tegen dat je wel begint te sidderen en zo heel snel het roemen in rechtvaardigheid afleert. God verafschuwt roemen in eigen rechtvaardigheid. [3]Dit is niet alleen bijbels, maar ook de manier hoe Bernardus van Clairvaux en Augustinus erover dachten. Die vertrouwden op Christus en niet op werken.
[4]In Gods oordeel zullen alle diepst verborgen gedachtes en gevoelens openbaar komen, God doorlicht de mens totaal. Het vertrouwen op God is het enige wat het geweten als toevluchtsoord kan ervaren. In zo'n streng oordeel helpen goede werken niet, de beste werken blijken nog onzuiver in Gods ogen.
[5]Mesen onderzoeken zichzelf altijd positiever dan God peilt. We moeten daarom in ons gewetenonderzoek voor de rechterstoel van God komen. Dit laat ons hart buigen voor God als voorbereiding op genade. Alleen wie alle verhevenheid van hart heeft laten varen kan genade genieten.
Volgende week gaan we beginnen met de tweede helft van het jaar en lezen we boek III.12.6 - III.13.3
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
donderdag 25 juni 2015
25-06; Boek III.11.18 - III.11.23
Calvijn laat ook op basis van een tekst uit Galaten(3:11)[18] dat je voor de gerechtigheid van de Wet werken van de Wet nodig hebt dus niet voor het geloof. Ook hier staan geloof en de Wet tegenover elkaar. Het geloof ontvangt de gerechtigheid die het Evangelie schenkt, vanwege Gods barmhartigheid
[19]Het probleem is dus dat de sofisten, of de tegenstanders van Calvijn, er wel in meegaan dat mensen door het geloof gerechtvaardigd wordt, het woordje 'alleen' is een probleem, omdat dit niet letterlijk in de tekst staat, maar wel uit de context blijkt van de teksten blijkt. Het staat er indirect dus, net zoals dat de gerechtigheid in het Evangelie wordt geopenbaard(Rom. 1:17), helemaal dus. Nu zijn er mensen die in navolging van Origenes de Wet alleen zien als de ceremoniële wet, en niet de morele wet. Maar dat klopt niet met wat de apostel zegt op meerdere plaatsen over de Wet. Er is kennis van zonde door de wet, hij werkt toorn, hij kan niet levndmaken e.d.
[20]De werken worden zo hoog aangeslagen omdat God ze goedkeurt. De werken zouden rechtvaardigen omdat God het wil. Voor de Wet zouden er dan ook geen rechtvaardige werken bestaan. Paulus roert dit aan omdat hierover gediscussieerd kon worden.
Er zijn ook mensen die zeggen dat geloof door de liede werkt en dus de liefde tot een verdienend iets maken. Dat is Calvijn ook een stap te ver, niet vanwege de liefde worden mensen gerechtvaardigd.
[21]Nu gaat Calvijn de uitspraak dat gerechtigheid in de vergeving van zonden bestaat uitdiepen. God is toorn op zondaars en op ons zolang we zondaars zijn. Zonden maken een scheiding tussen God en de mens, Gods gerechtigheid verdraagt niks van de zonde. Daarom moeten de zonde vergeven zijn wil God in verbinding met de mens komen.
[22] Vergeving van zonden en rechtvaardigheid worden vaak betrokken op verzoening(1 Kor. 5:19), zaligheid(Luk. 1:77). Ook is de uitdrukking te vinden bij Augustinus en Bernardus van Clairvaux.
[23] En dit komt omdat Christus's tussenkomst. We delen in de schatten van Christus, Deze laat ons delen in Zijn gerechtigheid en giet Hij over in ons vlees. Volgens mij is het belangrijke verbindende element hierin de mystica unio van III.11.10. We zijn als Jacob die zich in de kleren van Esau steekt om zo de zegen van Izaäk te krijgen.
Morgen lezen we boek III.12.1 - III.12.5
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[19]Het probleem is dus dat de sofisten, of de tegenstanders van Calvijn, er wel in meegaan dat mensen door het geloof gerechtvaardigd wordt, het woordje 'alleen' is een probleem, omdat dit niet letterlijk in de tekst staat, maar wel uit de context blijkt van de teksten blijkt. Het staat er indirect dus, net zoals dat de gerechtigheid in het Evangelie wordt geopenbaard(Rom. 1:17), helemaal dus. Nu zijn er mensen die in navolging van Origenes de Wet alleen zien als de ceremoniële wet, en niet de morele wet. Maar dat klopt niet met wat de apostel zegt op meerdere plaatsen over de Wet. Er is kennis van zonde door de wet, hij werkt toorn, hij kan niet levndmaken e.d.
[20]De werken worden zo hoog aangeslagen omdat God ze goedkeurt. De werken zouden rechtvaardigen omdat God het wil. Voor de Wet zouden er dan ook geen rechtvaardige werken bestaan. Paulus roert dit aan omdat hierover gediscussieerd kon worden.
Er zijn ook mensen die zeggen dat geloof door de liede werkt en dus de liefde tot een verdienend iets maken. Dat is Calvijn ook een stap te ver, niet vanwege de liefde worden mensen gerechtvaardigd.
[21]Nu gaat Calvijn de uitspraak dat gerechtigheid in de vergeving van zonden bestaat uitdiepen. God is toorn op zondaars en op ons zolang we zondaars zijn. Zonden maken een scheiding tussen God en de mens, Gods gerechtigheid verdraagt niks van de zonde. Daarom moeten de zonde vergeven zijn wil God in verbinding met de mens komen.
[22] Vergeving van zonden en rechtvaardigheid worden vaak betrokken op verzoening(1 Kor. 5:19), zaligheid(Luk. 1:77). Ook is de uitdrukking te vinden bij Augustinus en Bernardus van Clairvaux.
[23] En dit komt omdat Christus's tussenkomst. We delen in de schatten van Christus, Deze laat ons delen in Zijn gerechtigheid en giet Hij over in ons vlees. Volgens mij is het belangrijke verbindende element hierin de mystica unio van III.11.10. We zijn als Jacob die zich in de kleren van Esau steekt om zo de zegen van Izaäk te krijgen.
Morgen lezen we boek III.12.1 - III.12.5
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
woensdag 24 juni 2015
24-06; Boek III.11.12 - III.11.17
De laatste weerleggingen van Osiander.
[12] Osiander heeft moeite met de twee naturenleer lijkt het. Alleen de goddelijke natuur is tot rechtvaardiging gegeven. Een argument hiervoor is dat Christus ons tot wijsheid is. Dit kan alleen slaan op de goddelijke natuur van Christus. Maar de Bijbel bedoelt hiermee dat de wijsheid en schatten aan geopenbaard zijn doordat Jezus liet zien wat Hij bij de Vader heeft. Het slaat dus niet op het wezen van Jezus, maar op wat wij aan Jezus hebben. Verdere kleinere weerleggingen; het is ook niet aan de macht van engelen of mensen om te rechtvaardigen, maar aan Gods inzetting. Christus de bron van het leven noemen omdat Hij de dood vernietigd heeft is niet Christus van Zijn eer beroven. Het is alleen de manier waarop deze tot de mensen komt die Calvijn lokaliseert in de dood en opstanding van Christus. God maakt ons heilig en rechtvaardig door in Christus' lichaam te planten en zo deel te hebben hieraan. Zo wordt Osiander weerlegd, de 'wezenlijke gerechtigheid' is een troosteloze dwaling.
[13]Na Osiander zijn de scholastici aan de beurt. Het merendeel van de mensen denkt nog in een rechtvaardiging door geloof en werken. Maar Paulus leert op twee plaatsen dat werken en geloof met elkaar in tegenstelling zijn(Fil. 3:8 e.v.) en dat werken niks te roemen geven(Rom 5:8). er is dus geen rechtvaardigheid uit geloof en werken.
Er zijn mensen[14] die een verschil maken tussen wedergeboren en onwedergeboren mensen, alleen de eerste kunnen werken doen die bijdragen ter rechtvaardiging, dit zijn gaven van Christus en vruchten van de wedergeboorte. Maar ze gaan hier voorbij aan de tegenstelling van de Wet en het geloof. Ook maken ze geen onderscheid tussen rechtvaardiging en heiliging, waardoor de werken van de laatste niet meetellen in de rechtvaardiging.
[15]Er zijn scholastici die geloof zien als de innerlijke zekerheid dat God de verdienstelijke werken beloont. Gods genade is niet de toerekening van rechtvaardigheid, maar de Geest die helpt streven naar heiligheid. Het zoeken naar God is hier verkeerd begrepen. De fout zit em in het betrekken van de rechtvaardiging en de Geest op de heiliging.
[16]De Bijbel leert dat we niet moeten kijken naar eigen werken, maar alleen moeten kijken naar Gods ontferming en Christus' volkomenheid. God ontfermt Zich over de zondaar zonder daartoe een reden te zien in de mens en de mens begrijpt dat alleen in Christus zijn volkomen gerechtigheid ligt.
[17] We moeten altijd de scherpe tegenstelling tussen Wet en Evangelie in de gaten houden. De Wet kent gerechtigheid toe op basis van werken, het Evangelie op basis van niets. Evangelie belooft op basis van genade, en de Wet op basis van werken. De Wet vereist liefde, en dat is datgene dat Gods Geest geeft. Maar omdat deze altijd in mensen onvolledig blijft, wordt deze ook niet gerekend als waarde of verdienste.
Morgen lezen we boek III.11.18 - III.11.23.
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[12] Osiander heeft moeite met de twee naturenleer lijkt het. Alleen de goddelijke natuur is tot rechtvaardiging gegeven. Een argument hiervoor is dat Christus ons tot wijsheid is. Dit kan alleen slaan op de goddelijke natuur van Christus. Maar de Bijbel bedoelt hiermee dat de wijsheid en schatten aan geopenbaard zijn doordat Jezus liet zien wat Hij bij de Vader heeft. Het slaat dus niet op het wezen van Jezus, maar op wat wij aan Jezus hebben. Verdere kleinere weerleggingen; het is ook niet aan de macht van engelen of mensen om te rechtvaardigen, maar aan Gods inzetting. Christus de bron van het leven noemen omdat Hij de dood vernietigd heeft is niet Christus van Zijn eer beroven. Het is alleen de manier waarop deze tot de mensen komt die Calvijn lokaliseert in de dood en opstanding van Christus. God maakt ons heilig en rechtvaardig door in Christus' lichaam te planten en zo deel te hebben hieraan. Zo wordt Osiander weerlegd, de 'wezenlijke gerechtigheid' is een troosteloze dwaling.
[13]Na Osiander zijn de scholastici aan de beurt. Het merendeel van de mensen denkt nog in een rechtvaardiging door geloof en werken. Maar Paulus leert op twee plaatsen dat werken en geloof met elkaar in tegenstelling zijn(Fil. 3:8 e.v.) en dat werken niks te roemen geven(Rom 5:8). er is dus geen rechtvaardigheid uit geloof en werken.
Er zijn mensen[14] die een verschil maken tussen wedergeboren en onwedergeboren mensen, alleen de eerste kunnen werken doen die bijdragen ter rechtvaardiging, dit zijn gaven van Christus en vruchten van de wedergeboorte. Maar ze gaan hier voorbij aan de tegenstelling van de Wet en het geloof. Ook maken ze geen onderscheid tussen rechtvaardiging en heiliging, waardoor de werken van de laatste niet meetellen in de rechtvaardiging.
[15]Er zijn scholastici die geloof zien als de innerlijke zekerheid dat God de verdienstelijke werken beloont. Gods genade is niet de toerekening van rechtvaardigheid, maar de Geest die helpt streven naar heiligheid. Het zoeken naar God is hier verkeerd begrepen. De fout zit em in het betrekken van de rechtvaardiging en de Geest op de heiliging.
[16]De Bijbel leert dat we niet moeten kijken naar eigen werken, maar alleen moeten kijken naar Gods ontferming en Christus' volkomenheid. God ontfermt Zich over de zondaar zonder daartoe een reden te zien in de mens en de mens begrijpt dat alleen in Christus zijn volkomen gerechtigheid ligt.
[17] We moeten altijd de scherpe tegenstelling tussen Wet en Evangelie in de gaten houden. De Wet kent gerechtigheid toe op basis van werken, het Evangelie op basis van niets. Evangelie belooft op basis van genade, en de Wet op basis van werken. De Wet vereist liefde, en dat is datgene dat Gods Geest geeft. Maar omdat deze altijd in mensen onvolledig blijft, wordt deze ook niet gerekend als waarde of verdienste.
Morgen lezen we boek III.11.18 - III.11.23.
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
dinsdag 23 juni 2015
23-06; Boek III.11.9 - III.11.11
Osiander wordt verder onderzocht en weerlegd door Calvijn. [9] Calvijn laat namelijk zien dat de Schrift het vlees van Christus, dat is Zijn persoon, tot gerechtigheid die God welgevallig is, voor ons is gemaakt. Het gaat, net zoals in het Avondmaal, om de hele Christus.
De éénwording met Christus, de mystica unio, is het belangrijkste wat een christen kan hebben. Hierdoor krijgen wij alles wat Christus ons wil geven als ons Hoofd. Omdat christenen deel zijn van Zijn Lichaam delen we in Zijn gerechtigheid. De geestelijke verbintenis verschilt van de stoffelijke vermeninging die Osiander voorstaat.
Osiander betrekt dit ook op het Avondmaal en scheldt iedereen die het niet met hem eens is uit voor Zwingliaan(die zijn namelijk van oordeel dat Christus niet wezenlijk gegeten wordt in het Avondmaal). Osiander leert hierin ook vermenging, en ook dat Gods gerechtigheid hetzelfde is als God Zelf. Calvijn schrijft dit af omdat we pas na de Jongste Dag God gelijk zullen zijn en Hem zien zoals Hij is.
[11]Het is een onduidelijke en vrij nietszeggende leer van Osiander, maar we moeten het stuk dat we rechtvaardig zijn met God nog nader onderzoeken. Het ondermijnt het vrijmoedig aanroepen van God, omdat Osiander niks moet hebben van de toegerekende genade. Maar de Bijbel zet de rechtvaardiging neer in termen ontleend aan de rechtspraak en ergens anders dat de rechtvaardiging de vergeving van zonden is. Maar gerechtvaardigden die goddeloos blijven wil er bij Osiander niet in. Maar Calvijn leert dat dit geen bezwaar is als je de rechtvaardiging onderscheid van de wedergeboorte. De rechtvaardiging is van de totale mens, en de wedergeboorte is iedere dag stukje bij beetje en wordt voltooid in de hemel. Op deze manier kan een mens vrijmoedig God aanroepen desondanks de mens ook ziet dat hij te veroordelen is.
Morgen lezen we boek III.11.12 - III.11.7
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
De éénwording met Christus, de mystica unio, is het belangrijkste wat een christen kan hebben. Hierdoor krijgen wij alles wat Christus ons wil geven als ons Hoofd. Omdat christenen deel zijn van Zijn Lichaam delen we in Zijn gerechtigheid. De geestelijke verbintenis verschilt van de stoffelijke vermeninging die Osiander voorstaat.
Osiander betrekt dit ook op het Avondmaal en scheldt iedereen die het niet met hem eens is uit voor Zwingliaan(die zijn namelijk van oordeel dat Christus niet wezenlijk gegeten wordt in het Avondmaal). Osiander leert hierin ook vermenging, en ook dat Gods gerechtigheid hetzelfde is als God Zelf. Calvijn schrijft dit af omdat we pas na de Jongste Dag God gelijk zullen zijn en Hem zien zoals Hij is.
[11]Het is een onduidelijke en vrij nietszeggende leer van Osiander, maar we moeten het stuk dat we rechtvaardig zijn met God nog nader onderzoeken. Het ondermijnt het vrijmoedig aanroepen van God, omdat Osiander niks moet hebben van de toegerekende genade. Maar de Bijbel zet de rechtvaardiging neer in termen ontleend aan de rechtspraak en ergens anders dat de rechtvaardiging de vergeving van zonden is. Maar gerechtvaardigden die goddeloos blijven wil er bij Osiander niet in. Maar Calvijn leert dat dit geen bezwaar is als je de rechtvaardiging onderscheid van de wedergeboorte. De rechtvaardiging is van de totale mens, en de wedergeboorte is iedere dag stukje bij beetje en wordt voltooid in de hemel. Op deze manier kan een mens vrijmoedig God aanroepen desondanks de mens ook ziet dat hij te veroordelen is.
Morgen lezen we boek III.11.12 - III.11.7
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
maandag 22 juni 2015
22-06; Boek III.11.5 - III.11.8
Mijlpaal, week 25 van Lectio Calvini. Het rooster vermeldt 50 weken dus aan het einde van de week zitten we op de helft. Niet verkeerd, zo komen we er wel!
En wat later vandaag, ik had vanochtend geen ruimte om ergens de laptop en het dikke boek te parkeren.
[5] Over de gerechtigheid, Calvijn gaat nu Osiander weerleggen. Osiander heeft een eigen variant van Luthers' rechtvaardigingsleer, gebaseerd op de eenwording met Christus. Daarom is het de moeite waard om te weerleggen, daar Osiander niet leert dat we een zijn met Christus door de Geest. Osiander leert dat het wezen van God wezenlijk overvloeit in de mens. Calvijn erkent dat we inderdaad een zijn met Christus, maar dat het wezen van Christus met ons wezen vermengd wordt. In Christus woont de volheid, dus hebben we in Christus ook de Geest en de Vader en hoeven we niet naar ons wezen gerechtvaardigd te worden. Ook gaat Osiander de bietenbrug op door de naturen van God en mens met elkaar te vermengen. Rechtvaardiging is niet door het aanbieden van Christus, maar door vermenging met het goddelijke wezen.
[6]Osiander rekt de rechtvaardiging op door de wedergeboorte eronder te scharen. De heiliging lijkt niet nodig te zijn. Ook is de adoptie(aanneming tot kinderen, adoptie is een term die je bij de puriteinen vaker tegenkomt) iets anders dan de rechtvaardiging, maar wel hiermee verbonden. De Bijbel leert dat rechtvaardiging, aanneming tot kinderen en heiliging te onderscheiden onderdelen zijn. Dit komt omdat Osiander slecht exegetiseert. Ook ziet Osiander bij Abraham teveel als rechtvaardiging.
[7]Het geloof is niet een reden tot rechtvaardiging, dat beamen Calvijn en Osiander samen. Maar het geloof is een instrument, en niet Christus Zelf, zoals Osiander dit laatste leert. Het is niet het aarden vat dat een schat is geworden omdat er goud in zit, het is een aarden vat met een schat erin.
[8]De opvatting van Osiander is dat Christus alleen naar Zijn goddelijke natuur tot gerechtigheid is geworden. Dat zou betekenen dat de gerechtigheid gedeeld wordt met Vader en Geest, en dat Christus iets is geworden wat Hij van eeuwigheid al was. Zo kan Christus geen Middelaar zijn. Je moet Christus niet gaan opdelen. Maar Calvijn laat zien dat Christus tot gerechtigheid is geworden om Zijn bediening en gehoorzaamheid aan de Vader.
Morgen lezen we boek III.11.9 - III.11-11
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
En wat later vandaag, ik had vanochtend geen ruimte om ergens de laptop en het dikke boek te parkeren.
[5] Over de gerechtigheid, Calvijn gaat nu Osiander weerleggen. Osiander heeft een eigen variant van Luthers' rechtvaardigingsleer, gebaseerd op de eenwording met Christus. Daarom is het de moeite waard om te weerleggen, daar Osiander niet leert dat we een zijn met Christus door de Geest. Osiander leert dat het wezen van God wezenlijk overvloeit in de mens. Calvijn erkent dat we inderdaad een zijn met Christus, maar dat het wezen van Christus met ons wezen vermengd wordt. In Christus woont de volheid, dus hebben we in Christus ook de Geest en de Vader en hoeven we niet naar ons wezen gerechtvaardigd te worden. Ook gaat Osiander de bietenbrug op door de naturen van God en mens met elkaar te vermengen. Rechtvaardiging is niet door het aanbieden van Christus, maar door vermenging met het goddelijke wezen.
[6]Osiander rekt de rechtvaardiging op door de wedergeboorte eronder te scharen. De heiliging lijkt niet nodig te zijn. Ook is de adoptie(aanneming tot kinderen, adoptie is een term die je bij de puriteinen vaker tegenkomt) iets anders dan de rechtvaardiging, maar wel hiermee verbonden. De Bijbel leert dat rechtvaardiging, aanneming tot kinderen en heiliging te onderscheiden onderdelen zijn. Dit komt omdat Osiander slecht exegetiseert. Ook ziet Osiander bij Abraham teveel als rechtvaardiging.
[7]Het geloof is niet een reden tot rechtvaardiging, dat beamen Calvijn en Osiander samen. Maar het geloof is een instrument, en niet Christus Zelf, zoals Osiander dit laatste leert. Het is niet het aarden vat dat een schat is geworden omdat er goud in zit, het is een aarden vat met een schat erin.
[8]De opvatting van Osiander is dat Christus alleen naar Zijn goddelijke natuur tot gerechtigheid is geworden. Dat zou betekenen dat de gerechtigheid gedeeld wordt met Vader en Geest, en dat Christus iets is geworden wat Hij van eeuwigheid al was. Zo kan Christus geen Middelaar zijn. Je moet Christus niet gaan opdelen. Maar Calvijn laat zien dat Christus tot gerechtigheid is geworden om Zijn bediening en gehoorzaamheid aan de Vader.
Morgen lezen we boek III.11.9 - III.11-11
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Abonneren op:
Posts (Atom)