donderdag 29 oktober 2015

29-10; Boek IV.14.21 - 26

[21] De tekens legt Calvijn uit. De besnijdenis herinnerde de Jood eraan dat alles wat voortkomt uit menselijk zaad bedorven is en aan de belofte aan Abraham dat God het gezegende zaad zou geven. De reinigingsrituelen wees de Jood op zijn onreinheid en wezen vooruit naar een ander bad, namelijk Jezus, waarin hun zonde zou worden afgewist. De offers wezen op zijn ongerechtigheid en maakten duidelijk dat er genoegdoening nodig was, het wees voruit naar de Hogepriester die Zijn eigen bloed zou uitstorten.

[22] De Sacramenten van de Kerk stellen Christus nog scherper voor. De Doop dat wij gereinigd zijn en het Avondmaal dat wij verlost zijn. Water is het beeld van afwassing en bloed is het teken van voldoening, water en bloed getuigen samen met de Geest hiervan. Daarom kwam er ook water en bloed uit Jezus' zij(Joh. 19:34). Nu is er rijkere mate van genade, onder de Wet was er sprake van schaduwen, nu is de volle werkelijkheid in Christus openbaar geworden. Daarom hoeft het ook niet te verbazen dat de ceremoniële wetten zijn afgeschaft met de komst van Christus.

[23] Het scholastieke leerstuk dat de Joden onder de Wet geen sacramenten maar tekens hadden moet verworpen worden. Paulus leert dat de Sacramenten onder de Wet ook Christus als substantie en inhoud hadden, er werd dezelfde geestelijke spijs gegeten en hij kent hoge bewoordingen aan besnijdenis e.d. toe.  Lombardus en Aquino baseren zich op een verkeerde uitleg van Hebr. 10:1, de ceremoniële wet heeft namelijk volgens Calvijn geen waarde zolang men niet tot Christus komt.

[24] Ze zullen hier dan weer Paulus spreken over de besnijdenis als nutteloos en zonder betekenis inbrengen, waar Calvijn als argument tegen gebruikt dat ditzelfde ook gezegd kan worden over de Doop, wat Paulus ook doet. De uiterlijke afwassing van onze Doop zegt God niets als we ook niet innerlijk gereinigd worden. Toch wordt er met deze uitspraken niks afgedaan aan de waarde van Doop en besnijdenis. Paulus schrijft alleen tegen mensen die de besnijdenis als vereiste bleven zien en de oude schaduwen niet konden vergeten, ze moesten zich toeleggen op waar het werkelijk om gaat. Ook als de OT-heiligen de zaak hadden hadden ze geen reden om de besnijdenis als overbodig te zien, dit deed niemand.

[25] Vooral in de Hebreeënbrief  lijkt de schrijver de OT ceremoniën als waardeloos te betitelen, wat daar niet uit het oog moet worden verloren is dat de schrijver hier met mensen inn discussie gaat die de waarde van de ceremoniën op zichzelf zonder Christus op waarde schatten, wat hij in die zin ook doet. Want de OT ceremoniën hebben geen waarde zonder Christus. Ze zijn in Hem vervuld en zijn toen afgeschaft, zoals de duisternis verdwijnt als de zon gaat schijnen.

[26] De mensen moeten zich niet laten meeslepen en door de kerkvaders die in hun bewoordingen over de Sacramenten soms overdreven als stijlfiguur. Bij Augustinus is uit het geheel van zijn werk te zien dat hij hetzelfde dacht als Calvijn, de Joden hadden zdezelfde inhoud in hun Sacramenten en dezelfde geestelijke kracht. Bij ons is alleen de zaak voller en duidelijker aan het licht getreden. Ook valt bij Augustinus te zien dat er geen sprake was vroeger van de zelfstandige werkzaamheid van de Sacramentenen(ex opere operate).

Morgen lezen we boek IV.15.1 - IV.15.8

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

woensdag 28 oktober 2015

28-10; Boek IV.14.16 - IV.14.20

[16] Christus is de eigenlijke inhoud en betekenis van de Sacramenten. Ze ontlenen hun bestaan aan Hem, en hebben in zichzelf geen belofte of kunnen ook niet in zichzelf een oorzaak van gerechtigheid zijn, zoals Petrus Lombardus leert. Als we de Sacramenten met geloof aannemen, versterkt en vermeerdert het ons geloof en kunnen we Jezus nog meer aanvaarden. Desondanks kunnen goddelozen het Sacrament niet waardeloos maken als ze het ontvangen, de kracht of waarde van he Sacrament ligt niet in de persoon die het ontvangt, maar in de aanbieding van God. Je moet dus niet teveel aan het aardse teken blijven hangen, water, brood en wijn, maar aan de andere kant ook weer niet dingen daaraan gaan toekennen die Jezus Zelf toekomt.

[17] Sacramenten bieden, net als het Woord, Jezus met alle schatten van genade in Hem aan en leveren allebei iets op als ze in geloof worden aangenomen. We moeten ons door mooie uitspraken van kerkvaders niet laten verleiden om te denken dat er een soort verborgen kracht aan de Sacramenten is gekoppeld. De Sacramenten leveren ons iets op als de Heilige Geest ons hart opent. Sacramenten zijn van onze kant te zien als bodes met goed nieuws. Ze verwijzen naar God de Geest die de gaven meeneemt en ervoor zorg dat de bediening van de Sacramenten niet vruchteloos en tevergeefs is. Deze twee dingen zijn te onderscheiden. Zo staat alles in de juiste verhouding en komen we van het idee af dat de kracht van de Heilige Geest in de bestanddelen van de Sacramenten ligt opgesloten. God werkt door middel van de Sacramenten.

[18]Het woord sacrament wordt in het algemeen gebruikt voor een teken dat God heeft gegeven tot zekerheid of vertrouwen in de waarheid van Gods beloften. Je hebt natuurlijke tekens en wonderen als tekens. Natuurlijke tekens zijn de boom in het paradijs en de regenboog bij Noach. Door het Woord van God erbij zijn ze iets nieuws geworden, vergelijkbaar met een stuk zilver dat tot een munt wordt gevormd en daardoor nieuwe en meer waarde krijgt. Wondertekens zijn de vuuroven bij Abraham, het vachtje van Gideon en de zonnewijzer bij Hizkia.

[19] Nu wil Calvijn het hebben over de sacramenten die God aan de Kerk heeft gegeven als de gewone(volgens mij is een beter woord: gebruikelijke) middelen om gevoed te worden in geloof en dat geloof te belijden. God heeft de christenen verzameld in een zichtbaar teken, er kan moeilijk een godsdienst bestaan zonder zichtbaar teken. Nu is het teken van het christendom een ceremonie. Vanuit God is deze ceremonieën getuigenis van Zijn genade, van onze kant een belijdenis van onze trouw en gehoorzaamheid aan God. God wil door de Sacramenten in de eerste plaats Zijn volk voeden, opwekken en versterken, in de tweede plaats wil God door de Sacramenten Zijn volk bij de mensen getuigenis geven van hun geloof.

[20] In de verschillende tijden en bedelingen heeft God altijd Sacramenten gegeven, Aan Abraham de besnijdenis, aan het joodse volk de ceremoniën en offers. Deze zijn bij de komst van Christus vervangen door Doop en Avondmaal, Calvijn zou handoplegging door dienaren niet direct ontkennen als Sacrament, waar hij later op terug komt. Oude Sacramenten hadden hetzelfde doel, te wijzen op Christus, eerst als een voorafschaduwing, later als duidelijk getuigenis.

Morgen lezen we boek IV.14.21 - IV.14.26

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

dinsdag 27 oktober 2015

27-08; Boek IV.14.10 - IV.14.15

[10] We moeten de kracht van de Sacramenten niet toeschrijven aan iets wat geschapen is, dan doen we de Heilige Geest geen eer aan. Het is namelijk de Geest die ons hart verlicht. Net zoals mensen elkaar proberen te overtuigen en daarvoor inzicht en welwillendheid nodig hebben van degene die ze proberen te overtuigen, werkt de Heilige Geest in ons om ons de waarde van de prediking en Sacrament in te zien en onze harde harten zacht te maken. Hierdoor versterken Woord en Sacrament ons geloof, doordat ze de welwillendheid van de Vader naar ons toe laten zien, en het kennen van die wil is de kracht van het geloof.

[11] Het uitwendig Woord bezit deze eigenschap en wordt daarom ook zaad genoemd. Het kan wel gestrooid worden op een persoon met een harde nek, dat is dus zand, maar dan komt er niks op, tenzij de Heilige Geest het Woord in de ziel laat belanden. Als Paulus zijn bediening de bediening van de Heilige Geest noemt, bedoelt hij dat prediking onlosmakelijk met het verlichtende werk van de Heilige Geest verbonden is(1 Kor. 2:4). Wel moet hij als arbeider of boer hard werken van zijn kant om de grond te bewerken. De apostelen brachten zo de Heilige Geest aan het licht door hun werk,

[12] soms is het zo dat God Zijn Sacramenten wegneemt om ongefundeerd vertrouwen op de belofte van God weg te nemen. Zoals de boom bij Adam, en Efeziërs die buiten de besnijdenis staan.(Ef. 2:11-12). Dit is niet iets overdragen op iets geschapens wat God alleen toekomt. Net als brood, warmte, vuur, en de zon middelen zijn die alleen waarde hebben als gave van God aan ons, zo zijn de Sacramenten alleen van waarde als ze Gods beloften in aanschouwelijke vorm voor ogen stellen.

[13] Calvijn spreekt hier Zwingli tegen die uit het woord 'sacramentum' de oorspronkelijke betekenis uitdiept en hier theologisch op voort denkt. Het is oorspronkelijk de eed van de soldaat aan zijn veldheer. Zo is het sacrament een onderscheidingsteken om te laten zien bij wie we horen, vindt Zwingli. Dit is niet een heel sterk woord omdat de kerkvaders niet heel veel betekenis aan het woord sacramentum ontleenden, maar wel gaven. Ook wordt het minst belangrijkste tot het belangrijkste gemaakt, namelijk de belijdenis voor mensen. Het gaat primair om dat de Sacramenten ons geloof dienen ten overstaan van God.

[14] Maar tegenover deze mensen die het Sacrament krachteloos en nutteloos maken heb je aan de andere kant mensen die geloven dat het Sacrament geheime krachten bevat. De Sacramenten maken rechtvaardig en brengen genade als daar geen doodzonde als belemmering op wordt gebracht. Dat is een duivelse leer omdat het rechtvaardigheid buiten het geloof om leert en de mensen laat rusten in iets aards in plaats van God zelf. Dit is de ondergang van de Kerk. Er zit niet meer in het Sacrament dan God belooft in Zijn Woord. Ook moeten we onze zekerheid uit Christus halen en niet het Sacrament.

[15] Calvijn hanteert in navolging van Augustinus een onderscheid tussen het Sacrament en de zaak van het Sacrament. Deze zijn niet zo nauw met elkaar verbonden dat ze niet zonder elkaar kunnen bestaan. De Sacramenten werken daarom alleen uit wat ze afbeelden in de uitverkorenen. De onwaardigheid van degene die eet wordt los gemaakt van de werkelijkheid waarnaar het verwijst. Je hebt net zoveel nut van de Sacramenten als dat je vorderingen maakt door de Sacramenten in de gemeenschap met Christus.

Morgen lezen we boek IV.14.16 - IV.14.20

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

maandag 26 oktober 2015

26-10; Boek IV.14.4 - IV.14.9

De 43ste week! Hoeraaaaaa!

[4] Als Calvijn zegt dat het Sacrament uit een woord en een uiterlijk teken bestaat, is dit dat het woord gepredikt wordt over wat het zichtbare teken probeert te vertellen. Niet een toverspreuk zoals toen de consecratieformule werd gemompeld. Daardoor wisten de mensen niet wat het Avondmaal was. Het sacrament werkt door het woord dat erbij komt, want geloof wordt uit de prediking geboren.

[5] Uit de Sacramenten leren we niets nieuws wat niet al gepredikt is. Het is als een zegel aan een document. een zegel doet op zichzelf niets, maar onderaan een document dat beschreven is, bezegelt het alles. Hoe duidelijker een belofte is, hoe beter ze het geloof kan ondersteunen. Misschien zijn de Sacramenten niet overduidelijk omdat ze geestelijke en eeuwige dingen beschrijft. Maar de gelovige kan via de weg van analogie de verheven mysteriën overwegen die in het Sacrament verborgen liggen.

[6] God geeft Zijn beloften de naam verbonden en de Sacramenten zijn de symbolen hiervan. Zo zijn dan vergelijkingen te maken met menselijke beloftes. Zoals mensen eerst iets afspreken voordat ze het bevestigen met een handdruk, zo zijn de Sacramenten. Ze kunnen ook steunpilaren zijn,Een gebouw rust op zijn fundament, maar staat steviger als er palen onder gezet worden. Het zijn spiegels waarin we de rijkdom van Gods genade kunnen zien.

[7] Sommige mensen redeneren verkeerd als  ze zeggen dat de Sacramenten geen getuigenis van Gods genade zijn omdat ze aan de goddelozen worden uitgedeeld. Dit is ook te zien bij  iedereen lacht om de ondertekening van een officieel stuk, maar wel erkend dat het van een officiële instantie komt. Het maakt de brief niet minder officieel en de ondertekening niet minder een bekrachtiging van de brief. God geeft in Zijn Woord en de Sacramenten de aanbieding van zijn ontferming en een onderpand van Zijn genade. goddelozen en huichelaars kunnen de uitwerking van de goddelijke genade in de Sacramenten in hun goddeloosheid wegdrukken, verduisteren of belemmeren. Maar met geloof zouden ze getuigen van de eenheid met Christus en Gods Geest vervult dan wat de Sacramenten beloven. Er is nog een discussie over dat een goed geloof een volmaakt geloof is, maar uit de Bijbel mogen we leren dat ontwikkeling in het geloof is. De noodzaak voor Sacramenten blijft dus bestaan.

[8] Calvijn vindt de uitdrukking uit Hand. 8:37 'met heel zijn hart' meer slaan op intentie en vurig verlangen, dan op de volmaakte manier van geloven. Er zit ontwikkeling in het geloof door het hele leven heen. Als de Geest is gegeven is dit dan ook niet één weldaad, maar drie in de ogen van Calvijn. God leert door Zijn Woord. God versterkt ons door de Sacramenten. En Gods Geest verlicht ons verstand zodat ons hart toegankelijk wordt voor Woord en Sacrament dat anders niks in ons innerlijk zou uitwerken.

[9] De Heilige Geest is de werkende kracht van de Sacramenten, er zit niks in de Sacramenten zelf wat kracht heeft. Zoals we oren nodig hebben om te horen, zo hebben we de Heilige Geest nodig om door de Sacramenten ons geloof te kunnen laten ondersteunen en vermeerderen.

Morgen lezen we boek IV.14.10 - IV.14.15

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

zaterdag 24 oktober 2015

24-10; Boek IV.13.18 - IV.14.3

 [18] In 1 Tim. 5:12 staat dat weduwen zich met een gelofte aan de Kerk wijdden. Maar dit konden ze alleen doen als ze ontslagen waren van de huwelijksband. Dan waren ze zelfstandig en in staat dit te doen. Als ze wel gingen trouwen was dit vanwege een lossere levensstijl. Trouwen paste niet bij de taak van de weduwen, Calvijn kan niet accepteren dat deze taak bleef gelden als ze door de prikkels van het vlees ook tot onzedelijk gedrag (dreigden) te vallen. Maar de leeftijdscategorie maakt dit ook niet aannemelijk.

[19] De vrouwen zijn diaconessen en geen nonnen, ze waren aan de naastenliefde en bediening van de armen gewijd, niet om zich terug te trekken. Ze legden hun geloftes pas af boven de 60 jaar, en concilies hebben deze leeftijd steeds verder naar beneden gebracht. Andere geloftes(armoede en gehoorzaamheid) gaat Calvijn niet op in, maar noemt wel dat ze gepaard gaan met bijgeloof.

[20] Nu zijn er mensen die beloftes hebben gedaan die eigenlijk zondig zijn. Deze mensen kunnen er niet mee ophouden en er ook niet mee doorgaan omdat beide zondig zou zijn. Calvijn stelt de mensen gerust door te stellen dat onwettige beloftes voor God geen waarde hebben en dus verbroken mogen worden.

[21] Dit is ook een middel voor mensen die uit een klooster komen. Het is een gelofte die God niet vraagt en de gelofte is gedaan in een tijd van onwetendheid voordat de ex-monnik in de vrijheid van Christus stond. Ook celibaatgeloftes zijn zulke onmenselijke geloftes dat de ziel eraan ten onder kan gaan, wat God niet wil, dus dan kan de gelofte beter verbroken worden.

[1] Nu gaat Calvijn over de Sacramenten beginnen. Dit zijn hulpmiddelen voor het geloof naast de prediking. Het zijn tekenen waarmee God Zijn belofte geeft om ons zwakke geloof te sterken en wij laten van onze kant voor Hem en mensen de vrome gezindheid jegens Hem zien.

[2] Het is niet duidelijk waarom het woord 'sacrament' gebruikt wordt. In de oude Latijnse vertaling is het woord sacramentum gebruikt voor het Griekse woord mysterion in het NT, vaak als het over goddelijke zaken gaat. Het staat in plaats van arcanum(geheim) en de vertaler wilde meer uitdrukken dan een gehiem voor mysterion. Sacramentum is een woord dat gebruikt wordt voor hoge geestelijke zaken.

[3] Uit de definitie blijkt dat er een belofte moet zijn voor een sacrament, bedoeld om ons te helpen omdat we traag en zwak zijn. Feitelijk is Gods woord genoeg, maar onze zwakheid en ons ongeloof heeft hulp nodig. Zolang we in het vlees leven geeft God ons daarom in het vlees tekens van geestelijke dingen. Ze zijn niet in de natuur te vinden, maar zijn door God zo ingesteld.

Volgende week lezen we boek IV.14.4 - IV.14.9

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

vrijdag 23 oktober 2015

23-10; Boek IV.13.11 - IV.13.17

[11] Het monnikendom gold in de tijd van Calvijn als de volmaakte levensvorm. Volmaaktheid slaat dan niet op hoe ze leven, maar dat het de beste levensvorm is om volmaaktheid te bereiken. Wat eigenlijk wel vreemd is,want deze vorm van leven wordt nergens door God geboden, zou hij dan beter genoemd kunnen worden dan de andere v ormen die God wel heeft ingesteld?

[12] Het blijkt dat monniken zichzelf extra last van gehoorzaamheid aan Christus toeschuiven, alles wat in de bergrede wordt gebruikt. Ze vatten sommige uitspraken van Christus op als aanbevelingen, maar juist de kerkvaders leren dat alles wat Christus heeft gezegd een bevel is en geen optie.

[13] Hiervoor is het bewijs Matth. 19:21, het verhaal van de rijke jongeman die alles moet verkopen om Jezus te volgen. Monniken gaan er prat op dat zij ook alles hebben achtergelaten. Maar dit werk is onvolkomen omdat de liefde er niet bij zit. De rijke jongeling werd ook in zijn persoonlijke situatie aangesproken, het is geen algemene regel. De man was overmoedig en was stiekem gesteld op zijn geld, gierigheid was zijn gekoesterde zonde. In die zin moeten we allemaal onze zonde laten varen, maar het gaat om de ontmaskering. De weg naar volmaaktheid bestaat niet in het achterlaten van bezit.

[14] De kerkvaders hebben ook nooit een tweede soort van christendom willen instellen, wat nu wel gebeurt, doordat de het klooster ingaan wordt gezien als een soort tweede doop. Monniken houden de Sacramenten apart van de Kerk, hebben hun eigen altaar en samenkomsten. Hierin verschillen ze van vroegere monniken die altijd bij de normale kerkmensen zaten en de Sacramenten met hen deelden.

[15] Bovenstaande gaat over de professie, wat betreft de levenswandel zijn er wel wat overeenkomsten met vroeger. Nu zijn kloosters eerder geneigd tot een hoerentent te zijn dan tot een heilig oord. Maar ook Augustinus klaagt in zijn tijd ook over monniken die het soort mensen kwaad aandoen door ontucht, smerige handel. Desondanks de tucht in koosters zitten er altijd hypocriete mensen tussen. Maar nu is het omgedraaid als toen, nu zijn er weinig goede mensen te vinden.

[16] Calvijn laat zien dat een beroep op de oudere vormen onterecht is. Desondanks is er ook veel wat Calvijn niet moet hebben bij de oude monniken, het was te ijverig en een te grote hang naar het bijzondere. Een vrome godsvrezende huisvader die zijn beroep goed uitoefend en voor zijn gezin zorgt heeft God liever dan monniken.

[17] De gelofte van een monnik zijn af te keuren op twee gronden. Ten eerste dat ze een eigen verzonnen vorm van godsdienst zijn, en ten tweede dat ze ondoordacht zijn. Zeker de gelofte van altijddurende maagdelijkheid is overmoedig. Ze ontslaan zich van de plicht om te trouwen als ze branden van begeerte. Deze begeerte is even innerlijk als uiterlijk. Het is weliswaar een oud gebruik, maar de strenge tucht hierbij is later erin gekomen. Mensen mochten de gelofte van maagdelijkheid van zich af zetten als ze het niet meer konden opbrengen en dus trouwen. Dit is te zien in de tijd van Cyprianus.

Morgen lezen we boek IV.13.18 - IV.14.3

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com

donderdag 22 oktober 2015

22-10; Boek IV.13.4 - IV.13.10

 [4] De laatste van de drie dingen waarop gelet moet worden met geloftes, is de gezindheid waarmee je een gelofte doet. Calvijn onderscheid twee soorten geloftes, die gaan over het verleden en die gaan over de toekomst. Deze hebben ook weer twee soorten onder zich. Allereerst die voor het verleden. Daarvoor heb je die van dankbetoon, zoals Jakob die God de tienden belooft als hij uit zijn ballingschap terugkeert. Dit kan vandaag de dag ook als God ons heeft gered van ernstige ziekte of ander gevaar. De ander is voor boetedoening. Bijvoorbeeld iemand die zondigt door gulzigheid en een gelofte aflegt om zich een tijd lang van lekkernijen te onthouden om zijn onmatigheid te straffen.

[5] Geloftes voor de toekomst maken ons voorzichtiger, maar sporen ons ook aan om onze plicht te doen. Dit kan dus bijvoorbeeld een sieraad niet dragen als je hierdoor verlokt wordt tot begeertes, maar ook een gelofte om godsdienstplichten, of met een mooier hedendaags woord, geloofspraktijken te onderhouden. Soms lijken deze geloftes op het opvoeden van en klein kind, maar onervaren en onvolmaakte mensen kunnen er veel aan hebben.

[6] In algemene zin doet iedere christen een gelofte bij de Doop die wordt bevestigd door kerkelijk onderricht en Avondmaal. Het is het afzweren van de duivel en God te volgen in plaats van onze eigen gedachtes. Niet dat iedereen zich hieraan kan houden, maar deze gelofte hoort bij het genadeverbond van God die daarmee ook vergeving van zonden en de Geest van heiliging geeft. Bij bijzondere geloften moet gelet worden op de drie zaken die Calvijn net heeft genoemd. Alleen moet men niet te vaak geloftes afleggen, dan zou het bijgeloof kunnen worden of gemakzucht. Ook moet je er wel een tijd bij afspreken, anders loop je kans om moeite of tegenzin te ondervinden.

[7] Calvijn ergert zich aan de eeuwenlange praktijk van zinloze, kinderachtige geloftes die mensen doen alsof het iets bijzonders is en een heilige zaak. Met de regels van Calvijn kan dit voorkomen worden en blijken die geloftes een zelfverzonnen godsdienst en God haat verzonden godsdienst.

[8] Calvijn wil niet uitgebreid de gekke geloftes behandelen, maar de kloostergeloftes vindt hij toch wel belangrijk genoeg om te behandelen. In zijn tijd werd het monnikdom verdedigd door het lange bestaan ervan. Maar vroeger was het kloosterwezen iets heel anders, er heerste spartaanse tucht en de mensen daar werden opgeleid tot een ambt in de Kerk. Een klooster was een voorbereiding op het bisschopsambt. Hiervoor haalt Calvijn Augustinus aan om het te bewijzen.

[9] Calvijn geeft een samenvatting van wat Augustinus schrijft ter verdediging van monniken tegen losbandige monniken en manicheeërs. Monniken leven samen en doen veel aan bidden, lezen en met elkaar praten onder leiding van een een man die veel kennis van theologie heet en vader genoemd wordt. Hier luisteren ze 's avonds na. Ze leven sober, eten niet te veel eten geen vlees en drinken geen wijn. De liefde staat centraal en ze dwingen elkaar tot niks.

[10] Calvijn wil de lezers de monniken van zijn dagen vergelijken met de weergave van Augustinus. Daarin is geen plaats voor onwrikbare eisen en vaste regels, alleen de liefde is het belangrijkste. Ook is monnikendom niet een nieuwe soort christendom, maar een voorbeeld voor de eenheid van de hele Kerk.

Volgende lezing is Boek IV.13.11 - IV.13.17

Lees deze en andere posts terug op lectiocalvini.blogspot.com