[31] Praten of zingen tijdens het bidden, het maakt niet uit, als het maar uit je hart komt en niet oppervlakkig over je lippen. Praten of zingen kunnen hulpmiddelen zijn om de gedachtes op God te richten. Vooral het hardop spreken is tijdens openbaar gebed het handigst zodat iedereen als het ware met één mond bidt.
[32] Zingen in de kerk is een heel oud gebruik, in de apostolische kerk zong men al in de kerk. Toch is het niet wijd verspreid gebruik geweest, het is pas ten tijde van Ambrosius van Milaan opgekomen, toen zijn kerk in tijden van vervolging lange nachtwaken hield. Augustinus was zich bewust van het gevaar dat mensen meer met de lippen en voor de oren zouden kunnen zingen in plaats van met het hart en voor God. Maar de gewoonte van Athanasius, zo vlak mogelijk voorlezen, was toch ook niet wat hij stichtelijker vond.
[33] Bidden moet dan ook in de volkstaal gebeuren zodat het tot opbouw van iedereen kan zijn. De roomsen(van die tijd) baden in het Latijn, soms zelfs zonder dat de priester er zelf iets van begreep. In 1 Kor. 14 wijst Paulus op dat de talen die sommige spreken niet alleen vanuit de geest moeten zijn, maar ook met het verstand, dus het gebed moet begrijpelijk zijn. God wil geen gebruik van lippen zonder het hart. In openbare en persoonlijke gebeden(alhoewel in persoonlijk gebed de lippen niet noodzakelijk zijn). Calvijn kent ook de ervaringen van heiligen tijdens het bidden dat mensen beginnen te hakkelen en de tong door sterke drang gaat spreken en mensen gebaren gaan maken. De gebaren die het meest nuttig zijn zijn het ontbloten van het hoofd en knielen. Zou dit het calvinistische equivalent zijn van het spreken in tongen?
[34] De manier van bidden is niet alleen belangrijk, maar ook de vorm. En de beste vorm is het Onze Vader. Daarin wordt de goedheid van de Vader geleerd en onze nood. Plato was een heiden maar wel een die het snapte dat als de gebeden van de mensen werden verhoord het niet al te best zou zijn. Plato kende een wijs gebed dat wel wat wegheeft van de 'Serenity Prayer' die wij vandaag kennen. Daarom boffen we met het Onze Vader omdat hierin wordt geleerd wat we mogen vragen en wat we niet hoeven te vragen.
[35] Calvijn verdeelt het Onze Vader in 6 beden, in tegenstelling tot Augustinus, want er zit een voegwoord hier en een exegetische eenheid daar. De eerste drie beden gaan over Gods eer en daar moeten we dan op gericht zijn en niet onze eer. De andere gaan over wat wij ter nutte van ons mogen vragen. Maar toch ligt in de heiliging van Gods naam onze eigen heiliging.
[36] 'Onze Vader die in de hemelen zijt'. Het Onze Vader kan alleen maar om Christus' wil gezegd worden. God laat Zich aanspreken als Vader en laat daarmee zien dat Hij te vertrouwen is en genegen is naar Zijn kinderen. God laat Zijn kinderen niet in de stek want Hij kan Zichzelf niet verloochenen. Ergens anders onze hulp zoeken is een verwijt, net zoals een zoon die zich bij een vreemde laat verzorgen een verwijt van armoede en wreedheid is aan het adres van zijn vader.
Morgen lezen we boek III.20.37 - III.20.42
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
donderdag 30 juli 2015
woensdag 29 juli 2015
29-07; Boek III.20.28 - III.20.30
En wat later vandaag, ik kon pas later bij mijn vertrouwde De Niet vertaling. Terug naar de wat algemenere zaken van het gebed. Onder andere het verschil tussen persoonlijk en openbaar gebed(dat is gebed in de kerkelijke samenkomsten). En een oprecht gebed en dat van een Farizeeër.
[28] Bidden is danken en bidden tegelijkertijd. De grootste heilige moet nog steeds bidden voor alle verleidingen en vergebving bidden voor zijn nog steeds begane zondes. Ook wie goed om zich heen kijkt ziet genoeg stof om een heel leven vol te danken die de Heere hem geeft. Door de hele Bijbel heen zijn mensen te vinden die aansporen om Gods zegenende goedheid met een nieuw lied te bezingen. Als gelovigen God om iets smeken dan belijden ze hun eigen onwaardigheid maar verplichten zichzelf ook om God te loven en Zijn naam zullen verkondigen. Het is niet alleen een zaak van de tong, maar ook een zaak van het hart. Wie God dankt laat zijn hart ontvlammen in liefde voor God. Zo zijn de gebeden God ook behaaglijk. Als mensen in het gebed lopen te morren moeten we volgens Paulus ons gemoed zo beheersen dat we God al danken voordat we hebben gekregen wat we verlangen. We moeten Christus met onze lippen offeren omdat buiten Hem onze gebeden onrein zijn.
[29] Bovenstaande is vooral bedoeld om te volharden in voortdurend persoonlijk gebed. Openbare gebeden hebben hier ook mee te maken. Er mogen in tijden van nood wel wat meer openbare gebeden gedaan worden vindt Calvijn. Dit bidden is trouwens anders dan de omhaal van woorden waar Jezus ons voor waarschuwt(Matth. 6:7). Daar wordt gewaarschuwd om als Brugman te zwetsen alsof je een mens overtuigd. Een gebed mag ook geen publiekstrekker zijn(Matth. 6:5), het is een verlangen op de bodem van het hart dat wordt uitgestort voor God. En dan in de slaapkamer, met gesloten deur. Dan kan je beter concentreren als je je eigen hart onderzoekt. Jezus ging Zelf ook naar afgezonderde plaatsen. Het is niet de enige plaats waar je kan bidden, wel de handigste. Wie de openbare gebeden verlaat, kan volgens Calvijn niet weten wat een persoonlijk gebedsleven is. En een openbaar gebed zoeken baat niets als er geen persoonlijk gebed is. Niet dat openbare gebeden verwaarloost moet zijn, God noemde Zijn tempel een huis van gebed.
[30] Er moeten gebouwen zijn voor dit gebed waar de vromen zich kunnen verzamelen. Niet dat het gebouw dichter bij God is, of dat het extra waarde geeft aan het gebed, want de mensen zijn de ware tempels van God. God woont niet in tempels die door mensenhanden zijn gemaakt.
Morgen lezen we boek III.20.31 - III.20.36
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[28] Bidden is danken en bidden tegelijkertijd. De grootste heilige moet nog steeds bidden voor alle verleidingen en vergebving bidden voor zijn nog steeds begane zondes. Ook wie goed om zich heen kijkt ziet genoeg stof om een heel leven vol te danken die de Heere hem geeft. Door de hele Bijbel heen zijn mensen te vinden die aansporen om Gods zegenende goedheid met een nieuw lied te bezingen. Als gelovigen God om iets smeken dan belijden ze hun eigen onwaardigheid maar verplichten zichzelf ook om God te loven en Zijn naam zullen verkondigen. Het is niet alleen een zaak van de tong, maar ook een zaak van het hart. Wie God dankt laat zijn hart ontvlammen in liefde voor God. Zo zijn de gebeden God ook behaaglijk. Als mensen in het gebed lopen te morren moeten we volgens Paulus ons gemoed zo beheersen dat we God al danken voordat we hebben gekregen wat we verlangen. We moeten Christus met onze lippen offeren omdat buiten Hem onze gebeden onrein zijn.
[29] Bovenstaande is vooral bedoeld om te volharden in voortdurend persoonlijk gebed. Openbare gebeden hebben hier ook mee te maken. Er mogen in tijden van nood wel wat meer openbare gebeden gedaan worden vindt Calvijn. Dit bidden is trouwens anders dan de omhaal van woorden waar Jezus ons voor waarschuwt(Matth. 6:7). Daar wordt gewaarschuwd om als Brugman te zwetsen alsof je een mens overtuigd. Een gebed mag ook geen publiekstrekker zijn(Matth. 6:5), het is een verlangen op de bodem van het hart dat wordt uitgestort voor God. En dan in de slaapkamer, met gesloten deur. Dan kan je beter concentreren als je je eigen hart onderzoekt. Jezus ging Zelf ook naar afgezonderde plaatsen. Het is niet de enige plaats waar je kan bidden, wel de handigste. Wie de openbare gebeden verlaat, kan volgens Calvijn niet weten wat een persoonlijk gebedsleven is. En een openbaar gebed zoeken baat niets als er geen persoonlijk gebed is. Niet dat openbare gebeden verwaarloost moet zijn, God noemde Zijn tempel een huis van gebed.
[30] Er moeten gebouwen zijn voor dit gebed waar de vromen zich kunnen verzamelen. Niet dat het gebouw dichter bij God is, of dat het extra waarde geeft aan het gebed, want de mensen zijn de ware tempels van God. God woont niet in tempels die door mensenhanden zijn gemaakt.
Morgen lezen we boek III.20.31 - III.20.36
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
dinsdag 28 juli 2015
28-07; Boek III.20.23 - III.20.27
Over het bidden, en dan voornamelijk tot andere wezens dan Jezus Christus.
[23] Er is een verschil tussen de gestorven heiligen en de engelen, de engelen zijn dienende geesten voor ons, wat hun taken zijn wordt omschreven in de Bijbel, maar deze worden nergens omschreven als taken voor de gestorven heiligen. Het is een taak die mensen de heiligen hebben toegerekend, maar God niet. Ook op basis van Jer. 15:5 is het niet mogelijk om voorbede van de heiligen te baseren, het gaat in die tekst dat God gaat oordelen, al zou Mozes voorbede doen. Iedere heilige heeft voor het volk gebeden toen hij leefde.
[24] De tegenstanders werpen tegen dat na hun vrome en gelovig leven de liefde voor medegelovigen toch niet opeens kan ophouden. Maar Calvijn denkt dat hun liefde voor het Koninkrijk der Hemelen groter is en daarin ook de liefde voor de gemeenschap van Christus Lichaam. In zulke zin bidden ze voor ons, maar niet dat ze zich bemoeien met onze aardse zorgen. Het gebod om voor elkaar te bidden geldt voor de levenden op aarde. Ook is het onwaarschijnlijk dat gestorven heiligen nieuwe vermogens krijgen om naar ons te luisteren.
[25] Andere tegenwerpingen die Calvijn langsgaat, het aanroepen van de namen Abraham, Izaäk door Jakob(Gen. 48:16). Dit is niet het aanroepen voor hulp, maar voor het nageslacht om God aan te roepen omwille de belofte aan hen. Het is meer een andere naam roepen, zoals vrouwen onder de naam van hun man worden aangeduid(Jes. 4:1). Het is het herinneren van God aan Zijn verbond, niet het aanroepen van de doden. Zo is ook David een schakel in het verbond, niet een naam om aan te roepen naast die van Jezus.
[26] Mensen draaien Ps. 22:5 om door te zeggen dat de mensen verhoord worden omdat ze verhoord zijn. Wie naar Jacobus (5:17) luistert merkt dat Elia net als ons een mens was en wij dus ook zo kunnen volharden in gebed. God geeft verhoring zodat we Hem vaker en vaster vertrouwen in gebed.
[27] Als het gebed zich van de Bijbel afwendt, is het geen gebed meer zoals God dat aangewezen heeft. Christenen mogen voor elkaar bidden in de naam van de enige Middelaar Jezus Christus. Dit doet niks af aan Zijn ambt als Voorbiddder. We lezen in de Bijbel nergens dat dit wordt betrokken op de doden of dat de doden een taak als voorbidder krijgen. We moeten bidden uit geloof en geloof is uit het horen van Gods Woord, waar niks wijst op voorbede.
Morgen lezen we boek III.20.28 - III.20.30
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[23] Er is een verschil tussen de gestorven heiligen en de engelen, de engelen zijn dienende geesten voor ons, wat hun taken zijn wordt omschreven in de Bijbel, maar deze worden nergens omschreven als taken voor de gestorven heiligen. Het is een taak die mensen de heiligen hebben toegerekend, maar God niet. Ook op basis van Jer. 15:5 is het niet mogelijk om voorbede van de heiligen te baseren, het gaat in die tekst dat God gaat oordelen, al zou Mozes voorbede doen. Iedere heilige heeft voor het volk gebeden toen hij leefde.
[24] De tegenstanders werpen tegen dat na hun vrome en gelovig leven de liefde voor medegelovigen toch niet opeens kan ophouden. Maar Calvijn denkt dat hun liefde voor het Koninkrijk der Hemelen groter is en daarin ook de liefde voor de gemeenschap van Christus Lichaam. In zulke zin bidden ze voor ons, maar niet dat ze zich bemoeien met onze aardse zorgen. Het gebod om voor elkaar te bidden geldt voor de levenden op aarde. Ook is het onwaarschijnlijk dat gestorven heiligen nieuwe vermogens krijgen om naar ons te luisteren.
[25] Andere tegenwerpingen die Calvijn langsgaat, het aanroepen van de namen Abraham, Izaäk door Jakob(Gen. 48:16). Dit is niet het aanroepen voor hulp, maar voor het nageslacht om God aan te roepen omwille de belofte aan hen. Het is meer een andere naam roepen, zoals vrouwen onder de naam van hun man worden aangeduid(Jes. 4:1). Het is het herinneren van God aan Zijn verbond, niet het aanroepen van de doden. Zo is ook David een schakel in het verbond, niet een naam om aan te roepen naast die van Jezus.
[26] Mensen draaien Ps. 22:5 om door te zeggen dat de mensen verhoord worden omdat ze verhoord zijn. Wie naar Jacobus (5:17) luistert merkt dat Elia net als ons een mens was en wij dus ook zo kunnen volharden in gebed. God geeft verhoring zodat we Hem vaker en vaster vertrouwen in gebed.
[27] Als het gebed zich van de Bijbel afwendt, is het geen gebed meer zoals God dat aangewezen heeft. Christenen mogen voor elkaar bidden in de naam van de enige Middelaar Jezus Christus. Dit doet niks af aan Zijn ambt als Voorbiddder. We lezen in de Bijbel nergens dat dit wordt betrokken op de doden of dat de doden een taak als voorbidder krijgen. We moeten bidden uit geloof en geloof is uit het horen van Gods Woord, waar niks wijst op voorbede.
Morgen lezen we boek III.20.28 - III.20.30
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
maandag 27 juli 2015
27-07; Boek III.20.18 - III.20.22
De dertigste week van Lectio Calvini. Deze week maak ik wegens omstandigheden gebruik van de Sizoo vertaling, kijken of dat heel veel uit maakt. De Niet heeft wel veel meer voetnoten! En tussenkopjes. Sizoo heeft wel veel minder voorgekauwd voor de hongerige lezer.
Over de Middelaar van het gebed[18]. Zelfs de hogepriester in de tabernakel met de namen van Israël op de edelstenen liet iets schaduwachtigs zien van een Middelaar van het gebed. Zo draagt Christus ons voor het aangezicht van God om in onze plaats te bidden, Hij is onze Middelaar in het gebed als wij in Zijn naam bidden. Ook dat het bloed reiniging bracht en het offer kracht gaf aan het gebed. Daarom geeft Christus op een gegeven moment Zijn naam aan om in te bidden(Joh. 16).
[19]De Kerk drukt haar eenheid uit als de gelovigen voor elkaar bidden. Zo wijzen ze elkaar vanuit de liefde op hun Hoofd Jezus Christus. Het is niet dat iedereen nu voor zichzelf bidt, maar dat we ok voor elkaar mogen bidden, als het gebed zich maar richt tot Jezus.
[20] De heiligen zijn niet de bemiddelaars van voorbede, na Christus als bemiddelaar van de verlossing. Dat is 'louter beuzelpraat'. De Bijbel laat duidelijk zien dat Christus de Voorspraak bij God de Vader is. Dit vond Augustinus ook al. Gelovigen mogen voor elkaar bidden, dat is goed, Bijbels en geeft eenheid, maar alleen in de naam van Christus. Christus blijft dankzij Zijn offer voorbede voor Zijn Kerk doen tot de voleinding van de wereld.
[21] We moeten dan ook niet denken dat de heiligen die gestorven zijn naar het vlees een andere weg tot God hebben als ze bidden. Het is gek om via de heiligen een weg naar de Vader te zoeken, wat wel is gebeurd onder het pausdom. De verdiensten van de heiligen worden God opgedrongen en in hun naam wordt gebeden. De reden dat mensen dit doen is niet een reden ui de Bijbel, maar omdat ze bang zijn, misschien dat Christus' offer tekort schiet of te streng is. Maar daardoor ontnemen ze Jezus van de titel Middelaar en daarmee verwerpen ze de goedheid van de Vader die ons gegeven is. Ook Ambrosius wijst op Christus als enige voorspraak. Wat ik wel bijzonder vindt, Ambrosius is vanuit de werken van Augustinus wel te zien als iemand die begon de graven van de martelaren en de activiteiten daar naar de kerk toe te halen. In ieder geval meldt Calvijn dat er in de litanieën, hymnen en prozagebeden voor de doden Christus daarin niet genoemd wordt.
[22] Dit bijgeloof is ontspoort en zo heeft iedere heilige zijn eigen ambt gekregen. Er waren op een gegeven moment zoveel heiligen als mensen en iedere heilige kreeg de zaligheid van een persoon toegewezen om deze te beschermen. Het is ontspoort. Op het concilie te Carthago is verboden dat aan het altaar rechtstreeks gebeden werd tot de heiligen. Dat het later wel een gewoonte is geworden zou door geldlustige priesters zij gebeurd.
Morgen lezen we boek III.20.23 - III.20.27
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Over de Middelaar van het gebed[18]. Zelfs de hogepriester in de tabernakel met de namen van Israël op de edelstenen liet iets schaduwachtigs zien van een Middelaar van het gebed. Zo draagt Christus ons voor het aangezicht van God om in onze plaats te bidden, Hij is onze Middelaar in het gebed als wij in Zijn naam bidden. Ook dat het bloed reiniging bracht en het offer kracht gaf aan het gebed. Daarom geeft Christus op een gegeven moment Zijn naam aan om in te bidden(Joh. 16).
[19]De Kerk drukt haar eenheid uit als de gelovigen voor elkaar bidden. Zo wijzen ze elkaar vanuit de liefde op hun Hoofd Jezus Christus. Het is niet dat iedereen nu voor zichzelf bidt, maar dat we ok voor elkaar mogen bidden, als het gebed zich maar richt tot Jezus.
[20] De heiligen zijn niet de bemiddelaars van voorbede, na Christus als bemiddelaar van de verlossing. Dat is 'louter beuzelpraat'. De Bijbel laat duidelijk zien dat Christus de Voorspraak bij God de Vader is. Dit vond Augustinus ook al. Gelovigen mogen voor elkaar bidden, dat is goed, Bijbels en geeft eenheid, maar alleen in de naam van Christus. Christus blijft dankzij Zijn offer voorbede voor Zijn Kerk doen tot de voleinding van de wereld.
[21] We moeten dan ook niet denken dat de heiligen die gestorven zijn naar het vlees een andere weg tot God hebben als ze bidden. Het is gek om via de heiligen een weg naar de Vader te zoeken, wat wel is gebeurd onder het pausdom. De verdiensten van de heiligen worden God opgedrongen en in hun naam wordt gebeden. De reden dat mensen dit doen is niet een reden ui de Bijbel, maar omdat ze bang zijn, misschien dat Christus' offer tekort schiet of te streng is. Maar daardoor ontnemen ze Jezus van de titel Middelaar en daarmee verwerpen ze de goedheid van de Vader die ons gegeven is. Ook Ambrosius wijst op Christus als enige voorspraak. Wat ik wel bijzonder vindt, Ambrosius is vanuit de werken van Augustinus wel te zien als iemand die begon de graven van de martelaren en de activiteiten daar naar de kerk toe te halen. In ieder geval meldt Calvijn dat er in de litanieën, hymnen en prozagebeden voor de doden Christus daarin niet genoemd wordt.
[22] Dit bijgeloof is ontspoort en zo heeft iedere heilige zijn eigen ambt gekregen. Er waren op een gegeven moment zoveel heiligen als mensen en iedere heilige kreeg de zaligheid van een persoon toegewezen om deze te beschermen. Het is ontspoort. Op het concilie te Carthago is verboden dat aan het altaar rechtstreeks gebeden werd tot de heiligen. Dat het later wel een gewoonte is geworden zou door geldlustige priesters zij gebeurd.
Morgen lezen we boek III.20.23 - III.20.27
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
vrijdag 24 juli 2015
24-07; Boek III.20.15 - III.20.17
[15] Er is een probleem met het bovenstaande. In de Bijbel staan ook verhalen van mensen die niet met bovenstaande houding gebeden hebben, maar toch verhoord worden dor God. Jotham en Simson bijvoorbeeld. Calvijn ziet ze als de uitzondering die de regel bevestigd. En enkele mensen hebben bijzondere krachten van God gekregen in hun situatie. Ook de gebeden die niet per se welgevallig zijn willigt God soms in. Om Zichzelf als barmhartiger te plaatsen dat Hij soms zelfs ongelovigen verhoort en om Zijn dienaren nog meer tot gebed aan te zetten. Abraham, Samuel en Jeremia hebben gebeden voor mensen terwijl God dat expliciet dat had afgekeurd. Maar ze hadden de algemene regel in gedacht dat je barmhartig moest zijn voor hen die het niet verdienen. Niet direct hoeven we di na te volgen, vanuit Ps. 7 is op te maken dat ze baden op bijzondere ingeving.
[16] Het is ook niet zo dat God een gebed niet verhoort als het niet volgens de vier regels die Calvijn heeft gegeven is gebracht. We moeten eerbied en ingetogenheid in stand houden in het gebed net als zuiver aanbidden. Maar wie kan dat ooit volkomen doen? David laat soms ook zijn beheersing varen in zijn gebeden. God vergeeft die tekortkomingen, as de heiligen die ze bidden maar zuchten en zichzelf straffen als ze weer tot hun zinnen komen. Mensen dwalen ook af in gebeden en dat moet ook vergeven worden. Dat is van nature eigen aan de mens, daarom is er ok de ceremonie van bidden met opgeheven handen, zoals dat in Calvijns tijd ook nog gebeurde. Vandaag de dag bij ons niet of minder denk ik. Ook in de gebeden van heiligen lijkt soms iets van ongeloof door te schemeren. Vooral als God het geloof van de bidder heeft proberen uit te blussen door de omstandigheden(zoals in Klaagliederen). De heiligen moeten zich inspannen om tot een volmaakte regel van het gebed te komen. Gelovigen mogen dus niet achterover leunen, maar moeten blijven inspannen voor het gebed.
[17] Jezus is de waarborg dat de Vader ons niets zal weigeren. God de Vader is vol van verschrikking voor de mens als Christus niet tussenbeide komt. We hebben ook een expliciete opdracht om te bidden in Jezus' naam en we zullen verhoord worden. Een andere naam gaat tegen Gods geboden in.
Volgende week lezen we Boek III.20.18 - III.20.22
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[16] Het is ook niet zo dat God een gebed niet verhoort als het niet volgens de vier regels die Calvijn heeft gegeven is gebracht. We moeten eerbied en ingetogenheid in stand houden in het gebed net als zuiver aanbidden. Maar wie kan dat ooit volkomen doen? David laat soms ook zijn beheersing varen in zijn gebeden. God vergeeft die tekortkomingen, as de heiligen die ze bidden maar zuchten en zichzelf straffen als ze weer tot hun zinnen komen. Mensen dwalen ook af in gebeden en dat moet ook vergeven worden. Dat is van nature eigen aan de mens, daarom is er ok de ceremonie van bidden met opgeheven handen, zoals dat in Calvijns tijd ook nog gebeurde. Vandaag de dag bij ons niet of minder denk ik. Ook in de gebeden van heiligen lijkt soms iets van ongeloof door te schemeren. Vooral als God het geloof van de bidder heeft proberen uit te blussen door de omstandigheden(zoals in Klaagliederen). De heiligen moeten zich inspannen om tot een volmaakte regel van het gebed te komen. Gelovigen mogen dus niet achterover leunen, maar moeten blijven inspannen voor het gebed.
[17] Jezus is de waarborg dat de Vader ons niets zal weigeren. God de Vader is vol van verschrikking voor de mens als Christus niet tussenbeide komt. We hebben ook een expliciete opdracht om te bidden in Jezus' naam en we zullen verhoord worden. Een andere naam gaat tegen Gods geboden in.
Volgende week lezen we Boek III.20.18 - III.20.22
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
donderdag 23 juli 2015
23-07; Boek III.20.11 - III.20.14
Calvijn geeft ons wat Bijbelse regels voor het gebed. De vierde en laatste regel is dus[11] dat we volop bezield moeten zijn door de hoop op verhoring. Boetvaardigheid en geloof zijn, ook in het gebed, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Vertrouwen op God is niet iets wat de geest van de mens vrij maakt van alle angst, maar juist een respons op een prikkel om tot God de toevlucht te nemen. Bidden komt voor uit het geloof en staat tegenover twijfel, een goed gebed is er dus een uit geloof.
[12] Er zijn mensen die deze zekerheid een dwaasheid vinden, maar ze hebben zelf de juste praktijk niet van het gebed. Als je die wel hebt kan je er niet omheen dat God niet kan aanroepen zonder overtuigd te zijn van Gods welwillendheid. De heiligen en apostel Paulus leren ons in vertrouwen te bidden. Het is geen ondermijning van het geloof door het geloof te verbinden aan de kennis van onze ellende, armoede en onreinheid. Het gebed is juist ingesteld om deze zaken bij God te brengen.
[13] God laat zien emt het gebod te bidden dat wij eigenzinnig zijn als we niet bidden, desondanks we ook de belofte op verhoring hebben. God heeft recht op ons gebed en eist dus waar Hij aanspraak op mag maken, er is geen reden voor ons om niet te bidden. God verhoort gebeden is een extra aansporing.
[14] Het zijn allemaal mooie beloften, God lokt ons en het is ondankbaarheid als we twijfelen om eraan gehoor te geven. Veel Bijbelteksten die Calvijn aanhaalt laten het zien: we krijgen de vrucht van Gods belofte als we zonder aarzeling of vrees bidden en steunen op het Woord van God. Als we dit niet deden zou de majesteit van God ons afschrikken. Er is niemand te bedenken die een uitzondering op Gods belofte zou kunnen zijn, er is geen enkele aanleiding om niet te bidden. Dat vinden we ook terug in de Bijbel. Het is juist een daad van gehoorzaamheid wanneer mensen onbeschroomd samen met ontzag, eerbied en vrees, bidt.
Morgen lezen we boek III.20.15 - III.20.17
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[12] Er zijn mensen die deze zekerheid een dwaasheid vinden, maar ze hebben zelf de juste praktijk niet van het gebed. Als je die wel hebt kan je er niet omheen dat God niet kan aanroepen zonder overtuigd te zijn van Gods welwillendheid. De heiligen en apostel Paulus leren ons in vertrouwen te bidden. Het is geen ondermijning van het geloof door het geloof te verbinden aan de kennis van onze ellende, armoede en onreinheid. Het gebed is juist ingesteld om deze zaken bij God te brengen.
[13] God laat zien emt het gebod te bidden dat wij eigenzinnig zijn als we niet bidden, desondanks we ook de belofte op verhoring hebben. God heeft recht op ons gebed en eist dus waar Hij aanspraak op mag maken, er is geen reden voor ons om niet te bidden. God verhoort gebeden is een extra aansporing.
[14] Het zijn allemaal mooie beloften, God lokt ons en het is ondankbaarheid als we twijfelen om eraan gehoor te geven. Veel Bijbelteksten die Calvijn aanhaalt laten het zien: we krijgen de vrucht van Gods belofte als we zonder aarzeling of vrees bidden en steunen op het Woord van God. Als we dit niet deden zou de majesteit van God ons afschrikken. Er is niemand te bedenken die een uitzondering op Gods belofte zou kunnen zijn, er is geen enkele aanleiding om niet te bidden. Dat vinden we ook terug in de Bijbel. Het is juist een daad van gehoorzaamheid wanneer mensen onbeschroomd samen met ontzag, eerbied en vrees, bidt.
Morgen lezen we boek III.20.15 - III.20.17
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
woensdag 22 juli 2015
22-06; Boek III.20.6 - III.20.10
[6] Tweede regel bij het is dat we vanuit een werkelijk gevoeld onvermogen van onze kant met vurig verlangen bidden om te krijgen wat we bidden. Calvijn ageert tegen mensen die een formuliergebed afdraaien zonder werkelijk te menen wat de woorden uitdrukken. Bidden is meer dan wat woorden mompelen om een aantal gebeden in een stuk tijd af te ronden. Als je bidt om de heiliging van Gods naam moet men hongeren en dorsten naar die heiliging.
[7] Maar de noodzaak om te bidden is niet altijd even sterk ervaren bij mensen, wat Calvijn erkent, maar mensen zijn van nature lui en moeten dus door omstandigheden geprikkeld worden tot gebed. Het is wel waar dat nood inderdaad leert bidden en in moeilijke omstandigheden de toegang tot God ruimer openstaat. Maar mensen moeten altijd bidden(Ef. 6:18), of we nu veel of weinig hebben. Ook als we beseffen welk gevaar we altijd lopen(nagaan wat er allemaal mis kan gaan met een mens op een dag) wordt duidelijk dat er geen moment is waarop we niet hoeven te bidden. Een mens is beladen met zonden en verzoekingen zijn er iedere dag. Het altijd bidden van de Bijbel veroordeelt onze traagheid. God laat Zich vinden door wie met heel zijn hart zoekt. Het echte bidden vereist dus boetvaardigheid en God oprecht dienen, alleen dan is een gebed de naam gebed waardig.
[8] Derde regel is om alle roem in zichzelf te laten varen en zichzelf te verloochenen. Dat is dezelfde ootmoedige houding van Daniël, David, Jesaja en Jeremia. Dit wordt zelfs beaamt door in het Deuterocanonieke boek Baruch.
[9] Het beginpunt moet een bede om vergeving, een belijdenis van schuld zijn. Dit is de sleutel tot een gebed. Dan niet alleen het lijstje van de zonden die we hebben gedaan vanaf het vorige gebed, maar ook de zonde van het verleden die we al vergeten zouden kunnen zijn. Dat doet David ook i Ps. 51:7. Naarmate het oordeel groter is gemaakt door de bidder laat God Zich makkelijker verbidden. Alle heiligen uit de Bijbel laten zien dat ze de moed om te bidden putten uit de ontferming van en verzoening met God. Naast verlichting van straf bidden ze vaak om vergeving van zonden om te voorkomen dat ze zieken zijn die van bijverschijnselen verlost willen worden. Dit is dus noodzakelijk zodat ieder gebed gegrond wordt in de genadige ontferming van God.
[10] Maar er zijn gebeden waarin de heiligen de ondersteuning in eigen gerechtigheid lijken te verzoeken(Ps. 86.2; 2 Kon. 20:3). Calvijn zegt dat ze hiermee betuigen dat ze wedergeboren zijn aan wie God genadig zal zijn. God verhoort niet naar verdiensten, maar wil het vertrouwen sterken van mensen die bij zichzelf een onbedrogen oprechtheid en onschuld zien, zoals het bij alle gelovigen moet zijn. God verhoort geen zondaren, dat zijn mensen die zonder verlangen naar gerechtigheid in slaap verzonken zijn. Niemand kan God aanroepen als het ook niet naar vroomheid streeft. Ook komen we dit soort gebeden alleen tegen als mensen zichzelf vergelijken met hun vijanden.
Morgen lezen we boek III.20.11 - III.20.14
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
[7] Maar de noodzaak om te bidden is niet altijd even sterk ervaren bij mensen, wat Calvijn erkent, maar mensen zijn van nature lui en moeten dus door omstandigheden geprikkeld worden tot gebed. Het is wel waar dat nood inderdaad leert bidden en in moeilijke omstandigheden de toegang tot God ruimer openstaat. Maar mensen moeten altijd bidden(Ef. 6:18), of we nu veel of weinig hebben. Ook als we beseffen welk gevaar we altijd lopen(nagaan wat er allemaal mis kan gaan met een mens op een dag) wordt duidelijk dat er geen moment is waarop we niet hoeven te bidden. Een mens is beladen met zonden en verzoekingen zijn er iedere dag. Het altijd bidden van de Bijbel veroordeelt onze traagheid. God laat Zich vinden door wie met heel zijn hart zoekt. Het echte bidden vereist dus boetvaardigheid en God oprecht dienen, alleen dan is een gebed de naam gebed waardig.
[8] Derde regel is om alle roem in zichzelf te laten varen en zichzelf te verloochenen. Dat is dezelfde ootmoedige houding van Daniël, David, Jesaja en Jeremia. Dit wordt zelfs beaamt door in het Deuterocanonieke boek Baruch.
[9] Het beginpunt moet een bede om vergeving, een belijdenis van schuld zijn. Dit is de sleutel tot een gebed. Dan niet alleen het lijstje van de zonden die we hebben gedaan vanaf het vorige gebed, maar ook de zonde van het verleden die we al vergeten zouden kunnen zijn. Dat doet David ook i Ps. 51:7. Naarmate het oordeel groter is gemaakt door de bidder laat God Zich makkelijker verbidden. Alle heiligen uit de Bijbel laten zien dat ze de moed om te bidden putten uit de ontferming van en verzoening met God. Naast verlichting van straf bidden ze vaak om vergeving van zonden om te voorkomen dat ze zieken zijn die van bijverschijnselen verlost willen worden. Dit is dus noodzakelijk zodat ieder gebed gegrond wordt in de genadige ontferming van God.
[10] Maar er zijn gebeden waarin de heiligen de ondersteuning in eigen gerechtigheid lijken te verzoeken(Ps. 86.2; 2 Kon. 20:3). Calvijn zegt dat ze hiermee betuigen dat ze wedergeboren zijn aan wie God genadig zal zijn. God verhoort niet naar verdiensten, maar wil het vertrouwen sterken van mensen die bij zichzelf een onbedrogen oprechtheid en onschuld zien, zoals het bij alle gelovigen moet zijn. God verhoort geen zondaren, dat zijn mensen die zonder verlangen naar gerechtigheid in slaap verzonken zijn. Niemand kan God aanroepen als het ook niet naar vroomheid streeft. Ook komen we dit soort gebeden alleen tegen als mensen zichzelf vergelijken met hun vijanden.
Morgen lezen we boek III.20.11 - III.20.14
Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com
Abonneren op:
Posts (Atom)